De vraag hoe ik dacht over Zwarte Piet werd mij dit jaar slechts één keer en bewonderenswaardig voorzichtig gesteld door een zeer gewaardeerde collega. Al eerder schreef ik over dit euvel: u kunt het hier teruglezen. Is mijn mening veel veranderd? Evenredig veel als dat we in dit debat zijn opgeschoten.
Eén: ik zag op tv een kleuterjuf, werkzaam op een internationale school. Op de school hanteren ze het traditionele pietenmodel: volledig zwartgeschminkte pieten, die voor een dag hun eigen accent het raam uit mogen gooien en zich een quasi-suri-afri-straattaal-accent aanmeten. Juf beweerde dat de kindjes in haar klas geen problemen hebben met Zetpee, ik parafraseer: 'Hier is het juist iets goeds als je zoveel mogelijk op Zwarte Piet lijkt!'.
Let op de impliciete stelling dat Zwarte Piet voorgenoemde kenmerken bezit. Er is maar één ware Zetpee: hij is volgekleurd, sullig, en de Nederlandse grammatica niet machtig. Oók in dát opzicht mag juf, die onder meer aangesteld is om kindjes correct Nederlands te leren, zich achter de oren krabben. Maar dat is iets tussen haar en haar prestatiebonus.
Het tweede dat mij opviel: ik heb dit jaar geen enkele politicus een standpunt horen verkondigen over Zwarte Piet. U kent me langer dan vandaag. Ik vind dat dit debat, van beide kanten, gaat over empathie. Inlevingsvermogen tonen en er naar handelen. In het kort: ik vind 'Zwarte Piet is mijn religie' net zo ernstig eenzijdig als 'Je bent een smerige racist als je van Zwarte Piet houdt'. Beide ideeën zijn weinig empathisch en laten geen ruimte voor een andere lezing.
Veel mensen van allerlei kleuren spannen zich er voor in om in hun dagelijkse bezigheden niet discriminatoir over te komen – juist omdat wij in Nederland veelal worden opgevoed met de respect-voor-een-ander-regel. In de dertig jaar die we verder zijn sinds mijn ouders hun stempel op mijn opvoeding drukten, is er in de samenleving het een en ander veranderd – meer en sneller dan waar deze regels mij op voor hadden kunnen bereiden. Het gevoel leeft dat wij als native Hollanders bijvoorbeeld minder van dat ingehamerde respect voor elkaars gebruiken en cultuur terugkrijgen dan we geven. Sommige mensen ervaren dat als bedreigend.
Worden we bovendien voor racist uitgemaakt voor iets dat voor velen van ons decennialang gold als 'het echte, Hollandse gevoel' - wellicht als een van de laatste écht Hollandse tradities - dan komt dat heel hard aan. Wij hebben ZP nooit eerder in dit onflatteuze licht hoeven zien. Wij zijn daarom ook niet meteen overtuigd van wat ons nu wordt verteld. Wij hebben geleerd dat racisme iets heel ergs is, dat je wreed, moreel verwerpelijk en asociaal bent als je dat een ander aandoet. Een racist genoemd worden is voor veel mensen een zware, serieuze aantijging en doet heel, heeuul veel pijn. Hoeveel pijn? Precies zoveel pijn als Zwarte Piet in z'n huidige vorm sommige anderen berokkent. Maar dát kunnen wij ons, gek genoeg, dus niét voorstellen.
Hierbij introduceer ik de term: niet-overdrachtelijk inlevingsvermogen. Wat houdt dit in? Weten wat een ander doormaakt, je emotioneel betrokken kunnen voelen bij zo'n feit, je er misschien wel over kunnen opwinden... om vervolgens je eigen handelen er van los te koppelen en het leed, dat je ziet gebeuren, niet op jezelf of je handelen te betrekken. Ik vind dat iets wonderlijks.
Terug naar mijn punt: de politiek. Waarom hebben we zóveel zaken die 'iets voor een ander overhebben' behartigen bij wet geregeld, maar vindt de politiek Zwarte Piet zo'n heet hangijzer?
Erfrecht, betaald zwangerschapsverlof, genderneutrale WC's, arbeidsrecht, bijstand. Al deze zaken draaien om 'iets voor een ander over hebben', en ze zijn allemaal bij wet geregeld. Wij vinden dat met z'n allen heel normaal: een beetje inleveren, een beetje opschuiven ten behoeve van het grotere goed, zodat we ons allemaal senang blijven voelen.
Is het écht eerlijk dat een hardwerkend bewust kinderloos stel dat nooit ziek is moet meebetalen aan de gage van een negentienjarige uitkeringstrekker of de IVF-behandelingen van de buren? Nee.
Toch doen we het, omdat het ons niet teveel kost, omdat we ons de last en het onvrijwillige karakter van werkloosheid of de vreugde van het hebben van een biologisch eigen kind kunnen voorstellen. Omdat we begrijpen dat dit een van de manieren is waar we onze samenleving werkbaar en gezellig mee houden. Gezellig, om maar eens van een echt Hollandse traditie te spreken.
Niemand kiest er voor om arbeidsongeschikt te worden. Niemand kiest ervoor om verminderd vruchtbaar te zijn en een kinderwens te koesteren. We begrijpen dit. We erkennen dit. We hebben er als samenleving iets voor ingericht. Het is bewezen: wij kunnen dit.
Waarom kan dat dan niet óók voor de grote groep witte en niet-witte mensen die zich ergert aan de manier waarop Zwarte Piet in z'n huidige vorm wordt geportretteerd?
Van achterlijke blackface naar accentloze, coherent bewegende roetveegpieten zie ik niet als een te grote stap: we moeten elkaar hierin tegemoet kunnen komen. Overdrachtelijk inlevingsvermogen, zoals het hoort.
woensdag 6 december 2017
zondag 3 september 2017
Hond
Op weg naar een kleine viering neem ik de metro van Bijlmer Arena richting Zuid. Het is druk - het is zaterdag en tegen winkelsluitingstijd. Ik zie nog één vrije plek... oh nee, toch niet. Bij nadere inspectie blijkt de plek te worden ingenomen door een Jack Russel en zijn bazin. Een van hen is jarig: de hond draagt een gele satijnen strik. Hij kijkt prinsheerlijk uit het raam en krijgt af en toe een aai en wat bemoedigende woorden van zijn bazin.
U weet het, ik heb het niet zo op dieren. Dat je hond je steun, toeverlaat en trouwste metgezel kan zijn, daar kan ik toch wel sympathie voor opbrengen. Het hondje is best schattig en de strik staat hem. Dat hij goed behandeld wordt, is fijn. Dat zijn bazin betalende reizigers in de zaterdagspits laat stáán omdat ze denkt dat haar hond die plek op de stoel méér verdient, vind ik niet okee. In mijn ogen is een hond geen volwaardige reiziger en hoewel ik niet op de hoogte ben van de regels in het GVA weet ik zeker dat het meenemen van huisdieren een gunst is en geen recht.
Geen grap: ik zie een zwangere vrouw naar de plek kijken, maar dan haar hoofd vol afkeer wegdraaien. Zomerweer maakt dat de hond in de rui is. Iedere keer dat hij een aaitje krijgt of zich schuddend uitrekt zoals alleen Jack Russels dat kunnen daalt er een wolk van witte, stugge korte haren neer op de stoel en de vloer. Dit deel van Amsterdam is aardig multicultureel en deze rit weerspiegelt dat. Ik zie Ethiopiërs, Iraniers, Antilianen, Afrikanen en Marokkanen meewarig hun hoofd schudden en hun lippen samenpersen. Enkel Hollanders houden zoveel van hun hond. En dat hij zo vreselijk verhaart, is ronduit smerig.
De vrouw lijkt zich van geen kwaad bewust – ze lijkt eerder verbaasd dat niemand een praatje met haar aanknoopt, vanwege die feestelijke strik. Ze aast op aanspraak, maar vindt geen respons. Zelfs na wat samengeknepen ogen en waarschuwende blikken heeft ze niet door dat wat ze doet niet kan. Ik heb de hoop op een plek al opgegeven, want eerlijk: mocht die hond nu op de grond worden gezet, dan hoef ik daar niet meer te zitten.
