dinsdag 30 juli 2013

Afgeblust

Het vinden van de juiste verzorging kost tijd, geld en toewijding. Vóór je iets hebt gevonden wat echt bij je past, gaan er soms jaren voorbij vol het-kan-er-mee-door-parfum en het-moet-maar-make-up. Met name bij dat laatste is het van het grootste belang dat je het juiste spul te pakken hebt: qua textuur, tint, gebruiksgemak en prijs.
Als de yup die ik graag placht te zijn heb ik tegenwoordig het geld en het geld er voor over om te investeren. Make-up geeft me het gevoel dat ik mijzelf serieus neem en mijn beste features aanscherp: en als ik mijzelf serieus neem, doet de rest van de wereld dat ook. Mijn transparante poeder kocht ik altijd bij Rituals voor zo’n twintig euro per doosje: een prima prijs voor een prima product. Toen Rituals hiermee stopte vond ik een nieuw merk: het Japanse Kanebo. Deze poeder was nog fijner, nog beter van structuur. Maar fine comes with a price: hij was ook ruim twee keer zo duur.

Ik dacht inventief te zijn en eens poeder van Clinique – veelgeprezen en iets goedkoper - te proberen. Vol goede moed stapte ik naar mijn vaste verkooppunt, de ICI Paris in Baarn. Ik koop daar vrij vaak parfum, make-up, kwasten en cadeaus en kom er erg graag: ik word er altijd zeer goed geadviseerd, vakkundig, geduldig en vriendelijk geholpen en er wordt naar me geluisterd.

Het was heel heet. De verkoopster had haar dag niet en daarbij was ook nog eens heel druk. Omdat ik in het verleden al zo’n zeven keer ‘transparant poeder’ heb gekocht dat ik later kon weggooien omdat de verkoopster ‘transparant’ vaak verwart met ‘huidskleurig’ vroeg ik deze vrouw tot vervelens toe of de poeder écht transparant was. Ze had geen tester, maar verzekerde me keer op keer dat de poeder transparant was. Op het laatst gingen mijn vragen zelfs ten koste van haar vriendelijkheid.
Eenmaal thuis bleek de poeder huidskleurig en niet transparant. Dat wil zeggen: de kleur die de verkoopster voor me in gedachten had - zo’n vier tinten te donker.
Makeup kun je niet ruilen, dus ik had de bon niet bewaard. De doos was bovendien nu al open – noodzakelijk om er achter te komen dat de tint onjuist was. Verdorie.
Zelden verloor ik dertig euro sneller.

Ik was boos, geërgerd, ik baalde. Dat de verkoopster niet verder, beter of nauwkeuriger op de doos had gekeken op mijn herhaaldelijke vragen over de neutrale kleur stak me vreselijk. De sfeer was er niet naar dat ik zélf kon checken hoe het zat. Hadden we de poeder bovendien getest, dan had ik in één oogopslag gezien dat de poeder niet transparant was maar een diep donkerbruin waar zelfs Patricia Krentcil voor zou bedanken.
Ik was boos. En ik besloot terug te gaan, al was het maar om haar te waarschuwen voor een andere klant met dezelfde vraag.
Het meisje was er niet, maar haar collega hielp me heel vriendelijk. Ze bleef wel volhouden dat de transparante poeder die ik zocht niet bestond – waarvan ik de avond ervoor hier en hier het tegendeel had gezien – maar om zaken niet verder op de spits te drijven, hield ik mijn mond. Vervelend als mensen doen alsof je gek bent: echter, als ze in dat filiaal de transparante poeder hadden verkocht had ik hem vast van haar gekregen. Zij was niet degene die de fout had gemaakt – andermans puinhoop opruimen is altijd lastig. En ik had ondanks alles weinig poot om op te staan.
Ze verontschuldigde zich. Ze kon de poeder niet terugnemen, maar ik kon een doosje Kanebo aanschaffen met korting. Ze gaf me een goodiebag mee voor het geleden leed met een petit touche éclat, een spiegel van Gucci die verzilverd aanvoelde, een YSL-toilettasje en een parfummonster. Of ze zich van de domme hield voor wat betreft het bestaan van die transparante poeder of dat ze er echt van overtuigd was weet Joost. Ik snapte wel dat zij ook aan bepaalde regels gebonden was en dat dit het beste was wat ik eruit kon halen.
Dus liep ik tevreden de winkel uit, overtuigd en verblind door spiegeltjes en kralen. Dit nieuwe meisje was er in geslaagd de stofwolken van mijn ongemak af te poederen en ik was blij met deze vorm van schadebeperking, compensatie, halve erkenning. Waar een zachte kwast al niet goed voor is.

