Toen ik klein was had ik een badspeeltje met een grote zuignap, met op de voorkant Ursula de zeeheks. Als je het ding ergens op plakte kwam het met geen mogelijkheid meer los, tenzij je met geweld de luchtledigheid verbrak.
Het was Ursula waaraan ik dacht, terwijl ik me schrap zette tegen de deur van een Peugeot 206 van begin deze eeuw. In mijn maag bevonden zich kleine couscousklontjes, wat lamsvlees en een paprika die om het hardst naar boven raceten via mijn slokdarm. Een en ander werd getriggerd door de vacuümpomp in de vorm van een gretig manspersoon die zijn lippen zo hard en liefdeloos op de mijne drukte dat ik me afvroeg of hij me wilde zoenen of nog honger had. De uitkomst zou hoe dan ook onprettig zijn als deze penibele situatie nog veel langer zou duren. Ik voorzag een vloedgolf. Onsmakelijk, lieve lezer? Vertel mij wat.
Enkele minuten daarvoor hadden wij al afscheid van elkaar genomen en had ik voor de vierde keer geweigerd mee te gaan naar zijn huis. Blijkbaar vond meneer het tijd om zijn kans op wat pokey-pokey nu te grijpen, terwijl ik al aan het uitstappen was. Tijdens ons tête-à-tête had ik al laten merken dat dat er wat mij betreft niet inzat – blijkbaar nam hij daar geen genoegen mee. De wanhoop overstemde de knoflook. Ik opende het portier, stapte de auto uit en spoedde mij de trein in.
Eenmaal alleen in de veilige coupé overdacht ik de avond nog eens. Mijn date had mij uitgenodigd om in zijn stad te gaan eten nadat ik zijn voorstel om naar zijn huis te komen beleefd had afgeslagen. Hij had echter geen plan, idee of reservering. Dat gaf niet – wel vertelde ik hem na drie kwartier rijden dat hoewel ik een road trip ook best gezellig vond, ik het fijn zou vinden als er wat knopen zouden worden doorgehakt.
How many boyfriends did you have? What is your type, am I your type? Are you a fastfood type of girl? vroeg hij mij gebrekkig. Because we could visit the Mac and hang out at my place...
De Mac?! Dank je feestelijk, beste man. Natuurlijk, het gaat mij om het gezelschap en niet om het eten, en als ik hem beter had gekend zou het een minder grote belediging zijn, maar naar de Mac, op een eerste date? Wat vind je daar zelf van?
Eindelijk streken we dan neer in een plaatselijke kroeg. Na een enerverende werkweek en met mijn laatste maaltijd zo'n zes uur geleden achter de kiezen is het te begrijpen dat ik voor een non-alcoholische versnapering koos. Gespleten tongen zijn al niet aantrekkelijk, dubbele nog veel minder, en ik had al besloten dat ik nuchter zou blijven. Je kunt immers niet alle alarmbellen negeren. Dit leverde mij een schampere opmerking van zijn kant op: ik zou eens wat spontaner moeten zijn, zei hij, want ik wilde ook al niet mee naar zijn huis....Kundig – ik ben een geoefende dater – bracht ik het gesprek naar het constructieve vlak. Mijn gezelschap leek echter afgeleid, zijn aandacht was getrokken door de vrouw die naast mij zat. Ze was blond, midden dertig, klein en zag er pittig uit. Niet voor hemzelf, sweety, zo legde hij uit, maar voor zijn beste vriend, want het meisje was precies zijn type. Of ik haar even aan wilde spreken?
Ik zag het niet zitten om matchmaker te spelen op mijn eigen date, maar zei hem dat hij mocht doen wat zijn hart hem ingaf. Hierna viel ons gesprek stil, ook omdat ik ondanks zijn aanhoudende vragen weigerde mijn liefdesleven aan hem uit de doeken te doen. Ik slaagde er sowieso niet in hem te bekoren; hij bleef af en toe tien minuten aaneen over zijn telefoon gebogen. Werkelijk, hij was alleen voor mij hard to get die avond, en dat terwijl hij tegenover me zat. Op alles wat ik wél zei kreeg ik bovendien het commentaar Yeah, really? So...what else? en dat ik niet los of spontaan genoeg was. Zijn oordeel over mijn woorden kon me niet zoveel schelen, maar het kwam de conversatie niet ten goede.
You're not the ambitious type, eh? I'm like, adventurous, but you're not, are you. You are? So, do you want to go to my house? No? You're not spontaneous, like me? You do not like fun?