De vrouw maakt aanstalten om uit te stappen. Nu pas ziet ze de schapenvacht die haar dierbare Jack op de stoel heeft achtergelaten. Ze kijkt er een paar seconden naar en besluit met een licht schouderophalen de sneeuw haar rug toe te keren en haar weg te vervolgen. Het besef daalt niet in. Geen zwak veegje met een hand, geen halfslachtige poging om de rotzooi op te ruimen. Geen verontschuldigende blik. Mevrouw en Jack vertrekken en de vacht blijft achter.
De metro stroomt weer vol. Vóór ik 'nééé..!' kan roepen strijkt een meisje met een linnen broek neer op de vacht, terwijl ze haar vriendin begroet. Ik vertrek mijn gezicht onwillekeurig en vang de blik van een vrouw die net als ik ziet wat er gebeurt. Samenzweerderig lachen we een beetje zuur naar elkaar. Hartgrondig gatverdamme.
Wat garandeert mij dan dat de stoel waar ik mij inmiddels op heb kunnen installeren, geen sporen bevat van hondenhaar, dronkemansbloed doorspekt met ziekten, kleutersnot doorspekt met kiemen, junkiekots of nagelvuil? Niets, dat is de charme van openbaar vervoer. Wat niet weet wat niet deert. Maar je hebt weten en weten: mannen weten dat vrouwen zich ontharen, en iedereen gaat naar de WC, maar daar getuige van zijn is weer iets heel anders.
Dat de vrouw ondanks de drukte haar hond niet weghaalt, vind ik aardig stuitend, maar een ándere regel in het OV is dat je verdraagzaam bent. Als het om jengelende kinderen, hard bellende personen of meegebrachte Spotifylijsten gaat doe ik dat ook. En waarschijnlijk had ze me ongelovig aangekeken als ik er iets van had gezegd – écht niet begrijpend waar het probleem dan precies in zat. Die hond is een deel van haar, dus krijgt hij een stoel. Is heel vanzelfsprekend. Zo doen we dat hier.
U weet het, ik heb het niet zo op dieren. Dat je hond je steun, toeverlaat en trouwste metgezel kan zijn, daar kan ik toch wel sympathie voor opbrengen. Het hondje is best schattig en de strik staat hem. Dat hij goed behandeld wordt, is fijn. Dat zijn bazin betalende reizigers in de zaterdagspits laat stáán omdat ze denkt dat haar hond die plek op de stoel méér verdient, vind ik niet okee. In mijn ogen is een hond geen volwaardige reiziger en hoewel ik niet op de hoogte ben van de regels in het GVA weet ik zeker dat het meenemen van huisdieren een gunst is en geen recht.
Geen grap: ik zie een zwangere vrouw naar de plek kijken, maar dan haar hoofd vol afkeer wegdraaien. Zomerweer maakt dat de hond in de rui is. Iedere keer dat hij een aaitje krijgt of zich schuddend uitrekt zoals alleen Jack Russels dat kunnen daalt er een wolk van witte, stugge korte haren neer op de stoel en de vloer. Dit deel van Amsterdam is aardig multicultureel en deze rit weerspiegelt dat. Ik zie Ethiopiërs, Iraniers, Antilianen, Afrikanen en Marokkanen meewarig hun hoofd schudden en hun lippen samenpersen. Enkel Hollanders houden zoveel van hun hond. En dat hij zo vreselijk verhaart, is ronduit smerig.
De vrouw lijkt zich van geen kwaad bewust – ze lijkt eerder verbaasd dat niemand een praatje met haar aanknoopt, vanwege die feestelijke strik. Ze aast op aanspraak, maar vindt geen respons. Zelfs na wat samengeknepen ogen en waarschuwende blikken heeft ze niet door dat wat ze doet niet kan. Ik heb de hoop op een plek al opgegeven, want eerlijk: mocht die hond nu op de grond worden gezet, dan hoef ik daar niet meer te zitten.
De vrouw maakt aanstalten om uit te stappen. Nu pas ziet ze de schapenvacht die haar dierbare Jack op de stoel heeft achtergelaten. Ze kijkt er een paar seconden naar en besluit met een licht schouderophalen de sneeuw haar rug toe te keren en haar weg te vervolgen. Het besef daalt niet in. Geen zwak veegje met een hand, geen halfslachtige poging om de rotzooi op te ruimen. Geen verontschuldigende blik. Mevrouw en Jack vertrekken en de vacht blijft achter.
De metro stroomt weer vol. Vóór ik 'nééé..!' kan roepen strijkt een meisje met een linnen broek neer op de vacht, terwijl ze haar vriendin begroet. Ik vertrek mijn gezicht onwillekeurig en vang de blik van een vrouw die net als ik ziet wat er gebeurt. Samenzweerderig lachen we een beetje zuur naar elkaar. Hartgrondig gatverdamme.
Wat garandeert mij dan dat de stoel waar ik mij inmiddels op heb kunnen installeren, geen sporen bevat van hondenhaar, dronkemansbloed doorspekt met ziekten, kleutersnot doorspekt met kiemen, junkiekots of nagelvuil? Niets, dat is de charme van openbaar vervoer. Wat niet weet wat niet deert. Maar je hebt weten en weten: mannen weten dat vrouwen zich ontharen, en iedereen gaat naar de WC, maar daar getuige van zijn is weer iets heel anders.
Dat de vrouw ondanks de drukte haar hond niet weghaalt, vind ik aardig stuitend, maar een ándere regel in het OV is dat je verdraagzaam bent. Als het om jengelende kinderen, hard bellende personen of meegebrachte Spotifylijsten gaat doe ik dat ook. En waarschijnlijk had ze me ongelovig aangekeken als ik er iets van had gezegd – écht niet begrijpend waar het probleem dan precies in zat. Die hond is een deel van haar, dus krijgt hij een stoel. Is heel vanzelfsprekend. Zo doen we dat hier.
maandag 17 juli 2017
Gretig
Het is vrijdagmiddag, ik sta bij de inhouse koffietent op mijn afspraak te wachten als een man mijn aandacht trekt. Hij is lang, knap en als ik in de rij ga staan, merk ik dat hij plotseling zó dichtbij staat dat ik er verlegen van wordt. Bezwaar heb ik zeker niet, maar op zulke momenten ben ik me, als newly single, bewust van alles. Heb ik niet teveel make-up op? Heeft mijn kopje koffie mijn tanden verkleurd, mijn adem verslechterd, mijn lippenstift verpest?
We maken een praatje. Ik voel me snel op mijn gemak bij deze man en ik wil dat hij me aardig vindt. We wisselen niets uit – geen tijd, mijn afspraak wacht – maar later vind ik hem online en hij maakt een afspraak met me. So far, so good.
We drinken een kopje thee in een tent die ik niet zo goed ken. Het is 11 uur 's ochtends op een woensdag. Mijn werk verlangt mijn aanwezigheid, maar ik vind dit leuk! En spannend! En ik wil graag dat hij nog een keer iets met me wil drinken.
We hebben het over koetjes en kalfjes. Hij is wat ouder dan ik, in de veertig, maar dat geeft niet. We hebben het over de toekomst. Bijna net zo'n gevaarlijk onderwerp als politiek en religie en eigenlijk niet geschikt voor het eerste ontmoeting, maar ach. Als hij naar mijn toekomst vraagt, vertel ik hem dat ik binnen vijf jaar verwacht een paar kinderen te hebben, een labrador en een Opel Zafira. Want hij is echt niet de eerste die me dit vraagt, dus ik heb mijn dooddoenerantwoord al klaar. Dit is nou eenmaal hoe het burgerlijke, seksfnuikende ouderleven wordt beschreven.
