Patty Stanger zei het al, en nu is er een onderzoekje naar gedaan: gescheiden mannen trouwen twee keer zo vaak opnieuw als gescheiden vrouwen. Netjes wordt vermeld dat het onderzoek is uitgevoerd door de producenten van de zojuist verschenen DVD Crazy, Stupid, Love. Ik heb de film nog niet gezien, maar heb al zo'n idee wat het onderwerp is.
Vanuit mijn ongetrouwde, licht traditioneel ingestelde en wat cynische meisjesgeest kan ik best bedenken waarom gescheiden mannen weer willen trouwen. Grof gezegd: iedereen wil een leven waarin het eten voor je klaar staat als je uit je werk komt, iemand je kinderen verzorgt, je moeder belt en je onderbroeken wast. Natúúrlijk heb je, als je eenmaal van die bron geproefd hebt, geen bezwaar om nog eens in het huwelijksbootje te stappen. De eerste jaren zijn altijd het leukst. Waar de vrouw zich in het huwelijk (vaak nog steeds) méér wegcijfert dan de man, worden de meeste mannen juist beter van een huwelijk. Getrouwde mannen eten beter, en wassen zich vaker. Getrouwde vrouwen eten slechter en hebben minder tijd om zich te primpen.
Na een scheiding verandert dit vaak. Gescheiden vrouwen hernieuwen zichzelf, gaan op dieet, doen de stretchbroeken de deur uit, 'nemen eindelijk weer eens tijd voor zichzelf', laten hun haar en nagels doen met de alimentatie van ex-hubby en voelen zich weer zoals ze zich voor hun huwelijk voelden. Gescheiden mannen gaan ook op dieet – van pizza, afhaalmaaltijden en bier – zien plotseling het nut van de dagelijkse douche of scheerbeurt niet meer in, of van schoenpoets, het strijkijzer, tandpasta.... Dan heb ik het natuurlijk over de mannen uit scheidingen waarin de partners uit elkaar en dicht zijn gegroeid, een verwijdering-door-gewenning, een broer-zus-relatie waarin alle amoureuze illusies zijn verdwenen in correctieondergoed, ingegroeide teennagels en nachtelijke scheten.
Voor de relatie die stuk liep omdat één van beide partners vreemdging – en ach ja, laten we de man eens nemen – geldt een heel ander verhaal. De vreemdgaande man hééft al strakke broeken, maatoverhemden, een mantan en een lekker geurtje. Hij legt gretig handen om heupen die slanker zijn dan die van zijn vrouw. Hij houdt van haar, hij houdt ook van anderen. Met gusto zet hij zijn gebleekte tanden in een ranke vrouwenhals. Zijn vliegensvlugge vingers strelen sleutelbeenderen, onderste ruggenwervels en glanzende schouders. En als eega hem eindelijk de wacht toezegt, huilt hij tranen omdat het pijn doet en omdat het moet. Wel eens een knappe peuter heel hard horen huilen? En wat doe je dan? Precies. Je tilt hem op en drukt hem aan je borst. Jackpot.
En dan is er nog de status. In sommige scheidingen ruilt de ex-echtgenoot zijn trouwe eega na zo'n dertig jaar huwelijk in voor een jongere versie van haarzelf. Of een jongere, punt. Voor deze nieuwe dame is het huwelijk vaak haar eerste en daarom wil ze het erg graag. (Het idee dat trouwen een levensdoel is, liegt hieraan ten grondslag. Als dat zo was, waren scheidingen namelijk overbodig.) Het stigma dat ligt op oudere mannen met jongere vrouwen is bovendien veel minder groot dan het stigma op oudere vrouwen die trouwen met jongere mannen. Trouwen is best een grote stap, en de meeste mannen zijn sowieso minder trouwlustig dan de meeste vrouwen. Zeker als het gaat om een eerste huwelijk. Voor de oudere vrouw (en ik stel 'ouder' en 'al eens getrouwd' voor het gemak even op één lijn) hoeft trouwen niet zo nodig, en dat komt de jongere man (zie boven voor typering) goed uit.
Wat is nou de moraal van dit verhaal, reader-dear? Dat vrouwen minder happig zijn op een tweede sloofroutine is logisch. Dat mannen graag een tweede huishoudster/trofee/geliefde willen is net zo logisch. Maar als het huwelijk een deceptie blijkt, verdwijnt de goesting vanzelf. Vrouwen hoeven niet zo nodig voor de tweede keer te trouwen, omdat ze zichzelf eerst weer willen hervinden. Mannen willen graag hertrouwen, omdat zij zichzelf weer moeten hervinden en dat makkelijker kunnen met een echtgenote aan hun zijde.
Het enige advies wat ik op grond van al deze ruwe conclusies, meesten & minsten, generaliseringen en stereotypen kan geven is dat mannen sowieso minstens één keer in hun leven moeten scheiden en een tweede huwelijk moeten aangaan met iemand die dat voor de eerste keer doet. Op de manier is iedereen gelukkig: meisjes vervullen hun doel en kunnen daarna een nieuw uitzoeken, collega's hebben niet al te lang te lijden van slechte adem en stinkende hemden, playboys kunnen zich uitleven op meisjes en de Bruto Nationaal Buikomtrek blijft binnen de perken. Everybody happy? Als het effe kan. Crazy, Stupid Love.
dinsdag 31 januari 2012
maandag 30 januari 2012
Hit(te)
Een week of wat geleden zond RTL8 weer een van mijn favoriete films uit: Sea of Love (1989).
