zondag 3 september 2017

Hond

Op weg naar een kleine viering neem ik de metro van Bijlmer Arena richting Zuid. Het is druk - het is zaterdag en tegen winkelsluitingstijd. Ik zie nog één vrije plek... oh nee, toch niet. Bij nadere inspectie blijkt de plek te worden ingenomen door een Jack Russel en zijn bazin. Een van hen is jarig: de hond draagt een gele satijnen strik. Hij kijkt prinsheerlijk uit het raam en krijgt af en toe een aai en wat bemoedigende woorden van zijn bazin.

U weet het, ik heb het niet zo op dieren. Dat je hond je steun, toeverlaat en trouwste metgezel kan zijn, daar kan ik toch wel sympathie voor opbrengen. Het hondje is best schattig en de strik staat hem. Dat hij goed behandeld wordt, is fijn. Dat zijn bazin betalende reizigers in de zaterdagspits laat stáán omdat ze denkt dat haar hond die plek op de stoel méér verdient, vind ik niet okee. In mijn ogen is een hond geen volwaardige reiziger en hoewel ik niet op de hoogte ben van de regels in het GVA weet ik zeker dat het meenemen van huisdieren een gunst is en geen recht.

Geen grap: ik zie een zwangere vrouw naar de plek kijken, maar dan haar hoofd vol afkeer wegdraaien. Zomerweer maakt dat de hond in de rui is. Iedere keer dat hij een aaitje krijgt of zich schuddend uitrekt zoals alleen Jack Russels dat kunnen daalt er een wolk van witte, stugge korte haren neer op de stoel en de vloer. Dit deel van Amsterdam is aardig multicultureel en deze rit weerspiegelt dat. Ik zie Ethiopiërs, Iraniers, Antilianen, Afrikanen en Marokkanen meewarig hun hoofd schudden en hun lippen samenpersen. Enkel Hollanders houden zoveel van hun hond. En dat hij zo vreselijk verhaart, is ronduit smerig.

De vrouw lijkt zich van geen kwaad bewust – ze lijkt eerder verbaasd dat niemand een praatje met haar aanknoopt, vanwege die feestelijke strik. Ze aast op aanspraak, maar vindt geen respons. Zelfs na wat samengeknepen ogen en waarschuwende blikken heeft ze niet door dat wat ze doet niet kan. Ik heb de hoop op een plek al opgegeven, want eerlijk: mocht die hond nu op de grond worden gezet, dan hoef ik daar niet meer te zitten.
De vrouw maakt aanstalten om uit te stappen. Nu pas ziet ze de schapenvacht die haar dierbare Jack op de stoel heeft achtergelaten. Ze kijkt er een paar seconden naar en besluit met een licht schouderophalen de sneeuw haar rug toe te keren en haar weg te vervolgen. Het besef daalt niet in. Geen zwak veegje met een hand, geen halfslachtige poging om de rotzooi op te ruimen. Geen verontschuldigende blik. Mevrouw en Jack vertrekken en de vacht blijft achter.

De metro stroomt weer vol. Vóór ik 'nééé..!' kan roepen strijkt een meisje met een linnen broek neer op de vacht, terwijl ze haar vriendin begroet. Ik vertrek mijn gezicht onwillekeurig en vang de blik van een vrouw die net als ik ziet wat er gebeurt. Samenzweerderig lachen we een beetje zuur naar elkaar. Hartgrondig gatverdamme.

Wat garandeert mij dan dat de stoel waar ik mij inmiddels op heb kunnen installeren, geen sporen bevat van hondenhaar, dronkemansbloed doorspekt met ziekten, kleutersnot doorspekt met kiemen, junkiekots of nagelvuil? Niets, dat is de charme van openbaar vervoer. Wat niet weet wat niet deert. Maar je hebt weten en weten: mannen weten dat vrouwen zich ontharen, en iedereen gaat naar de WC, maar daar getuige van zijn is weer iets heel anders.

Dat de vrouw ondanks de drukte haar hond niet weghaalt, vind ik aardig stuitend, maar een ándere regel in het OV is dat je verdraagzaam bent. Als het om jengelende kinderen, hard bellende personen of meegebrachte Spotifylijsten gaat doe ik dat ook. En waarschijnlijk had ze me ongelovig aangekeken als ik er iets van had gezegd – écht niet begrijpend waar het probleem dan precies in zat. Die hond is een deel van haar, dus krijgt hij een stoel. Is heel vanzelfsprekend. Zo doen we dat hier.