Ik ken zijn voorgeschiedenis niet goed – wellicht heeft hij geen ouderbehoefte of zich juist in een vorige relatie heel veel moeite getroost een kind te krijgen. Misschien had ik 'Jaguar' moeten zeggen, 'Tesla', of 'vrije tijd en reizen, liever geen kinderen.' Ik geef toe, het nú al beschrijven van het klassieke sleurleven was misschien te vroeg, want hij kent mijn manier van denken niet en kijkt niet naar mijn gezicht terwijl ik antwoord, zodat hij mijn cynische mondhoeken niet ziet. Hij weet niet dat hoewel er een kern van waarheid in zit, ik echt niet vasthoud aan een specifiek merk of aantal (auto's óf kinderen) en dat ik hem ondanks die hele serieuze kern een beetje in de maling neem. Laat staan dat ik invloed heb op dit geschetste toekomstbeeld. Als dat zo was, zaten we hier überhaupt niet. Mijn spot is aan dovemansoren gericht. Fnuikend...Hij wordt bleek om de neus.
Ik voel me door zijn reactie in verlegenheid gebracht, maar ook een beetje defensief. Ik zei niet: 'binnen een halfjaar', 'zo snel mogelijk en graag met jou, wanneer kunnen we beginnen?', 'Ik wil na nummer 1 graag stoppen met werken, vind je dat goed?' 'Komen er in jouw familie erfelijke ziekten voor?' of 'Ik vind Opels sowieso fijnere auto's dan Volvo's'. Bovendien wist hij dat ik in mijn vruchtbare levensperiode zit. Driekwart van de vrouwen tussen 25 en 42 jaar oud wil een gezinsleven – en denkt wel eens na over de (praktische) invulling hiervan. Als je een soortgelijk antwoord niet wil horen, moet je er niet naar vragen.
Ik schets een heel doorsnee en ietwat versimpeld familietje. De details zijn wellicht niet aantrekkelijk en liggen om die reden ook allesbehalve vast, – give me an Audi anyday. Toegegeven, ik ben te enthousiast, te gretig. Tegelijkertijd weiger ik om mijzelf onderuit te halen met 'het was een grapje'. Omdat dat de lafste manier is om je fouten te herstellen - en belangrijker: omdat ik in essentie geen grapje maak. Dat hij, als man in z'n forties, van het concept 'familie' nog zo ontzettend schrikt en dit ook in de verste verte niet had verwacht, daar trek ik dan weer een beetje wit van weg.
We hadden er misschien nog wel overheen kunnen komen, wederzijds inschikkelijk en voorkomend als we waren. Maar er deden zich onfortuinlijkheden voor. Onfortuinlijkheden, lieze lezer. Dat er binnen een half uur vier kinderwagens binnenkomen. Hij is als eerste op onze afspraak gearriveerd en heeft deze hoek nota bene zélf uitgekozen, en toch... Plotseling is de tent een pamperparadijs geworden, zodat het nu net lijkt alsof ik hem hier naar toe heb gelokt (!!) om hem te testen. Dat is niet zo. Ik wil óók graag mijn verfrissing in alle rust kunnen nuttigen en met een volwassene kunnen praten zonder de geur van zure moedermelk, zog of krijsend kinderleed. Onfortuinlijkheid twee is dat ik, tien minuten na deze wat ongemakkelijke episode, zie dat ik al een half uur te laat ben voor mijn volgende afspraak. (U merkt lezer, het klikte best wel goed, daarom is dit ook zo jammer.)
Ik moet me schielijk uit de voeten maken, waardoor het lijkt alsof ik hem niet leuk vind, of dat ik geen minuut langer met hem door wil brengen nu hij door laat schemeren mijn visie niet te delen. Ook dat klopt niet. Of hij wel of geen kinderen wil, of hoeveel, is geen vraag waar ik me in dit stadium druk over maak. En ik wilde dat ik mijn mond had gehouden, want het is verschrikkelijk geëscaleerd.
De kans was eenmalig en de schade helaas onherstelbaar, zo blijkt. Heeft hij nog eens gebeld? Neen. En ik laat dat zo, al vind ik het jammer van de potentie die onze date had. Wat hebben we hiervan geleed? Houd het bij de Jaguar. Spot of niet, dan zit je altijd veilig...
We maken een praatje. Ik voel me snel op mijn gemak bij deze man en ik wil dat hij me aardig vindt. We wisselen niets uit – geen tijd, mijn afspraak wacht – maar later vind ik hem online en hij maakt een afspraak met me. So far, so good.
We drinken een kopje thee in een tent die ik niet zo goed ken. Het is 11 uur 's ochtends op een woensdag. Mijn werk verlangt mijn aanwezigheid, maar ik vind dit leuk! En spannend! En ik wil graag dat hij nog een keer iets met me wil drinken.
We hebben het over koetjes en kalfjes. Hij is wat ouder dan ik, in de veertig, maar dat geeft niet. We hebben het over de toekomst. Bijna net zo'n gevaarlijk onderwerp als politiek en religie en eigenlijk niet geschikt voor het eerste ontmoeting, maar ach. Als hij naar mijn toekomst vraagt, vertel ik hem dat ik binnen vijf jaar verwacht een paar kinderen te hebben, een labrador en een Opel Zafira. Want hij is echt niet de eerste die me dit vraagt, dus ik heb mijn dooddoenerantwoord al klaar. Dit is nou eenmaal hoe het burgerlijke, seksfnuikende ouderleven wordt beschreven.
Ik ken zijn voorgeschiedenis niet goed – wellicht heeft hij geen ouderbehoefte of zich juist in een vorige relatie heel veel moeite getroost een kind te krijgen. Misschien had ik 'Jaguar' moeten zeggen, 'Tesla', of 'vrije tijd en reizen, liever geen kinderen.' Ik geef toe, het nú al beschrijven van het klassieke sleurleven was misschien te vroeg, want hij kent mijn manier van denken niet en kijkt niet naar mijn gezicht terwijl ik antwoord, zodat hij mijn cynische mondhoeken niet ziet. Hij weet niet dat hoewel er een kern van waarheid in zit, ik echt niet vasthoud aan een specifiek merk of aantal (auto's óf kinderen) en dat ik hem ondanks die hele serieuze kern een beetje in de maling neem. Laat staan dat ik invloed heb op dit geschetste toekomstbeeld. Als dat zo was, zaten we hier überhaupt niet. Mijn spot is aan dovemansoren gericht. Fnuikend...Hij wordt bleek om de neus.
Ik voel me door zijn reactie in verlegenheid gebracht, maar ook een beetje defensief. Ik zei niet: 'binnen een halfjaar', 'zo snel mogelijk en graag met jou, wanneer kunnen we beginnen?', 'Ik wil na nummer 1 graag stoppen met werken, vind je dat goed?' 'Komen er in jouw familie erfelijke ziekten voor?' of 'Ik vind Opels sowieso fijnere auto's dan Volvo's'. Bovendien wist hij dat ik in mijn vruchtbare levensperiode zit. Driekwart van de vrouwen tussen 25 en 42 jaar oud wil een gezinsleven – en denkt wel eens na over de (praktische) invulling hiervan. Als je een soortgelijk antwoord niet wil horen, moet je er niet naar vragen.
Ik schets een heel doorsnee en ietwat versimpeld familietje. De details zijn wellicht niet aantrekkelijk en liggen om die reden ook allesbehalve vast, – give me an Audi anyday. Toegegeven, ik ben te enthousiast, te gretig. Tegelijkertijd weiger ik om mijzelf onderuit te halen met 'het was een grapje'. Omdat dat de lafste manier is om je fouten te herstellen - en belangrijker: omdat ik in essentie geen grapje maak. Dat hij, als man in z'n forties, van het concept 'familie' nog zo ontzettend schrikt en dit ook in de verste verte niet had verwacht, daar trek ik dan weer een beetje wit van weg.
We hadden er misschien nog wel overheen kunnen komen, wederzijds inschikkelijk en voorkomend als we waren. Maar er deden zich onfortuinlijkheden voor. Onfortuinlijkheden, lieze lezer. Dat er binnen een half uur vier kinderwagens binnenkomen. Hij is als eerste op onze afspraak gearriveerd en heeft deze hoek nota bene zélf uitgekozen, en toch... Plotseling is de tent een pamperparadijs geworden, zodat het nu net lijkt alsof ik hem hier naar toe heb gelokt (!!) om hem te testen. Dat is niet zo. Ik wil óók graag mijn verfrissing in alle rust kunnen nuttigen en met een volwassene kunnen praten zonder de geur van zure moedermelk, zog of krijsend kinderleed. Onfortuinlijkheid twee is dat ik, tien minuten na deze wat ongemakkelijke episode, zie dat ik al een half uur te laat ben voor mijn volgende afspraak. (U merkt lezer, het klikte best wel goed, daarom is dit ook zo jammer.)