Met recht een verlammende date, lezer. Ik heb er een hekel aan als mannen zichzelf bij mij uitnodigen – het toppunt van vrijpostigheid – maar hekel het misschien nog wel meer als ze voorstellen in de luwte van thuis 'elkaar wat beter te willen leren kennen'.
Ik zei er niets van toen hij zijn lepel gretig in een bord met saus stak dat voor mij bedoeld was. Daar kreeg ik ook de kans niet voor, want voor ik het wist was de schaal leeg. Daarna boog mijn gezel zich met een Great soup, really lekkar! weer over zijn telefoon.
Het klapstuk was echter de ontboezeming dat hij een prins was, uit een goede familie kwam en dat ik me wel in mijn handen mocht knijpen met hem....
Dat heb ik zeker meegenomen in mijn beslissing een tweede ontmoeting (het gore lef...!) beleefd en beslist te weigeren. Ik vermoed dat hij aan het paardrijden was toen de lessen 'etiquette' op het programma stonden, maar zeker weten doe ik het niet.
En wat hebben we hiervan geleerd? Eerst trappen, dan kijken. Iemand die eng en onaardig lijkt, is dat vaak ook. En de laatste dan: je hoeft iets niet altijd geprobeerd te hebben om te weten dat het niets voor je is. So, what else?
zaterdag 21 juli 2012
dinsdag 10 juli 2012
Klef
Dinsdag, vlak voor zessen. Als ik niet beter zou weten zou ik erger vermoeden dan trek, maar ik heb een vreselijke zin in een paar stukjes baklava. De turkse bakker, in allerijl gezocht, kijkt me ongeïnteresseerd aan. Ik vraag hem of hij soms al gesloten is. Dat blijkt niet het geval, en een paar minuten later loop ik met een grote grijns het winkelcentrum uit, naar mijn fiets.
Om daar te komen, moet ik oversteken. Ik kijk naar links en mijn oog valt op een meisje met een zwart trainingspak dat aan de overkant staat. Ze heeft mooie aardbeiblonde krullen en een leuke lach, al zie ik haar gezicht niet door de zonnebril die ze draagt.
Ik steek over en geef haar een knikje ten teken dat ze door mag rijden. 'Het is niet zulk mooi weer vandaag, hè?' vraagt ze me.
In mijn nopjes met mijn baklava ga ik in op deze wat opmerkelijke en vooral onnodige vraag. De zon laat zich af en toe zien, maar de lucht is regengrijs en somber en er liggen plassen. 'Nou, nee, niet echt!' (hemel, wat zeg je ook op zoiets...)
Het meisje houdt haar bril op, dus doe ik dat ook maar. Ze komt dichterbij en ik zie een gouden tand glinsteren in haar mond. Het zwarte trainingspak is afgezet met subtiele rastakleuren en het geheel doet wat ghettoachtig aan. Niet my cup of tea.
'Sooowwww, dusseh, waar kom je vandaan dan?!' vraagt het meisje me met een hese, lage stem. Ik word achterdochtig van mensen die vragen waar ik vandaan kom nog voor ze weten hoe ik heet, bovendien begrijp ik niet waarom dit sneeuwwitte kind denkt mijn sympathie te winnen met straattaal. 'Overal en nerregens.... en jij?' 'Gewoon uit Utrecht! Maarreh, waar sijn je audus geboren dann, ben je Antiliaans?' Op mijn antwoord doet ze prompt nog een stap dichterbij. 'Hoe heet je? Deirdre? Ik ben Michaela. Mooie naam, past wel bij je, mooie krullen ook!' Ze steekt haar hand uit naar mijn hoofd en ik voel hoe bloed mijn wangen kleurt. Ik ben niet verlegen of eenkennig, maar er is iets intrusiefs aan dit kind dat me fascineert. Ze windt een haarlok om haar vingers en lacht naar me.
Ik doe niets; plotseling voel ik me preuts en onaardig. Waarom zou je niet even aan iemands haar mogen zitten als je dat wilt? Ik geef toe dat het een beetje griezelig is om zo dicht bij een vreemde te zijn, bij een meisje bovendien, maar het lijkt plotseling niet meer zo erg. Het is me allang duidelijk dat ik hier met een rasechte exotenfetisjist van doen heb, maar op de een of andere manier geeft dat niet. Michaela's ruwe-bolster-blanke-pit-houding wekt vertrouwen op, ik weet niet hoe ze dat doet, maar het werkt. Na een halve minuut schraap ik toch zacht mijn keel, wat de betovering verbreekt.
