(Lees hier Parel (1) en Parel (2).)
Het derde deel van dit luik – ik ben er niet over uit hoeveel delen het gaat krijgen – wil ik wijden aan John Frusciante, de parel die steeds meer op zijn oester begon te lijken en nu slechts zachtjes glimt. Maar laat ik zijn talent, hoe verspild ook, niet verder bederven met quasipoezie.
Ergens in het begin van de jaren negentig ging het namelijk mis met John Frusciante. Als jongste lid van de Red Hot Chili Peppers heeft de toegang tot drugs en de roem het meest z'n wissel op hem getrokken en hoewel Flea, het oudste bandlid, hem nog wel heeft geprobeerd te helpen, schrok ik van de documentaire over hem.
Groezelig, sterk vermagerd en hologig zonder enige kleur in zijn gezicht anders dan de gelige teint van tabak en icterus ratelt hij maar door over wat hij belangrijk vindt in het leven. Wonder boven wonder komt er af en toe nog iets zinnigs uit over liefde, passies en muziek en de dochter van Flea, Clara. De stukjes die hij speelt zijn afschuwelijk maar hij hoort dat zelf gelukkig niet. Zijn ogen zijn groot alsof hij door ze wijdopen te sperren meer kan zien, maar het effect is nogal angstaanjagend. Hij knippert niet. Ook de glans is onnatuurlijk. De verandering in zijn mimiek, stem en gedrag is enorm.
Het scheelt dat hij nog wel kan en wil praten en zachtaardig antwoordt op alle vragen. Hij is nog steeds knap en zijn magerte accentueert zijn jukbeenderen en volle lippen. Zijn haar is vol en aantrekkelijk lang, al heeft het een wasbeurt nodig. Maar dat geldt eigenlijk voor de hele John. Om over zijn gebit, of wat er van over is, nog maar te zwijgen. Waar zijn die hete gitaristenarmen gebleven? Waar is die krachtige stem, dat gezonde lijf? Wie zal het zeggen. Het enige wat ik zie is het Peppers-logo op zijn rechteronderarm. Hij is hier pas 24, en hoe jong hij geestelijk is komt ook naar voren in zijn kinderlijke opvattingen over de hele sfeer rond rock 'n' roll Als kerel een roze broek aantrekken en wat kohl om je ogen smeren maakt je nog geen biseksueel, ook niet als David Bowie het doet. Ik heb vooral met deze briljante gitarist te doen, want hij ziet zelf niet hoe erg het met hem gesteld is.
En toch ziet hij er direct na het afkicken wezenloos en verloren uit; tijdens zijn verslaving was zijn blik tenminste nog begeisterd – opiaat-geïnduceerd weliswaar, maar toch, hij was geestdriftig. Men zegt dat je vanwege de veranderingen in je hersenen na een heroïneverslaving nergens meer van kunt genieten, omdat je genotcentra vernacheld zijn. Heroïne geeft vanaf het eerste gebruik zo'n kick in je hersenen dat niets dat gevoel ooit nog zal evenaren. Ik baseer mijn beslissingen niet graag op angst, maar dat is voor mij een reden om het niet te gebruiken. Je weet natuurlijk niet of het klopt, maar als ik naar John kijk, ben ik geneigd te denken dat het waar is.
De paar nummers die ik op youtube heb kunnen vinden van Niandra Lades and Usually Just a T-shirt – Johns minstens zo verslaafde vrouwelijke alter ego en muzikale soloproject in die tijd – doen nog het meest denken aan Axel Rose met een slechte dag – al kun je dat van het gitaarspel dan weer niet zeggen. Godzijdank is gitaarspelen voor John/Niandra zo'n ingesleten gewoonte dat die paar lijntjes hem dat niet doen vergeten.