Ik moet me schielijk uit de voeten maken, waardoor het lijkt alsof ik hem niet leuk vind, of dat ik geen minuut langer met hem door wil brengen nu hij door laat schemeren mijn visie niet te delen. Ook dat klopt niet. Of hij wel of geen kinderen wil, of hoeveel, is geen vraag waar ik me in dit stadium druk over maak. En ik wilde dat ik mijn mond had gehouden, want het is verschrikkelijk geëscaleerd.
De kans was eenmalig en de schade helaas onherstelbaar, zo blijkt. Heeft hij nog eens gebeld? Neen. En ik laat dat zo, al vind ik het jammer van de potentie die onze date had. Wat hebben we hiervan geleed? Houd het bij de Jaguar. Spot of niet, dan zit je altijd veilig...
zondag 16 juli 2017
Flexibel
De sportschool waar ik zit, bezigt een holistische benadering, die je zo intensief kunt maken als je zelf wenst. Naast individuele trainingsprogramma’s bieden ze bootcamps, verdiepende trainingen rondom eetgedrag en bewustwording, en yoga.
Nu beleef ik aardig wat stress in mijn leven. Naast stress ervaar ik ook piekeren en angstigheden. Om daar goed mee om te kunnen gaan probeer ik dit naar goed nulties-gebruik toe te laten in plaats van weg te stoppen, te negeren, te bagatelliseren of weg te eten. In contact staan met je emoties is het nieuwe hip, toch? En ik kan niet achterblijven.
Dus daarom volg ik twee keer in de week een yogales. En zoals het met veel dingen gaat, vereist dat training. Bijna niemand ervaart na dat eerste uur op een yogamat metéén een diepe innerlijke rust – sterker nog, bij de meeste mensen wordt het gegons van gedachten in eerste instantie alleen maar erger, omdat ze naast het hebben van al die gedachten er nu ook nog bewust aandacht aan schenken…
Daarom besluit ik dóór te zetten. Dat kost mij moeite. Ik weet dat yoga voor mij en mijn getroebleerde rug en bijennest-hoofd kan werken. Tegelijkertijd is mijn tijd beperkt en als ik moet kiezen tussen tijd spenderen aan sporten of tijd spenderen aan yoga valt het kwartje al te vaak naar sport. Bovenstaand gegeven – dat ik zal moeten trainen voor ik effect merk – heb ik voor sporten inmiddels geaccepteerd. Voor yoga ben ik echter nog niet zover.
Ik kwam er al snel achter dat het tijdstip waarop ik wil yoga-en een populair tijdstip is. Ik kom meestal tien minuten voor aanvang binnen, maar dat is veel te laat. De zaal is mij te koud. Ik kan me niet ontspannen en mijn draai niet vinden in de les – en precies daarom moet ik doorzetten.
Mijn docent kijkt vandaag over, achter en door me heen. Tijdens het opnemen van de presentielijst kiest zij ervoor mijn naam niet te noemen. Ik zit op 20 centimeter van haar neus, toch ziet zij mij niet. Wij hebben eerder tiff gehad, al weet ik niet zo goed waarom. Ze heeft een accent dat ik niet thuis kan brengen en haar stem werkt op mijn zenuwen, waardoor het uitermate lastig wordt me op mijzelf te concentreren. Rotterdamse nasaliteit, een zeurderige twang, een zachte G en de onhebbelijke gewoonte om ‘haar benen opzij te… nemen’ en al haar ledematen in allerlei richtingen 'te nemen' in plaats van ‘te leggen’, 'te plaatsen' of zelfs, oh gruwel, ‘te doen’. Alsof ze na een jeugd vlakbij de Belgische grens vlak vóór de puberteit in Vlaardingen is neergezet.
Ik kom hier voor mijn rust en nader tot mijzelf, maar het klikt niet erg goed. Ik pas er wel voor op dat te laten merken: mijn gezicht blijft neutraal en ik herhaal in stilte mijn mantra: ‘ik zit hier voor mijzelf, ik zit hier voor mijzelf.’ Tenzij ik naar Ibiza ga om daar met een superhete blonde God of superfitte, innig geaarde en vlot-kalme docente yoga ga volgen terwijl ik tarwegrassap z'n werk voel doen en de eerste zonnestralen van de dag de steen waar ik op lig en mijn gebogen lichaam zachtjes verwarmen zal er altijd iets niet goed zijn aan de les. In alle eerlijkheid: voor dit soort randvoorwaardelijke kolder moet ik me toch heus wel kunnen afsluiten?
Vandaag is weer zo’n dag. Het is druk als vanouds en ik lig op een bolster die naar oude sokken ruikt, zelfs door de handdoek heen. De geur dringt in mijn neus en in mijn hoofd. Ik ril. Mijn rug doet zeer en ik moet veel beheersing tonen om niet de les uit te lopen. Want in plaats van rustig, sereen en kalm voel ik me op ontploffen staan - en ik vraag me af of ik niet beter naar huis kan gaan en een bad kan nemen. Nadat ik aan de oksel van mijn buurvrouw heb geroken – die haar armen, net als ik, omhoog heeft genomen – wordt dit gevoel van misplaatst-zijn nog wat groter. Ik heb mijn heupen naar opzij genomen (for pity's saaaaahaakkee....!) en mijn voeten en handen naar elkaar toe genomen terwijl ik op mijn rug lig. Ik word uitgerekt als een banaan. Dit is dan weer best lekker. Ik zucht eens diep. Mijn schouder doet zeer, mijn heupbotten liggen ongenadig pijnlijk op de dunne mat en de ontspanning komt maar mondjesmaat. Maar ik voel hoe mijn bindweefsel zich langzaam opent. Ibiza of niet, ontspannen zál ik.
Nu beleef ik aardig wat stress in mijn leven. Naast stress ervaar ik ook piekeren en angstigheden. Om daar goed mee om te kunnen gaan probeer ik dit naar goed nulties-gebruik toe te laten in plaats van weg te stoppen, te negeren, te bagatelliseren of weg te eten. In contact staan met je emoties is het nieuwe hip, toch? En ik kan niet achterblijven.
Dus daarom volg ik twee keer in de week een yogales. En zoals het met veel dingen gaat, vereist dat training. Bijna niemand ervaart na dat eerste uur op een yogamat metéén een diepe innerlijke rust – sterker nog, bij de meeste mensen wordt het gegons van gedachten in eerste instantie alleen maar erger, omdat ze naast het hebben van al die gedachten er nu ook nog bewust aandacht aan schenken…
Daarom besluit ik dóór te zetten. Dat kost mij moeite. Ik weet dat yoga voor mij en mijn getroebleerde rug en bijennest-hoofd kan werken. Tegelijkertijd is mijn tijd beperkt en als ik moet kiezen tussen tijd spenderen aan sporten of tijd spenderen aan yoga valt het kwartje al te vaak naar sport. Bovenstaand gegeven – dat ik zal moeten trainen voor ik effect merk – heb ik voor sporten inmiddels geaccepteerd. Voor yoga ben ik echter nog niet zover.
Ik kwam er al snel achter dat het tijdstip waarop ik wil yoga-en een populair tijdstip is. Ik kom meestal tien minuten voor aanvang binnen, maar dat is veel te laat. De zaal is mij te koud. Ik kan me niet ontspannen en mijn draai niet vinden in de les – en precies daarom moet ik doorzetten.