zondag 28 juli 2013

Brui

Er zijn maar weinig mensen die niet ooit over een huwelijk hebben nagedacht. Zelfs als je er niet als kind al van overtuigd was dat je ooit zou trouwen – wat met name meisjes wel eens hebben – ben je vast wel een bruiloftgast geweest, of heb je een celebrity marriage breed uitgemeten zien worden in de pers, van de jurk tot aan de klappen. Ik heb genoeg bruiloften gezien om te menen dat je je vooral moet richten op het huwelijk en niet op de bruiloft alléén – immers, één op de drie huwelijken strandt vroeger of later – maar een goed feestje sla ik niet af. En een te sobere bruiloft lijkt me saai: als je het toch maar ééns in je leven doet, is wat groter uitpakken wel zo leuk.
Maar trouwen is verschrikkelijk duur. Net zoals men een kersverse moeder de eufemistische, nadrukkelijke vraag 'Is alles goed gegaan?' stelt en de moeder daar wijselijk en minstens zo nadrukkelijk altijd 'ja' op zal antwoorden, houdt iedereen zijn mond over de minder romantische kant van trouwen: de rekening.

Aan de ene kant is het huwelijk geen voorwaarde om je leven op te bouwen: een gezin stichten of een huis kopen gaat prima zonder huwelijksakte. Aan de andere kant is het voor veel mensen traditie om het huwelijk te zien als een stap die vóór de rest komt. Maar het hoeft geen hele dure stap te zijn. Volgens de Britse nu.nl, de Dailymail, is sober trouwen een goede stap – ook als je je wel meer kunt veroorloven. Als reden wordt genoemd dat niet toegeven aan het stramien van een extravagante bruiloft de gebeurtenis persoonlijker kan maken. Reden twee: het scheelt (financiële) stress in de planning, op de dag zelf en erna. En als laatste de reden ik hierboven ook al genoemd heb: door niet het feest maar de verbintenis de meeste aandacht te geven, blijft het koppel bij de kern van de zaak.
Ga ik hier de credibility van de Dailymail aan de kaak stellen? Zeker niet. Maar diezelfde Dailymail stelde kort daarna in een artikel dat traditionele bruiloften antifeministisch zouden zijn – alsof de wens van een stel om traditioneel te huwen een zwaktebod is en een bevestiging van het patriarchaat dat huwelijk heet. Inderdaad, sommige tradities doen wat Romeins of ongeëmancipeerd aan. Maar wat is er mis met een vader die je weggeeft, het dragen van een sluiertje als symbool voor je nieuwe levensfase (wel zelf opslaan!) of blikjes achter je trouwauto? Niets, toch? Toch? Toch...?

(Over de zeer simplistische opvatting van Het Feminisme (u hoort mijn sarcasme? Eh bien...) wil ik mij niet eens buigen – het blijft de Dailymail)

Ik weet in ieder geval zeker dat als er iemand over die drempel gedragen gaat worden, ik de persoon zal zijn wiens voeten de grond niet raken. En daar heb ik het label 'ongeëmancipeerd' graag voor over: als het huwelijk toch een patriarchale daad is kan ik de bruiloft beter in dezelfde lijn doorvoeren – wel zo makkelijk. Jaren van Disney en Grimm sla je er niet zomaar uit. Bovendien is het huwelijk an sich een traditie - al draagt een aap geen ring, het is en blijft een aap - en vraag ik mij af: is een martelaarsbruiloft, waarin de bruid expres de man ten huwelijk vraagt, ze per se een gifgroen protestbroekpak aan wil en ze er op stáát om ook zijn pak uit haar eigen zak te betalen niet minstens zo erg?

(Over Disney gesproken: kijk en klik voor de grap eens hier en vertel me met droge ogen dat ik tegen al mijn witte trouwerijdromen ook maar iets had kunnen uitrichten...)

Mochten er deze zomer nog gastenplekkies over zijn, dan houd ik me graag aanbevolen – ik ben dol op bruiloften en een ster in de keuken. Een double Dutch wedding in wat Nederlanders American style noemen is tenslotte het nieuwe hip. Op een lang en gelukkig leven: santé.