De reden dat ik zo dol ben op deze film, ondanks het zwakke einde, is de eindeloze romantiek die eruit naar voren komt. De chemie tussen hoofdrolspelers Ellen Barkin en Al Pacino spat bovendien van het scherm.
Pacino vertolkt de rol van politierechercheur Frank Keller. Zijn vrouw heeft hem ingeruild voor zijn werkpartner en de scheiding valt Keller erg zwaar. Hij krijgt de opdracht om een aantal moorden te onderzoeken. De slachtoffers hebben een aantal dingen gemeen: ze zijn van achteren door het hoofd geschoten en hebben allemaal gereageerd op een contactadvertentie in de krant. Samen met een rechercheur uit een ander district vat hij het plan op eveneens te reageren op de advertentie, in de hoop de moordena(a)r(es) te pakken. Hij lijkt beet te hebben bij Helen Kruger. In eerste instantie wijst ze hem af, maar als ze elkaar op een later moment tegenkomen op straat, slaat de vonk toch over. Ondanks dat ze verdachte is in een moordzaak, ontvouwt zich een romance.
Ten tijde van het verschijnen van de film was Ellen Barkin vijfendertig en Al Pacino bijna vijftig. Hij zet de rol van ietwat verlopen, aftandse en doodgoeie detective perfect neer. Bleek, magertjes, met dat kleine lijf en het accent dat zo kenmerkend is voor acteurs van die italianamerican-generatie: een vleugje Bronx, een vleugje straat, een vleugje Staten Island en een vleugje aangedikt. Met zijn grote bruine ogen en zijn recht-door-zee-romantiek steekt hij Helen Kruger zo in zijn zak. En dat begrijp ik volkomen.
Ook voor Ellen Barkin is het een van haar betere rollen. Dat begint al bij haar lijf – bij het zien van haar pilatesdijen werd ik spontaan afgunstig – en ze weet van Helen Kruger een geloofwaardig voorzichtige, hoopvolle vrouw te maken. Haar scheve grijns werkt ontwapenend en haar kittige jaren '80-pakjes zijn chic en stoer tegelijk.
Maar mijn grootste zucht, lieve lezer, mijn ergste zwijmel heb ik bewaard voor de wisselwerking tussen die twee. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze voor hun rollen allebei heel dicht bij zichzelf zijn gebleven. En het is een vreselijk sexy film. Tien tegen één dat de kersverse echtgenoot van Ellen Barkin veel van die scheve grijs heeft gezien voor hun dochter geboren werd. En dat Al Pacino die trouwe hondenblik al vaak heeft ingezet in zijn amoureuze escapades. Al zijn zowel Barkin als Pacino later weer gescheiden, het lijkt alsof je het geluk uit hun privéleven terugziet op het scherm en dat maakt het zo zinderend goed. Op mij zou die blik in ieder geval werken. Woef, woef...
Wat ook sexy is: de aanwezigheid van de single Sea of Love (1959), uitgevoerd door Phil Phillips. Dit one hit wonder schreef deze lome uptempo plaat ( ja, het kan!) voor een geliefde. De royalties gingen echter dezelfde weg als die liefde: ze verdwenen met de noorderzon. Het schijnt dat Philips er ondanks de grote bekendheid maar een schijntje aan verdiend heeft. Ach, lang leve de tijden van het schaamteloze plagiaat. Al heette dat toen nog niet zo.
De lijst met covers die door de jaren heen zijn gemaakt is eindeloos en allemaal hebben ze iets van hun tijdgeest of de stijl van de uitvoerende artiest meegenomen. Tom Waits heeft de plaat ronduit vernacheld, maar hee, zo is Tom Waits. Robert Plant (ja, die van Led Zeppelin) gaf er een eighties-Love Boat-achtige draai aan. Shakin'Stevens bracht de plaat uit in countrystijl, compleet met achtergrondkoortje. Iggy Pop vond dat de plaat wat temeriger moest worden en slaat daarmee in mijn opinie de plank mis. Marty Wilde maakte er een Elvisplaat van. Israel Kamakawiwo'ole heeft voor zijn versie zijn ukelele weggesleurd van Over the Rainbow. Jacob Pearson moet nog doorbreken met zijn versie, met of zonder shirt. De enige vrouwelijke coveraar is Dido's kleine zusje Cat Power
En tenslotte gingen er nog een aantal reggae-artiesten mee aan de haal (Horace Andy, Dennis Brown, The Heptones). Onder hen vind ik de uitvoering van de The Untouchables de beste. Maar dat kan ook komen door dat relaxte sfeertje aan het einde van de maxiversie...
(Voor de liefhebber het origineel: Phil Philips' Sea of Love )
Ongeacht het grote aantal slechte soundtrackversies die er van bestaan vind ik Sea of Love een hele fijne, goede film. Ondanks het afgeraffelde en flinterdunne einde – dat ik hier omwille van het mysterie maar niet verklappen zal – is vooral de band tussen Frank en Helen me bijgebleven. En ik ben bereid, dat einde door de vingers te zien, al kan ik niet ontkennen dat het een haastige nasmaak achterlaat. Alsof je je vergist in je laatste hapje Haagen Dazs en het naar binnen slikt zonder het geproefd te hebben. Je voelt het koud door je slokdarm glijden, maar weet niet meer waar het naar smaakte. Eeuwig zonde. Maar zulke dingen zijn er om vergeven te worden. En om bedekt te worden met (jawel!) de mantel der liefde, want Sea of Love betekende vooral voor Pacino een doorstart van zijn carrière.
