Na een zonnig middagje richting de Bijenkorf neem ik de bus terug. Het einde van de koopdag nadert. Tegenover mij zit een man met zijn dochters. Dochter één zit rechts van hem. Dochter twee links. Het linkse meisje, blond en blauwogig, is nu nog schattig maar zal over een paar jaar uitgroeien tot een naar mokkel met een wipneus, een onderbeet en kleine, ver uit elkaar staande varkensoogjes. Het rechtse meisje – donker haar, donkere ogen – is minder sprekend dan haar zus, maar zal vermoedelijk beter opdrogen.
De meisjes lijken te weinig op elkaar en zijn ongeveer even oud. Ik vermoed dat ze verschillende moeders hebben. Wat me verbaast, want als ik naar paps kijk weet ik niet hoe hij het voor elkaar gekregen heeft om zo'n zes jaar geleden twee vrouwen het spreekwoordelijke bed in te praten.
Paps, een Frans Bauer-lookalike, zit loodrecht en onverbolgen wijdbeens tegenover me en dat is een belangrijke toevoeging. De lichtblauwe corduroy broek van de man paste hem een aantal maanden geleden – of misschien zes jaar geleden – nog, maar nu niet meer. Omdat hij onophoudelijk met zijn voeten tikt (beide!) en er als een gevolg daarvan vanalles beweegt kan ik mijn ogen niet van zijn buik afhouden – het afdak voor zijn gemartelde, afgeknepen kruis. Als dit als goedkope anticonceptie moet dienen is de missie geslaagd, want niet alleen zal de man geen zaadcellen meer kunnen produceren, de obscene aanblik van zijn ingesnoerde geslachtsdelen zal iedere vrouw doen wegrennen. Het is opvallend dat zijn kinderen heel rustig en stil zijn, terwijl hij kwijlt van opwinding, zijn benen voortdurend in beweging zijn alsof hij op wil staan en hij met één oog zijn telefoon in de gaten houdt terwijl het andere in zijn kas draait.
Maar leuk dat hij wat tijd met zijn dochters doorbrengt. Al vindt paps zijn telefoon veel interessanter dan zijn kids. Op elk van de talrijke vragen die dochter één stelt antwoordt hij met een afwezig 'mmh- mmh..' en dochter twee krijgt helemaal geen aandacht: ze verveelt zich stierlijk. 'Bra-, braillle, pappa, daar staat bralle!' zegt dochter één als we langs de Braillesingel rijden. 'Bral-je, schat,' mompelt paps, nog altijd gebogen over zijn telefoon.
Dochter twee draait met haar kraaloogjes en zal aanstonds stampij maken om de aandacht van wie dan ook te trekken. Vóór het zover is geeft pappa toe aan de pogingen van dochter één. 'Weet je wat dat is, braille?' vraagt hij iets te demonstratief, terwijl zijn oog naar de omzittende passagiers loenst. 'Dat is zodat blinde mensen ook kunnen lezen.'
Duidelijke, redelijke uitleg. Dochter één knikt als een volleerd actrice – voor haar is dit geen nieuwe informatie, ze spaart slechts zijn gevoelens. Die hoffelijkheid is echter niet wederzijds. Met de elleboog van zijn vrije arm doet pappa net alsof hij de tanden uit de mond van zijn dochter wil slaan. 'Doesj!' begeleidt hij zijn faux peut. 'Zal ik de tanden uit je waffeltje slaan? Ben je gelijk klaar met wisselen!' Hij lacht snorkend.
Ongetwijfeld is dit ruwe liefde en gestoeld op onderhuids begrip waar ik geen weet van heb, noch zie ik het aan de verste horizon gloeien. Oordelen? Eentje dan: plotseling ben ik heel, heel blij dat mijn vader toen ik die leeftijd had luisterde naar wat ik zei, normaal antwoord gaf op mijn vragen en bovenal nooit voor de grap deed alsof hij de tanden uit mijn mond hoekte. Vanaf deze kant ziet het er namelijk allesbehalve grappig uit, laat staan liefdevol. Ik voel afkeer voor de situatie en bewondering voor die twee stabiele persoontjes. En hun respectievelijke moeders.
