Vorige week had ik een prima avond met een prima kerel in een prima kroeg. Ik voelde me gelukkig, ontspannen en vrolijk. Tot het moment dat ik de kroeg uit stapte, want op het terras zat Basarov.
Dit was de zesde keer in korte tijd dat ik hem zag. En omdat zijn uiterlijk in mijn aantrekkelijkheidsspectrum zit, hij niet veel veranderd is en we onze pas de deux geen gelikt einde hebben kunnen geven, valt hij me meteen op. Dat klinkt leuker dan het is, want alle romantische scenario's ten spijt is onze kans echt gewéést.
Dat we elkaar zo vaak tegen komen, zou je kunnen zien als een teken van de voorzienigheid, een uitstekend voorbeeld van Drew Barrymorecharme ('de onvermijdelijke sexy ex') of een andere hint van het universum dat er nog iets moet gebeuren tussen ons.
Wij hebben echter wel vaker réunion à deux: we wonen in dezelfde stad, vinden dezelfde dingen leuk en onze werkplekken bevinden zich vlak bij elkaar. Het is dus niet meer dan logisch dat we elkaar vaak tegenkomen. Daar is niets voorbestemd aan, het is niet eens toeval, het ligt in de lijn der verwachting. In het begin vond ik het vervelend omdat het wondje zo vers was, na een tijdje probeerde ik hem te negeren (hij begon! En je moet toch verder met je leven...) en het is niet leuk om je date tegen te komen op onfrisse momenten, zoals na het sporten (waar enkel de happy sweaty glow je nog kan redden, omdat drank en slaapgebrek tijdelijk hun tol hebben geëist van je voorheen ranke lijf, rozig gezonde wangen en kiss me quick-lippen.)
Het liefst kom je je voormalige date natuurlijk tegen in een fantastische outfit met glanzend haar en de happy glow van gelukzaligheid omdat je leven zo prettig is. Je schrijdt hem tegemoet met een stralende complexie en sterrenogen, omdat jij, gelukkig als je bent, nooit je toevlucht tot suiker, andere koolhydraten of koffie hoeft te nemen om je goed te voelen.
De realiteit is wel eens anders.
Het toeval wil, lieve lezer, dat ik Basarov wat teveel begin te zien, zo vaak dat ik me afvraag of ik er iets mee moet. Terugkeer naar huis om drie uur in de morgen? Bingo, daar is Basarov. Een demonstratie van pro- en anti-Pegida-aanhangers? Basarov en ik zijn er bij. Een reguliere maandagmiddag in een troosteloos winkelcentrum? Een middagje theedrinken in een salon? Basarov is present, en yours truly ook. Een middagje Dudok? Ook Basarov houdt van taart. Een avondje gin in de kroeg? Basarov zit buiten.
Wel verdorie. Hoe kan ik loskomen van unfinished business als de business is waar ik ben?! Dit is niet meer leuk. Als ik eerlijk ben, vind ik dit deel het naarste van de liefde die in de kiem is gesmoord: het gebrek aan afsluiting. Ik ben niet zo lief tegen hem geweest en dat vind ik naar. Het brengt schuldgevoel en twijfel bij mij naar boven en daar houd ik niet van. Het is een garantie op losse eindjes en daar houd ik niet van. Het betekent een gebrek aan controle – en daar houd ik niet van.
Al kan ik in Basarovs geval enkel van milde affectie spreken, het is het gebrek aan waardering voor de energie en moeite die je een een potentiële relatie steekt die me parten speelt. Als je elkaar niet haat maar het 'gewoon' niet klikt, werkt het voor mij het beste als je elkaar daarna óf als een soort distant cousins een knik kunt geven, (werkt bij een andere ex perfect!) óf stilzwijgend overeenkomt dat je je als vreemden gedraagt, óf, (bij voorkeur) dat je elkaar nooit meer hoeft te zien.
Niet vanwege boosheid of wrok. Simpelweg omdat het zo oncomfortabel is.
Ik mag hierbij opmerken dat het tegenovergestelde van liefde-in-haar-kleinste-vorm niet schuldgevoel, ergernis of ongemak is, maar onverschilligheid. Zou hij me echt niets meer doen, dan hoefde ik mijn frustratie niet neer te pennen. Maar ik zei al: ik vind hem aantrekkelijk en ik zie hem overal. Achteraf blij toe dat we niet lang hebben gedate, want dan zou het vagijnverraad driedubbel en dwars hebben toegeslagen. Tot dit nare gevoel slijt, zucht ik me er wel doorheen. Je kunt de boom in, Drew B....