Stiekem geloof ik er in dat er ergens nog een rol film moet liggen die er tussen uit is geknipt, een director's paste die een stuk aan de film toevoegt en dat zal maken dat ik me weer kan richten op de rest van mijn Haagen Dasz in plaats van op die verslikking. Dromen wil ik, en denken aan de liefde. Niets ijs. Geen haast. Rust, loomheid, liefde. Come with me, my- hyy love, to the sea, the sea of love...
De reden dat ik zo dol ben op deze film, ondanks het zwakke einde, is de eindeloze romantiek die eruit naar voren komt. De chemie tussen hoofdrolspelers Ellen Barkin en Al Pacino spat bovendien van het scherm.
Pacino vertolkt de rol van politierechercheur Frank Keller. Zijn vrouw heeft hem ingeruild voor zijn werkpartner en de scheiding valt Keller erg zwaar. Hij krijgt de opdracht om een aantal moorden te onderzoeken. De slachtoffers hebben een aantal dingen gemeen: ze zijn van achteren door het hoofd geschoten en hebben allemaal gereageerd op een contactadvertentie in de krant. Samen met een rechercheur uit een ander district vat hij het plan op eveneens te reageren op de advertentie, in de hoop de moordena(a)r(es) te pakken. Hij lijkt beet te hebben bij Helen Kruger. In eerste instantie wijst ze hem af, maar als ze elkaar op een later moment tegenkomen op straat, slaat de vonk toch over. Ondanks dat ze verdachte is in een moordzaak, ontvouwt zich een romance.
Ten tijde van het verschijnen van de film was Ellen Barkin vijfendertig en Al Pacino bijna vijftig. Hij zet de rol van ietwat verlopen, aftandse en doodgoeie detective perfect neer. Bleek, magertjes, met dat kleine lijf en het accent dat zo kenmerkend is voor acteurs van die italianamerican-generatie: een vleugje Bronx, een vleugje straat, een vleugje Staten Island en een vleugje aangedikt. Met zijn grote bruine ogen en zijn recht-door-zee-romantiek steekt hij Helen Kruger zo in zijn zak. En dat begrijp ik volkomen.
Ook voor Ellen Barkin is het een van haar betere rollen. Dat begint al bij haar lijf – bij het zien van haar pilatesdijen werd ik spontaan afgunstig – en ze weet van Helen Kruger een geloofwaardig voorzichtige, hoopvolle vrouw te maken. Haar scheve grijns werkt ontwapenend en haar kittige jaren '80-pakjes zijn chic en stoer tegelijk.
Maar mijn grootste zucht, lieve lezer, mijn ergste zwijmel heb ik bewaard voor de wisselwerking tussen die twee. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze voor hun rollen allebei heel dicht bij zichzelf zijn gebleven. En het is een vreselijk sexy film. Tien tegen één dat de kersverse echtgenoot van Ellen Barkin veel van die scheve grijs heeft gezien voor hun dochter geboren werd. En dat Al Pacino die trouwe hondenblik al vaak heeft ingezet in zijn amoureuze escapades. Al zijn zowel Barkin als Pacino later weer gescheiden, het lijkt alsof je het geluk uit hun privéleven terugziet op het scherm en dat maakt het zo zinderend goed. Op mij zou die blik in ieder geval werken. Woef, woef...
Wat ook sexy is: de aanwezigheid van de single Sea of Love (1959), uitgevoerd door Phil Phillips. Dit one hit wonder schreef deze lome uptempo plaat ( ja, het kan!) voor een geliefde. De royalties gingen echter dezelfde weg als die liefde: ze verdwenen met de noorderzon. Het schijnt dat Philips er ondanks de grote bekendheid maar een schijntje aan verdiend heeft. Ach, lang leve de tijden van het schaamteloze plagiaat. Al heette dat toen nog niet zo.
De lijst met covers die door de jaren heen zijn gemaakt is eindeloos en allemaal hebben ze iets van hun tijdgeest of de stijl van de uitvoerende artiest meegenomen. Tom Waits heeft de plaat ronduit vernacheld, maar hee, zo is Tom Waits. Robert Plant (ja, die van Led Zeppelin) gaf er een eighties-Love Boat-achtige draai aan. Shakin'Stevens bracht de plaat uit in countrystijl, compleet met achtergrondkoortje. Iggy Pop vond dat de plaat wat temeriger moest worden en slaat daarmee in mijn opinie de plank mis. Marty Wilde maakte er een Elvisplaat van. Israel Kamakawiwo'ole heeft voor zijn versie zijn ukelele weggesleurd van Over the Rainbow. Jacob Pearson moet nog doorbreken met zijn versie, met of zonder shirt. De enige vrouwelijke coveraar is Dido's kleine zusje Cat Power
En tenslotte gingen er nog een aantal reggae-artiesten mee aan de haal (Horace Andy, Dennis Brown, The Heptones). Onder hen vind ik de uitvoering van de The Untouchables de beste. Maar dat kan ook komen door dat relaxte sfeertje aan het einde van de maxiversie...