Ik stap de bus uit, terwijl ik de naar goedkeuring zoekende loens van de man zorgvuldig schuw. Deadbeat dad is on a roll, nou, mijn zegen krijgt hij niet. Als dank krijg ik een knipoog van het benarde geslacht van de man, die het zich al schuddebuikend wat gerieflijker maakt nu daar weer plek voor is. Er zijn hier echter twee personen die een zwaarder kruis moeten dragen...
woensdag 27 augustus 2014
vrijdag 1 augustus 2014
Wolk
Als ik door de stromende regen aan kom lopen word ik opgewacht door een groepje nors kijkende mensen. Het groepje bestaat uit zes leden: twee vrouwen met uitbundige vlechten, een schichtig kijkende man met één wenkbrauw en sportschoenen, een koppel waarvan het meisje aan één stuk door rookt en een vrouw van halverwege de vijftig die duidelijk aan de drugs is en/of is geweest – en dan druk ik me positief uit. Ze heeft een crackwalk, haar tint is geel van de nicotine en haar wangen zijn van een ingezonkenheid die normaal gereserveerd is voor mensen die AIDS-medicatie gebruiken of weinig tanden meer hebben. 'Ben jij nummer twee? Ben jij nummer twee op de lijst?' grijnst ze vriendelijk nieuwsgierig naar me. Ik sta vaak in het midden van de lijst, daar voel ik me het veiligst. Welkom, buuv! Koppie suiker?
'Nee, ik ben nummer vijf,' knik ik terug, terwijl ik onder het balkon schuil en aansluit in de rij.
De bezichtigingsmakelaar is laat en ik kruip wat dichter tegen de jongen aan zodat ik onder het balkon kan schuilen. Hij deinst terug. Ik ben niet degene van wie je coodies gaat krijgen, booi. Kijk anders eens naar de luizenpels naast je of de junk, die nu vol trots haar rouwomrande roodgelakte tengels laat zien aan de vrouw met de vlechten. 'Heb ik acht dagen geleden laten doen! Bij de Brazilianen! Acht dagen!' Da's inderdaad best lang voor een manicure, helemaal als je veel shag draait. Maar ach. Ieder zijn meug. De makelaar is er nog steeds niet en ik kijk eens om me heen. Dat zich op de hoek van de straat een coffeeshop bevindt had ik op Google Maps al gezien. Dat dit niet de meest nette wijk is was mij ook al opgevallen: in het kwartier dat we inmiddels staan te wachten hebben twee mensen in de tegenoverliggende prullenbak een ontbijt geflanst. Lekker hoor, natte verrassingsfrieten in vergaande staat van o. en vooral oh nee...
Daar is de makelaar dan. 'Hoi, hallo, jullie komen voor het huis zeker?' Wel verdorie dame, jij dan niet? Ik verwacht een 'Goedemorgen, ik ben Evelien van de woningstichting!' maar dat doet ook eigenlijk niet terzake. Bovendien zou ik de luizenpels óók geen hand willen geven als ik haar was. Het gaat mij om het huis. Ik vermijd zorgvuldig de blik van de junk als ik Evelien de vier steile trappen op volg. Het ruikt in de gang niet naar urine, dat is een pluspunt.
Het appartement strekt zich uit over twee verdiepingen. Naast de voordeur ligt een slaapkamer en een grote garderobekast. In de badkamer is geen licht en de vriend van het rookmeisje stapt met natte voeten naar buiten. Lekkage. Toevallig. Op de tweede etage van het appartement zit een ruime keuken, een woonkamertje met een smal balkon, een ruime meter/bergkast en een extra kamer.
In gedachten stapel ik mijn pumps al op in de walk-in closet. Lekkage of niet, dit ziet er best aanlokkelijk uit. En als de wind goed staat, verandert mijn ergernis dankzij de coffeeshop vanzelf in vrede.