Op zichzelf is het heel anders dan wat hij tot dan toe gedaan heeft, maar zonder vergelijkingsmateriaal niet eens heel slecht. Ik fluister dit, want sommige uithalen zijn wel verschrikkelijk en zijn vingers gaan soms sneller dan, nou ja, de rest van het lied. Waardoor het ritme ver te zoeken is. I'm an addict and I'm not afraid to show it straalt er vanaf. Ook de gebruikelijke opbouw van dubbel couplet, refrein en bridge heeft hij subiet het bruin aangeslagen raam uitgeflikkerd.
Anno 2013 gaat het weer aardig met John. Hij is weer zo goed als clean, stelt z'n prioriteiten en is naar voorbeeld van vriend Flea getrouwd met een wat jongere vrouw. Ik denk dat ik de Frusciante-mythe in stand houd door zijn hedendaagse tracks aan me voorbij te laten gaan. Wat ik eerder ook al opmerkte: in een muzikale groep gaat het om de chemie. Ik ben nog niet klaar voor het nieuwe werk. Maar dat komt wel.
In de maak: Parel (4)
woensdag 25 september 2013
woensdag 18 september 2013
Gier
Er was eens een meisje dat niet veel verlangde. Althans, haar verlangens staken niet al te hoog boven het maaiveld uit. Ze was dankbaar voor alles wat ze al had: liefhebbende ouders, een leuke baan, lieve vrienden en alle tassen, schoenen en ringen die ze zich wensen kon. Wat ze er graag bij wilde: een leuke man.
Op een schone dag vond dit meisje een man. Hij was energiek en enthousiast en nam haar mee op stap. Ze hielden stil bij een koffietentje en terwijl ze de kaart bekeek, zei de man: 'Ik weet niet of je dit kunt betalen... ik moet namelijk op mijn geld letten....'
Het meisje duwde haar wenkbrauwen net zo snel naar beneden als ze in opperste verbazing omhoog waren geschoten, want ze was beleefd en welopgevoed. Nog nooit had een man op de eerste date zoiets tegen haar gezegd.
Natuurlijk was ze geëmancipeerd en daarnaast ook begripvol. Waarschijnlijk kwamen zijn woorden er zo lomp en ongemanierd uit omdat hij zich schaamde. Ze zei daarom dat het niet gaf en liet hem niets merken. Maar de twijfel was gezaaid. De man gaf de twijfel water toen hij de rekening zag:
'Dit is nog wel een lage rekening, dus die zal ik nu betalen. Bij de volgende gelegenheid krijg ik dan wat van jou, okee?'
Het bedrag behelsde twee koppen thee en het meisje kon de gedachte dat dit van kwaad tot erger zou groeien niet van zich afzetten. Ging het zelfs nog om lunch of diner dan had ze het nog iets beter kunnen begrijpen, maar dit...! Emancipatie had hier niets mee te maken: het was ronduit onbeschoft. Hoe hard ze zichzelf ook voorhield dat het niet uitmaakte en dat ze hem niet op één daad mocht beoordelen, het beïnvloedde het respect en de achting die ze voor de man had. Dat vond ze jammer, want hij was verder innemend en gezellig. Maar gierigheid is bepaald geen aantrekkelijke eigenschap.
Na een tijdje zagen zij elkaar voor de tweede keer. Het meisje had zachtjesaan al besloten dat dit de laatste keer zou worden, want zijn gierigheid viel haar extra op omdat ze hem niet leuk genoeg vond. Door zo krampachtig te doen over de kleine som had hij zichzelf bovendien al buiten de friendzone geplaatst - laat staan dat hij nog in andere zones zou komen. Het ging niet om zijn gebrek aan middelen an sich of om zijn schijnbare onbereidwilligheid die met haar te delen, maar om de manier waarop hij dit aan haar kenbaar maakte. Het meisje had wel armere mannen gedate, die in zo'n geval háár wijn betaalden en zelf water dronken – en ze was hen altijd dankbaar voor hun mannelijkheid, hun hoffelijkheid, hun gentlemanness. Dit stond daar haakser dan haaks op.
Toch wilde ze graag geloven dat het een eenmalige misstap was.
