zaterdag 9 februari 2013

Mock amore

Soms is het makkelijk om met goede bedoelingen dezelfde fout twee keer te maken, al blijft dat evenredig stom. Ik heb het, reader dear, wederom over de liefde. Het meest dankbare, ongrijpbare fenomeen in mijn leven.

Nog niet zo lang geleden was ik begonnen met daten van een hele leuke man. Op zichzelf, maar zeker vergeleken bij de twijfelaars, net-nietters, klaplopers, gierigaards, exotenfetisjisten, TOVTJAPS en de opportunisten met wie ik tot dan toe al in zee was gegaan. U zult begrijpen dat ik, dankzij dit typenpalet, wachtte op het lijk in de kast. U zult begrijpen dat ik wachtte op het moment dat hij zou zeggen dat we elkaar niet meer moesten zien – en met 'zeggen' bedoel ik, dat hij niet meer zou bellen.

Maar nee. Een eerste, tweede en derde date verliepen vlekkeloos. Dat was hoopgevend. Hij was zo keurig dat ik eigenlijk niet wist hoe ik ermee om moest gaan. Ook zocht ik spijkers op laag water om het maar niet te laten slagen. Want zeg nou zelf: het is veel makkelijker om je niet open te stellen voor dit soort dingen en te blijven hangen in het patroon dat bekend is. Hij was geduldig en hoffelijk en hoewel ik geen instant chemie ervoer, won hij me langzaam maar zeker toch voor zich. Ik begon te geloven dat hij echt anders was en probeerde mijn eigen houding daar dus ook op aan te passen, al was ik nog altijd bang dat mijn angst een self-fulfilling prophecy in de hand zou werken. Ik wil niet zeggen dat de verantwoordelijkheid voor mijn liefdesgeluk in zijn handen lag, maar hoopte zachtjes dat het tussen ons zou slagen.

Ondertussen stond de wereld natuurlijk niet stil. En op een mooie, koude maandagmiddag kwam mijn fout voorbij.
Zijn naam: Sebastián. Hij leek, los van zijn lengte, in niets op de mannen die ik in de regel aantrekkelijk vind, maar ik zag hem en mijn hart sloeg over. Hij pakte mijn hand en mijn knieën werden slap, mijn stem hees, het bloed steeg naar mijn wangen. Ik voelde gewoon dat we goed bij elkaar pasten, emo-seksueel, emosextioneel. Ik voelde een connectie met hem die nergens op gebaseerd leek, maar die tegelijkertijd veroorzaakte dat ik hem wilde vasthouden en niet meer loslaten.
Hij vroeg zachtjes of ik even met hem wilde praten.

Een lastig parket. Sebastián deed me op mijn grondvesten schudden...en hij vroeg mijn nummer. Terwijl ik half en half involved was met een andere, behoorlijk leuke man die er alle schijn van gaf serieuze bedoelingen met me te hebben.
Luxe? Zo voelde het niet.
Noem me obsessief, maar ik ben, tegen alle adviezen in, een one man woman. Als ik iéts lastig vind, is het daten met meerdere mannen tegelijkertijd. Bovendien weet je eigenlijk al welke je het leukst vind op het moment dat je met iemand aan het daten bent en je geeft je nummer aan een ander. Met mijn date had ik geen emoseksuele klik, maar wel een hoop andere waardevolle dingen. En ons contact was nog zo pril dat de chemie die ik met Sebastián ervoer, wellicht nog kwam.

Met pijn in mijn van adoratie gezwollen hart vertelde ik Sebastián dus maar dat ik hem mijn nummer niet kon geven. Hij was teleurgesteld, maar liet me beloven dat we koffie gingen drinken de volgende keer dat we elkaar zagen. Ik had er al spijt van toen ik hem weg zag lopen, maar was er van overtuigd dat ik de juiste beslissing had genomen – ik vond dat ik mijn prildate een eerlijke en oprechte kans hoorde te geven na al het respect dat hij me zo onzelfzuchtig had betoond. Als het voorbestemd was tussen Sebastián en mij, zou die koffiedate er ooit heus van komen – als vrienden.

Goede beslissing? Wie zal het zeggen. Mijn prildate en ik kwamen uiteindelijk niet verder dan de eerste stadia – dat 'zei' hij me – en af en toe droom ik nog over Sebastián. Of die dromen de stagnatie hebben veroorzaakt zal ik nooit weten – ik heb in ieder geval gewild van niet. Of het met Sebastián meer dan pril was geworden weet ik evenmin. Chemie is een verraderlijk, vluchtig, trompe l'oeillerig maar oh zo cruciaal ding.

Tuurlijk: beer, verkopen, schieten, enzovoort. Maar dat kon ik niet weten. Al is mijn gemoed bezwaard, mijn geweten is in ieder geval zuiver en dat is ook wat waard. Mocht de koffie zich aandienen, dan zal ik mijn hoop niet nog een keer stoten. Mockamore dan maar?


