Het is vrijdagmiddag, ik sta bij de inhouse koffietent op mijn afspraak te wachten als een man mijn aandacht trekt. Hij is lang, knap en als ik in de rij ga staan, merk ik dat hij plotseling zó dichtbij staat dat ik er verlegen van wordt. Bezwaar heb ik zeker niet, maar op zulke momenten ben ik me, als newly single, bewust van alles. Heb ik niet teveel make-up op? Heeft mijn kopje koffie mijn tanden verkleurd, mijn adem verslechterd, mijn lippenstift verpest?
We maken een praatje. Ik voel me snel op mijn gemak bij deze man en ik wil dat hij me aardig vindt. We wisselen niets uit – geen tijd, mijn afspraak wacht – maar later vind ik hem online en hij maakt een afspraak met me. So far, so good.
We drinken een kopje thee in een tent die ik niet zo goed ken. Het is 11 uur 's ochtends op een woensdag. Mijn werk verlangt mijn aanwezigheid, maar ik vind dit leuk! En spannend! En ik wil graag dat hij nog een keer iets met me wil drinken.
We hebben het over koetjes en kalfjes. Hij is wat ouder dan ik, in de veertig, maar dat geeft niet. We hebben het over de toekomst. Bijna net zo'n gevaarlijk onderwerp als politiek en religie en eigenlijk niet geschikt voor het eerste ontmoeting, maar ach. Als hij naar mijn toekomst vraagt, vertel ik hem dat ik binnen vijf jaar verwacht een paar kinderen te hebben, een labrador en een Opel Zafira. Want hij is echt niet de eerste die me dit vraagt, dus ik heb mijn dooddoenerantwoord al klaar. Dit is nou eenmaal hoe het burgerlijke, seksfnuikende ouderleven wordt beschreven.
Ik ken zijn voorgeschiedenis niet goed – wellicht heeft hij geen ouderbehoefte of zich juist in een vorige relatie heel veel moeite getroost een kind te krijgen. Misschien had ik 'Jaguar' moeten zeggen, 'Tesla', of 'vrije tijd en reizen, liever geen kinderen.' Ik geef toe, het nú al beschrijven van het klassieke sleurleven was misschien te vroeg, want hij kent mijn manier van denken niet en kijkt niet naar mijn gezicht terwijl ik antwoord, zodat hij mijn cynische mondhoeken niet ziet. Hij weet niet dat hoewel er een kern van waarheid in zit, ik echt niet vasthoud aan een specifiek merk of aantal (auto's óf kinderen) en dat ik hem ondanks die hele serieuze kern een beetje in de maling neem. Laat staan dat ik invloed heb op dit geschetste toekomstbeeld. Als dat zo was, zaten we hier überhaupt niet. Mijn spot is aan dovemansoren gericht. Fnuikend...Hij wordt bleek om de neus.
Ik voel me door zijn reactie in verlegenheid gebracht, maar ook een beetje defensief. Ik zei niet: 'binnen een halfjaar', 'zo snel mogelijk en graag met jou, wanneer kunnen we beginnen?', 'Ik wil na nummer 1 graag stoppen met werken, vind je dat goed?' 'Komen er in jouw familie erfelijke ziekten voor?' of 'Ik vind Opels sowieso fijnere auto's dan Volvo's'. Bovendien wist hij dat ik in mijn vruchtbare levensperiode zit. Driekwart van de vrouwen tussen 25 en 42 jaar oud wil een gezinsleven – en denkt wel eens na over de (praktische) invulling hiervan. Als je een soortgelijk antwoord niet wil horen, moet je er niet naar vragen.
Ik schets een heel doorsnee en ietwat versimpeld familietje. De details zijn wellicht niet aantrekkelijk en liggen om die reden ook allesbehalve vast, – give me an Audi anyday. Toegegeven, ik ben te enthousiast, te gretig. Tegelijkertijd weiger ik om mijzelf onderuit te halen met 'het was een grapje'. Omdat dat de lafste manier is om je fouten te herstellen - en belangrijker: omdat ik in essentie geen grapje maak. Dat hij, als man in z'n forties, van het concept 'familie' nog zo ontzettend schrikt en dit ook in de verste verte niet had verwacht, daar trek ik dan weer een beetje wit van weg.