Michaela grijnst naar me. 'Mag ik je nummer, dan gaan we een keer iets drinken in de stad!'
Beng, zo, die zit. Nu het Moment voorbij is, vallen de schellen mij van de ogen. Ik ben blij dat mijn bril mijn gezicht verbergt, want van dit gedurfde voorstel sla ik bijna steil achterover. Ik wil dit lieve, spontane kind niet kwetsen, maar haar campingsmoking, edelmetalen snijtand en platte accent doen me vermoeden dat ze zo lief niet is, en wat al te spontaan. De snelheid waarmee haar telefoon uit haar zak komt, maakt dat ik denk dat we meer dan thee alleen gaan drinken, als het aan haar ligt. Ik heb al vele vriendinnen gemaakt, maar nooit op deze manier – waren mannen maar eens zo snel!
Waar ik haar interesse aan verdiend heb weet ik evenmin. Het enige wat ik wel heel zeker weet, is dat ik geen thee wil drinken met wiggers, hoe mooi hun krullen ook zijn.
Ik geef haar mijn blokglimlach – dat werkt altijd, lachen als je iets vervelends wil zeggen, alsof het daar minder erg van wordt – en maak me er vanaf met een half laf, half angstig 'Neuh, dat hoeft niet, hoor...'
Voor ik met mijn ogen kan knipperen staat Michaela vier meter van me af. De gouden tand wordt aan het zicht onttrokken door haar mond, die zich sluit tot een harde streep.
'Nou, dat dan weer niet! Nou, dan ga ik maar, wantteeehhh, tijd is geld, weet je!!!' En weg is ze.
Heb ik nou echt een meisje een blauwtje laten lopen? :-O
Om daar te komen, moet ik oversteken. Ik kijk naar links en mijn oog valt op een meisje met een zwart trainingspak dat aan de overkant staat. Ze heeft mooie aardbeiblonde krullen en een leuke lach, al zie ik haar gezicht niet door de zonnebril die ze draagt.
Ik steek over en geef haar een knikje ten teken dat ze door mag rijden. 'Het is niet zulk mooi weer vandaag, hè?' vraagt ze me.
In mijn nopjes met mijn baklava ga ik in op deze wat opmerkelijke en vooral onnodige vraag. De zon laat zich af en toe zien, maar de lucht is regengrijs en somber en er liggen plassen. 'Nou, nee, niet echt!' (hemel, wat zeg je ook op zoiets...)
Het meisje houdt haar bril op, dus doe ik dat ook maar. Ze komt dichterbij en ik zie een gouden tand glinsteren in haar mond. Het zwarte trainingspak is afgezet met subtiele rastakleuren en het geheel doet wat ghettoachtig aan. Niet my cup of tea.
'Sooowwww, dusseh, waar kom je vandaan dan?!' vraagt het meisje me met een hese, lage stem. Ik word achterdochtig van mensen die vragen waar ik vandaan kom nog voor ze weten hoe ik heet, bovendien begrijp ik niet waarom dit sneeuwwitte kind denkt mijn sympathie te winnen met straattaal. 'Overal en nerregens.... en jij?' 'Gewoon uit Utrecht! Maarreh, waar sijn je audus geboren dann, ben je Antiliaans?' Op mijn antwoord doet ze prompt nog een stap dichterbij. 'Hoe heet je? Deirdre? Ik ben Michaela. Mooie naam, past wel bij je, mooie krullen ook!' Ze steekt haar hand uit naar mijn hoofd en ik voel hoe bloed mijn wangen kleurt. Ik ben niet verlegen of eenkennig, maar er is iets intrusiefs aan dit kind dat me fascineert. Ze windt een haarlok om haar vingers en lacht naar me.
Ik doe niets; plotseling voel ik me preuts en onaardig. Waarom zou je niet even aan iemands haar mogen zitten als je dat wilt? Ik geef toe dat het een beetje griezelig is om zo dicht bij een vreemde te zijn, bij een meisje bovendien, maar het lijkt plotseling niet meer zo erg. Het is me allang duidelijk dat ik hier met een rasechte exotenfetisjist van doen heb, maar op de een of andere manier geeft dat niet. Michaela's ruwe-bolster-blanke-pit-houding wekt vertrouwen op, ik weet niet hoe ze dat doet, maar het werkt. Na een halve minuut schraap ik toch zacht mijn keel, wat de betovering verbreekt.
