woensdag 29 augustus 2012

Osiris

Hoe onfortuinlijk mijn pad in de liefde soms geweest is, na verloop van tijd – vaak flink, flink wat tijd – koester ik zelfs de slechte herinneringen. Tenslotte ben ik nog relatief jong en al voelde ik mij vaak gegriefd en beschaamd door menig lapzwans, er zaten ook genoeg mannen bij die mijn vertrouwen in de liefde herstelden en ik die derhalve nog altijd een warm hart toedraag. Soms voelt het alsof ik de halve wereld al heb gesproken: ik heb al zoveel dates gehad en zoveel mannen en types gezien dat bijna niets me meer zou moeten verbazen.

(En wonder boven wonder komt er dan altijd een man voorbij die de arrogantie, zelfingenomenheid en/of het gestoord-zijn van de vorige nog overtreft. De uitdrukking 'lef van het verkeerde soort' bezig ik niet voor niets met de gretigheid van een priester op een kinderdagverblijf.)

Toch ben ik dol op de liefde. Het verliefd-zijn, het aftasten en afwachten is afschuwelijk en zalig tegelijk – de teleurstelling en de intense blijdschap brengen mijn toch al fragiele liefdesgemoed danig uit haar precaire evenwicht. Ik zie mijzelf graag als een rustig, gebalanceerd persoon, maar waar het de liefde betreft, is er geen peil op te trekken. Ik wil graag iemand om mijn affectie aan te schenken en hoewel ik steeds minder risico durf te lopen, is dat wel een groot deel van wat liefde en verliefd-worden behelst.

Ik ben weleens verliefd geweest op mijn buurjongen. Ik ben weleens gevallen voor een gebonden man. Ik heb weleens met een man gedate omdat ik dichter in de buurt van zijn broer wilde komen. Ik ben weleens tegen beter weten in te lang bij iemand gebleven die me niet wilde en heb mijzelf dat erg lang kwalijk genomen. Ik heb weleens gefantaseerd over een petit sleaze in de werkkamer van mijn professor filosofie (mijn zwak voor intellect uit zich graag lichamelijk). Ik heb mij in het daten weleens laten leiden door het onze-kinderen-zouden-lelijk-worden-dus-nee- motief.
Ik heb de meest afschuwelijke, absurde en walgelijke dates achter de rug, maar ook de meest fantastische, origineelste, hoffelijkste, mannelijkste, veelbelovendste. Ik heb met mannen gesproken die niet het minste greintje respect voor me hadden; en met mannen die de grond aanbaden waarover ik liep.

Soms voel ik me een oude vrouw. Het voortdurende opladen en verwachten maakt me weleens moe. Een aanhoudend je weet maar nohooit of zou het eens verstoort mijn peace of mind. Als ik met een man date die ik leuk vind, kan ik best doen alsof het me niet uitmaakt of het slaagt. Eventjes dan. Want ik ben gewend dat dingen slagen en ik ben gewend invloed uit te oefenen op dingen waarvan ik wil dat ze slagen. Maar de manier waarop dat voor veel andere dingen in het leven geldt, is hier niet toepasbaar. Daar kan ik niet zo goed mee omgaan; toch is het zo. En ik kan, tegen beter weten in, niet zonder de verwachting.

Op mijn favoriete roddelsite Dailymail vond ik iemand bij wie ik, in dat opzicht, inspiratie op kan doen: Elizabeth Taylor.
Het is niet zozeer dat zij een veeldater is – anders dan bijvoorbeeld Cher – wel heeft ze flink wat huwelijken achter de rug. Ik zou niet met een flesliefhebber in zee gaan en heb haar vermogen noch haar dubbele rij wimpers. Maar ze kiest haar echtgenoten zorgvuldig en is consistent in haar keus, dat bevalt me wel.
(Zou ik mijzelf schaamteloos met Ms Taylor vergelijken? Als het kan, waarom niet...)

De grootste gemene deler hier is tomeloze datingenergie. Elizabeth is zelfs twee keer getrouwd geweest met dezelfde man, voor wie ze altijd een zwak heeft gehouden. Bord voor den kop, wanhoop, amoureuze blindheid? Welnee... heilig en rotsvast geloof in de liefde!

(Gelooft u mij niet? Lees dit dan eerst.)