Té graag, zo bleek, want hij deed het nog een keer. Hij nam haar mee naar een gelegenheid waar ze gratis koffie konden drinken. Ze brachten de middag samen door en lachten en kletsten en heel, heel langzaam liet het meisje iets van haar argwaan en achterdocht zakken. Na de tweede en laatste stop in een café gebeurde er echter iets: de man liet het meisje betalen.
Het ging niet om het wederkerige rondje, want de koffie ervóór was gratis geweest. Hij pakte zijn portemonnee zelfs niet voor de show, deed niet eens alsof hij van plan was bij te dragen en stelde niet voor de rekening te delen.
De man liet het meisje voor hem betalen en knipperde niet eens met zijn ogen.
Met haar laatste zelfbeheersing reisde het meisje met hem naar het afscheidspunt. Ze repte met geen woord over het voorval: waar zou ze moeten beginnen bij een man die er geen moeite mee had zich door een dame te laten fêteren? Nodeloos te zeggen dat dit hun laatste ontmoeting zou zijn, al was het afscheid beheerst en zonder verwijt. Bovendien had zij er zelf mee ingestemd hem een tweede keer te ontmoeten: hiertoe had hij haar, in tegenstelling tot het geven van rondjes, niet verplicht.
'Er is geen chemie tussen ons, al heb ik wel genoten van ons samenzijn,' zei de man nog. 'Dat geloof ik graag,' dacht het meisje. 'Hoe zou dat komen...' Ze zag het niet als haar taak om lomperiken op te voeden, bovendien had hij dit vast minder gretig van haar aangepakt.
En de moraal van het verhaal? Ben je een echte man en wil je dat je dame je zo blijft zien, neem de rekening dan op, al kost het je je laatste snik. Je merkt het misschien niet meteen, maar zij en jij zullen je er extra om waarderen en respecteren.
Het meisje en de man hebben elkaar nooit meer gezien: kort na de ontmoeting kwam ze een ridder tegen met wie ze een gelijkwaardige, evenwichtige relatie opbouwde op basis van vertrouwen, wederzijdse hoffelijkheid en bijbehorende chemie. En ze leefden nog lang en gelukkig.
Op een schone dag vond dit meisje een man. Hij was energiek en enthousiast en nam haar mee op stap. Ze hielden stil bij een koffietentje en terwijl ze de kaart bekeek, zei de man: 'Ik weet niet of je dit kunt betalen... ik moet namelijk op mijn geld letten....'
Het meisje duwde haar wenkbrauwen net zo snel naar beneden als ze in opperste verbazing omhoog waren geschoten, want ze was beleefd en welopgevoed. Nog nooit had een man op de eerste date zoiets tegen haar gezegd.
Natuurlijk was ze geëmancipeerd en daarnaast ook begripvol. Waarschijnlijk kwamen zijn woorden er zo lomp en ongemanierd uit omdat hij zich schaamde. Ze zei daarom dat het niet gaf en liet hem niets merken. Maar de twijfel was gezaaid. De man gaf de twijfel water toen hij de rekening zag:
'Dit is nog wel een lage rekening, dus die zal ik nu betalen. Bij de volgende gelegenheid krijg ik dan wat van jou, okee?'
Het bedrag behelsde twee koppen thee en het meisje kon de gedachte dat dit van kwaad tot erger zou groeien niet van zich afzetten. Ging het zelfs nog om lunch of diner dan had ze het nog iets beter kunnen begrijpen, maar dit...! Emancipatie had hier niets mee te maken: het was ronduit onbeschoft. Hoe hard ze zichzelf ook voorhield dat het niet uitmaakte en dat ze hem niet op één daad mocht beoordelen, het beïnvloedde het respect en de achting die ze voor de man had. Dat vond ze jammer, want hij was verder innemend en gezellig. Maar gierigheid is bepaald geen aantrekkelijke eigenschap.
