De vorige keer dat er iets mis was met mijn fiets heb ik daar te lang mee rondgelopen. Het stuur zat los, dat gaf een fietservaring alsof bij iedere bocht en ieder genomen stoepje mijn voorwiel uit z'n vork zou vliegen. Ik vreesde voor mijn in een pijnlijk, kostbaar en langdurig proces rechtgezette gebit en had regelmatig visioenen van tanden op stoepen, vooral als het had gevroren.
Zover kwam het gelukkig niet. Ik reed op een goede dag langs de fietsentoko om naar m'n fiets te laten kijken. Vóór het zover was, mocht ik in het voorportaal op mijn beurt wachten, alwaar een wat groezelig aandoende man mijn fiets eens grondig bekeek. 'Er is iets mis met mijn stuur, het zit los,' zei ik ter inleiding, want de man selecteerde aan de spreekwoordelijke fietsenmakerspoort wie wél en wie geen consult met de echte fietsenmaker verdiende. Ik moest voor m'n zaak opkomen, zoveel was duidelijk.
'Je hebt wél. Een slag in je wiel,' zegt Pantagruel verwijtend, terwijl hij me tsk-tsk-tskt op de manier van iemand die met z'n tong een stukje kroketdraad tussen zijn voor- en snijtand vandaan wil zuigen. 'Dat weet ik, is niet erg, daar zit het probleem niet, denk ik,' stel ik hem gerust. Hij neemt mijn fiets van me over en rijdt een kwart meter heen en weer, om te kijken hoe een wiel met een slag rijdt. Een tikje uit het lood, geheel in lijn der verwachting. Dat wilde hij even verifiëren.
'Je hebt wél een slag in je wiel,' zegt hij nogmaals, alsof ik hem hier de schuld van ga geven op het moment dat Gargantua mijn fiets aanraakt. 'Dussehm... een slag, heb je, kijk, hiér, hiér! In je wiel. Daar gaan wij niets aan doen, die slag. Want je hebt wél een slag?!'
'Ja...ik zie het... ' zeg ik. Misschien zit er in het hoofd van Panta een draadje los. Zijn toon is in ieder geval aardig onheilspellend. Ik kan niet zeggen 'twistziek' maar dat kan het zomaar worden als ik hem in staat van beschuldiging stel over die slag, waar hij, de hemel weet waarom, naar loopt te hinten. Ik kom hier om m'n stuur te laten vastdraaien, niet om te bakkeleien over een slag in mijn wiel of om compensatie te eisen hiervoor. Misschien wil hij die moersleutel maat 62 aan de wand gebruiken om mijn hersens mee in te slaan of mijn knieschijf mee te molesteren. Misschien wil hij z'n cursus 'Winnend Ruziemaken Met Klanten' op mij oefenen. Als ik vandaag intact weg kan rijden met een vastgedraaid stuur is dat voor mij voldoende. Meer vraag ik niet.
Gelukkig komt daar de fietsenmaker aan, een jongen nog. Hij besteedt geen aandacht aan Panta, kijkt enkel naar mij. Hij lacht vriendelijk naar me en ziet meteen wat er aan de hand is. Hij zet m'n stuur vast met een reusachtige baco. Dat het zo simpel was, had ik niet verwacht. Panta kijkt beteuterd, hij had vast graag mijn knieschijf in z'n handen genomen als ik die wielslag in onze conversatie had betrokken. Geen relletjes vandaag en de fietsenmaker rekent dit onder 'service, nul euro!' terwijl hij me een knipoog geeft. Eind goed, al goed.
Ik heb een fijne week gehad, daarom lukt het me om mijn schouders op te halen over de lekke voorband die me in de fietsenstalling begroet. Dit zat er aan te komen: in de drie jaar dat ik mijn fiets heb, is geen van de banden lek geweest. Eigenlijk ben ik blij dat de band in dit tijdvak lek is geraakt, nu ik geen haast heb, nergens naar toe hoef en er niemand op me wacht. Bovendien zit de dichtstbijzijnde reparateur – níét Fietsenhal Gargantua en Panta-G – op krap een kilometer afstand. Het is helder en koud weer en een wandeling zal me goeddoen. Ik zet mijn muts op en kuier naar de fietsenmaker. De man die me begroet heeft mij drie fietsen geleden er eens eentje verkocht, maar herkent mij niet. Hij mist pigment in een van zijn irissen en dat fascineert me enorm. Zijn collega, een fluitende, kombuchadrinkende vlotte jongen met een rossig baardje en een beanie, verwisselt mijn binnen- en mijn buitenband nog vóór z'n thee koud is en dat voor het luttele bedrag van drie tientjes. Geen geld, gezien de snelheid en de moeite die ik mij nu heb afgekocht, al is het dan een voorband.