Dus doe mij die Cleopatrascenes, kohlogen en pruillippen maar. Dat is wat werkt! Wie sijn hart niet in de waegescaal stelt, blijft van liefde thans verstooken...!

donderdag 23 augustus 2012

Sing(le)

Ooit heb ik The miseducation of Lauryn Hill uitgeleend aan een klasgenoot en ik heb haar en dus mijn cd daarna nooit meer terug gezien – iets wat ik tot op de dag van vandaag betreur.
Mijn girl crush op Lauryn Hill is gebleven; die diepe stem, die grote, amandelvormige ogen, volle lippen in dat poppengezicht en haar glanzende, soepele ranke lijf waren zaken waar ik jaloers van werd.

(Iets wat ik van die wormenkolonie op haar hoofd in haar Fugees-tijd dan weer niet zeggen kan – je hoeft je 'fro niet plat te branden, maar er is een verschil tussen au naturel en unkempt.)

Dat Lauryn geen lieverdje is, was bij het opbreken van diezelfde Fugees al duidelijk. Wat er daadwerkelijk is voorgevallen weten slechts Pras, Wyclef en Lauryn zelf, maar na The Score was de koek echt op.
Voor de volgende feitjes moest ik even Wikipedia raadplegen, al verrassen ze me niet. De titel van The Miseducation is geïnspireerd op twee black protest novels; Lauryn is erg into the black. Dat is helemaal niet erg, maar dat ze heeft geroepen dat ze liever zou sterven dan dat witte mensen haar platen zouden kopen, heeft haar carrière mede de das om gedaan. Ik zeg 'mede', omdat ze zich volgens de info op diezelfde pagina na het uitkomen van The Miseducation gepresst en geketend voelde – excusez les mots – door haar platenmaatschappij. Door alle roem raakte ze van het padje. Ze startte met het volgen van dagelijkse bijbellessen, blokte radio en tv en schreef alleen nog maar liedjes terwijl ze ondertussen wat kinderen kreeg met Rohan Marley, een van de zoons ván.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en hoewel Rohan vast ook hele spannende dingen doet, komt met dat ongoing number kinderen – het schijnt dat de laatste niet eens van hem is – de bodem van de schatkist snel in zicht. En daarbij zou het zonde zijn als Lauryns stem niet meer gehoord zou worden – dan heeft haar hele 'retraite'-periode geen zin gehad.

Het resultaat van zo'n vijf jaar boos en vroom zijn, MTV Unplugged 2.0, kocht ik dan ook alleen maar vanwege mijn girl crush en hoewel ik dat niet echt betreur, zijn het geen salonfähige nummers. Wat leuk is, is dat haar teksten inhoud hebben. Wat minder leuk is, is dat ze allemaal dezelfde inhoud lijken te hebben. Lauryn gaat maar door over tijd nemen voor jezelf, me first, it's about me first, hoe dankbaar ze jesses craajjest is (wie, Lauryn, wie?) boetedoening, berouw en over de demoralisering van de wereld & groeiend egoïsme – waarmee ze zichzelf nog tegenspreekt ook.

(Voor de liefhebber: The Miseducation en Lauryn Hill Unplugged 2.0 (disc 2))

Ik vergeef het haar natuurlijk direct, want ze is nog steeds cool, al zijn haar ogen wat doffer en is haar lach hees en cynisch. Maar Lauryn, baby, use your head: als je me first wilde, had je misschien geen zes kinderen op de wereld moeten zetten, al kun je het je veroorloven. Als je met een Marley samen bent, heeft je kind aan neefjes en nichtjes sowieso geen gebrek...