Na een tijdje zagen zij elkaar voor de tweede keer. Het meisje had zachtjesaan al besloten dat dit de laatste keer zou worden, want zijn gierigheid viel haar extra op omdat ze hem niet leuk genoeg vond. Door zo krampachtig te doen over de kleine som had hij zichzelf bovendien al buiten de friendzone geplaatst - laat staan dat hij nog in andere zones zou komen. Het ging niet om zijn gebrek aan middelen an sich of om zijn schijnbare onbereidwilligheid die met haar te delen, maar om de manier waarop hij dit aan haar kenbaar maakte. Het meisje had wel armere mannen gedate, die in zo'n geval háár wijn betaalden en zelf water dronken – en ze was hen altijd dankbaar voor hun mannelijkheid, hun hoffelijkheid, hun gentlemanness. Dit stond daar haakser dan haaks op.
Toch wilde ze graag geloven dat het een eenmalige misstap was.
Té graag, zo bleek, want hij deed het nog een keer. Hij nam haar mee naar een gelegenheid waar ze gratis koffie konden drinken. Ze brachten de middag samen door en lachten en kletsten en heel, heel langzaam liet het meisje iets van haar argwaan en achterdocht zakken. Na de tweede en laatste stop in een café gebeurde er echter iets: de man liet het meisje betalen.
Het ging niet om het wederkerige rondje, want de koffie ervóór was gratis geweest. Hij pakte zijn portemonnee zelfs niet voor de show, deed niet eens alsof hij van plan was bij te dragen en stelde niet voor de rekening te delen.
De man liet het meisje voor hem betalen en knipperde niet eens met zijn ogen.
Met haar laatste zelfbeheersing reisde het meisje met hem naar het afscheidspunt. Ze repte met geen woord over het voorval: waar zou ze moeten beginnen bij een man die er geen moeite mee had zich door een dame te laten fêteren? Nodeloos te zeggen dat dit hun laatste ontmoeting zou zijn, al was het afscheid beheerst en zonder verwijt. Bovendien had zij er zelf mee ingestemd hem een tweede keer te ontmoeten: hiertoe had hij haar, in tegenstelling tot het geven van rondjes, niet verplicht.
'Er is geen chemie tussen ons, al heb ik wel genoten van ons samenzijn,' zei de man nog. 'Dat geloof ik graag,' dacht het meisje. 'Hoe zou dat komen...' Ze zag het niet als haar taak om lomperiken op te voeden, bovendien had hij dit vast minder gretig van haar aangepakt.
En de moraal van het verhaal? Ben je een echte man en wil je dat je dame je zo blijft zien, neem de rekening dan op, al kost het je je laatste snik. Je merkt het misschien niet meteen, maar zij en jij zullen je er extra om waarderen en respecteren.
Het meisje en de man hebben elkaar nooit meer gezien: kort na de ontmoeting kwam ze een ridder tegen met wie ze een gelijkwaardige, evenwichtige relatie opbouwde op basis van vertrouwen, wederzijdse hoffelijkheid en bijbehorende chemie. En ze leefden nog lang en gelukkig.
Labels:
date,
emotie,
ergernis,
omgangsvormen,
verwachtingen
donderdag 12 september 2013
Snel bekeken
Niemand zal kunnen zeggen dat ik het geen kans heb gegeven. Gepoederd, geföhnd en hooggehakt kijk ik eens voorzichtig om mij heen. De categorie waar ik me voor heb opgegeven is 20-35 jaar, maar wat ik vooral zie zijn overjarige playboys en verlepte lelies. Het speeddaten heb ik overgeslagen en ik ben fashionably late voor het begin van de singleborrel, in de hoop op een soepele blend met het gezelschap. Toch moet ik in de rij, waarbij ik de man die nu alvast schutterig contact probeert te maken negeer.