(Voor de liefhebber het origineel: Phil Philips' Sea of Love )
Ongeacht het grote aantal slechte soundtrackversies die er van bestaan vind ik Sea of Love een hele fijne, goede film. Ondanks het afgeraffelde en flinterdunne einde – dat ik hier omwille van het mysterie maar niet verklappen zal – is vooral de band tussen Frank en Helen me bijgebleven. En ik ben bereid, dat einde door de vingers te zien, al kan ik niet ontkennen dat het een haastige nasmaak achterlaat. Alsof je je vergist in je laatste hapje Haagen Dazs en het naar binnen slikt zonder het geproefd te hebben. Je voelt het koud door je slokdarm glijden, maar weet niet meer waar het naar smaakte. Eeuwig zonde. Maar zulke dingen zijn er om vergeven te worden. En om bedekt te worden met (jawel!) de mantel der liefde, want Sea of Love betekende vooral voor Pacino een doorstart van zijn carrière.
Stiekem geloof ik er in dat er ergens nog een rol film moet liggen die er tussen uit is geknipt, een director's paste die een stuk aan de film toevoegt en dat zal maken dat ik me weer kan richten op de rest van mijn Haagen Dasz in plaats van op die verslikking. Dromen wil ik, en denken aan de liefde. Niets ijs. Geen haast. Rust, loomheid, liefde. Come with me, my- hyy love, to the sea, the sea of love...
woensdag 25 januari 2012
Bezegel(r)ing
Wishful thinking, NLP, The Law of Attraction, The Secret: er bestaan vele manieren om je te helpen, je dromen uit te laten komen. Hoewel geen van de methodes belooft je wensen te vervullen zonder verdere inspanning – alsof alleen denken in de goede richting genoeg zou zijn – kunnen ze je wel helpen je gedachten op één lijn te brengen met je handelingen. In die zin werken ze allemaal, al is de ene methode met wat meer zweverigheid omgeven dan de andere.
Als het lezen van The Secret of het volgen van een NLP-cursus je kan helpen bij het vinden van een baan, omdat je je bewuster wordt van de georganiseerde banenmarkten of carrièrebeurzen, dan is dat prima. Als Wet van Aantrekking ervoor zorgt dat je minder eet en meer beweegt omdat je gewicht wil verliezen, is dat perfect. Maar uiteindelijk blijf je zelf verantwoordelijk voor wat je doet en/of laat. Je kunt The Secret wel zestien keer lezen omdat je op zoek bent naar een nieuwe baan of een andere partner: als je op je krent blijft zitten, zal er niets gebeuren. Zulke diepgaande veranderingen gaan nooit vanzelf en zijn zelden gemakkelijk.
In de zakenwereld is daar een al even gemakkelijk verkeerd te interpreteren zinsnede voor: fake it 'till you make it. Vertaald naar een wat socialere situatie is de grootste valkuil dat je niet alle delen van de real thing goed doorhebt. Een voorbeeld. Stel, je wilt miljonair worden. Dus besluit je je als een miljonair te gedragen. Wat je ziet van de miljonairs 'in je omgeving' – en daar bedoel ik mee: op tv – is dat ze grote huizen kopen, gezien worden met een kinderwagen van een half miljoen en iedere maand twee weken op vakantie gaan. Wat je vaak niet ziet, is dat ze tot diep in de nacht zitten te werken, dat de kinderwagen tweedehands is en dat ze boodschappen doen bij de Aldi.
Het is simpel om je te laten misleiden en je alvast blind te staren op al het voordelige van je toekomstdroom.
Maar met een beetje wishful thinking is natuurlijk niets mis. Baat het niet dan schaadt het niet, en het is hoe dan ook beter je mentaal te richten op de dingen die je wél wilt, in plaats van op alles wat je níét wilt. Sommige mensen maken het echter wel erg bont. Op mijn favoriete infotainmentsite dailymail.co.uk zag ik een filmpje over een nieuwe trend: die van de single bridezilla. Deze dames hebben hun droombruiloft ondanks het ontbreken van een aanzoek en/of een verloofde al helemaal in kannen en kruiken. Jurk, uitnodigingen, locatie, bruidsmeisjesoutfits, vervoer, schoenen, receptie, bloemen: alles hebben ze tot in detail geregeld. Het enige wat nog mist, is een aanzoek, of, in sommige gevallen, een huwelijkspartner.
(Voor de liefhebber: Single Bridezilla)
Goede voorbereiding is het halve werk, daar waren we het al over eens. Je kunt deze toekomstige bruiden in ieder geval niet verwijten dat ze stil hebben gezeten. Hun geloof in een goede afloop is bewonderenswaardig. De woorden 'geloof'' en 'afloop' zijn eigenlijk niet eens op zijn plaats: de echtgenoot in spé lijkt los te staan van de festiviteiten. De eerste dame uit het filmpje, Kat Richter, is net een maand aan het daten. Ze heeft al twee jurken, een sieradencollectie en schoenen uitgekozen voor de grote dag. (Nergens zegt ze overigens dat ze met deze jongen in het huwelijksbootje zal stappen; evenmin is er twijfel dat het zal gebeuren.) Ook geeft ze aan dat ze het bestaan van haar verzameling bruidsspullen niet aan de grote klok hangt; dat getuigt dan wel weer van enige realiteitszin. Bruid nummer twee, iets jonger en al wel in bezit van vriend, laat trots de keuzes voor haar huwelijkskleuren, bruidmeisjesjurken en menuprintjes zien. Je zou bijna denken dat ze haar vriendje iets duidelijk wil maken. Maar het nasale, Amerikaanse 'yeah i love you too' dat ze in een toost met hem beaamt, komt er zo onverschillig en verplicht uit dat ik nog vóór de geloften zijn afgelegd vrees voor het huwelijk.