Mijn docent kijkt vandaag over, achter en door me heen. Tijdens het opnemen van de presentielijst kiest zij ervoor mijn naam niet te noemen. Ik zit op 20 centimeter van haar neus, toch ziet zij mij niet. Wij hebben eerder tiff gehad, al weet ik niet zo goed waarom. Ze heeft een accent dat ik niet thuis kan brengen en haar stem werkt op mijn zenuwen, waardoor het uitermate lastig wordt me op mijzelf te concentreren. Rotterdamse nasaliteit, een zeurderige twang, een zachte G en de onhebbelijke gewoonte om ‘haar benen opzij te… nemen’ en al haar ledematen in allerlei richtingen 'te nemen' in plaats van ‘te leggen’, 'te plaatsen' of zelfs, oh gruwel, ‘te doen’. Alsof ze na een jeugd vlakbij de Belgische grens vlak vóór de puberteit in Vlaardingen is neergezet.
Ik kom hier voor mijn rust en nader tot mijzelf, maar het klikt niet erg goed. Ik pas er wel voor op dat te laten merken: mijn gezicht blijft neutraal en ik herhaal in stilte mijn mantra: ‘ik zit hier voor mijzelf, ik zit hier voor mijzelf.’ Tenzij ik naar Ibiza ga om daar met een superhete blonde God of superfitte, innig geaarde en vlot-kalme docente yoga ga volgen terwijl ik tarwegrassap z'n werk voel doen en de eerste zonnestralen van de dag de steen waar ik op lig en mijn gebogen lichaam zachtjes verwarmen zal er altijd iets niet goed zijn aan de les. In alle eerlijkheid: voor dit soort randvoorwaardelijke kolder moet ik me toch heus wel kunnen afsluiten?
Vandaag is weer zo’n dag. Het is druk als vanouds en ik lig op een bolster die naar oude sokken ruikt, zelfs door de handdoek heen. De geur dringt in mijn neus en in mijn hoofd. Ik ril. Mijn rug doet zeer en ik moet veel beheersing tonen om niet de les uit te lopen. Want in plaats van rustig, sereen en kalm voel ik me op ontploffen staan - en ik vraag me af of ik niet beter naar huis kan gaan en een bad kan nemen. Nadat ik aan de oksel van mijn buurvrouw heb geroken – die haar armen, net als ik, omhoog heeft genomen – wordt dit gevoel van misplaatst-zijn nog wat groter. Ik heb mijn heupen naar opzij genomen (for pity's saaaaahaakkee....!) en mijn voeten en handen naar elkaar toe genomen terwijl ik op mijn rug lig. Ik word uitgerekt als een banaan. Dit is dan weer best lekker. Ik zucht eens diep. Mijn schouder doet zeer, mijn heupbotten liggen ongenadig pijnlijk op de dunne mat en de ontspanning komt maar mondjesmaat. Maar ik voel hoe mijn bindweefsel zich langzaam opent. Ibiza of niet, ontspannen zál ik.
zondag 21 mei 2017
Vijftig
Mijn vader zei het al: van TV kijken word je dom. Ik gaf hem meteen gelijk na het zien van TLC's A submissive wife's guide to a happy marriage: over een Mormoonse vrouw die van het geluk van haar echtgenoot een dagtaak gemaakt heeft en anderen overhaalt om hetzelfde te doen. De korte versie?
*)Je moet je man helpen een betere versie van zichzelf te worden.
*)Je moet 's mans wensen respecteren en hem dienen.
*)Je moet je eigen wil aan die van hem onderwerpen.
*)Het belangrijkste: je moet met grote regelmaat met hem slapen, want enkel in seks vind de man het ware geluk en waardering.
Een en ander werd verteld door een iets te actief, schreeuwerig pruiltutje met uitpuilende ogen dat vooral als ze over de slaapkamer sprak, een quasi-heimelijke niet zo goed gelukte ondeugende blik opzette. Dat komt vast door die Mormoonse achtergrond. Echtgenoot zat er lachend als een boer met kiespijn naast. Geen grap: ik moest het volume twéé tandjes lager zetten om geen hoofdpijn te krijgen, zó hard en schel vertelde ze me dat enkel vrouwen met een sterke persoonlijkheid de keus kunnen maken om onderdanig te leven.
Niet iedereen is geschikt.
Wat ik hiervan vind? Nou, het streven je liefje gelukkig te maken en de beste versie van zichzelf te worden is een goed streven, en in mijn ogen niet direct onderdanig. Liefde gaat volgens mij best vaak over het uitstellen of afzien van de vervulling van je eigen behoeften teneinde (die van) de ander voor te laten gaan – maar dan wel onvoorwaardelijk en evenredig. Als een kind van deze tijd heb ik, net zo goed als Pruiltutje Puiloog haar lessen uit haar Mormoonse boek haalt, ook een paar dingen geleerd:
*)Vrouwen zijn niet (biologisch of anderszins) minderwaardig aan mannen.
*)Het is bijzonder lastig om andermans geluk onophoudelijk, op alle vlakken en onvoorwaardelijk (!!) boven dat van jezelf te plaatsen.
*)Net zo min als vrouwen gereduceerd hoeven te worden tot een homogene niet-met-hun-lichaam-en-geslacht-in-contact-staande groep sekshaters, hoeven mannen gereduceerd te worden tot een stel simpele mijn-basale-behoeften-zijn-seks-eten-seks-seks-en-seks-Neanderthalers.
*)De verantwoordelijkheid voor je eigen geluk absoluut afschuiven op een ander, bijvoorbeeld je man, getuigt van levensmoeheid.
Ik ben dan ook geboren in de Maatschappij van het Gevoelsmatig Individueel en Maakbare Zelf – en zij blijkbaar niet.
Waarom dweep ik wel met Patti Stanger – die ook dit soort regels voorschrijft – maar kan deze vrouw weinig goed doen?
Omdat Patti de raad geeft het beste uit jezelf te halen, om zelf gelukkig en mooi te worden en te blijven in plaats van een ander daarvoor verantwoordelijk te maken. Omdat Patti de leuke kanten van de fifties belicht: lippenstift die gewaardeerd wordt, opengehouden deuren, een drankje krijgen en mooie jurken, in plaats van het gebrek aan financiële, juridische en fysieke zeggenschap af te doen als iets wenselijks.
Omdat Patti's model niet voorwaardelijk is: niets staat je in de weg om gelukkig te worden, en het geluk van je man is geen voorwaarde voor dat van jezelf.
Patti heeft echter vooral raad voor single vrouwen, en Pruiltutje Puiloog heeft de getrouwde vrouw als doelgroep. Misschien is dat dan het grootste verschil, al kan ik me niet voorstellen dat het wenselijk is dat het onafhankelijke, frisse vlotte grietje dat je een ring om haar vinger schoof na die dag verandert in een opgeprikte, afhankelijke stepford wife die je in alles beaamt, immer bij je slijmt, soms met tegenzin met je slaapt (maar het verschil tussen lust en Engeland merk je niet) en op afroep beschikbaar is als een Maltees leeuwtje.
Als product en aanhanger van het Maakbare Zelf wil ik graag geloven in decorum tussen man en vrouw. Ik geloof in balans: om een ander geven zonder jezelf te vergeten, van de ander houden zonder je eigenheid te verliezen. Balans, vrije wil en nonbelang. En dat is precies wat ik hier mis.
Pruiltutje Puiloog doet dit namelijk alleen maar zodat haar man haar niet verlaat. Je kunt dat onderdanig noemen, ik zou er andere woorden voor gebruiken.Ik stel me voor dat ze dit heeft 'ontdekt' toen ze op het punt van scheiden stond, maar haar levensstijl niet wilde opgeven. In plaats van haar mening te ventileren en daarom soms ruzie te maken met haar man, gaf ze hem in alles gelijk. In plaats van de echtelijke betrekking zuchtend te ondergaan, besloot ze om het leuk te vinden. In plaats van zelf na te denken over opvoeding, financiën of werk buitenshuis, liet ze dit aan haar man over en ging naar de kapper, zodat het geluid van de föhn haar gedachten zou overstemmen. Dat moet een hoop rust geven als je er echt, maar dan ook écht bij kunt neerleggen.
In één ding moet ik haar dan ook gelijk geven: deze manier van huwelijk is inderdaad niet voor iedereen weggelegd.
*)Je moet je man helpen een betere versie van zichzelf te worden.