Ik sluit aan achter een groepje vrouwen dat duidelijk niet van plan is mij uit misplaatste solidariteit op te nemen in hun groep. Ik zie verwachtingsvolle angst in hun ogen: ze vragen zich af waarom ik hier alleen ben, maar denken aan het aanbod in de zaal. We zijn vrouwen, maar tevens concurrenten. Ik ben jonger en als alleengaande makkelijker benaderbaar – ze lachen vluchtig en keren zich om. Ik ben hier niet om vriendinnen te maken, en zeker geen kaarslichtvrouwen met sensible heels en suffe kleren. Niets mis met vrouwelijke solidariteit, maar ik deel die van hen niet, misplaatst of gegrond. In de quest to be found is het sowieso beter om alleen te zijn. Dus ik schud mijn krullen en steek mijn fraaie neusje een paar millimeter omhoog. Als ik me al ergens bij aan moet sluiten, dan liever bij de spaarzame under-thirty-ers die er wél aardig en leuk uitzien.
Nadat ik een keycord met een slotje er aan heb gekregen ('Mannen krijgen sleutels, zo kan een man kijken of zijn sleutel op je slot past': briljánt, en zo geëmancipeerd, en zo quasi-freudiaans...!) stiefel ik naar binnen. Eerst maar een drankje dan. Ik ben niet gewend mijn eigen drank te betalen, maar op wat nieuwsgierige blikken na spreekt geen man me aan. Aan de bar kom ik echter in contact met een makelaar die gezelschap zoekt. Hij is weliswaar wat te oud, maar ik hunker naar een gesprek, dus ik laat hem zijn gang gaan en probeer me oprecht te interesseren voor zijn bezigheden. Hij heeft een soort grijzige kaas tussen zijn tanden en de knoflookolijven zijn niet aan hem voorbij gegaan vanavond, maar hee, het is een begin en hij best aardig. Als ik op het randje van flauwvallen sta, neem ik snel afscheid.
Er zijn inmiddels zo'n honderd deelnemers in een ruimte van krap 30m2. Je zou denken dat dat hitsig en sfeerverhogend werkt, maar niets is minder waar – ik vrees dat de hitte mijn make-up zal doen uitlopen. Ook ruik ik iets onfris, wat is dat toch? Oh, de geur van zweet-met-nerd... Ik zucht en maak alvast plannen voor de volgende kroeg. Het is mooi geweest, ik heb het geprobeerd.
Tijdens het ontwijken van de leidster, die me op de foto probeert te krijgen, kom ik op de valreep nog de man tegen wiens sleutel in mijn slot past. We hebben een goed gesprek – zo goed dat ik andere deelnemers zie kijken of we elkaar niet stiekem al langer kennen. Godzijdank biedt hij me iets te drinken aan. Mijn jas laat ik nog even hangen.
De achter-mij-in-de-rij-man loopt nog nog een paar keer langs, lacht bemoedigend, maar als ik nu mijn gesprek onderbreek is dat lomp en onaardig, ondanks dat ik mijn geld niet op één paard in hoef te zetten. Achterman had me gewoon direct aan moeten spreken, dan was ik nu wellicht met hém aan het praten. Helaas.
Zou ik het nog eens doen, singleborrelen? Misschien, als ik zeker zou weten dat de mannen qua leeftijd méér op mij waren toegespitst. Een volgende keer zal ik ook echt gaan speeddaten, en niet alleen de borrel meemaken. Mijn verwachtingen waren duidelijk te hoog. Ik heb flink wat schroom moeten overwinnen om hier naar toe te komen – dat is blijkbaar voor méér mensen het geval geweest, en velen zijn niet geslaagd.
Mijn belangrijkste conclusie: ik denk dat ik te jong ben voor dit soort evenementen, of het niet serieus genoeg neem. Ik heb vooral binnensmonds gelachen om de karikaturen de ik heb gespot vanavond. Op een totaal van 50 kerels met dezelfde missie is één gesprek echter bedroevend weinig – op een 'normale' avond is dat vaak al meer. In plaats van dat het doel van die avond de bijeenkomst soepeler maakte, ging het eigenlijk vrij stroef.
Dus zou ik het nog eens doen? Nee.
Bij het speeddaten zijn de drankjes tenminste inbegrepen...