We hadden er misschien nog wel overheen kunnen komen, wederzijds inschikkelijk en voorkomend als we waren. Maar er deden zich onfortuinlijkheden voor. Onfortuinlijkheden, lieze lezer. Dat er binnen een half uur vier kinderwagens binnenkomen. Hij is als eerste op onze afspraak gearriveerd en heeft deze hoek nota bene zélf uitgekozen, en toch... Plotseling is de tent een pamperparadijs geworden, zodat het nu net lijkt alsof ik hem hier naar toe heb gelokt (!!) om hem te testen. Dat is niet zo. Ik wil óók graag mijn verfrissing in alle rust kunnen nuttigen en met een volwassene kunnen praten zonder de geur van zure moedermelk, zog of krijsend kinderleed. Onfortuinlijkheid twee is dat ik, tien minuten na deze wat ongemakkelijke episode, zie dat ik al een half uur te laat ben voor mijn volgende afspraak. (U merkt lezer, het klikte best wel goed, daarom is dit ook zo jammer.)
Ik moet me schielijk uit de voeten maken, waardoor het lijkt alsof ik hem niet leuk vind, of dat ik geen minuut langer met hem door wil brengen nu hij door laat schemeren mijn visie niet te delen. Ook dat klopt niet. Of hij wel of geen kinderen wil, of hoeveel, is geen vraag waar ik me in dit stadium druk over maak. En ik wilde dat ik mijn mond had gehouden, want het is verschrikkelijk geëscaleerd.
De kans was eenmalig en de schade helaas onherstelbaar, zo blijkt. Heeft hij nog eens gebeld? Neen. En ik laat dat zo, al vind ik het jammer van de potentie die onze date had. Wat hebben we hiervan geleed? Houd het bij de Jaguar. Spot of niet, dan zit je altijd veilig...
maandag 17 juli 2017
zondag 16 juli 2017
Flexibel
De sportschool waar ik zit, bezigt een holistische benadering, die je zo intensief kunt maken als je zelf wenst. Naast individuele trainingsprogramma’s bieden ze bootcamps, verdiepende trainingen rondom eetgedrag en bewustwording, en yoga.
Nu beleef ik aardig wat stress in mijn leven. Naast stress ervaar ik ook piekeren en angstigheden. Om daar goed mee om te kunnen gaan probeer ik dit naar goed nulties-gebruik toe te laten in plaats van weg te stoppen, te negeren, te bagatelliseren of weg te eten. In contact staan met je emoties is het nieuwe hip, toch? En ik kan niet achterblijven.
Dus daarom volg ik twee keer in de week een yogales. En zoals het met veel dingen gaat, vereist dat training. Bijna niemand ervaart na dat eerste uur op een yogamat metéén een diepe innerlijke rust – sterker nog, bij de meeste mensen wordt het gegons van gedachten in eerste instantie alleen maar erger, omdat ze naast het hebben van al die gedachten er nu ook nog bewust aandacht aan schenken…
Daarom besluit ik dóór te zetten. Dat kost mij moeite. Ik weet dat yoga voor mij en mijn getroebleerde rug en bijennest-hoofd kan werken. Tegelijkertijd is mijn tijd beperkt en als ik moet kiezen tussen tijd spenderen aan sporten of tijd spenderen aan yoga valt het kwartje al te vaak naar sport. Bovenstaand gegeven – dat ik zal moeten trainen voor ik effect merk – heb ik voor sporten inmiddels geaccepteerd. Voor yoga ben ik echter nog niet zover.