Fake it 'till you make it werkt alleen als je het op alle fronten toepast. Je hele huwelijk plannen vóór je een aanzoek hebt gekregen gaat daarnaast wel erg ver. Dat is zoiets als je hoornvlies doneren terwijl je nog in leven bent, braken vóór de maaltijd of een caravan kopen voor je zeventigste levensjaar. Doelgericht zijn zie ik als iets goeds, maar met name bruid twee schiet haar doel wel voorbij, als je het mij vraagt. Wat zij doet gaat verder dan wishful thinking (en zelfs verder dan wishful, het is knowing.) Na de bruiloft komt bovendien het huwelijk. En ik denk dat het belangrijker is je daarop voor te bereiden, in plaats van je bezig te houden met de juiste schoenen voor je bruidsmeisjes.
Terug naar de kern van de zaak: het idee dat je gebeurtenissen 'naar je toe' kunt trekken. Natuurlijk, een positieve levenshouding en een open blik maken dat je wellicht meer open staat voor de mensen om je heen en wie naar beneden kijkt, zal minder snel een partner, baan of levensinvulling vinden. In je grote wens iets voor elkaar te krijgen zijn handelingen minstens zo belangrijk als de richting van gedachten – maar het is niet slim om jezelf, zoals de bruiden, te verliezen in fantasieën. Toeval laat zich niet verdrijven door toewijding.
Ik heb de meeste moeite met de implicatie dat je over alles in het leven controle uit kunt oefenen, dat je dat ook na zou moeten streven en als het niet lukt, je dat jezelf mag verwijten. Zeker als het om de liefde gaat - waar vaak twee partijen op elkaar afgestemd moeten worden- kun je niet alles onder controle houden. Was het maar waar.
Ik zeg niet dat een extra jurk niet van pas komt, laat staan een caravan. De romantiek en verrassing gaan echter wel van het aanzoek af als je voor jezelf al een ring hebt gekocht nog voor het huwelijk in de maak is. Het leven zit vol verrassingen: maar net zoals je niet voor de onaangename kiest, zou je mogen genieten van de aangename. En als er dan iemand op zijn knieën gaat voor je, hoef je je verrassing niet te veinzen. Als hij je goed kent, heeft hij een hoornvlieswaardig mooie ring voor je uitgezocht. 'En zo kwam alles toch nog goed...'
Als het lezen van The Secret of het volgen van een NLP-cursus je kan helpen bij het vinden van een baan, omdat je je bewuster wordt van de georganiseerde banenmarkten of carrièrebeurzen, dan is dat prima. Als Wet van Aantrekking ervoor zorgt dat je minder eet en meer beweegt omdat je gewicht wil verliezen, is dat perfect. Maar uiteindelijk blijf je zelf verantwoordelijk voor wat je doet en/of laat. Je kunt The Secret wel zestien keer lezen omdat je op zoek bent naar een nieuwe baan of een andere partner: als je op je krent blijft zitten, zal er niets gebeuren. Zulke diepgaande veranderingen gaan nooit vanzelf en zijn zelden gemakkelijk.
In de zakenwereld is daar een al even gemakkelijk verkeerd te interpreteren zinsnede voor: fake it 'till you make it. Vertaald naar een wat socialere situatie is de grootste valkuil dat je niet alle delen van de real thing goed doorhebt. Een voorbeeld. Stel, je wilt miljonair worden. Dus besluit je je als een miljonair te gedragen. Wat je ziet van de miljonairs 'in je omgeving' – en daar bedoel ik mee: op tv – is dat ze grote huizen kopen, gezien worden met een kinderwagen van een half miljoen en iedere maand twee weken op vakantie gaan. Wat je vaak niet ziet, is dat ze tot diep in de nacht zitten te werken, dat de kinderwagen tweedehands is en dat ze boodschappen doen bij de Aldi.
Het is simpel om je te laten misleiden en je alvast blind te staren op al het voordelige van je toekomstdroom.
Maar met een beetje wishful thinking is natuurlijk niets mis. Baat het niet dan schaadt het niet, en het is hoe dan ook beter je mentaal te richten op de dingen die je wél wilt, in plaats van op alles wat je níét wilt. Sommige mensen maken het echter wel erg bont. Op mijn favoriete infotainmentsite dailymail.co.uk zag ik een filmpje over een nieuwe trend: die van de single bridezilla. Deze dames hebben hun droombruiloft ondanks het ontbreken van een aanzoek en/of een verloofde al helemaal in kannen en kruiken. Jurk, uitnodigingen, locatie, bruidsmeisjesoutfits, vervoer, schoenen, receptie, bloemen: alles hebben ze tot in detail geregeld. Het enige wat nog mist, is een aanzoek, of, in sommige gevallen, een huwelijkspartner.
(Voor de liefhebber: Single Bridezilla)
Goede voorbereiding is het halve werk, daar waren we het al over eens. Je kunt deze toekomstige bruiden in ieder geval niet verwijten dat ze stil hebben gezeten. Hun geloof in een goede afloop is bewonderenswaardig. De woorden 'geloof'' en 'afloop' zijn eigenlijk niet eens op zijn plaats: de echtgenoot in spé lijkt los te staan van de festiviteiten. De eerste dame uit het filmpje, Kat Richter, is net een maand aan het daten. Ze heeft al twee jurken, een sieradencollectie en schoenen uitgekozen voor de grote dag. (Nergens zegt ze overigens dat ze met deze jongen in het huwelijksbootje zal stappen; evenmin is er twijfel dat het zal gebeuren.) Ook geeft ze aan dat ze het bestaan van haar verzameling bruidsspullen niet aan de grote klok hangt; dat getuigt dan wel weer van enige realiteitszin. Bruid nummer twee, iets jonger en al wel in bezit van vriend, laat trots de keuzes voor haar huwelijkskleuren, bruidmeisjesjurken en menuprintjes zien. Je zou bijna denken dat ze haar vriendje iets duidelijk wil maken. Maar het nasale, Amerikaanse 'yeah i love you too' dat ze in een toost met hem beaamt, komt er zo onverschillig en verplicht uit dat ik nog vóór de geloften zijn afgelegd vrees voor het huwelijk.