Ik sluit aan achter een groepje vrouwen dat duidelijk niet van plan is mij uit misplaatste solidariteit op te nemen in hun groep. Ik zie verwachtingsvolle angst in hun ogen: ze vragen zich af waarom ik hier alleen ben, maar denken aan het aanbod in de zaal. We zijn vrouwen, maar tevens concurrenten. Ik ben jonger en als alleengaande makkelijker benaderbaar – ze lachen vluchtig en keren zich om. Ik ben hier niet om vriendinnen te maken, en zeker geen kaarslichtvrouwen met sensible heels en suffe kleren. Niets mis met vrouwelijke solidariteit, maar ik deel die van hen niet, misplaatst of gegrond. In de quest to be found is het sowieso beter om alleen te zijn. Dus ik schud mijn krullen en steek mijn fraaie neusje een paar millimeter omhoog. Als ik me al ergens bij aan moet sluiten, dan liever bij de spaarzame under-thirty-ers die er wél aardig en leuk uitzien.
Nadat ik een keycord met een slotje er aan heb gekregen ('Mannen krijgen sleutels, zo kan een man kijken of zijn sleutel op je slot past': briljánt, en zo geëmancipeerd, en zo quasi-freudiaans...!) stiefel ik naar binnen. Eerst maar een drankje dan. Ik ben niet gewend mijn eigen drank te betalen, maar op wat nieuwsgierige blikken na spreekt geen man me aan. Aan de bar kom ik echter in contact met een makelaar die gezelschap zoekt. Hij is weliswaar wat te oud, maar ik hunker naar een gesprek, dus ik laat hem zijn gang gaan en probeer me oprecht te interesseren voor zijn bezigheden. Hij heeft een soort grijzige kaas tussen zijn tanden en de knoflookolijven zijn niet aan hem voorbij gegaan vanavond, maar hee, het is een begin en hij best aardig. Als ik op het randje van flauwvallen sta, neem ik snel afscheid.
Er zijn inmiddels zo'n honderd deelnemers in een ruimte van krap 30m2. Je zou denken dat dat hitsig en sfeerverhogend werkt, maar niets is minder waar – ik vrees dat de hitte mijn make-up zal doen uitlopen. Ook ruik ik iets onfris, wat is dat toch? Oh, de geur van zweet-met-nerd... Ik zucht en maak alvast plannen voor de volgende kroeg. Het is mooi geweest, ik heb het geprobeerd.
Tijdens het ontwijken van de leidster, die me op de foto probeert te krijgen, kom ik op de valreep nog de man tegen wiens sleutel in mijn slot past. We hebben een goed gesprek – zo goed dat ik andere deelnemers zie kijken of we elkaar niet stiekem al langer kennen. Godzijdank biedt hij me iets te drinken aan. Mijn jas laat ik nog even hangen.
De achter-mij-in-de-rij-man loopt nog nog een paar keer langs, lacht bemoedigend, maar als ik nu mijn gesprek onderbreek is dat lomp en onaardig, ondanks dat ik mijn geld niet op één paard in hoef te zetten. Achterman had me gewoon direct aan moeten spreken, dan was ik nu wellicht met hém aan het praten. Helaas.
Zou ik het nog eens doen, singleborrelen? Misschien, als ik zeker zou weten dat de mannen qua leeftijd méér op mij waren toegespitst. Een volgende keer zal ik ook echt gaan speeddaten, en niet alleen de borrel meemaken. Mijn verwachtingen waren duidelijk te hoog. Ik heb flink wat schroom moeten overwinnen om hier naar toe te komen – dat is blijkbaar voor méér mensen het geval geweest, en velen zijn niet geslaagd.
Mijn belangrijkste conclusie: ik denk dat ik te jong ben voor dit soort evenementen, of het niet serieus genoeg neem. Ik heb vooral binnensmonds gelachen om de karikaturen de ik heb gespot vanavond. Op een totaal van 50 kerels met dezelfde missie is één gesprek echter bedroevend weinig – op een 'normale' avond is dat vaak al meer. In plaats van dat het doel van die avond de bijeenkomst soepeler maakte, ging het eigenlijk vrij stroef.