En wat hebben we hiervan geleerd? Grote problemen hebben soms kleine oplossingen. Ga met je problemen naar de juiste persoon, in plaats van te blijven klaverjassen met de knokgrage kneus. Van kombucha ga je razendsnel banden verwisselen. Af en toe onderhoud plegen op je liefste vervoermiddel is belangrijk. Beter je voorband lek dan je achterland.
dinsdag 20 februari 2018
vrijdag 9 februari 2018
G(e)rieflijk
Daar klonk hij dan: de bel voor de tweede ronde. Ik heb al eerder verkondigd dat ik – in de liefde meer dan op welk ander vlak – graag wil geloven in tweede kansen. Want net zo goed als ik tijdens een date in mijn enthousiasme en nervositeit soms precies het verkeerde zeg, of een verkeerd moment uitkies, overkomt dat anderen ook.
De praktijk is wel eens anders. Als ik eenmaal een slechte ervaring met iemand hebt gehad is de kans klein dat ik het nog eens wil proberen. Vanwege de negatieve associatie, de mestgeur waarmee dat contact omgeven is. Kleine rancune en schamperheid voeren dan de boventoon in mijn gedachten over die persoon: 'zoiets dóé je toch niet?!/zei hij dat nou écht?/dat kan hij toch niet ménen!'/ 'wát een ongelikte beer.../'
Het punt is dat hoe iets op mij overkomt, niet altijd zo bedoeld hoeft te zijn en dat de interpretatie vaak niet getoetst wordt, juist omdat je elkaar niet kent, het gezellig wilt houden, elkaar niet wilt kwetsen en het simpelweg te vroeg is om op je strepen te gaan staan.
Als ik, bijvoorbeeld op het moment dat m'n date had gesuggereerd dat een alfastudie makkelijker te volbrengen is dan een bètastudie, had gevraagd; 'beweer je nou echt dat je mijn titel minder waard vindt dan de jouwe – en denk je dat ik je daar leuker van ga vinden?' had hij dat natuurlijk (hopelijk!) ontkend. Dan was het een grap geworden, hadden we er misschien om kunnen lachen (met kiespijn) maar dan was het tenminste opengebroken. Dan had hij gewéten dat ik dit soort gedachten niet op prijs stel en had ik hém meteen een idee gegeven van hoe ik wens dat er met mij wordt omgesprongen. Aan hem dan de keus om zich aan te passen.
Dit in plaats van dat ik het hem stilzwijgend kwalijk neem dat hij mijn opleiding en DUS mijn hele wezen ziet als minder dan alles dat hij zelf ontplooit. Want zo werkt dat precies, nietwaar? in for the penny, in for the pound. Als hij dit kan zeggen (zomaar! nu al!) zegt dat DUS bereberereuzeveel over hoe hij mij en zichzelf überhaupt ziet - en hoe hij mij ziet is op dit moment belangrijk voor me. Waar haalt hij het gore lef vandaan, wie denkt hij wel, hoe kán hij, enzovoort, enzoverder.
Soms helpt het om elkaar dan een tijd niet te zien, zodat het mogelijk kan worden dat je elkaar tegen het lijf loopt en denkt: ik wilde jou niet meer zien, maar waarom was dat ook alweer?
Grote kans dat je het je dan weer herinnert, maar dat de scherpe kantjes er af zijn.
Dat was waar ik aan dacht, lieve lezer, toen ik in de afgelopen periode werd gecontacteerd door mannen uit het verleden. Ik werd gebeld door de man uit Scherm. Zoals u daarin kunt lezen dateert ons laatste rendezvous van langer dan drie jaar geleden en is het niet eens tot een eerste date gekomen. Ons contact verliep korzelig en stroef. Ik vroeg me dan ook af wat hem bewoog mij na zo'n lange tijd weer op te bellen.
Hoe dan ook: zoiets vereist lef. Misschien dronkemanslef, reinig-je-geweten-lef, opportunistenlef, scroll-door-je-contactenlijst-lef, maar dat is nog steeds lef. Met een kopje thee is er nog helemaal niets beslecht.
Eerlijk? Ik heb met de gedachte gespeeld het een kans te geven. Bij de man uit Scherm sloeg de naald net naar de verkeerde kant uit, omdat er, goed beschouwd, werkelijk niets goed ging tussen ons. Deze keer won nieuwsgierigheid het dus niet van achterdocht. Maar net zo goed als ik soms graag een tweede kans wil, kan ik die een ander gunnen.
Dezelfde gedachte had ik bij de man uit Code 020 en de man uit Trui, die na de zomer vanuit het niets weer contact opnamen. Met Trui ben ik zelfs nog wél iets gaan drinken, maar hij verdween daarna weer geruisloos uit beeld, kort, vurig en hevig als de syfilisaanval van een van de Fokkenstweeling. Het is fijn dat we het goed hebben kunnen afsluiten, ik heb me van een goede kant laten zien, ik heb een leuke avond gehad en daar ben ik dankbaar voor.