Fake it 'till you make it werkt alleen als je het op alle fronten toepast. Je hele huwelijk plannen vóór je een aanzoek hebt gekregen gaat daarnaast wel erg ver. Dat is zoiets als je hoornvlies doneren terwijl je nog in leven bent, braken vóór de maaltijd of een caravan kopen voor je zeventigste levensjaar. Doelgericht zijn zie ik als iets goeds, maar met name bruid twee schiet haar doel wel voorbij, als je het mij vraagt. Wat zij doet gaat verder dan wishful thinking (en zelfs verder dan wishful, het is knowing.) Na de bruiloft komt bovendien het huwelijk. En ik denk dat het belangrijker is je daarop voor te bereiden, in plaats van je bezig te houden met de juiste schoenen voor je bruidsmeisjes.
Terug naar de kern van de zaak: het idee dat je gebeurtenissen 'naar je toe' kunt trekken. Natuurlijk, een positieve levenshouding en een open blik maken dat je wellicht meer open staat voor de mensen om je heen en wie naar beneden kijkt, zal minder snel een partner, baan of levensinvulling vinden. In je grote wens iets voor elkaar te krijgen zijn handelingen minstens zo belangrijk als de richting van gedachten – maar het is niet slim om jezelf, zoals de bruiden, te verliezen in fantasieën. Toeval laat zich niet verdrijven door toewijding.
Ik heb de meeste moeite met de implicatie dat je over alles in het leven controle uit kunt oefenen, dat je dat ook na zou moeten streven en als het niet lukt, je dat jezelf mag verwijten. Zeker als het om de liefde gaat - waar vaak twee partijen op elkaar afgestemd moeten worden- kun je niet alles onder controle houden. Was het maar waar.
Ik zeg niet dat een extra jurk niet van pas komt, laat staan een caravan. De romantiek en verrassing gaan echter wel van het aanzoek af als je voor jezelf al een ring hebt gekocht nog voor het huwelijk in de maak is. Het leven zit vol verrassingen: maar net zoals je niet voor de onaangename kiest, zou je mogen genieten van de aangename. En als er dan iemand op zijn knieën gaat voor je, hoef je je verrassing niet te veinzen. Als hij je goed kent, heeft hij een hoornvlieswaardig mooie ring voor je uitgezocht. 'En zo kwam alles toch nog goed...'
maandag 23 januari 2012
Privé
Ik kon niet lang genieten van de rust in mijn cubicle, in de trein op weg naar huis. De hele dag was ik in touw geweest met het regelen de voorbereidingen op een sollicitatie, met hulp van mijn liefste papaatje. Helaas, al op het tweede station kwam er een collega-stel tegenover mij zitten. Zonder te vragen: 'Mag ik hier zitten?' of zelfs zonder mij vragend aan te kijken, zegen hun doorgezakte billetjes neer op de blauwe stoelen. De nicotinezweem die mijn neus verkende maakte me duidelijk waarom ze het zo goed met elkaar konden vinden. Het waren een man en een vrouw, hij een halve meter langer dan zij. Haar haren waren dof bruinrood en haar ogen groen. Zijn haren waren donkerblond, zijn tanden mosterdkleurig. Vers losgerukt van de rookpaal kletsten ze wat over hun privéleven, terwijl de trein zich in beweging zette.
Ze waren mij niets verplicht, bovendien was het spitsuur. Toch nam ik hen hun onbeschoftheid kwalijk. Zelfs naar buiten kijken lukte niet - slechts mijn eigen reflectie staarde terug. Wat ik vreesde en verwachtte werd al snel waarheid: de Persoonlijke Zaken kwamen op tafel. De man, die ik voor het gemak Tinus zal dopen, begin over zijn vriendin en vertelde dat ze niet van vliegen hield. Tanja, zijn metgezel, vroeg daarop verbaasd of hij niet getrouwd was. Wat volgde was een licht defensieve, licht besmuikte en volstrekt onnodige verklaring over het waarom. Ik hoorde achtereenvolgens 'ben niet gelovig ofzo', 'hoef niet zo nodig in de belangstelling te staan,' 'm'n vriendin vindt het ook niet belangrijk zegt ze,' 'we leven toch al zo goed als getrouwd' en 'tis wel duur, dus!' Wel hadden ze samen een kind. Tanja, koningin van de subtiele vragen, vroeg of er nog een tweede kwam. Tinus dacht van niet. 'Als het gebeurt, dan gebeurt het, maar het krijgen van de eerste was al geen pretje. Nee, ik heb daar echt weinig plezier aan beleefd, dat was verre van leuk.' Tinus had, zo viel mij in die korte tijd al op, teveel tanden voor zijn bovenkaak en een milde slis doorspekte zijn spraak. De nicotine had zijn gebit verkleurd en zijn tanden waren al even onbeteugeld als zijn meedeelzaamheid. Ze klauwden over elkaar heen als Turkse huismoeders op de Lapjesmarkt van zaterdag, azend op een plek vooraan.