Dan doet dat andere epitoom, Erykah Badu, het toch beter. Badu heeft een hele andere achtergrond en levenspad; toch is vergelijken leuk.
Al verschillen ze maar vier jaar in leeftijd, concurrenten kun je het niet noemen. Ook genregewijs zitten ze elkaar niet in de weg. Tot op heden is een Clash of the Afro's uitgebleven en dat is maar goed ook, want pit hebben ze beide weer in overvloed.
Het is geen geheim dat Eryka's Y en Badu beiden 'vals' zijn: Erica Wright veranderde haar naam uit onvrede met de slavenmeesterconnotatie die ze erbij had. Kah zou slaan op het 'innerlijke zelf' (ik zeg niets...) en laten we eerlijk zijn: het staat natuurlijk veel interessanter. Maar waar Lauryn expliciet strijdt voor de Grote Zwarte Zaak en aandacht voor jesses craajjest, predikt Erykah toegespitste world love en luisteren naar je onderbuik – een veel universelere, sensuelere, pantheïstische en vooral pragmatische boodschap.
Met die drie meter hoge hoofddoek, dreads langer dan die van Damian (alweer een zoon ván) of afro met de omtrek van een skippybal twijfelt niemand er namelijk aan dat Erykah witte idealen op gezonde afstand houdt zónder mensen tegen zich in het harnas te jagen. Inmiddels heeft zij die worldly love in haar onderbuik verzameld in drie liefdesbaby's met klinkende namen als Seven, Puma en Mars. Daar kunnen de zes spruiten van L-boogie, op Zion David-Nesta na, dan weer een puntje aan zuigen.

(Voor de liefhebber: de skippybal en Tyrone)

Zou het niet gaaf zijn als ze een duet zouden maken? De heesheid van Lauryn in samenzang met de neusstem van Erykah, en dan een liedje over kuise liefde, mannen en verlangen? Ik zie het wel voor me. Misschien moeten ze elkaar eens bellen. Misschien kennen ze Tyrone allebei wel, i dunno. Ik denk dat het de moeite waard zou zijn en ik zou die single zeker kopen, al was het maar uit dubbele girl crush en nostalgie. Als de inspiratie uitblijft, kunnen ze altijd nog een jointje delen, gemaakt met Erykah's stash en Lauryns bijbelvloei. Mijn zegen hebben ze, hoor. Jah bless.

woensdag 15 augustus 2012

Fristi

De stationskranten worden niet uitgegeven vandaag, daarom valt hij me op. Drie weken geleden, tijdens de Stormende Maandag, zag ik hem voor het eerst. Dankzij de storm met complementerende treinuitval waren wij tot elkaar veroordeeld. Dat wil zeggen: wij, een kleuter met een broodkorst en een omaatje met crèmekleurige 'mary-janes', vochtverstelbaar – u weet welk soort ik bedoel. Zij was niet het omaatje van de kleuter, maar dat terzijde.

Ik dacht dat mijn doorweekte jas me parten speelde toen ik hem huiverend bekeek, maar niets is minder waar. De man is ganz mijn goesting; lang, donkerharig, wélgekleed met mooie schoenen. Hij heeft een kapsel dat zo kenmerkend is voor mannen die geboren zijn in de jaren tachtig, halflang met een midden-of zijscheiding die de twee delen van zijn haar zogenaamd in bedwang houdt. (dát, en een toefje glanstaft...)
Een tikje 2005, maar aangezien ik zelf een kind van de jaren tachtig ben, voldoet dat wel aan mijn smaak. Daarbij lenen zijn dikke, rustige, chocoladebruine golven zich uitstekend voor dit dandykapsel. Ik vind het zelfs niet erg dat hij het af en toe achter zijn oren strijkt – dat fatterige gebaar past wel bij zijn suède schoenen. Rrrrrrrrrr. Báh. Rrrrrrrrr.

Mijn fat is toch niet zo fatterig, dat zie ik aan het pak drinkyoghurt dat uit zijn tas komt. Meneer heeft blijkbaar niet of niet genoeg ontbeten. Hhm, een man met een zwak voor yoghurtcultuur en aandacht voor den darm. Heet.
Het is vast framboos, of banaan. Ik vind banaan verschrikkelijk, maar als je als dertig-minner dan toch in het openbaar drinkyoghurt moet nuttigen, maakt een pak gifroze Fristi met dito smaak niet zo'n heel goede indruk. Al zou mijn fat zelfs dat hypen – sommige mannen kunnen dat. Suède, een permanent in twijfel opgetrokken wenkbrauw en een goed luchtje rekken de grenzen van het mannelijke op.