Dus zou ik het nog eens doen? Nee.
Bij het speeddaten zijn de drankjes tenminste inbegrepen...
woensdag 4 september 2013
Farceren
Vorige week kocht ik de zomereditie van het populair-wetenschappelijke tijdschrift Psychologie Magazine. Toen ik het blad uit had was er aan de andere kant van dit kantelnummer nog 20 bladzijden vol testen gereserveerd – omdat het testgedeelte op de site altijd zo populair is, stond erbij.
Er was een tijd dat ik iedere test die mij onder ogen kwam ook maakte. Ben jij een twijfelaar?, Ben je een goede vriendin?, De grote flirttest: alsof pakweg tien zéér algemene vragen met nog doorzichtigere antwoorden werkelijk inzicht zouden kunnen geven in mijn psyche. Het enige waar ze, gezien de Fancy- leeftijd die ik toen had en de bron van de test - diezelfde Fancy - werkelijk antwoord op gaven was de vraag of ik een onzekere doch licht narcistische puber was die veel bevestiging nodig had. (Ja, dat gáát samen – waarom zou ik de test anders maken?)
Een voorbeeld. De vraag:
Je bent op een date die je niet heel erg ziet zitten. Eigenlijk wil je het liefst snel naar huis. Wat doe je?
A) Je speelt open kaart, probeert er het beste van te maken en gaat als vrienden uit elkaar.
B) Je krabt in je kruis, gaapt, boert, peutert tussen je tanden en laat een harde scheet in de hoop dat hij op je afknapt.
C) Je krijgt plotseling een ontzettende hoestaanval en haast je naar de damestoiletten, waar je via het WC-raam ontsnapt. Je jas haal je morgen wel op.
Wat zou u doen als u zestien jaar was, met een hypofyse vol amok? Ik was toen niet zo'n veeldater als nu, maar sindsdien zijn er dates geweest waar ik zonder twijfel optie C had gekozen en mijn jas niet eens was komen ophalen. Zelfs nu ik in de twintig ben klinkt de eerste optie het meest volwassen maar tegelijkertijd het lompst (Luister kerel, ik wind er geen doekjes om: ik vind je niet heet, maar drink gerust je bier op...) en is optie B 'geen optie', omdat het niet hoeven aankijken van het conflict me de slechte indruk niet waard is (want ik ben Verantwoordelijk...).
Je manipuleert de uitslag zogezegd al zonder het te willen. Het resultaat zal dan ook leiden naar de persoonlijkheid die je graag wilt belichamen, in plaats van de persoonlijkheid die je, in Fancy-kleine lijnen, hebt. Waarmee ik maar wil zeggen: zo'n 'test' is eigenlijk niet eens oprecht te maken, in beide opzichten.
Maar voor Psychologie Magazine ligt dat anders. Daar doen ze zelfs aan het omdraaien van testuitslag, zodat je niet het antwoord met het gewenst aantal punten kunt gokken. Het aantal vragen is groter en de uitkomsten genuanceerder. De testen zijn niet bedacht door stagiaires met teveel tijd en omgekeerd evenredig weinig datingervaring. (Zeg nou zelf: wie is er ooit door een WC-raam ontsnapt? Spin City, much?) In tegendeel: ze zijn gemaakt door prominente, zij het veelal Amerikaanse maar daarom wellicht nog geloofwaardigere heren (!) van de wetenschap – van middelbare leeftijd. En men mag van lezers verwachten dat ze de uitslag niet al te letterlijk op zichzelf betrekken, want het lezerspubliek van PM heeft enige zelfkennis en is bereid tot afstand nemen. (Of valt dat onder zelfontkenning?)
Heb ik de laatste twintig pagina's overgeslagen? Nee, want ik heb er voor betaald. (Ik ben, meer dan gemiddeld, een Hollander.) Waar ik werkelijk een test over zou willen maken, is wat zo'n uitslag met je doet, en beter, wat jij met de uitslag doet. Als de uitslag tegenvalt vind ik dat namelijk niet leuk. Nou, en ik zou weleens willen weten wat het effect dáárvan zegt over mijn persoonlijkheid. Test away, Mr middle aged academic America. Welke rij hokjes moet er worden gekleurd?