Michaela grijnst naar me. 'Mag ik je nummer, dan gaan we een keer iets drinken in de stad!'
Beng, zo, die zit. Nu het Moment voorbij is, vallen de schellen mij van de ogen. Ik ben blij dat mijn bril mijn gezicht verbergt, want van dit gedurfde voorstel sla ik bijna steil achterover. Ik wil dit lieve, spontane kind niet kwetsen, maar haar campingsmoking, edelmetalen snijtand en platte accent doen me vermoeden dat ze zo lief niet is, en wat al te spontaan. De snelheid waarmee haar telefoon uit haar zak komt, maakt dat ik denk dat we meer dan thee alleen gaan drinken, als het aan haar ligt. Ik heb al vele vriendinnen gemaakt, maar nooit op deze manier – waren mannen maar eens zo snel!
Waar ik haar interesse aan verdiend heb weet ik evenmin. Het enige wat ik wel heel zeker weet, is dat ik geen thee wil drinken met wiggers, hoe mooi hun krullen ook zijn.
Ik geef haar mijn blokglimlach – dat werkt altijd, lachen als je iets vervelends wil zeggen, alsof het daar minder erg van wordt – en maak me er vanaf met een half laf, half angstig 'Neuh, dat hoeft niet, hoor...'
Voor ik met mijn ogen kan knipperen staat Michaela vier meter van me af. De gouden tand wordt aan het zicht onttrokken door haar mond, die zich sluit tot een harde streep.
'Nou, dat dan weer niet! Nou, dan ga ik maar, wantteeehhh, tijd is geld, weet je!!!' En weg is ze.
Heb ik nou echt een meisje een blauwtje laten lopen? :-O
zondag 8 juli 2012
Man(darijn)i(et)fest
Sommige voedingsmiddelen zouden niet in het openbaar genuttigd mogen worden. Ik onderscheid twee categorieën; dingen die je thuis eet om anderen niet te ontrieven, en dingen die je thuis eet om jezelf een afgang te besparen.
McDonalds, patatje oorlog en alles met ui en knoflook vallen in categorie één. Moorkoppen, sla, soep, kippenpoten (en voor jullie die niet met een lepel kunnen eten: lintpasta) vallen in categorie twee. Ik heb al heel lang door dat eten heel oncharmant kan worden als je het niet goed doet, maar dat hoeft niet altijd aan jou te liggen. Soms werkt het eten gewoon niet mee.
Ik heb wel eens in de trein gezeten met een man die een broodje rottende eekhoorn zat te eten. Dat moet het wel geweest zijn, want wat er in het bakje zat stonk zo vreselijk dat ik me geen raad wist. De geur drong naar de trilharen in mijn keel en openbaarde zich daar in volle glorie, waar hij aan mijn huig begon te trekken tot ik bijna braakte. Op mijn nauwelijks verholen walging en de kokhalstranen in mijn ogen had die sociale stinker nog het lef mij een hap aan te bieden. Dank je feestelijk, vader.
Ook zat ik ooit met een date in een Italiaans restaurant en had hij voor mij een bord met spaghetti bolognese besteld. Superlekker, maar wel riskant. De maaltijd duurde vier keer zo lang als zou hoeven, omdat ik ervoor wilde waken dat er pasta uit mijn mond zou steken, brokjes gehakt het hazenpad zouden kiezen over mijn kin, ik mijn date mijn gulste lach zou schenken met wat rooiig vet en een stukje groene paprika op mijn tanden of dat ik mijn cremekleurige jurk een make-over zou geven in Carrie-stijl. (Lekker voor later...)
Toen hij eenmaal voor me besteld had, moest ik natuurlijk voor de bijl, excusez le mot. Maar voor mandarijnen bestaat geen excuus. Ja, u leest het goed.
Ik haal mijn neus op voor mensen die het nodig vinden de toch al zo beperkte en bedompte trein- of buslucht verder te vergassen met de sproeisappen van een mandarijn die uit een tas wordt opgediept nadat hij er de hele dag oranje heeft liggen wachten. Ik kan me niet voorstellen dat er geen uitgelezener of beter moment was om een mandarijn te eten dan in de overvolle trein rond vijven. Tijdens de lunch? Neen. Tijdens de koffiepauze van elf of vier? Neen. Op weg naar het station?
Neen.