Hij draagt geen pak, maar godzijdank ook geen corduroy jasje op zijn spijkerbroek. Tot zover 2005. Hij draagt een polo, wat ik het equivalent van de spekzool voor vrouwen vind. Op het moment dat je een vrouw daarop ziet lopen weet je dat ze comfort boven stijl heeft laten gaan en hoe nuttig dat ook kan zijn, fraai is het nooit. Maar soms heb je geen keus. (Om over mannen op spekzolen nog maar te zwijgen. Voorgoed.)
Ik had het hem grif vergeven als hij een button front shirt op zijn jeans had gedragen. Dat is natuurlijk ook heel erg 2005 maar een polo op jeans is niet veel beter. Hell, hij moest eens weten wat ik hem zoal zou kunnen vergeven, als hij het maar eerst zou doen.....

Ik kijk even de andere kant op en het pak is weg. Hij zal het toch niet achterover hebben geslagen? Ik speur naar melksnor, maar die heeft de fat natuurlijk niet. Hij zucht klagelijk en strijkt de chocola nog maar eens achter zijn oor met beide handen tegelijk. Heb ik mij niet al eerder in zo'n zelfde situatie bevonden, lieve lezer? Jazeker. Het verschil met de vorige keer is dat ik mij als yup niet met goed fatsoen kan aanbieden. Bovendien moet de jongen er bij hetzelfde station uit als ik: er zijn nog zoveel kansen als er reisdagen komen. Ik hoef niets te overhaasten en hij mag van geluk spreken als ik in de loop van volgende maand instap bij dezelfde deur. Men zegt dat je chocola met mate moet consumeren. En dan heb ik mijn afkeer van drinkyoghurt – banaan of anderszins – nog niet meegewogen.

Het signaal klinkt. Ik loop naar de deur en neem de gelegenheid te baat om dicht bij de fat te gaan staan, terwijl ik me koester in een wolk van Armani's Acqua di Gio. Een guitig kijkende koe met een rietje uit zijn mond kijkt me aan vanuit de tas. De deuren openen zich en onze wegen scheiden. Hij schrijdt weg op zijn suède en ook ik zet mijn pumpenkels aan het werk. Woef, woef. Dag, fatje. Morgen chocomel?

woensdag 8 augustus 2012

Ver(dw)(b)aasd

Toen mijn rij-instructeur mij onomwonden vertelde dat ik niet kon rijden ('Ik vertel je niets nieuws als ik zeg dat je talenten ergens anders liggen, hier liggen ze in ieder geval niet!') schoot ik niet uit mijn slof maar in de lach. Hoewel de grens tussen eerlijk en onnodig lomp dun is, kon ik het van hem wel waarderen.

Na de rijles moest ik shampoo kopen. Toen ik de kapsalon binnenstapte zei het meisje achter de kassa: 'Ben jij de afspraak van elf uur? Je wenkbrauwen hè, ik zie het! Kom maar gauw, want meis, ik zegt het je eerlijk, dit kan zo niet langer.' Ik was niet de afspraak van elf uur, maar werd het wel. Een paar minuten later schrok ik van de spiegel; er keek een slechte travestiet verbaasd naar me terug. Ik zal er niet om liegen; de tranen schoten me in de ogen.
Ik weet wel dat het terug groeit, dat sowieso. Maar het vooruitzicht weken met een groezelbrauw over straat te moeten terwijl ik er normaal altijd verzorgd bijloop, is geen beloning. Ik kon het mijn epileuse niet kwalijk nemen: het was haar werk. Tegelijkertijd vind ik het niet van professionaliteit getuigen dat ze geen rekening hield met de wenkbrauwen die er záten: dat is alsof ze een klant met ongeverfd haar op billengte met het verzoek tot bijpunten een asymmetrische, felroze boblijn knipt. Not cool. Ik mag dan misschien rupsen hebben gehad, het waren mijn rupsen. Dit was verre van heroine chic, het was vooral heroïne. Als ik op een Poolse straatwerker had willen lijken, had ik zeker niet verzuimd haar daarover in te lichten...

