Zelfs in tijden waarin huwelijken niet uit liefde maar uit strategie worden gesloten is fysieke aantrekkelijkheid een factor. Wat doe je dus als je leeft in een tijd waarin schoonheid als een deugd wordt gezien en het huwelijk als een levensdoel maar je niet knap bent?
Precies, dan verkoop je jezelf op grond van je andere kwaliteiten. Zaterdag stond ik tien minuten lang te kijken naar een schitterend portret van Aletta Pater, dat in het Centraal Museum hing. Zelfs met een niet-anachronistische blik zag ik dat ze geen beauty was. Haar lichaam is te schriel en haar gelaat weinig aantrekkelijk: ze heeft een onderbeet, een rare nek en een milde loens. Maar dat zag ik pas in derde instantie, en dat is wat dit schilderij zo geweldig maakt.
Het eerste wat ik namelijk zag toen ik van een afstand naar het portret keek, was de geweldige jurk die ze draagt. De schilder, Cornelis Jonson van Ceulen II, is werkelijk een vakman geweest: het is een heel flatteus portret. De lichtval op de draperie van haar japon is zo perfect dat het portret stráált, wat de chique-bleke Pater een heel voornaam en sereen, zedig voorkomen geeft, en dat is precies wat ze nodig heeft om niet overschaduwd te worden door die vele ellen stof. De parels in haar oren, in haar collier en in haar fascinator dragen hier aan bij.
De olieverf maakt dat de kleuren van haar jurk heel intens zijn gebleven, ook zo'n drie eeuwen na dato. Daarnaast straalt de rijkdom van de vergulde, bombastische lijst met complete fruitschalen en hoornblazende cherubijntjes. Aletta Pater was blijkbaar heel chique, en dan zijn huwelijkskandidaten geneigd een milde loens wel door de vingers te zien. Het is echter aannemelijk te denken dat de schilder Aletta op haar best heeft afgebeeld en hier en daar een schoonheidsfoutje heeft 'geretoucheerd'. Als ze op dit schilderij al loenst kun je nagaan hoe ze er live uitzag: bovendien doet die jurk zoals gezegd wonderen voor haar lijf.
Daarom vind ik haar postuur het slimste aan dit portret. Met haar rechterhand houdt ze een groene omslagdoek aan een puntje omhoog, als om te suggereren dat het vasthouden van frisse, kuise sjaaltjes en wandelingen door groene tuinen het enige is waar zij haar dagen mee vult. Het ding doet ook een beetje denken aan de klimopranken waar Eva haar kuisheid mee behoudt. Heel scherpzinnig. Pluk me.
Zonder haar voorname houding te verliezen ligt haar linkerhand daarnaast vrij suggestief op haar been. Ze houdt haar rok omhoog als de eerste de beste boerentrien. Maar omdat haar onderkant niet is afgebeeld, blijft het bij suggestie. Het lijkt alsof ze, met die quasi-achteloze blik, hint naar een diepe begeerte die zich echter pas zal ontvouwen in de echtelijke sponde.
En dan het andere portret, wat (nog) niet in het museum hangt. Aletta Pater in 1680, nu geen tweeëntwintig meer, lang en breed getrouwd met Jacob Martens, drie zonen rijker. Blijkbaar heeft ze haar belofte ingelost. Schilder Nicholaas Maes heeft er wijselijk voor gekozen haar vanuit een andere hoek af te beelden, zodat de moedervlek in haar gezicht in de schaduw valt. Ze heeft een gezondere teint en haar rondingen zijn uitgevuld. Haar haar is voller en gezonder, haar sieraden zijn subtieler, haar jurk is bedeesd, ze heeft de opsmuk of zo'n bombastische lijst niet meer nodig. Ze kijkt bezielder dan twintig jaar daarvoor, wijzer, waarachtiger. De klimopranksjerp is niet meer groen, ze is nu immers een getrouwde vrouw. En in plaats van haar rokken op te schorten, lijkt ze nu haar jurk naar beneden te houden.
Wat is de moraal van dit verhaal, lieve lezer? Wie niet echt knap is, kan het proberen door stijlvol suggestief, stinkend rijk en subtiel slim te zijn. Het leverde Aletta een gelukkig huwelijksleven op, gezien het schappelijk aantal nakomelingen en het grote verschil tussen portret één en portret twee. Want dat het verschil geheel aan de tijdgeest of de schilders te wijten is, gaat er bij mij niet in. Als het tijd is om de klimop voor aubergine te verruilen, huur dan een artiest met visie in, dat is het beste wat ik er over zeggen kan.