Tandenknarsend loop ik de 600 meter naar mijn dichtstbijzijnde winkelcentrum op mijn nieuwe, krakende schoenen. Ik heb deze schoenen al een paar maanden maar heb ze nog nooit buiten gedragen – het is een paar Dr Martens en ik heb ze na lang twijfelen in een opwelling gekocht. Ja, dat kán: ik wist nog hoelang het eerste paar er over deed om bij me te passen. Ik kreeg ze vóór de eerste dag van de middelbare school en pas in het eerste trimester van de tweede klas leerde ik ze waarderen. Het bleek intuïtief een gouden greep: zonder het te weten trokken die schoenen me vanaf dag één naar het juiste hip- en populariteitsniveau.
Uiteindelijk heb ik er zeven jaar op gelopen. Ik droeg ze dag en nacht, zomer of winter, sneeuw of regen. Na dat eerste jaar van kwelling waren we een trio voor het leven. Wat in het geval van dat eerste paar zeven jaar duurde. Daarna heb ik ze nog drie jaar meegetorst terwijl ze eigenlijk al niet meer konden: er zaten scheuren aan de voorkant en het leer was nog verder uitgewoond dan de navel van Octomom. Ik kon er geen afstand van doen, want de schoenen waren nu verbonden met zeven jaar van mijn adolescente ontwikkeling. Mijn moeder had tussendoor nog wel een aantal keren gepoogd me te verleiden met een nieuw paar (blauwe, in tegenstelling tot mijn klassieke zwarte, en een keertje een paar van een minder stugge leersoort) maar ik liet me niet van het pad af brengen. Ik herinner me dat de Van Haren - zeg maar niets... - na een aantal jaar modellen op de markt bracht die er precies op leken, tot de zool en het labeltje aan de achterkant aan toe. Waarschijnlijk was er een patent verlopen (of nog net niet geschonden) en die nepversie maakte me woedend en smalend. Toch wist ik: de echte liefhebbers raakt dit niet.
Twee decennia later. Ik heb nu precies hetzelfde model gekocht als toen. Alleen fietste en liep ik toen wat meer (lees: betere uitloopmogelijkheden) en waar ik toen nog de lichaamsbouw en het onbezorgde leven had van een bevallige, ranke, langbenige hinde in een rustig en groen bos, ligt het risico nu op de loer dat die DM's me a) er oud uit laten zien, alsof ik vasthoud aan de hipheid van toen en middels het dragen ervan wil bewijzen dat ik écht nog wel relevant ben! b) me er uit laten zien als een overjarige alto, wat ik nooit ben geweest en waar ik ook niet de schijn van wil geven (associaties met ongewassenheid, groflinnen tunieken, harigblote kuiten M/V, gezichtspiercings, shagroken of het laten groeien daarvan in oksels/elders en doorgeslagen veganisme (waar die DM's dan weer haaks op staan, de hypocrisie!). Of c) het uiterlijk geven van een plaatwerker, want rank of licht zijn die schoenen nooit geweest.
Goedkoop trouwens ook niet. Dus daarom ga ik voor de bijl: ik héb ze gekocht, lopen zál ik! Online lees ik tips over uitlopen met dikke sokken, een maat groter kopen (nooit doen, want eenmaal uitgelopen zijn ze dan dus te groot, al die moeite voor niets) oprekken met natte theedoeken of bij de schoenmaker (op eigen risico) en, net als bij hakken met Louboutinhoogte: iedere dag ietsje langer aantrekken. Wat ik herken uit diverse fora is dat de schoen gemaakt lijkt te zijn voor mensen met speciale voeten: smal, en met een lage wreef. Mijn voeten zijn geen van beide, dus u kunt zich voorstellen waar dat wringt.
Ik ga alle trucs uitproberen die er zijn, zodat het deze keer geen jaar hoeft te duren en ik in het weekend op mijn ingelopen, soepele doc's koffie kan gaan drinken in novembers Londen, Bratislava of Rotterdam, of een andere stad waar ze mn edgy look op waarde weten te schatten.