Plichtsgetrouw ging ik die avond mee naar een kroeg die ik normaliter mijd. Ik heb het graag over voor het vriendinnetje waar ik mee ging, maar de muziek, mannen, stank en het algehele middelbare-schoolfeestaura staan me vreselijk tegen. Een baco komt nog het dichtst in de buurt bij een cocktail en de glazen zijn van plastic, ondoorzichtig en bekrast door veelgebruik en desinfectant tegen koortsliplijders - dat is mijn hoop althans. In één woord: neen.
Een geluk bij een ongeluk was dat ik me dankzij die lage verwachtingen ook weinig zorgen maakte over mijn wenkbrauwen. Ik probeerde er toch wat van te maken op de dansvloer – als je met z'n tweeën uit bent, is dat wel zo leuk – en zuchtte onhoorbaar van opluchting toen er een hyperactieve blonde jongen met me kwam dansen. Zijn energie was aanstekelijk en het gaf zelfs niet dat onze voorhoofden op dezelfde hoogte zaten. Ik wist zeker dat als ik hem bij dag- of erger, TL-licht zou zien, ik gillend weg zou rennen. Maar het tegenovergestelde behoorde, dankzij mijn wenkbrauwen, ineens ook tot de mogelijkheden. Bovendien had mijn vriendinnetje het alweer druk en ik wilde haar niet storen. Dus ik danste. De jongen riep bij iedere nieuwe intro: 'Dit! is JOUW nummer, ik voel het! NU ga je shinen, ik VOEL het!!' gevolgd door wat ongecoördineerde aapachtige passen. Na een korte pauze trok hij me tegen zijn verhitte lijf en kuste me, en alweer zuchtte ik van opluchting. Misschien werd het toch nog leuk. Hij zette echter geen verdere stappen, wat ook prima was. Wel bleef hij dingen roepen over my time to shine en meer van die ongein.
Eerst vond ik het schattig, toen had ik door dat hij geen grapje maakte, en na het zeventiende liedje wilde ik hem alleen nog maar mijn rug toekeren.

De enige shiner die je gaat krijgen is die op je linkeroog.

Waarom ik toch bleef staan? Verveling, berusting, verveling, en het gebrek aan energie of lust om bij iemand anders voet aan de grond te krijgen. Ik wilde vooral naar huis, maar gunde mijn vriendinnetje ook een leuke avond. Het lag aan de kroeg, niet aan haar. De jongen werd steeds apiger en ik geeuwde onopvallend. Plotseling stond hij stil, schudde me door elkaar en zei: 'DANS eens! Ik weet niet hoor, ik voel het niet, je komt niet echt los! Wat héb jij?!' Het stereotype dat hij er aan toevoegde zal ik hier omwille van de verveling niet herhalen. U kunt zich in ieder geval vast voorstellen dat ik me niet geroepen voelde nu ineens wel dingen te doen die onder zijn definitie van 'lekker los gaan' vielen. Toegegeven, ik ben geen Michael Jackson en absoluut stijver dan datzelfde stereotype doet vermoeden, maar hij had geen twintig liedjes met me door hoeven brengen. Bovendien was ik omringd door muziek, mensen, drank en een locatie die geen van allen mijn voorkeur hadden (op ééntje na dan). Dat ik het überhaupt zo lang had volgehouden was al een wonder. Nee, ik had het niet naar mijn zin, dat had hij heel goed gezien.

Blijkbaar was ik ten prooi gevallen aan het Weekend van de Openhartigheid. Maar meisjes van stand respecteren de grens tussen openhartig en lomp, dus ik slikte in wat ik hem allemaal toe had kunnen voegen (moet jij zeggen, spastische dwerg!!) en gaf hem een beminnelijke glimlach. De avond was echter wel ten einde toen hij voorstelde dat ik at ramdom mensen in hun billen zou knijpen, te beginnen met mijn vriendinnetje. Na de loze belofte dat hij me zou facebooken (dat is het nieuwe we bellen nog, waar ik evenmin op zat te wachten) kon ik naar huis.

Was het dan helemaal geen goed weekend? Jawel hoor, en er is niets onherstelbaars gebeurd. Het gaat alleen lang duren voor alles weer bij het oude is, als dat ooit nog voor elkaar komt. Ik heb in ieder geval genoeg om me in de tussentijd over te verbazen.

woensdag 1 augustus 2012

Brioche

Het is lunchuur voor heel de stad en dus spitsuur voor de bakker. Gister, eergisteren en de weken hiervoor was dat ook zo, maar de bakker zet geen extra mensen in op deze tijd. Neen, hij gunt zijn klanten brood met extra zout. Zo komt het, dat de man naast mij tijd vindt om me aan te spreken. Zijn kinderen, een meisje van ongeveer vijf en haar broertje van net twee spelen in de etalage met een paar reusachtige Hello Kitty-poppen.