*)Je moet 's mans wensen respecteren en hem dienen.
*)Je moet je eigen wil aan die van hem onderwerpen.
*)Het belangrijkste: je moet met grote regelmaat met hem slapen, want enkel in seks vind de man het ware geluk en waardering.
Een en ander werd verteld door een iets te actief, schreeuwerig pruiltutje met uitpuilende ogen dat vooral als ze over de slaapkamer sprak, een quasi-heimelijke niet zo goed gelukte ondeugende blik opzette. Dat komt vast door die Mormoonse achtergrond. Echtgenoot zat er lachend als een boer met kiespijn naast. Geen grap: ik moest het volume twéé tandjes lager zetten om geen hoofdpijn te krijgen, zó hard en schel vertelde ze me dat enkel vrouwen met een sterke persoonlijkheid de keus kunnen maken om onderdanig te leven.
Niet iedereen is geschikt.
Wat ik hiervan vind? Nou, het streven je liefje gelukkig te maken en de beste versie van zichzelf te worden is een goed streven, en in mijn ogen niet direct onderdanig. Liefde gaat volgens mij best vaak over het uitstellen of afzien van de vervulling van je eigen behoeften teneinde (die van) de ander voor te laten gaan – maar dan wel onvoorwaardelijk en evenredig. Als een kind van deze tijd heb ik, net zo goed als Pruiltutje Puiloog haar lessen uit haar Mormoonse boek haalt, ook een paar dingen geleerd:
*)Vrouwen zijn niet (biologisch of anderszins) minderwaardig aan mannen.
*)Het is bijzonder lastig om andermans geluk onophoudelijk, op alle vlakken en onvoorwaardelijk (!!) boven dat van jezelf te plaatsen.
*)Net zo min als vrouwen gereduceerd hoeven te worden tot een homogene niet-met-hun-lichaam-en-geslacht-in-contact-staande groep sekshaters, hoeven mannen gereduceerd te worden tot een stel simpele mijn-basale-behoeften-zijn-seks-eten-seks-seks-en-seks-Neanderthalers.
*)De verantwoordelijkheid voor je eigen geluk absoluut afschuiven op een ander, bijvoorbeeld je man, getuigt van levensmoeheid.
Ik ben dan ook geboren in de Maatschappij van het Gevoelsmatig Individueel en Maakbare Zelf – en zij blijkbaar niet.
Waarom dweep ik wel met Patti Stanger – die ook dit soort regels voorschrijft – maar kan deze vrouw weinig goed doen?
Omdat Patti de raad geeft het beste uit jezelf te halen, om zelf gelukkig en mooi te worden en te blijven in plaats van een ander daarvoor verantwoordelijk te maken. Omdat Patti de leuke kanten van de fifties belicht: lippenstift die gewaardeerd wordt, opengehouden deuren, een drankje krijgen en mooie jurken, in plaats van het gebrek aan financiële, juridische en fysieke zeggenschap af te doen als iets wenselijks.
Omdat Patti's model niet voorwaardelijk is: niets staat je in de weg om gelukkig te worden, en het geluk van je man is geen voorwaarde voor dat van jezelf.
Patti heeft echter vooral raad voor single vrouwen, en Pruiltutje Puiloog heeft de getrouwde vrouw als doelgroep. Misschien is dat dan het grootste verschil, al kan ik me niet voorstellen dat het wenselijk is dat het onafhankelijke, frisse vlotte grietje dat je een ring om haar vinger schoof na die dag verandert in een opgeprikte, afhankelijke stepford wife die je in alles beaamt, immer bij je slijmt, soms met tegenzin met je slaapt (maar het verschil tussen lust en Engeland merk je niet) en op afroep beschikbaar is als een Maltees leeuwtje.
Als product en aanhanger van het Maakbare Zelf wil ik graag geloven in decorum tussen man en vrouw. Ik geloof in balans: om een ander geven zonder jezelf te vergeten, van de ander houden zonder je eigenheid te verliezen. Balans, vrije wil en nonbelang. En dat is precies wat ik hier mis.
Pruiltutje Puiloog doet dit namelijk alleen maar zodat haar man haar niet verlaat. Je kunt dat onderdanig noemen, ik zou er andere woorden voor gebruiken.Ik stel me voor dat ze dit heeft 'ontdekt' toen ze op het punt van scheiden stond, maar haar levensstijl niet wilde opgeven. In plaats van haar mening te ventileren en daarom soms ruzie te maken met haar man, gaf ze hem in alles gelijk. In plaats van de echtelijke betrekking zuchtend te ondergaan, besloot ze om het leuk te vinden. In plaats van zelf na te denken over opvoeding, financiën of werk buitenshuis, liet ze dit aan haar man over en ging naar de kapper, zodat het geluid van de föhn haar gedachten zou overstemmen. Dat moet een hoop rust geven als je er echt, maar dan ook écht bij kunt neerleggen.
In één ding moet ik haar dan ook gelijk geven: deze manier van huwelijk is inderdaad niet voor iedereen weggelegd.
vrijdag 5 mei 2017
Quatrasion
Mijn mond viel open toen mij een uitzending van Zembla onder ogen kwam, waar in beeld werd gebracht hoe het systeem van adoptieve herplaatsing in the Amer'ca verloopt. Daar kun je namelijk, iets anders dan in Nederland, je kind terugbrengen als de adoptie niet bevalt.
Het programma liet een selectieproces zien, waarin kinderen zichzelf op een catwalk konden presenteren aan een toekomstig(e) ouder(paar). Net als echte modellen worden ze een beetje opgepoetst - zondagskleren, nette vlechtjes, acne verbloemd met foundation - in de hoop dat ze deze keer mogen blijven. Het gaat hier ook niet, zoals ik gewend was uit mijn maatschappijleerboek, om kindjes jonger dan 2 jaar. Neen, dit zijn elf-, dertien en soms vijftienjarigen, gepokt en gemazeld als het om runway walking gaat. Voor eén van de jongens was dit de vierde keer.
De organisatie had een catwalk opgetuigd en een kapster en een visagist in de arm genomen om de onooglijkheid van de kinderen (paasgele pukkels, glimmende neuzen, stinkdierharen) wat in te dammen. Alles in de hoop dat ze met minder kinderen in het busje naar huis terug hoefden te keren.
Nu is algemeen bekend dat veel kinderen die geadopteerd zijn, vroeg of laat gedragsproblemen of lage (sociale) intelligentie tonen, aanpassings- of hechtingsproblemen hebben, vanaf enig moment gekweld worden door de vraag 'waarom wilden mijn originele ouders me niet? ' of een variatie daarop. Als je een Pedrootje, Min Wah, Rajesh of Aleksandr adopteert die een jaar oud is, kun je nog helemaal niet weten wat voor problemen zo'n baby mogelijk met zich meebrengt. (Net zo min als je dat bij een biologisch kind kunt weten – maar wat je wél weet, is dat een biologisch kind geen voorgeschiedenis heeft (op een genetische na).
Het Europese adoptiemodel, door schade en kapotte ruiten en lippen wijs geworden, geeft daarom een arsenaal aan handleidingen, (verplichte) cursussen en omgangsdecreten hiervoor, mocht Pedro-vanaf-nu-heet-je-Gerbrand last krijgen van bovenstaande klachten. In Amerika doen ze dat dus anders: bevalt de proeftijd met Pedro niet of kun je hem niet meer aan, dan geef je hem gewoon terug. Ook als je hem al vijf jaar had.
Voordeel van dit bootleg doorschuifsysteem is vooral dat het een stuk goedkoper is dan officiële adoptie en er minder doorlichten aan vooraf gaat. Simpel: een tweedehands auto kost ook veel minder dan een nieuwe, dus dan kun je nagaan hoeveel de adoptie van een kind dat vier keer is teruggebracht kost. De éérste adoptiefouders blijven in dit systeem legaal verantwoordelijk. Het kind is, zogezegd, een quatrasion.