Neen, lieve lezer, die oranje wanstaltigheid wordt het liefst geopenbaard in het zicht en vooral onder de neus van vermoeide forenzen wier na de lunch leeggebleven maag zich nog eens omdraait op het ruiken van die weeïge, tranentrekkende lucht van halfverrót en zurige pesticide. Er gaat geen treinreis voorbij of ik kom er wel een tegen; zo'n smerige mandarijnenvreter m/v. De oranje schil drukt zich tussen vlees en nagel als de mandarijnvreter zijn vinger in de mandarijn stopt. Met een zacht gekraak maakt de vrucht zich los van de schil als een gevelde bonsaiboom. De bol wordt gebroken met een scheur en het grote schransen kan een aanvang nemen. Partjes verschuiven van wang naar wang tot de smaak en het sap zijn verdwenen. Dan wordt het futloze partje doorgeslikt en kan de cadans opnieuw beginnen.
De tussenstops van de trein maken de kwelling alleen maar groter: er komt genoeg frisse lucht binnen voor één verse ademteug, daarna wordt de atmosfeer opnieuw verpest. Bovendien blijft de mandarijnlucht onder nagels hangen, dus zelfs nadat de vrucht op is, ruik je haar nog. Je reinste marteling.
Waarom zou je voor onderweg überhaupt iets meenemen met een oneetbare schil? Er zijn appels, peren, nectarines, perziken, druiven, kersen, zelfs mango's waar je direct je tanden in kunt zetten, met een kleine pit als einde. Wat is er zo appetijtelijk aan de mandarijn?!
Ik heb ook zelden zulk asensueel fruit gezien: een mandarijn mist de frisheid, de glans en de zest van een appel, de diepgang van een grapefruit, de zachtheid van een perzik en de belofte van de mango. Mandarijnen zijn niet sexy. En dat is al genoeg reden om ze niet te eten – zeker niet in het openbaar.
McDonalds, patatje oorlog en alles met ui en knoflook vallen in categorie één. Moorkoppen, sla, soep, kippenpoten (en voor jullie die niet met een lepel kunnen eten: lintpasta) vallen in categorie twee. Ik heb al heel lang door dat eten heel oncharmant kan worden als je het niet goed doet, maar dat hoeft niet altijd aan jou te liggen. Soms werkt het eten gewoon niet mee.
Ik heb wel eens in de trein gezeten met een man die een broodje rottende eekhoorn zat te eten. Dat moet het wel geweest zijn, want wat er in het bakje zat stonk zo vreselijk dat ik me geen raad wist. De geur drong naar de trilharen in mijn keel en openbaarde zich daar in volle glorie, waar hij aan mijn huig begon te trekken tot ik bijna braakte. Op mijn nauwelijks verholen walging en de kokhalstranen in mijn ogen had die sociale stinker nog het lef mij een hap aan te bieden. Dank je feestelijk, vader.
Ook zat ik ooit met een date in een Italiaans restaurant en had hij voor mij een bord met spaghetti bolognese besteld. Superlekker, maar wel riskant. De maaltijd duurde vier keer zo lang als zou hoeven, omdat ik ervoor wilde waken dat er pasta uit mijn mond zou steken, brokjes gehakt het hazenpad zouden kiezen over mijn kin, ik mijn date mijn gulste lach zou schenken met wat rooiig vet en een stukje groene paprika op mijn tanden of dat ik mijn cremekleurige jurk een make-over zou geven in Carrie-stijl. (Lekker voor later...)
Toen hij eenmaal voor me besteld had, moest ik natuurlijk voor de bijl, excusez le mot. Maar voor mandarijnen bestaat geen excuus. Ja, u leest het goed.
Ik haal mijn neus op voor mensen die het nodig vinden de toch al zo beperkte en bedompte trein- of buslucht verder te vergassen met de sproeisappen van een mandarijn die uit een tas wordt opgediept nadat hij er de hele dag oranje heeft liggen wachten. Ik kan me niet voorstellen dat er geen uitgelezener of beter moment was om een mandarijn te eten dan in de overvolle trein rond vijven. Tijdens de lunch? Neen. Tijdens de koffiepauze van elf of vier? Neen. Op weg naar het station?
Neen.