Het meisje klampt zich aan haar vader vast. De man is net zo lang als ik – klein, voor een man – maar ik zie aan haar dat zij in hem haar Grote Behoeder ziet. 'Mag ik wat drinken!' roept ze naar hem. 'Drinken, pappa, drihinken?' 'Straks, zometeen, Ottolinde,' sust hij, 'eerst de broodjes kopen, en dán krijg jij wat te drinken. Ga daar eerst maar eens zitten. Maar wél met je armen over elkaar.' Ottolinde slaat prompt haar armen over elkaar alsof het geen 26ºC maar iglotempie is en geeft geen kik. Het moet gezegd worden, deze man heeft het goed begrepen en zijn kids ook.

'Dat heb ik ze geleerd toen we in de Julianatoren waren,' begint de man tegen me. Ik heb eerst niet door dat hij het tegen mij heeft, ik ben slechts Een Vrouw In de Rij Bij De Bakker en verwacht dit niet van vaders wiens kinderen gewoon gehoorzaam zijn, wat niets uitzonderlijks hoort te zijn bij kinderen. Ik heb honger en haast. Ik geef de man een glimlach voor zijn inspanningen.

'Jaja, we waren in de Julianatoren en toen wilden we even weer het overzicht, en toen zei ik: 'en nu allemaal met de armen over elkaar!' En dat déden ze toen ook!' Enig zeg! De hemel zij geloofd en geprezen...! 'Maar ik was natuurlijk niet echt boos. Maar daarna zei ik: en nu gaan we een filmpje kijken! En sindsdien hebben ze er hele andere associaties bij, dat was eigenlijk de bedoeling niet...'
'Welopgevoede kinderen zijn een zegen voor de mensheid en hun ouders,' bevestig ik, en richt mijn blik strak op de knabbelstengels. Dat helpt. Eventjes.

'Ze slapen ook met z'n allen op één kamer,' Jaja, wel de lusten, niet de ruimte. Typisch. 'Ze vinden het heel gezellig zo, en straks als nummer drie en vier er zijn, is dat nog gezelliger,´ gaat de man door. Ik kijk om en daar zie ik mevrouw Vier Kinderen. Ze draagt dezelfde afritsbroek als haar man, dezelfde schoenen en hetzelfde haar op haar benen. In all fairness, we kunnen er na vier kinderen niet allemaal uitzien als Heidi Klum, maar halverwege van Heidi naar Zanussi is weer een ander uiterste.

De man smeert zijn kinderen in mijn gezicht alsof het hompjes pindakaas zijn. Ik houd best van pindakaas, maar niet nu. Waren zijn kinderen hompjes filet américain geweest, dan had het wellicht heel anders gelegen. Maar dat zijn ze niet.
'Mijn vrouw komt uit een gezin van twee maar met haar broer heeft ze geen contact meer. Daarom hebben wij vier kinderen straks.' Heel, heel even krijg ik een visioen van Victoriaanse afritsbroekenseks, vierkant, harig en bleekroze. Mocht er eentje in de plomp vallen dan blijven er nog drie over. Hartstikke logisch. Ik betwijfel echter of deze hitsige romanticus aan het welzijn van zijn echtgenote heeft gedacht.

Ottolinde trekt haar vaders aandacht nog eens. Hij legt haar met veel bombarie uit waarom ze geen drinken mag en ik zie de ogen van het kind glazeren. 'Da's wat teveel voor een kind van vier,' probeer ik voorzichtig. 'Oh, maar dat snapt ze wel. Mijn zoon snapt ook dat hij moet gaan zitten als ik zeg zitten! en hij kan nog niet eens praten!'
Ik houd mijn mond. Manny knows best, 'tis zijn kind. Ik wil alleen m'n pompoenenbroodje.

De bakkersjongen heeft eindelijk tijd voor me en ik schuifel vlug de winkel uit. Manny groet mij niet eens, waarschijnlijk beledigd door mijn opmerking. Maar op die woordbagger, luide loftrompet en borstklopperij zit ik niet te wachten – óók niet in de afritsbare variant. Als het om smeren gaat, veins ik pinda-allergie.