Waarschijnlijk is dit het laatste paar dat ik voor mijzelf zal kopen, want ze zullen niet meer de wear and tear uit mijn eerste paar meemaken. Dat ze die schoenen ook in kindermaten maken zie ik als een risico voor de volksgezondheid: een onvolgroeide kindervoet heeft weliswaar baat bij een stevige schoen en genoeg steun, maar dit neigt naar het inbinden van je onderdaantjes, met alle podologische en wervelkolomproblemen van dien. Het enige succes daarin zal maken dat het arme kind de rest van het leven veroordeeld is tot het dragen van DM's. Oef.
Het is als de liefde voor een eisende echtgenoot of een tandartsbezoek voor een rotte kies: je weet dat het pijn gaat doen en toch wil je het, in afwachting van alle heerlijkheid die je daarna misschien wel ten deel valt. Net als het Calvin Harris-achtige vriendje dat pas opbloeide nadat je hem verliet, laten DM's zich pas na een flinke tijd waarderen. En net zoals bij prille vriendjes loont het om elkaar een beetje te kunnen missen, om elkaar af te kunnen tasten en te kunen bepalen wat voor jullie het beste werkt.
Ik dwaal af. Mijn oproep? Als je twijfelde over de aanschaf: twijfel niet langer, koop een paar. Geef het wat tijd (en misschien wat Walkaway) en dan komt het wel goed. Voor je het weet kun je er op dansen tot je er bij neervalt!
vrijdag 30 maart 2018
maandag 5 maart 2018
Siliconen
In een mooie kringloopwinkel achter de rechtsgeleerdheidfaculteit in Maastricht vond ik, naast een koperen Jezus en een mooie leren clutch, een editie van Rosita Steenbeeks De laatste vrouw.
In de trein op weg naar huis startte ik met lezen en voor ik thuis was bereikte ik de laatste pagina. Wat een zalig, sexy, zinderend boek. Het maakte me nieuwsgierig naar de auteur die, naar goed midjarentaggetiggebruik, op heel het achterplat was afgebeeld, zonder beschrijving van de inhoud van het boek. Maar als ik in de ogen van de foto kijk, zie ik in één oogopslag dat dat ook helemaal niet hoeft. Rosita is minstens zo knap als haar protagonist Suzanna.
De laatste vrouw gaat over verleiding, en dat is wat ik er zo zinderend aan vind. Suzanna is geen jonge, naïeve verleidster zoals Lolita (die te jong is om de implicaties van wat ze doet te overzien, als je de lezing van Lolita-als-verleidster, die op zichzelf controversieel is, verkiest) en evenmin tot noodlottig verleiden genoopt zoals Nana (verkeerde tijdperk voor haar geslacht). Suzanna stort zich willens en wetens in een escortachtige setting met haar oudere, hoogopgeleide, puissant rijke en heet-dominante professor Roberto, op een moment dat ze zelf al oud genoeg is (achtentwintig en afgestudeerd) om die keus te maken. In dat opzicht zijn ze gelijken en dat maakt de roman sexy.
Niets is immers zo aantrekkelijk als intellect. Al is dat niet Suzanna's voornaamste overweging om tijd met hem door te brengen. Roberto is erudiet, gedistingeerd en Italiaans (met alles wat daar, vanuit de witnoordelijke optiek bijhoort). Jammer alleen dat hij ook melancholieke buien heeft, wat niet in dat plaatje past. Daarnaast kan hij enkel van hun fysieke aspect genieten als hij hardhandig en dominant met haar omspringt.
Suzanna is op zoek naar waardering voor haar mooie, slimme persoontje. Roberto kan haar dat niet gemakkelijk geven, geplaagd door jaloezie met een hint van schuldgevoel. Daarom gooien ze het over een vader-dochterlijke boeg. Dat maakt dat Suzanna ergens anders waardering gaat zoeken, maar ze blijft gevoelens voor Roberto koesteren. Voor de rest van het verhaal kan ik het boek aanraden.