zondag 14 juli 2013

Balletje

Liefde? Ik kan er geen genoeg van krijgen. Het is schaars, dat vormt wel eens een probleem. Gelukkig lopen aandacht, liefde en seksueel verlangen vaak door elkaar heen en zijn er tegenwoordig naast harlekijnromans ook boeken die je niet hoeft te kaften voor in de trein. Men zegt dat dat soort boeken slechts door vrouwen gelezen worden en dat het vooral vrouwen zijn die de liefde romantiseren, maar mannen kunnen er ook wat van – véél.
Sinds het zien van het programma Voetbalfans ben ik er van overtuigd dat mannen misschien nog wel obsessiever kunnen zijn dan vrouwen. Ik herinner mij een aflevering in Den Haag, waarin een trouwe supporter vol trots de altaarkamer in zijn huurhuis liet zien, die geheel gewijd was aan ADO, inclusief teamposters, uitgeknipte krantenartikelen en ingelijste voetbalshirts. Zijn zoon had hij vernoemd naar de meest roemrijke speler uit 1972. De cameraploeg volgde de goede man tijdens zijn bezoek aan een tattooshop, waar de discipel een afbeelding van zijn geliefde ADO-vogel op zijn borst liet tatoeëren. Houdt u vooral de seksuele context in gedachten: ADO is een acroniem van Alles Door Oefening en de vogel in kwestie is, jawel, een ooievaar. I rest my case.

Eng wordt het pas als obsessie de genegenheid verdringt. De geschiedenis zit vol vrouwen en mannen die een klap van de molen der liefde hebben gekregen. Koningin Mary I van Schotland, wiens vroomheid geen grenzen kende. Johanna van Castilië, die zo dol was op haar echtgenoot Filips de Schone dat ze zich na één blik op hem in een lemen hut liet trouwen om met hem het bed in te kunnen duiken, en na zijn dood zijn lijk overal mee naartoe sleepte. Susanna du Plessis, plantagehoudster die haar echtgenoot naar het schijnt de afgehakte, gebakken borsten van zijn slavenmaîtresse voorzette, omdat hij daar zo van hield. En dan de meer recente geschiedenis: Lisa Nowak, de astronaute die zo verliefd was op haar ex-minnaar dat ze een ruimteluier aantrok om in één ruk van dertien uur naar hem toe te kunnen rijden. Heleen Mees, de briljante professor die niet van riet houdt en nog minder van kluitjes en in plaats daarvan haar tong uitsteekt in meerdere opzichten, volgens de Daily Mail. Het is wel bewezen: liefde laat mensen gekke dingen doen.

Liefdesverslaving gaat zoals gezegd helemaal niet meer om genegenheid. Volgens Pernille Rose Grønkjær, die in 2011 een documentaire maakte over obsessieve liefde, kan zo'n obsessie ontstaan door een gemis in je jeugd. Om een relatie aan te kunnen gaan moet je al gevuld zijn met liefde voor jezelf, zo stelt ze: het aloude aanvulling-niet-opvulling-verhaal. Een wáár verhaal, als je het mij vraagt. Maar het lijkt me sterk dat niemand de astronaut Nowak in haar jeugd of later heeft verteld dat ze er mag zijn en dat ze de moeite waard is. Tenslotte word je niet zomaar astronaut. En hetzelfde geldt voor Mees. Tenzij je hun grote succes enerzijds uitlegt als een compensatie van het anderszijdse onvervulde verlangen tot erkenning – maar dat stuit mij tegen de borst, omdat ik dat van een man toch veel minder snel zeggen zou.
Heleens affaire is bovendien niet de eerste obsessieve relatie – dit verhaal heeft zich in Nederland al eens voorgedaan, vandaar haar vertrek naar New York – en Nowak was tot de nasleep van de affaire getrouwd en is moeder van drie kinderen. Als ik het wegzet als het onvermogen tot het accepteren van 'nee' is dat in lijn met de manier waarop deze bevoorrechte en slimme vrouwen hun loopbaan hebben aangepakt. Met als conclusie: Mees' mankeuze is gewoon rampzalig. Ik weet dat heel SATC is gebouwd op het gebrek aan goede mannen in New York, dus zij is niet de enige met dit probleem, maar toch.

En de moraal van dit verhaal? De link tussen liefde, obsessie en voetbal is dat je alledrie lang kunt volhouden met de juiste bereidwilligheid en genoeg nieuwe impulsen, verse spelers en een groot speelveld, soms zelfs trans-Atlantisch en -galactisch. Het loont om je kind te prijzen, zodat het balletje zelfvertrouwen in den borst niet tegen harde muren aan hoeft te ketsen, maar het loont ook om je spruit de implicatie van 'nee' aan te leren. Er is in die Spoetnik tenslotte geen plek voor iedereen en het aantal leerstoelen op NYU is ook niet onbeperkt. Zoals in veel zaken gaat het ook hier om balans: want de ganse dag balletje-balletje spelen in het Zuiderpark is evenmin alles....