Twee noties, lieve lezer, kwamen in mij op. Als Tinus geen plezier beleefde aan het vervullen van de zo-goed-als-echtelijke plicht, dan zou dat tweede kind er inderdaad niet komen. Bij mijn weten was de conceptie nog het leukste deel van het proces, maar in de bevalling had hij lichamelijk gezien toch helemaal geen deel. Geheel in stijl met hoe de naïviteit van de man soms naar boven komt, legde Tinus met wilde gebaren aan Tanja – en ook aan mij – uit hoe groot de naald was die ze bij zijn vriendin naar binnen hadden gestoken, hoe de lol 'compleet, maar dan ook compleet ' uit zijn seksleven was verdwenen en 'dat een spontane sekssessie er echt niet meer in zat.' Fijn, Tinus. Wat goed om te weten. Bedankt. Ik kende de vriendin-die-geen-echtgenote-wilde-worden niet, maar wist nu dat er een naald van een halve meter in haar eierstokken was geprikt. Vredig sterven was ineens niet meer lastig.
Het deed me denken aan iets wat iemand afgelopen zaterdag tegen me zei. Ik was aan het werk en stond met een collega achter de balie. Voor mij stond een jongen met wie ik ooit iets heb gedronken, maar wat verder geen vervolg kreeg. Toch zien en spreken we elkaar nog regelmatig en zijn dan hartelijker dan gewoonlijk – iets wat bij mijn collega's opgetrokken wenkbrauwen veroorzaakt. Toen de man in kwestie weg was, schoof er een andere man in mijn gezichtsveld, met een kind. Ik hielp hem, en terwijl hij aan het pinnen was mijmerde ik: 'Ik heb ooit een date met hem gehad... leuke man...' Mijn collega vroeg, of we wat hadden gedronken. Vóór ik haar antwoord kon geven werden we onderbroken door de pinnende klant, die met een vies gezicht afkeurend zei: 'Dat soort dingen moet je eigenlijk niet bespreken waar klanten bij zijn!'
Betrapt boog ik mijn hoofd: de man had behoorlijk gelijk. Mijn privéleven ging hem inderdaad niets aan. Hoewel ik me wel tot hem richtte, hem aankeek op de momenten dat het nodig was en pas afdwaalde toen hij pinde – iets wat hij echt alleen moet doen – was het niet zo netjes om in zijn gehoorsafstand over mijn date te mijmeren. Het punt was alleen dat ik niet inhoudelijk over mijn date sprak: ik probeerde slechts de wenkbrauwen van mijn collega weer omlaag te praten. Zoveel was er dus niet aan de hand. U weet niet hoe vaak ik bij het afrekenen in de supermarkt bijvoorbeeld helemaal niet word gegroet of aangesproken, laat staan aangekeken, en hoeveel details over feestjes, nagellak, vriendjes of schaamhaarmode mij al in volle intimiteit onbekommerd zijn meegedeeld. Ja, de man had een punt en nee, laten we vooral niet overdrijven.
Vergelijk ik mijzelf graag met Albert Heijn-caissières? Legitimeert hun slechte aandachtsspanne de mijne, die inderdaad wat te wensen overliet? Natuurlijk niet. Waarschijnlijk was ik de zesde caissière die langs hem heen had gekeken die dag, terwijl ze haar privéleven besprak. Of misschien had de man net een cursus Klantvriendelijkheid in de Praktijk gevolgd – of gegeven. Discussie over dit soort dingen is zinloos, dus ik hield mijn mond. U vraagt, wij draaien niet.
Wat de pinner bedoelde, werd mij pas echt duidelijk toen ik tegenover Tinus zat. Luisterend naar zijn verhalen over moeizame conceptie, haaruitval van zijn vriendin en de verstrekkende gevolgen van hormoontherapie twee jaar na dato bereikte mijn geduld een eind. Daarom deed ik een belofte aan mijzelf: ik zal niet meer over mijn leven praten in ongeschikt gezelschap. Discretie is een groot goed. Ik wist het allang, maar werd nu nog eens met mijn neus op de chagrijnige feiten gedrukt.
In ieder geval wens ik Tinus veel succes bij het verwekken van zijn tweede telg. Wie weet lukt het als hij stopt met roken, of een weekje in een stilteklooster boekt, of een beugel neemt met een bleeksessie er bovenop - krijgen de Turken ook eens rust. Maar dat heb ik natuurlijk niet gezegd. Sommige dingen kun je beter voor je houden.