Ik kwam er al snel achter dat het tijdstip waarop ik wil yoga-en een populair tijdstip is. Ik kom meestal tien minuten voor aanvang binnen, maar dat is veel te laat. De zaal is mij te koud. Ik kan me niet ontspannen en mijn draai niet vinden in de les – en precies daarom moet ik doorzetten.
Mijn docent kijkt vandaag over, achter en door me heen. Tijdens het opnemen van de presentielijst kiest zij ervoor mijn naam niet te noemen. Ik zit op 20 centimeter van haar neus, toch ziet zij mij niet. Wij hebben eerder tiff gehad, al weet ik niet zo goed waarom. Ze heeft een accent dat ik niet thuis kan brengen en haar stem werkt op mijn zenuwen, waardoor het uitermate lastig wordt me op mijzelf te concentreren. Rotterdamse nasaliteit, een zeurderige twang, een zachte G en de onhebbelijke gewoonte om ‘haar benen opzij te… nemen’ en al haar ledematen in allerlei richtingen 'te nemen' in plaats van ‘te leggen’, 'te plaatsen' of zelfs, oh gruwel, ‘te doen’. Alsof ze na een jeugd vlakbij de Belgische grens vlak vóór de puberteit in Vlaardingen is neergezet.
Ik kom hier voor mijn rust en nader tot mijzelf, maar het klikt niet erg goed. Ik pas er wel voor op dat te laten merken: mijn gezicht blijft neutraal en ik herhaal in stilte mijn mantra: ‘ik zit hier voor mijzelf, ik zit hier voor mijzelf.’ Tenzij ik naar Ibiza ga om daar met een superhete blonde God of superfitte, innig geaarde en vlot-kalme docente yoga ga volgen terwijl ik tarwegrassap z'n werk voel doen en de eerste zonnestralen van de dag de steen waar ik op lig en mijn gebogen lichaam zachtjes verwarmen zal er altijd iets niet goed zijn aan de les. In alle eerlijkheid: voor dit soort randvoorwaardelijke kolder moet ik me toch heus wel kunnen afsluiten?
Vandaag is weer zo’n dag. Het is druk als vanouds en ik lig op een bolster die naar oude sokken ruikt, zelfs door de handdoek heen. De geur dringt in mijn neus en in mijn hoofd. Ik ril. Mijn rug doet zeer en ik moet veel beheersing tonen om niet de les uit te lopen. Want in plaats van rustig, sereen en kalm voel ik me op ontploffen staan - en ik vraag me af of ik niet beter naar huis kan gaan en een bad kan nemen. Nadat ik aan de oksel van mijn buurvrouw heb geroken – die haar armen, net als ik, omhoog heeft genomen – wordt dit gevoel van misplaatst-zijn nog wat groter. Ik heb mijn heupen naar opzij genomen (for pity's saaaaahaakkee....!) en mijn voeten en handen naar elkaar toe genomen terwijl ik op mijn rug lig. Ik word uitgerekt als een banaan. Dit is dan weer best lekker. Ik zucht eens diep. Mijn schouder doet zeer, mijn heupbotten liggen ongenadig pijnlijk op de dunne mat en de ontspanning komt maar mondjesmaat. Maar ik voel hoe mijn bindweefsel zich langzaam opent. Ibiza of niet, ontspannen zál ik.
Nu beleef ik aardig wat stress in mijn leven. Naast stress ervaar ik ook piekeren en angstigheden. Om daar goed mee om te kunnen gaan probeer ik dit naar goed nulties-gebruik toe te laten in plaats van weg te stoppen, te negeren, te bagatelliseren of weg te eten. In contact staan met je emoties is het nieuwe hip, toch? En ik kan niet achterblijven.