Ooit wilde ik zijn zoals Suzanna. Eventjes dan, gedurende de eerste weken die ze bij Roberto doorbrengt. Een fantasie waarin ik me staande kon houden in conversatie met mijn oudere minnaar, liefst een professor, die me de betere en mooiere kanten van het leven zou laten zien. Iemand die me beschermt, toestaat en faciliteert om aan de dromerige kanten ervan te verblijven, zonder zorgen over carrière of geld, zodat mijn creativiteit ongehinderd tot volle wasdom kan komen en ik juist daaróm de mooiste werken produceer. Dat laatste punt is precies waar de vaderlijke crux zich bevindt; en waar hij ophoudt.
Iedereen die mij kent weet: ik word graag gepamperd met inhoud, en ik ben dol op mannen die dingen goed kunnen. Zoals schrijven, of oreren, of dichten. (Of alle drie. Hoor je me, Hafid?)
Het idee! Uit zo'n fling zou een ernstig en leuk kind ontspruiten met het begeerlijke IQ van papa. Dat de constructie tijdelijk zou zijn, tot ik hem niet meer weet te boeien en we allebei simpelweg te oud worden – ik voor hem en hij voor mij – zou ik voor lief nemen. Een breuk zou me eigenlijk wel goed uitkomen: op die manier kan ik de rest van mijn leven slijten met iemand die qua levensfase en leeftijd dichter bij mij ligt, met het lijf dat daarbij hoort. Ik hoef het niet eens te hebben over verdreven roze wolken, schellen en ogen, doorgeprikte zeepbellen, bij zinnen komen. Want het zou een weloverwogen, rationele keus zijn.
Waar ik maar mee zeggen wil: ik snap die Suzanna wel.
De roman zou geen roman zijn als een en ander niet wat rooskleuriger werd voorgesteld dan realistisch is. Er zijn weinig heerschappen die hun escorts weken aan een stuk fêteren in hun buitenhuis: wellicht is dat de schwung van eind jaren tachtig.
Al Roberto's charme en zonovergoten relaxte middagen in de villa ten spijt blijft een flink deel van het plot een opgeleukte seksuele transactie met een zieke, angstige, oude man, ongeacht wat Suzanna daar mee wint.
Ik vind dat Steenbeek er goed in slaagt hem menselijker te maken zonder hem als karikatuur neer te zetten. Tegelijkertijd zijn Suzanna's omzwervingen wat potsierlijk. Voor iemand die zo slim is, en relatief oud, leert ze te weinig van de ervaringen in haar leven.
En de moraal van het verhaal? Je zult het moeten rooien met de vader die je hebt, want een andere krijg je niet en bescherming tegen het leven kan een partner je niet geven. Wat er voor de een uitziet als een siliconen paplepel, is voor de ander gewoon los zand.
In de trein op weg naar huis startte ik met lezen en voor ik thuis was bereikte ik de laatste pagina. Wat een zalig, sexy, zinderend boek. Het maakte me nieuwsgierig naar de auteur die, naar goed midjarentaggetiggebruik, op heel het achterplat was afgebeeld, zonder beschrijving van de inhoud van het boek. Maar als ik in de ogen van de foto kijk, zie ik in één oogopslag dat dat ook helemaal niet hoeft. Rosita is minstens zo knap als haar protagonist Suzanna.
De laatste vrouw gaat over verleiding, en dat is wat ik er zo zinderend aan vind. Suzanna is geen jonge, naïeve verleidster zoals Lolita (die te jong is om de implicaties van wat ze doet te overzien, als je de lezing van Lolita-als-verleidster, die op zichzelf controversieel is, verkiest) en evenmin tot noodlottig verleiden genoopt zoals Nana (verkeerde tijdperk voor haar geslacht). Suzanna stort zich willens en wetens in een escortachtige setting met haar oudere, hoogopgeleide, puissant rijke en heet-dominante professor Roberto, op een moment dat ze zelf al oud genoeg is (achtentwintig en afgestudeerd) om die keus te maken. In dat opzicht zijn ze gelijken en dat maakt de roman sexy.