Wij hebben hier Jeugdzorg en pleegzorg als een kind de pan uit rijst, ongeacht of het kind geadopteerd of biologisch is. Het is niet zo dat als je kind onhandelbaar wordt of het gezin ontwricht, je daar geen hulp bij kunt krijgen. Maar wegdoen is heel andere koek.
Dat vind ik het wrange aan dit systeem: als je je leven al start met het besef dat je ongewenst bent, en je acht verschillende adoptieouders je laten merken dat ze je evenmin willen, hoe moet je dan ooit nog over je hechtingsproblemen heenkomen?!
In de uitzending kwam een meisje aan het woord dat in een gezin geplaatst was met vijf adoptiefkinderen en vier biologische kinderen. (Ik word al moe bij de gedachte negen monden, breinen en harten te moeten voeden, maar het is een nobel streven.)
Het meisje was een druktemaker en dat had mede zijn weerslag op de gezinsdynamiek. Toen de moeder en vader uit elkaar gingen, brachten ze Stoorzender, op dat moment een jaar of dertien oud, weg via de bootleg. In het gezin waar ze vervolgens terecht kwam misbruikte de vader de jongere kinderen. Stoorzender vertelde dit aan haar tweede adoptiefmoeder, die dreigde haar op straat te zetten als ze haar mond niet zou houden.
Zembla vroeg aan adoptiefvader één waarom hij niet een van z'n biologische kinderen had weggebracht. 'Dit was de drukste, en dat leek ons op dat moment het beste. Ik zou het nu nooit meer doen, maar op dat moment was dat het beste.' En daar moet je het dan mee doen: 'Als het zwaar wordt, ben jij de eerste die ik op het hakblok leg.'
Cinq uit de uitzending leek even geluk te hebben: hij mocht met een man mee naar huis. Na een half jaar klikte het toch niet meer en bracht zijn adoptiefvader hem terug. Op naar de volgende catwalk.
Het programma liet een selectieproces zien, waarin kinderen zichzelf op een catwalk konden presenteren aan een toekomstig(e) ouder(paar). Net als echte modellen worden ze een beetje opgepoetst - zondagskleren, nette vlechtjes, acne verbloemd met foundation - in de hoop dat ze deze keer mogen blijven. Het gaat hier ook niet, zoals ik gewend was uit mijn maatschappijleerboek, om kindjes jonger dan 2 jaar. Neen, dit zijn elf-, dertien en soms vijftienjarigen, gepokt en gemazeld als het om runway walking gaat. Voor eén van de jongens was dit de vierde keer.
De organisatie had een catwalk opgetuigd en een kapster en een visagist in de arm genomen om de onooglijkheid van de kinderen (paasgele pukkels, glimmende neuzen, stinkdierharen) wat in te dammen. Alles in de hoop dat ze met minder kinderen in het busje naar huis terug hoefden te keren.
Nu is algemeen bekend dat veel kinderen die geadopteerd zijn, vroeg of laat gedragsproblemen of lage (sociale) intelligentie tonen, aanpassings- of hechtingsproblemen hebben, vanaf enig moment gekweld worden door de vraag 'waarom wilden mijn originele ouders me niet? ' of een variatie daarop. Als je een Pedrootje, Min Wah, Rajesh of Aleksandr adopteert die een jaar oud is, kun je nog helemaal niet weten wat voor problemen zo'n baby mogelijk met zich meebrengt. (Net zo min als je dat bij een biologisch kind kunt weten – maar wat je wél weet, is dat een biologisch kind geen voorgeschiedenis heeft (op een genetische na).
Het Europese adoptiemodel, door schade en kapotte ruiten en lippen wijs geworden, geeft daarom een arsenaal aan handleidingen, (verplichte) cursussen en omgangsdecreten hiervoor, mocht Pedro-vanaf-nu-heet-je-Gerbrand last krijgen van bovenstaande klachten. In Amerika doen ze dat dus anders: bevalt de proeftijd met Pedro niet of kun je hem niet meer aan, dan geef je hem gewoon terug. Ook als je hem al vijf jaar had.
Voordeel van dit bootleg doorschuifsysteem is vooral dat het een stuk goedkoper is dan officiële adoptie en er minder doorlichten aan vooraf gaat. Simpel: een tweedehands auto kost ook veel minder dan een nieuwe, dus dan kun je nagaan hoeveel de adoptie van een kind dat vier keer is teruggebracht kost. De éérste adoptiefouders blijven in dit systeem legaal verantwoordelijk. Het kind is, zogezegd, een quatrasion.
Wij hebben hier Jeugdzorg en pleegzorg als een kind de pan uit rijst, ongeacht of het kind geadopteerd of biologisch is. Het is niet zo dat als je kind onhandelbaar wordt of het gezin ontwricht, je daar geen hulp bij kunt krijgen. Maar wegdoen is heel andere koek.
Dat vind ik het wrange aan dit systeem: als je je leven al start met het besef dat je ongewenst bent, en je acht verschillende adoptieouders je laten merken dat ze je evenmin willen, hoe moet je dan ooit nog over je hechtingsproblemen heenkomen?!
In de uitzending kwam een meisje aan het woord dat in een gezin geplaatst was met vijf adoptiefkinderen en vier biologische kinderen. (Ik word al moe bij de gedachte negen monden, breinen en harten te moeten voeden, maar het is een nobel streven.)
Het meisje was een druktemaker en dat had mede zijn weerslag op de gezinsdynamiek. Toen de moeder en vader uit elkaar gingen, brachten ze Stoorzender, op dat moment een jaar of dertien oud, weg via de bootleg. In het gezin waar ze vervolgens terecht kwam misbruikte de vader de jongere kinderen. Stoorzender vertelde dit aan haar tweede adoptiefmoeder, die dreigde haar op straat te zetten als ze haar mond niet zou houden.
Zembla vroeg aan adoptiefvader één waarom hij niet een van z'n biologische kinderen had weggebracht. 'Dit was de drukste, en dat leek ons op dat moment het beste. Ik zou het nu nooit meer doen, maar op dat moment was dat het beste.' En daar moet je het dan mee doen: 'Als het zwaar wordt, ben jij de eerste die ik op het hakblok leg.'
Cinq uit de uitzending leek even geluk te hebben: hij mocht met een man mee naar huis. Na een half jaar klikte het toch niet meer en bracht zijn adoptiefvader hem terug. Op naar de volgende catwalk.
zondag 23 april 2017
Trui
In de liefde, lezer, loont het om vergevingsgezind te zijn. Te denken in tweede, zevende en veertiende kansen. Liefdevol en hoffelijk te blijven. Je empathisch en positief op te stellen. Vertrouwen te hebben. Vaak lukt dat, met goed resultaat. Soms ook niet.
Een paar dagen geleden kreeg ik een bakzeilverzoek van iemand waar ik 2 jaar geleden één goede date mee heb gehad. Nu ben ik in mijn leven zowel afwijzer als afwijzeé geweest, dus ik ken beide kanten van de medaille. In lijn met de woorden hierboven probeerde ik zo goed als mogelijk met de situatie om te gaan.
Mijn date en ik spraken elkaar na een speeddatesessie en hij was een gentleman: lang, hoffelijk, welbespraakt, opgeleid. Dat hij politieke ideeën had waar ik me met geen mogelijkheid achter kon scharen, dat hij de indruk wekte aan haarverf en mantanning te doen (zodat ik zou geloven dat hij 3 jaar jonger was dan hij zei) en dat hij nog een huis deelde met zijn ex – een model, een model, een modél! – nam ik voor lief. Iedereen heeft wel iéts en op een date ben je soms jezelf niet. Bovendien waardeer ik mannen die zichzelf goed verzorgen.
Drie uur (!!) vóór de start van onze tweede date appte hij af, omdat hij de avond ervoor iemand had ontmoet en hij niet meer met anderen wilde daten. Dat nam ik hem niet echt kwalijk. Het leven is kort en ik wil helemaal niet daten met iemand wiens hart niet naar mij uitgaat. Het was bruut eerlijk en onbeschoft laat, maar het was tenminste eerlijk. Hij ghostte me niet, dat zegt iets goeds over 's mans respect voor mij. Dit is zo mooi als het wordt, meer hoefde ik hier niet van te verwachten. Ergens was ik zelfs een beetje opgelucht.