Neen, lieve lezer, die oranje wanstaltigheid wordt het liefst geopenbaard in het zicht en vooral onder de neus van vermoeide forenzen wier na de lunch leeggebleven maag zich nog eens omdraait op het ruiken van die weeïge, tranentrekkende lucht van halfverrót en zurige pesticide. Er gaat geen treinreis voorbij of ik kom er wel een tegen; zo'n smerige mandarijnenvreter m/v. De oranje schil drukt zich tussen vlees en nagel als de mandarijnvreter zijn vinger in de mandarijn stopt. Met een zacht gekraak maakt de vrucht zich los van de schil als een gevelde bonsaiboom. De bol wordt gebroken met een scheur en het grote schransen kan een aanvang nemen. Partjes verschuiven van wang naar wang tot de smaak en het sap zijn verdwenen. Dan wordt het futloze partje doorgeslikt en kan de cadans opnieuw beginnen.
De tussenstops van de trein maken de kwelling alleen maar groter: er komt genoeg frisse lucht binnen voor één verse ademteug, daarna wordt de atmosfeer opnieuw verpest. Bovendien blijft de mandarijnlucht onder nagels hangen, dus zelfs nadat de vrucht op is, ruik je haar nog. Je reinste marteling.
Waarom zou je voor onderweg überhaupt iets meenemen met een oneetbare schil? Er zijn appels, peren, nectarines, perziken, druiven, kersen, zelfs mango's waar je direct je tanden in kunt zetten, met een kleine pit als einde. Wat is er zo appetijtelijk aan de mandarijn?!
Ik heb ook zelden zulk asensueel fruit gezien: een mandarijn mist de frisheid, de glans en de zest van een appel, de diepgang van een grapefruit, de zachtheid van een perzik en de belofte van de mango. Mandarijnen zijn niet sexy. En dat is al genoeg reden om ze niet te eten – zeker niet in het openbaar.
woensdag 4 juli 2012
Blend
'Sta je op de guest list?' vraagt het meisje liefjes. 'Je bent namelijk via de guest list-ingang gekomen...' Ik kijk nog eens achter me en zie dat het pad voor mensen op de guest list en het pad voor mensen pas du guest list worden gescheiden door een boerderijhek. Aan het begin hangt een handbeschreven stuk spaanplaat, aan dat zelfde hek vastgemaakt met een tie wrap, waar met kriebelige, onregelmatige letters 'guest list' en 'non-member' opstaat, met bijbehorende verwijzende pijlen naar de weerszijden van het hek.
Belangrijker: er is geen rij, dus ook geen personen die het onderscheid kunnen illustreren. Belangrijker nog: beide rijen komen op dezelfde kassa uit, want daar is er maar één van, bovendien loopt de scheiding slechts door tot aan vijf meter vóór de kassa.
Blijkbaar is een scheiding in het publiek aanbrengen nog vóór het binnen is erg hard nodig - hoe provisorisch ook – maar verwacht het management dan wel weer dat dit kunstmatige onderscheid keurig in stand wordt gehouden op het prangendste punt van het toegangsproces. Ik hoef mij dan ook niet meer af te vragen, waarom er een schapenhek gebruikt is.
Het lijkt me een lief en aardig meisje, dus ik kijk haar alleen maar aan en zeg dat ik niet op de gastenlijst sta voor zover ik weet. Die bekentenis kost me zes euro, een kleine prijs voor zo'n euvel. De jongen die ons over de terrasbank naar binnen wilde trekken staat op ons te wachten met een cocktail. We kletsen wat en daarom weet ik nu dat metgezel één bij de Peek werkt, Cocktailjongen architect is en metgezel drie eveneens bij de Peek werkt, en daarnaast uit Duitsland komt. Ondanks de voorkomendheid van de architect is de Duitse jongen het meest mijn type. Ik probeer me als een meisje met een voorzichtige missie op hem te richten, maar besluit verder te kijken als hij verzandt in een niet zo interessante, niet eens meer smalltalkerige semantische discussie over het verschil tussen Bratwurst en Knackwurst en vervolgens over het bestaan van een mogelijk non-fictieve kroeg (!!) genaamd Der Weisse Rabe, die zich achter, onder of in De Witte Aap zou moeten bevinden. Ook vraagt hij me wat het Engelse woord voor gibbon is, want hij was van het bestaan van deze apen nog niet eerder op de hoogte. Bij mijn weten is er geen Engels woord voor 'gibbon', iets zegt me dat als ik de Latijnse benaming voor dit beest wist me dat niet verder zou helpen en ik wil het vooral niet over braadworsten, knakworsten of gibbons hebben op mijn zaterdagavond.