Het jammerlijke aan dit soort situaties is dat je niet kunt kiezen wie de bel luidt. Hen bellen is niet zo'n goed idee en daarnaast niet meer mogelijk, maar ik zou het bijvoorbeeld prettig vinden om een en ander met Basarov uit te spreken, of de man uit Gretig te laten weten dat ik wenste dat het anders was gelopen. Om op een betere manier afscheid te nemen. het weer leuk te hebben. Een betere indruk achter te laten. Op die manier van 'grief' weer naar 'geriefelijk' te kunnen komen.
De praktijk is wel eens anders. Als ik eenmaal een slechte ervaring met iemand hebt gehad is de kans klein dat ik het nog eens wil proberen. Vanwege de negatieve associatie, de mestgeur waarmee dat contact omgeven is. Kleine rancune en schamperheid voeren dan de boventoon in mijn gedachten over die persoon: 'zoiets dóé je toch niet?!/zei hij dat nou écht?/dat kan hij toch niet ménen!'/ 'wát een ongelikte beer.../'
Het punt is dat hoe iets op mij overkomt, niet altijd zo bedoeld hoeft te zijn en dat de interpretatie vaak niet getoetst wordt, juist omdat je elkaar niet kent, het gezellig wilt houden, elkaar niet wilt kwetsen en het simpelweg te vroeg is om op je strepen te gaan staan.
Als ik, bijvoorbeeld op het moment dat m'n date had gesuggereerd dat een alfastudie makkelijker te volbrengen is dan een bètastudie, had gevraagd; 'beweer je nou echt dat je mijn titel minder waard vindt dan de jouwe – en denk je dat ik je daar leuker van ga vinden?' had hij dat natuurlijk (hopelijk!) ontkend. Dan was het een grap geworden, hadden we er misschien om kunnen lachen (met kiespijn) maar dan was het tenminste opengebroken. Dan had hij gewéten dat ik dit soort gedachten niet op prijs stel en had ik hém meteen een idee gegeven van hoe ik wens dat er met mij wordt omgesprongen. Aan hem dan de keus om zich aan te passen.
Dit in plaats van dat ik het hem stilzwijgend kwalijk neem dat hij mijn opleiding en DUS mijn hele wezen ziet als minder dan alles dat hij zelf ontplooit. Want zo werkt dat precies, nietwaar? in for the penny, in for the pound. Als hij dit kan zeggen (zomaar! nu al!) zegt dat DUS bereberereuzeveel over hoe hij mij en zichzelf überhaupt ziet - en hoe hij mij ziet is op dit moment belangrijk voor me. Waar haalt hij het gore lef vandaan, wie denkt hij wel, hoe kán hij, enzovoort, enzoverder.
Soms helpt het om elkaar dan een tijd niet te zien, zodat het mogelijk kan worden dat je elkaar tegen het lijf loopt en denkt: ik wilde jou niet meer zien, maar waarom was dat ook alweer?
Grote kans dat je het je dan weer herinnert, maar dat de scherpe kantjes er af zijn.
Dat was waar ik aan dacht, lieve lezer, toen ik in de afgelopen periode werd gecontacteerd door mannen uit het verleden. Ik werd gebeld door de man uit Scherm. Zoals u daarin kunt lezen dateert ons laatste rendezvous van langer dan drie jaar geleden en is het niet eens tot een eerste date gekomen. Ons contact verliep korzelig en stroef. Ik vroeg me dan ook af wat hem bewoog mij na zo'n lange tijd weer op te bellen.
Hoe dan ook: zoiets vereist lef. Misschien dronkemanslef, reinig-je-geweten-lef, opportunistenlef, scroll-door-je-contactenlijst-lef, maar dat is nog steeds lef. Met een kopje thee is er nog helemaal niets beslecht.
Eerlijk? Ik heb met de gedachte gespeeld het een kans te geven. Bij de man uit Scherm sloeg de naald net naar de verkeerde kant uit, omdat er, goed beschouwd, werkelijk niets goed ging tussen ons. Deze keer won nieuwsgierigheid het dus niet van achterdocht. Maar net zo goed als ik soms graag een tweede kans wil, kan ik die een ander gunnen.
Dezelfde gedachte had ik bij de man uit Code 020 en de man uit Trui, die na de zomer vanuit het niets weer contact opnamen. Met Trui ben ik zelfs nog wél iets gaan drinken, maar hij verdween daarna weer geruisloos uit beeld, kort, vurig en hevig als de syfilisaanval van een van de Fokkenstweeling. Het is fijn dat we het goed hebben kunnen afsluiten, ik heb me van een goede kant laten zien, ik heb een leuke avond gehad en daar ben ik dankbaar voor.
Het jammerlijke aan dit soort situaties is dat je niet kunt kiezen wie de bel luidt. Hen bellen is niet zo'n goed idee en daarnaast niet meer mogelijk, maar ik zou het bijvoorbeeld prettig vinden om een en ander met Basarov uit te spreken, of de man uit Gretig te laten weten dat ik wenste dat het anders was gelopen. Om op een betere manier afscheid te nemen. het weer leuk te hebben. Een betere indruk achter te laten. Op die manier van 'grief' weer naar 'geriefelijk' te kunnen komen.
Abonneren op:
Posts (Atom)