Waarschijnlijk was hij, dankzij die gedeelde voordeur, in bed beland met z'n ex (een modél!) en was hij er achter gekomen dat hij nog iets teveel voor haar voelde. Naja, goed, dat overkomt de besten.
Ik kon hem alleen niet antwoorden. Want wat zeg je op zoiets? 'Bedankt voor je app' komt nog het beste in de buurt, maar waarom zou ik hem willen bedanken voor een afwijzing? 'Ik begrijp het', zou een onnodige leugen zijn en ik ben niet in de positie om hem 'Veel plezier!' te wensen, laat staan 'Okee', want ik vond de afwijzing niet 'okee'. Zo enorm fantastisch was onze date daarnaast nou ook weer niet. Dus ik heb het er maar bij gelaten.
Het hernieuwd contact begon met een Facebookuitnodiging. Die ik aannam, want ik ben de kwaadste niet. Situaties veranderen, gevoelens veranderen, een oude vos verft wel zijn haren maar verliest niet zijn streken. Ik kreeg een berichtje met de ietwat gekleurde, peilen-of-je-nog/alweer-beschikbaar-bent-tekst: 'Hoe is het nu met je?'
Voor onze wat bekraste verhouding en mijn porseleinen taalgevoel zou het goed zijn als hij 'Het spijt me, ik heb het toen niet zo handig aangepakt', neer had gezet, of een variatie daarop. Ik was al héél tevreden geweest met een neutraler: 'Hoe is het?' of een simpele: 'Koffie?'. Rancune is immers altijd enig en eenzaam kind, en ik ben al een tijd volwassen. Toch vind ik dit geen handige woordkeus, voor iemand die iets goed te maken heeft. En dat heeft hij. Over de afwijzing ben ik wel heen, maar deze 'handreiking' helpt hem niet.
Want waar ik de klemtoon in 'Hoe is het nu met je?' ook leg, ze insinueert dat ik het klauwende trauma van die misgelopen zondagmiddagdate, twee jaar geleden, ternauwernood te boven ben gekomen. Van die insinuatie krijg ik jeuk.
Hadden we elkaar beter gekend, dan had ik zijn bedoelingen wellicht anders ingeschat of hem de kans gegeven de 'het spijt me' live te doen. Maar zo staan de zaken nu niet. En daarmee is iedere kans op spijtoptantenkoffie drie mijl diep de grond in geslagen. Als de energie niet goed is, wordt een date immers ook niet leuk.
Het risico van (valse) trots is dat je mooie dingen mis kunt lopen. Misschien verdienen we nog een kans – en als ik daartoe besluit, moet ik dit achter me laten, want anders verzandt de koffie in kinderachtige wrok en cynische, zure slokjes. Toch bekruipt me het gevoel dat ik zijn reservetrui ben, een speler met zwakke enkels. Met het waarschijnlijke scenario dat zodra z'n lievelingstrui – of een andere Trui – voorbij komt, hij me opnieuw terzijde zal schuiven, ditmaal misschien door me een kwartier van tevoren de brush-off te geven. Dank je feestelijk.
Ik ben liefdevol, maar niet achterlijk. Als het kouder wordt heb je aan één echt fijne trui genoeg.
Een paar dagen geleden kreeg ik een bakzeilverzoek van iemand waar ik 2 jaar geleden één goede date mee heb gehad. Nu ben ik in mijn leven zowel afwijzer als afwijzeé geweest, dus ik ken beide kanten van de medaille. In lijn met de woorden hierboven probeerde ik zo goed als mogelijk met de situatie om te gaan.
Mijn date en ik spraken elkaar na een speeddatesessie en hij was een gentleman: lang, hoffelijk, welbespraakt, opgeleid. Dat hij politieke ideeën had waar ik me met geen mogelijkheid achter kon scharen, dat hij de indruk wekte aan haarverf en mantanning te doen (zodat ik zou geloven dat hij 3 jaar jonger was dan hij zei) en dat hij nog een huis deelde met zijn ex – een model, een model, een modél! – nam ik voor lief. Iedereen heeft wel iéts en op een date ben je soms jezelf niet. Bovendien waardeer ik mannen die zichzelf goed verzorgen.
Drie uur (!!) vóór de start van onze tweede date appte hij af, omdat hij de avond ervoor iemand had ontmoet en hij niet meer met anderen wilde daten. Dat nam ik hem niet echt kwalijk. Het leven is kort en ik wil helemaal niet daten met iemand wiens hart niet naar mij uitgaat. Het was bruut eerlijk en onbeschoft laat, maar het was tenminste eerlijk. Hij ghostte me niet, dat zegt iets goeds over 's mans respect voor mij. Dit is zo mooi als het wordt, meer hoefde ik hier niet van te verwachten. Ergens was ik zelfs een beetje opgelucht.
Waarschijnlijk was hij, dankzij die gedeelde voordeur, in bed beland met z'n ex (een modél!) en was hij er achter gekomen dat hij nog iets teveel voor haar voelde. Naja, goed, dat overkomt de besten.
Ik kon hem alleen niet antwoorden. Want wat zeg je op zoiets? 'Bedankt voor je app' komt nog het beste in de buurt, maar waarom zou ik hem willen bedanken voor een afwijzing? 'Ik begrijp het', zou een onnodige leugen zijn en ik ben niet in de positie om hem 'Veel plezier!' te wensen, laat staan 'Okee', want ik vond de afwijzing niet 'okee'. Zo enorm fantastisch was onze date daarnaast nou ook weer niet. Dus ik heb het er maar bij gelaten.
Het hernieuwd contact begon met een Facebookuitnodiging. Die ik aannam, want ik ben de kwaadste niet. Situaties veranderen, gevoelens veranderen, een oude vos verft wel zijn haren maar verliest niet zijn streken. Ik kreeg een berichtje met de ietwat gekleurde, peilen-of-je-nog/alweer-beschikbaar-bent-tekst: 'Hoe is het nu met je?'
Voor onze wat bekraste verhouding en mijn porseleinen taalgevoel zou het goed zijn als hij 'Het spijt me, ik heb het toen niet zo handig aangepakt', neer had gezet, of een variatie daarop. Ik was al héél tevreden geweest met een neutraler: 'Hoe is het?' of een simpele: 'Koffie?'. Rancune is immers altijd enig en eenzaam kind, en ik ben al een tijd volwassen. Toch vind ik dit geen handige woordkeus, voor iemand die iets goed te maken heeft. En dat heeft hij. Over de afwijzing ben ik wel heen, maar deze 'handreiking' helpt hem niet.
Want waar ik de klemtoon in 'Hoe is het nu met je?' ook leg, ze insinueert dat ik het klauwende trauma van die misgelopen zondagmiddagdate, twee jaar geleden, ternauwernood te boven ben gekomen. Van die insinuatie krijg ik jeuk.
Hadden we elkaar beter gekend, dan had ik zijn bedoelingen wellicht anders ingeschat of hem de kans gegeven de 'het spijt me' live te doen. Maar zo staan de zaken nu niet. En daarmee is iedere kans op spijtoptantenkoffie drie mijl diep de grond in geslagen. Als de energie niet goed is, wordt een date immers ook niet leuk.
Het risico van (valse) trots is dat je mooie dingen mis kunt lopen. Misschien verdienen we nog een kans – en als ik daartoe besluit, moet ik dit achter me laten, want anders verzandt de koffie in kinderachtige wrok en cynische, zure slokjes. Toch bekruipt me het gevoel dat ik zijn reservetrui ben, een speler met zwakke enkels. Met het waarschijnlijke scenario dat zodra z'n lievelingstrui – of een andere Trui – voorbij komt, hij me opnieuw terzijde zal schuiven, ditmaal misschien door me een kwartier van tevoren de brush-off te geven. Dank je feestelijk.
Ik ben liefdevol, maar niet achterlijk. Als het kouder wordt heb je aan één echt fijne trui genoeg.
Labels:
bashert,
date,
emotie,
hernieuwde ontmoetingen,
man
Abonneren op:
Posts (Atom)