Peek Een heeft mij al een tijd in het vizier en als het gezelschap neerstrijkt op de bank, drukt hij zijn magere dij tegen de mijne. Ik heb het behoorlijk koud en doe er daarom niets aan. Het valt me op dat hij zijn broek een stukje heeft opgestroopt en goede schoenen draagt, maar dat die opgerolde broek de stakerigheid van zijn benen accentueert. Toch ziet hij er goed uit. Maar dat mag ik ook wel verwachten van iemand die bij de Peek werkt. Als ik mijn jeugdsentiment omtrent de Peek met hem deel, giechelt hij hard, en ik breng het gesprek vlug op iets anders.
Ondanks de wederzijdse beleefdheden, die normaal inleiding zijn tot een diep of in ieder geval onderhoudend gesprek, komt het tussen ons niet echt van de grond. We doen allebei ons best, en ik heb het best gezellig met hem, maar mijn ogen dwalen ongenadig af naar aantrekkelijker manvolk. Ik heb mij laten vertellen dat de mannen hier beter zijn. Toeschietelijker zijn ze zeker, maar misschien komt dat omdat ze ook minder te verliezen hebben. Cocktailjongen is zo lief me mijn derde cocktail te brengen, maar ik geloof niet dat het de mojito is waar ik om gevraagd had. Gerustgesteld door de aanwezigheid van mijn vriendinnetje drink ik toch maar door. Inmiddels is Peek Een achtergebleven op het rokersveldje en ik ben blij even vrij rond te kunnen kijken. Men zou mij nooit van onbeschoftheid kunnen betichten. Maar als ik eerlijk ben, verveel ik me; ik zie geen mannen die voor meer dan de helft mijn type lijken.
Okee, eentje dan. Terwijl ik sta te praten met de Peekduitser knipoogt hij naar me. Ik knipoog terug en dat is voor de man in kwestie het signaal. Eindelijk. Hij lispelt in mijn oren dat hij uit Spanje komt en mij wel heet vindt. Zijn naam: Baco. Ik hoop en denk dat ik dat verkeerd heb verstaan, maar voor ik iets kan zeggen begint hij zijn naam te verdedigen; 'Dat is een hele gangbare naam in Spanje!' Niet dat het mij echt veel uitmaakt. Maar omdat hij er zoveel uitleg bij geeft, geloof ik hem nog minder. Ik hoef in ieder geval niet te vragen wat hij drinkt...
Cocktailjongen geeft me cocktail vier, dat schatje. Ik laat me Baco's subtiel sturende hand op mijn onderrug gewillig aanleunen. Wie weet wat de avond nog brengt... Waarschijnlijk zou er onder dat vaalwitte shirt een groezelige, Spaansharige borstkas verscholen zitten maar ik zal het nooit weten, want hij excuseert zich en ik zie hem niet meer terug.
Aan het einde van de avond worden we nog geript door een taxichauffeur die de weg niet zegt te weten, een blok omrijdt en dat vervolgens wel in rekening brengt. De lapzwans. Ik ben echter vermoeid en te beschonken om er veel aan te doen. Doodmoe rollen we ons bed in na te zijn afgemakeupped en opgefrist. En de moraal van het verhaal? Baco's en mojito's maken de kans op een leuke avond groter, hoogwater is ganz hip hot 'n happening en echt leuke mannen zijn net zo zeldzaam als witte raven- maar die vind je doorgaans óók niet in kroegen. Soit.
Belangrijker: er is geen rij, dus ook geen personen die het onderscheid kunnen illustreren. Belangrijker nog: beide rijen komen op dezelfde kassa uit, want daar is er maar één van, bovendien loopt de scheiding slechts door tot aan vijf meter vóór de kassa.
Blijkbaar is een scheiding in het publiek aanbrengen nog vóór het binnen is erg hard nodig - hoe provisorisch ook – maar verwacht het management dan wel weer dat dit kunstmatige onderscheid keurig in stand wordt gehouden op het prangendste punt van het toegangsproces. Ik hoef mij dan ook niet meer af te vragen, waarom er een schapenhek gebruikt is.