zondag 7 juli 2013

IRL

Als ik mij afvraag wat ik overheb voor een relatie, is dat, bij elkaar opgeteld, best veel. Ik zou niet impulsief naar het andere eind van de wereld verhuizen voor een fling, maar als ik een expat ontmoet en hij wordt uitgezonden naar Gambia, zal ik meegaan. En dan zijn er nog de dingen die me een beter gevoel over mijzelf geven en die daarom indirect mijn relatiewaardiggehalte omhoog brengen, omdat ze me zekerder maken. Gladde benen, schoonheidsbehandelingen, gelakte nagels, glanzend haar en meer van zulks.
Ik ben single, ongewenst single. Uit meerdere hoeken kreeg ik al de raad om het online te proberen. Dat is allang niet meer iets voor zielige, vadsige dwangneuroten met vreemde hobbies en backne. Als het dat ooit al was. Maar de drempel om me in te schrijven is niettemin hoog. Het voelt alsof ik definitief toegeef dat het me in het echte leven niet lukt, wat er op neer komt dat iedereen met wie ik kennis maak wegrent, en met dat gevoel heb ik niet echt vrede. De keerzijde is wel dat ik, nu ik niet meer studeer, weinig nieuwe en leuke mannen tegenkom: ik ga wel uit, maar in de kroeg zijn intenties vaak anders.

Dus besluit ik mijn teen in het online datingbad te dopen. Niet als experiment, niet om er later schamper over te kunnen schrijven – tenzij ik ergere mannen tegenkom dan de mafkezen die mijn pad al hebben gekruist – maar als oprechte poging. En dan rijzen de vragen. Gebruik ik een schuilnaam? Zet ik er een foto bij? Wat vertel ik wel en wat juist niet? Hoe zet ik mijn minimale eisen zo neer dat ik de juiste man aantrek? Verder is de keuze tussen special interest-sites en sites speciaal voor sociale segmenten (lange-mensen-dating, plus-size-dating, jongerendating, outside yourracial dating, hoger opgeleiden-dating, sites voor dierenliefhebbers, sugardaddies en sugarbabies, dating voor mooie mensen: tha hole shabang. Moet ik me dan inschrijven bij een gekleurde datingsite, jongerensite of hogeropgeleiden-site? (Ik houd niet van dieren, dus die valt vast af.) Of moet ik dat laten afhangen van de man die ik zoek? (In welk geval langemensendating.nl me goed van pas zal komen.)
Volgens Patti Stanger, New Yorkse datingkoningin die ik al langer ken, moet je, zoals ook in het echte leven, online de man de voorstrekkersrol gunnen. Ik zal mij dus op een site moeten presenteren in de hoop dat iemand mij uitkiest en mij niet laten verleiden tot het zelf aanklikken van profieltjes. Maar toch wil ik weten wie er dan op mij gaan reageren...

Een voorzichtige verkenning maakte mij gelijk angstig. Sommige mannen schrijven alsof ze aan de telefoon zitten ('Hai, je spreekt met Paul') misbruiken gretig het woord 'dus' ('Nou, dus, ik ben dus Paul dus...') of geven info waar niemand iets aan heeft. ('Ik ben niet echt op zoek, ik houd van humor, gezelligheid en van hobbies. Ik ga graag uit, maar breng net zo lief een avondje op de bank door.') Ja. Tot op heden legt de kroeg het hiertegen nog niet af.
Wat ik ook tegenkwam: 'Ik zoek een vrouw met steil', 'Het geeft niet als je kinderen hebt, we hebben allemaal een rugzak' en 'Ik knap af op: vrouwen die zichzelf niet verzorgen, oneerlijkheid en vrouwen die foto's met grote zonnebrillen en getuite lippen van zichzelf hebben.' Cru-ci-a-le info. Die zonnebrilfoto's, en die eerlijkheid, want we willen natuurlijk allemaal een partner met de betrouwbaarheid van een zwarte adder. Deze wilde ik u evenmin onthouden: 'I'm a God-fearing man and I am looking for a woman who loves me as much as I do' met als klapper: 'I am looking for my soil mate'.
Ieder zijn meug, hoor...

Maar goed, schimpen is makkelijk. Misschien moet ik maar gaan speeddaten, want dan zie ik de man in kwestie man tenminste direct en hoewel chemie zich niet af laat dwingen, is dat fijner dan urenlang mailen en mijzelf behoorlijk blootgeven om er tijdens de eerste kop koffie achter te komen dat het ondanks alles niet klikt. Dit is Catfish niet.

Ik verwacht niet dat ik bij de eerste date mijn zon, maan, sterrenhemel vind - dat hoeft ook niet. Toch mis ik het daten, de zachte hoop, gewoon weer eens iets leuks doen met een man, een wijntje te drinken, een museum te bezoeken, of een wandeling te maken. Want ja, die dingen kan ik ook in mijn eentje doen, maar dat is niet hetzelfde.
Dus ook als er niets langdurigs uit ontspruit, heb ik er tenminste weer een ervaring en een leuke – of minder leuke – middag bij. Wordt vervolgd, denk ik. Gezelligheid, anyone?