Ze waren mij niets verplicht, bovendien was het spitsuur. Toch nam ik hen hun onbeschoftheid kwalijk. Zelfs naar buiten kijken lukte niet - slechts mijn eigen reflectie staarde terug. Wat ik vreesde en verwachtte werd al snel waarheid: de Persoonlijke Zaken kwamen op tafel. De man, die ik voor het gemak Tinus zal dopen, begin over zijn vriendin en vertelde dat ze niet van vliegen hield. Tanja, zijn metgezel, vroeg daarop verbaasd of hij niet getrouwd was. Wat volgde was een licht defensieve, licht besmuikte en volstrekt onnodige verklaring over het waarom. Ik hoorde achtereenvolgens 'ben niet gelovig ofzo', 'hoef niet zo nodig in de belangstelling te staan,' 'm'n vriendin vindt het ook niet belangrijk zegt ze,' 'we leven toch al zo goed als getrouwd' en 'tis wel duur, dus!' Wel hadden ze samen een kind. Tanja, koningin van de subtiele vragen, vroeg of er nog een tweede kwam. Tinus dacht van niet. 'Als het gebeurt, dan gebeurt het, maar het krijgen van de eerste was al geen pretje. Nee, ik heb daar echt weinig plezier aan beleefd, dat was verre van leuk.' Tinus had, zo viel mij in die korte tijd al op, teveel tanden voor zijn bovenkaak en een milde slis doorspekte zijn spraak. De nicotine had zijn gebit verkleurd en zijn tanden waren al even onbeteugeld als zijn meedeelzaamheid. Ze klauwden over elkaar heen als Turkse huismoeders op de Lapjesmarkt van zaterdag, azend op een plek vooraan.
Twee noties, lieve lezer, kwamen in mij op. Als Tinus geen plezier beleefde aan het vervullen van de zo-goed-als-echtelijke plicht, dan zou dat tweede kind er inderdaad niet komen. Bij mijn weten was de conceptie nog het leukste deel van het proces, maar in de bevalling had hij lichamelijk gezien toch helemaal geen deel. Geheel in stijl met hoe de naïviteit van de man soms naar boven komt, legde Tinus met wilde gebaren aan Tanja – en ook aan mij – uit hoe groot de naald was die ze bij zijn vriendin naar binnen hadden gestoken, hoe de lol 'compleet, maar dan ook compleet ' uit zijn seksleven was verdwenen en 'dat een spontane sekssessie er echt niet meer in zat.' Fijn, Tinus. Wat goed om te weten. Bedankt. Ik kende de vriendin-die-geen-echtgenote-wilde-worden niet, maar wist nu dat er een naald van een halve meter in haar eierstokken was geprikt. Vredig sterven was ineens niet meer lastig.
Het deed me denken aan iets wat iemand afgelopen zaterdag tegen me zei. Ik was aan het werk en stond met een collega achter de balie. Voor mij stond een jongen met wie ik ooit iets heb gedronken, maar wat verder geen vervolg kreeg. Toch zien en spreken we elkaar nog regelmatig en zijn dan hartelijker dan gewoonlijk – iets wat bij mijn collega's opgetrokken wenkbrauwen veroorzaakt. Toen de man in kwestie weg was, schoof er een andere man in mijn gezichtsveld, met een kind. Ik hielp hem, en terwijl hij aan het pinnen was mijmerde ik: 'Ik heb ooit een date met hem gehad... leuke man...' Mijn collega vroeg, of we wat hadden gedronken. Vóór ik haar antwoord kon geven werden we onderbroken door de pinnende klant, die met een vies gezicht afkeurend zei: 'Dat soort dingen moet je eigenlijk niet bespreken waar klanten bij zijn!'
Betrapt boog ik mijn hoofd: de man had behoorlijk gelijk. Mijn privéleven ging hem inderdaad niets aan. Hoewel ik me wel tot hem richtte, hem aankeek op de momenten dat het nodig was en pas afdwaalde toen hij pinde – iets wat hij echt alleen moet doen – was het niet zo netjes om in zijn gehoorsafstand over mijn date te mijmeren. Het punt was alleen dat ik niet inhoudelijk over mijn date sprak: ik probeerde slechts de wenkbrauwen van mijn collega weer omlaag te praten. Zoveel was er dus niet aan de hand. U weet niet hoe vaak ik bij het afrekenen in de supermarkt bijvoorbeeld helemaal niet word gegroet of aangesproken, laat staan aangekeken, en hoeveel details over feestjes, nagellak, vriendjes of schaamhaarmode mij al in volle intimiteit onbekommerd zijn meegedeeld. Ja, de man had een punt en nee, laten we vooral niet overdrijven.
Vergelijk ik mijzelf graag met Albert Heijn-caissières? Legitimeert hun slechte aandachtsspanne de mijne, die inderdaad wat te wensen overliet? Natuurlijk niet. Waarschijnlijk was ik de zesde caissière die langs hem heen had gekeken die dag, terwijl ze haar privéleven besprak. Of misschien had de man net een cursus Klantvriendelijkheid in de Praktijk gevolgd – of gegeven. Discussie over dit soort dingen is zinloos, dus ik hield mijn mond. U vraagt, wij draaien niet.
Wat de pinner bedoelde, werd mij pas echt duidelijk toen ik tegenover Tinus zat. Luisterend naar zijn verhalen over moeizame conceptie, haaruitval van zijn vriendin en de verstrekkende gevolgen van hormoontherapie twee jaar na dato bereikte mijn geduld een eind. Daarom deed ik een belofte aan mijzelf: ik zal niet meer over mijn leven praten in ongeschikt gezelschap. Discretie is een groot goed. Ik wist het allang, maar werd nu nog eens met mijn neus op de chagrijnige feiten gedrukt.
In ieder geval wens ik Tinus veel succes bij het verwekken van zijn tweede telg. Wie weet lukt het als hij stopt met roken, of een weekje in een stilteklooster boekt, of een beugel neemt met een bleeksessie er bovenop - krijgen de Turken ook eens rust. Maar dat heb ik natuurlijk niet gezegd. Sommige dingen kun je beter voor je houden.
Labels:
emotie,
ergernis,
klasse,
omgangsvormen,
overpeinzing,
reizen,
trein
Abonneren op:
Posts (Atom)