(Benieuwd hoe dit verder ging? Lees het hier)

dinsdag 5 februari 2013

Spits

Je weet dat het waar is wat ze zeggen: dat de cycli van vrouwen die in één huis wonen, gelijk gaan lopen. Vrouwen doen elkaar sowieso graag na: als er één skinny jeans, neonroze nagellak, blokhak of harembroek over de dam is, volgen er meer. Daarom vond ik het ook niet gek dat de vrouw die tegenover me kwam zitten, synchroon in haar tas begon te rommelen. Het was buiten -2°C en ik zocht naarstig naar mijn blauwe Rosebud Salve-blikje, speciaal aangeschaft voor dit soort dagen. Ha, daar hoorde ik het rammelen. Met de quasi-bedeesde blik van een meisje dat betrapt wordt op iets heimelijks in het openbaar doen smeer ik mijn lippen langzaam en voorzichtig in. De vrouw glimlacht beminnelijk naar me en ik lach beminnelijk terug. Alsof ze zich iets herinnert pakt ze een stick duur uitziende cacaoboter uit haar tasje en stift haar lippen – over de kleur! – even zorgvuldig als ik zojuist gedaan heb. Ik knik onzichtbaar – ik weet hoe het voelt.

We zitten een paar minuten zwijgend tegenover elkaar en ik houd de blik in mijn ogen toegankelijk, maar niet toegankelijk genoeg voor een gesprek. Ik bekijk haar eens aandachtig. Ze is heel smal, ik zie de pezen in haar polsen bewegen als ze haar pink beweegt en de pezen in haar hals als ze haar wenkbrauwen optrekt. Ze heeft last van kroezig haar en gebruikt duidelijk geen stylingproducten – iets wat beter zou zijn voor haar kapsel. Maar daar is ze vast te nuchter voor – ik zie zelfs een paar grijze haren. Nu vallen haar smaakvolle rode tasje en lippenstift wat in het niet. Ze heeft het lijf van een dramadocente, of een geblesseerde ballerina die maar tekenen is gaan geven, of cello heeft leren spelen. Haar scherpe neusvleugels trillen, maar ze zit heel stil. Ik schat haar 43, maar weet niet of haar magerte haar jonger of juist ouder maakt.

Ook ik ben nét de trein in gestapt en mijn sinussen reageren op het temperatuurverschil. Ik snuit zachtjes. Mijn reisgenote graait ook in haar tas. Ik ben gek op grote tassen en heb een shopper bij me – in mijn tas zit van alles. Mijn agenda, telefoon, parfum, pakje zakdoekjes, mn OV, een vergeten snoepje, mijn reuzenportemonnee... het is niet zo gek als ik iets niet kan vinden. Haar tas is zeven keer zo klein, maar ze doet er even lang over om ook een zakdoekje op te diepen. Het was me niet opgevallen dat ze snufte, maar hee, als zij lucht wil snuiten, doet ze dat toch lekker.....

Ik duw mijn nagelriemen terug, bekijk mijn schoenen, zucht een beetje en schud mijn haren. Iets waar ik me pas van bewust word, lieve lezer, als ik haar enkele seconden later hetzelfde zie doen.

Ik zucht. Zij zucht. Ik pak mn telefoon en onze blikken kruisen elkaar. Wat is dit voor pastiche?! Er komt een smartphone uit het tasje... Okee, nog één test dan. Ik diep mijn handcrème met amandel uit mijn shopper op, smeer mijn handen in en trek mijn handschoenen weer aan. Aan de andere kant gebeurt prompt hetzelfde. Misschien moet ik aan het raam likken, dan weet ik het helemaal zeker. Ik word er een beetje onzeker van: doet ze me na omdat ze me een leuk meisje vind, of vind ze me juist aanstellerig, of hoef ik haar handelingen helemaal niet op mijzelf te betrekken maar heeft ze gewoon echt last van een snotneus en facebookjeuk? En waarom kan het me überhaupt schelen? Misschien is het gewoon haar vrouwelijke hang (een man zie ik, alle stereotypen ten spijt, dit toch niet zo snel doen) naar solidariteit. En misschien is het helemaal niets.

Als ik uitstap geef ik haar mijn liefchique glimlach: ik kan en wil geen tiff krijgen met een mij onbekende drieënveertigjarige dramaballerina, daar is het veel te koud en triviaal voor. Mochten we ooit nog samen auditie doen voor Black Swan De Musical dan kan één van ons tenminste nog de cursus Zelfverzekerd kun je leren! gaan geven. Daar is vast nog iemand dankbaar voor, weliswaar in stilte, maar toch... No pain, no gain, dus doe mij die spitzen maar, thank you.