Er was een tijd dat ik iedere test die mij onder ogen kwam ook maakte. Ben jij een twijfelaar?, Ben je een goede vriendin?, De grote flirttest: alsof pakweg tien zéér algemene vragen met nog doorzichtigere antwoorden werkelijk inzicht zouden kunnen geven in mijn psyche. Het enige waar ze, gezien de Fancy- leeftijd die ik toen had en de bron van de test - diezelfde Fancy - werkelijk antwoord op gaven was de vraag of ik een onzekere doch licht narcistische puber was die veel bevestiging nodig had. (Ja, dat gáát samen – waarom zou ik de test anders maken?)
Een voorbeeld. De vraag:
Je bent op een date die je niet heel erg ziet zitten. Eigenlijk wil je het liefst snel naar huis. Wat doe je?
A) Je speelt open kaart, probeert er het beste van te maken en gaat als vrienden uit elkaar.
B) Je krabt in je kruis, gaapt, boert, peutert tussen je tanden en laat een harde scheet in de hoop dat hij op je afknapt.
C) Je krijgt plotseling een ontzettende hoestaanval en haast je naar de damestoiletten, waar je via het WC-raam ontsnapt. Je jas haal je morgen wel op.
Wat zou u doen als u zestien jaar was, met een hypofyse vol amok? Ik was toen niet zo'n veeldater als nu, maar sindsdien zijn er dates geweest waar ik zonder twijfel optie C had gekozen en mijn jas niet eens was komen ophalen. Zelfs nu ik in de twintig ben klinkt de eerste optie het meest volwassen maar tegelijkertijd het lompst (Luister kerel, ik wind er geen doekjes om: ik vind je niet heet, maar drink gerust je bier op...) en is optie B 'geen optie', omdat het niet hoeven aankijken van het conflict me de slechte indruk niet waard is (want ik ben Verantwoordelijk...).
Je manipuleert de uitslag zogezegd al zonder het te willen. Het resultaat zal dan ook leiden naar de persoonlijkheid die je graag wilt belichamen, in plaats van de persoonlijkheid die je, in Fancy-kleine lijnen, hebt. Waarmee ik maar wil zeggen: zo'n 'test' is eigenlijk niet eens oprecht te maken, in beide opzichten.
Maar voor Psychologie Magazine ligt dat anders. Daar doen ze zelfs aan het omdraaien van testuitslag, zodat je niet het antwoord met het gewenst aantal punten kunt gokken. Het aantal vragen is groter en de uitkomsten genuanceerder. De testen zijn niet bedacht door stagiaires met teveel tijd en omgekeerd evenredig weinig datingervaring. (Zeg nou zelf: wie is er ooit door een WC-raam ontsnapt? Spin City, much?) In tegendeel: ze zijn gemaakt door prominente, zij het veelal Amerikaanse maar daarom wellicht nog geloofwaardigere heren (!) van de wetenschap – van middelbare leeftijd. En men mag van lezers verwachten dat ze de uitslag niet al te letterlijk op zichzelf betrekken, want het lezerspubliek van PM heeft enige zelfkennis en is bereid tot afstand nemen. (Of valt dat onder zelfontkenning?)
Heb ik de laatste twintig pagina's overgeslagen? Nee, want ik heb er voor betaald. (Ik ben, meer dan gemiddeld, een Hollander.) Waar ik werkelijk een test over zou willen maken, is wat zo'n uitslag met je doet, en beter, wat jij met de uitslag doet. Als de uitslag tegenvalt vind ik dat namelijk niet leuk. Nou, en ik zou weleens willen weten wat het effect dáárvan zegt over mijn persoonlijkheid. Test away, Mr middle aged academic America. Welke rij hokjes moet er worden gekleurd?
Abonneren op:
Posts (Atom)