Het lijkt me een lief en aardig meisje, dus ik kijk haar alleen maar aan en zeg dat ik niet op de gastenlijst sta voor zover ik weet. Die bekentenis kost me zes euro, een kleine prijs voor zo'n euvel. De jongen die ons over de terrasbank naar binnen wilde trekken staat op ons te wachten met een cocktail. We kletsen wat en daarom weet ik nu dat metgezel één bij de Peek werkt, Cocktailjongen architect is en metgezel drie eveneens bij de Peek werkt, en daarnaast uit Duitsland komt. Ondanks de voorkomendheid van de architect is de Duitse jongen het meest mijn type. Ik probeer me als een meisje met een voorzichtige missie op hem te richten, maar besluit verder te kijken als hij verzandt in een niet zo interessante, niet eens meer smalltalkerige semantische discussie over het verschil tussen Bratwurst en Knackwurst en vervolgens over het bestaan van een mogelijk non-fictieve kroeg (!!) genaamd Der Weisse Rabe, die zich achter, onder of in De Witte Aap zou moeten bevinden. Ook vraagt hij me wat het Engelse woord voor gibbon is, want hij was van het bestaan van deze apen nog niet eerder op de hoogte. Bij mijn weten is er geen Engels woord voor 'gibbon', iets zegt me dat als ik de Latijnse benaming voor dit beest wist me dat niet verder zou helpen en ik wil het vooral niet over braadworsten, knakworsten of gibbons hebben op mijn zaterdagavond.
Peek Een heeft mij al een tijd in het vizier en als het gezelschap neerstrijkt op de bank, drukt hij zijn magere dij tegen de mijne. Ik heb het behoorlijk koud en doe er daarom niets aan. Het valt me op dat hij zijn broek een stukje heeft opgestroopt en goede schoenen draagt, maar dat die opgerolde broek de stakerigheid van zijn benen accentueert. Toch ziet hij er goed uit. Maar dat mag ik ook wel verwachten van iemand die bij de Peek werkt. Als ik mijn jeugdsentiment omtrent de Peek met hem deel, giechelt hij hard, en ik breng het gesprek vlug op iets anders.
Ondanks de wederzijdse beleefdheden, die normaal inleiding zijn tot een diep of in ieder geval onderhoudend gesprek, komt het tussen ons niet echt van de grond. We doen allebei ons best, en ik heb het best gezellig met hem, maar mijn ogen dwalen ongenadig af naar aantrekkelijker manvolk. Ik heb mij laten vertellen dat de mannen hier beter zijn. Toeschietelijker zijn ze zeker, maar misschien komt dat omdat ze ook minder te verliezen hebben. Cocktailjongen is zo lief me mijn derde cocktail te brengen, maar ik geloof niet dat het de mojito is waar ik om gevraagd had. Gerustgesteld door de aanwezigheid van mijn vriendinnetje drink ik toch maar door. Inmiddels is Peek Een achtergebleven op het rokersveldje en ik ben blij even vrij rond te kunnen kijken. Men zou mij nooit van onbeschoftheid kunnen betichten. Maar als ik eerlijk ben, verveel ik me; ik zie geen mannen die voor meer dan de helft mijn type lijken.
Okee, eentje dan. Terwijl ik sta te praten met de Peekduitser knipoogt hij naar me. Ik knipoog terug en dat is voor de man in kwestie het signaal. Eindelijk. Hij lispelt in mijn oren dat hij uit Spanje komt en mij wel heet vindt. Zijn naam: Baco. Ik hoop en denk dat ik dat verkeerd heb verstaan, maar voor ik iets kan zeggen begint hij zijn naam te verdedigen; 'Dat is een hele gangbare naam in Spanje!' Niet dat het mij echt veel uitmaakt. Maar omdat hij er zoveel uitleg bij geeft, geloof ik hem nog minder. Ik hoef in ieder geval niet te vragen wat hij drinkt...
Cocktailjongen geeft me cocktail vier, dat schatje. Ik laat me Baco's subtiel sturende hand op mijn onderrug gewillig aanleunen. Wie weet wat de avond nog brengt... Waarschijnlijk zou er onder dat vaalwitte shirt een groezelige, Spaansharige borstkas verscholen zitten maar ik zal het nooit weten, want hij excuseert zich en ik zie hem niet meer terug.
Aan het einde van de avond worden we nog geript door een taxichauffeur die de weg niet zegt te weten, een blok omrijdt en dat vervolgens wel in rekening brengt. De lapzwans. Ik ben echter vermoeid en te beschonken om er veel aan te doen. Doodmoe rollen we ons bed in na te zijn afgemakeupped en opgefrist. En de moraal van het verhaal? Baco's en mojito's maken de kans op een leuke avond groter, hoogwater is ganz hip hot 'n happening en echt leuke mannen zijn net zo zeldzaam als witte raven- maar die vind je doorgaans óók niet in kroegen. Soit.
Abonneren op:
Posts (Atom)