Niets is immers zo aantrekkelijk als intellect. Al is dat niet Suzanna's voornaamste overweging om tijd met hem door te brengen. Roberto is erudiet, gedistingeerd en Italiaans (met alles wat daar, vanuit de witnoordelijke optiek bijhoort). Jammer alleen dat hij ook melancholieke buien heeft, wat niet in dat plaatje past. Daarnaast kan hij enkel van hun fysieke aspect genieten als hij hardhandig en dominant met haar omspringt.
Suzanna is op zoek naar waardering voor haar mooie, slimme persoontje. Roberto kan haar dat niet gemakkelijk geven, geplaagd door jaloezie met een hint van schuldgevoel. Daarom gooien ze het over een vader-dochterlijke boeg. Dat maakt dat Suzanna ergens anders waardering gaat zoeken, maar ze blijft gevoelens voor Roberto koesteren. Voor de rest van het verhaal kan ik het boek aanraden.
Ooit wilde ik zijn zoals Suzanna. Eventjes dan, gedurende de eerste weken die ze bij Roberto doorbrengt. Een fantasie waarin ik me staande kon houden in conversatie met mijn oudere minnaar, liefst een professor, die me de betere en mooiere kanten van het leven zou laten zien. Iemand die me beschermt, toestaat en faciliteert om aan de dromerige kanten ervan te verblijven, zonder zorgen over carrière of geld, zodat mijn creativiteit ongehinderd tot volle wasdom kan komen en ik juist daaróm de mooiste werken produceer. Dat laatste punt is precies waar de vaderlijke crux zich bevindt; en waar hij ophoudt.
Iedereen die mij kent weet: ik word graag gepamperd met inhoud, en ik ben dol op mannen die dingen goed kunnen. Zoals schrijven, of oreren, of dichten. (Of alle drie. Hoor je me, Hafid?)
Het idee! Uit zo'n fling zou een ernstig en leuk kind ontspruiten met het begeerlijke IQ van papa. Dat de constructie tijdelijk zou zijn, tot ik hem niet meer weet te boeien en we allebei simpelweg te oud worden – ik voor hem en hij voor mij – zou ik voor lief nemen. Een breuk zou me eigenlijk wel goed uitkomen: op die manier kan ik de rest van mijn leven slijten met iemand die qua levensfase en leeftijd dichter bij mij ligt, met het lijf dat daarbij hoort. Ik hoef het niet eens te hebben over verdreven roze wolken, schellen en ogen, doorgeprikte zeepbellen, bij zinnen komen. Want het zou een weloverwogen, rationele keus zijn.
Waar ik maar mee zeggen wil: ik snap die Suzanna wel.
De roman zou geen roman zijn als een en ander niet wat rooskleuriger werd voorgesteld dan realistisch is. Er zijn weinig heerschappen die hun escorts weken aan een stuk fêteren in hun buitenhuis: wellicht is dat de schwung van eind jaren tachtig.
Al Roberto's charme en zonovergoten relaxte middagen in de villa ten spijt blijft een flink deel van het plot een opgeleukte seksuele transactie met een zieke, angstige, oude man, ongeacht wat Suzanna daar mee wint.
Ik vind dat Steenbeek er goed in slaagt hem menselijker te maken zonder hem als karikatuur neer te zetten. Tegelijkertijd zijn Suzanna's omzwervingen wat potsierlijk. Voor iemand die zo slim is, en relatief oud, leert ze te weinig van de ervaringen in haar leven.
En de moraal van het verhaal? Je zult het moeten rooien met de vader die je hebt, want een andere krijg je niet en bescherming tegen het leven kan een partner je niet geven. Wat er voor de een uitziet als een siliconen paplepel, is voor de ander gewoon los zand.
Abonneren op:
Posts (Atom)