Dus daarom volg ik twee keer in de week een yogales. En zoals het met veel dingen gaat, vereist dat training. Bijna niemand ervaart na dat eerste uur op een yogamat metéén een diepe innerlijke rust – sterker nog, bij de meeste mensen wordt het gegons van gedachten in eerste instantie alleen maar erger, omdat ze naast het hebben van al die gedachten er nu ook nog bewust aandacht aan schenken…
Daarom besluit ik dóór te zetten. Dat kost mij moeite. Ik weet dat yoga voor mij en mijn getroebleerde rug en bijennest-hoofd kan werken. Tegelijkertijd is mijn tijd beperkt en als ik moet kiezen tussen tijd spenderen aan sporten of tijd spenderen aan yoga valt het kwartje al te vaak naar sport. Bovenstaand gegeven – dat ik zal moeten trainen voor ik effect merk – heb ik voor sporten inmiddels geaccepteerd. Voor yoga ben ik echter nog niet zover.
Ik kwam er al snel achter dat het tijdstip waarop ik wil yoga-en een populair tijdstip is. Ik kom meestal tien minuten voor aanvang binnen, maar dat is veel te laat. De zaal is mij te koud. Ik kan me niet ontspannen en mijn draai niet vinden in de les – en precies daarom moet ik doorzetten.
Mijn docent kijkt vandaag over, achter en door me heen. Tijdens het opnemen van de presentielijst kiest zij ervoor mijn naam niet te noemen. Ik zit op 20 centimeter van haar neus, toch ziet zij mij niet. Wij hebben eerder tiff gehad, al weet ik niet zo goed waarom. Ze heeft een accent dat ik niet thuis kan brengen en haar stem werkt op mijn zenuwen, waardoor het uitermate lastig wordt me op mijzelf te concentreren. Rotterdamse nasaliteit, een zeurderige twang, een zachte G en de onhebbelijke gewoonte om ‘haar benen opzij te… nemen’ en al haar ledematen in allerlei richtingen 'te nemen' in plaats van ‘te leggen’, 'te plaatsen' of zelfs, oh gruwel, ‘te doen’. Alsof ze na een jeugd vlakbij de Belgische grens vlak vóór de puberteit in Vlaardingen is neergezet.
Ik kom hier voor mijn rust en nader tot mijzelf, maar het klikt niet erg goed. Ik pas er wel voor op dat te laten merken: mijn gezicht blijft neutraal en ik herhaal in stilte mijn mantra: ‘ik zit hier voor mijzelf, ik zit hier voor mijzelf.’ Tenzij ik naar Ibiza ga om daar met een superhete blonde God of superfitte, innig geaarde en vlot-kalme docente yoga ga volgen terwijl ik tarwegrassap z'n werk voel doen en de eerste zonnestralen van de dag de steen waar ik op lig en mijn gebogen lichaam zachtjes verwarmen zal er altijd iets niet goed zijn aan de les. In alle eerlijkheid: voor dit soort randvoorwaardelijke kolder moet ik me toch heus wel kunnen afsluiten?
Vandaag is weer zo’n dag. Het is druk als vanouds en ik lig op een bolster die naar oude sokken ruikt, zelfs door de handdoek heen. De geur dringt in mijn neus en in mijn hoofd. Ik ril. Mijn rug doet zeer en ik moet veel beheersing tonen om niet de les uit te lopen. Want in plaats van rustig, sereen en kalm voel ik me op ontploffen staan - en ik vraag me af of ik niet beter naar huis kan gaan en een bad kan nemen. Nadat ik aan de oksel van mijn buurvrouw heb geroken – die haar armen, net als ik, omhoog heeft genomen – wordt dit gevoel van misplaatst-zijn nog wat groter. Ik heb mijn heupen naar opzij genomen (for pity's saaaaahaakkee....!) en mijn voeten en handen naar elkaar toe genomen terwijl ik op mijn rug lig. Ik word uitgerekt als een banaan. Dit is dan weer best lekker. Ik zucht eens diep. Mijn schouder doet zeer, mijn heupbotten liggen ongenadig pijnlijk op de dunne mat en de ontspanning komt maar mondjesmaat. Maar ik voel hoe mijn bindweefsel zich langzaam opent. Ibiza of niet, ontspannen zál ik.
Abonneren op:
Posts (Atom)