Evelien gooit roet in het eten. 'U bent nummer vijf – er is nu één andere geïnteresseerde.' De vrouw met de vlechten slaat demonstratief haar pruik naar achter en ik ruik talg met haast. De begeleidster doet ook een duit in het zakje. 'Het zou goed zijn als mevrouw deze woning zou krijgen,' verklaart ze lijzig. 'Ik zoek al een hele tijd voor mevrouw naar een geschikte woning en deze is geschikt. Het zou goed zijn.' Net zo goed als het voor mij zou zijn. Maar dat zeg ik niet. 'Mag ik hier roken?' vraagt het stellemeisje.
Ik vrees dat mijn kansen verkeken zijn, maar maak nog snel wat foto's voor het geval dát. De badkamer blijft nat en onverlicht. Ik geloof Evelien natuurlijk meteen als ze zegt dat dat nog verholpen gaat worden. Waarschijnlijk is het toch niet mijn hoofdpijn, want plotseling stoot Schicht Monobrauw goedkeurende kreten uit. Dat betekent nog meer gegadigden en lagere kansen. En met de junk kan ik al helemaal niet concurreren. 'Succes hè!' roept ze me na als ik de woning verlaat. Bedankt, zus. Weet je wel zeker dat je dat weg wil geven?
'Nee, ik ben nummer vijf,' knik ik terug, terwijl ik onder het balkon schuil en aansluit in de rij.
De bezichtigingsmakelaar is laat en ik kruip wat dichter tegen de jongen aan zodat ik onder het balkon kan schuilen. Hij deinst terug. Ik ben niet degene van wie je coodies gaat krijgen, booi. Kijk anders eens naar de luizenpels naast je of de junk, die nu vol trots haar rouwomrande roodgelakte tengels laat zien aan de vrouw met de vlechten. 'Heb ik acht dagen geleden laten doen! Bij de Brazilianen! Acht dagen!' Da's inderdaad best lang voor een manicure, helemaal als je veel shag draait. Maar ach. Ieder zijn meug. De makelaar is er nog steeds niet en ik kijk eens om me heen. Dat zich op de hoek van de straat een coffeeshop bevindt had ik op Google Maps al gezien. Dat dit niet de meest nette wijk is was mij ook al opgevallen: in het kwartier dat we inmiddels staan te wachten hebben twee mensen in de tegenoverliggende prullenbak een ontbijt geflanst. Lekker hoor, natte verrassingsfrieten in vergaande staat van o. en vooral oh nee...
Daar is de makelaar dan. 'Hoi, hallo, jullie komen voor het huis zeker?' Wel verdorie dame, jij dan niet? Ik verwacht een 'Goedemorgen, ik ben Evelien van de woningstichting!' maar dat doet ook eigenlijk niet terzake. Bovendien zou ik de luizenpels óók geen hand willen geven als ik haar was. Het gaat mij om het huis. Ik vermijd zorgvuldig de blik van de junk als ik Evelien de vier steile trappen op volg. Het ruikt in de gang niet naar urine, dat is een pluspunt.
Het appartement strekt zich uit over twee verdiepingen. Naast de voordeur ligt een slaapkamer en een grote garderobekast. In de badkamer is geen licht en de vriend van het rookmeisje stapt met natte voeten naar buiten. Lekkage. Toevallig. Op de tweede etage van het appartement zit een ruime keuken, een woonkamertje met een smal balkon, een ruime meter/bergkast en een extra kamer.
In gedachten stapel ik mijn pumps al op in de walk-in closet. Lekkage of niet, dit ziet er best aanlokkelijk uit. En als de wind goed staat, verandert mijn ergernis dankzij de coffeeshop vanzelf in vrede.
Evelien gooit roet in het eten. 'U bent nummer vijf – er is nu één andere geïnteresseerde.' De vrouw met de vlechten slaat demonstratief haar pruik naar achter en ik ruik talg met haast. De begeleidster doet ook een duit in het zakje. 'Het zou goed zijn als mevrouw deze woning zou krijgen,' verklaart ze lijzig. 'Ik zoek al een hele tijd voor mevrouw naar een geschikte woning en deze is geschikt. Het zou goed zijn.' Net zo goed als het voor mij zou zijn. Maar dat zeg ik niet. 'Mag ik hier roken?' vraagt het stellemeisje.
Ik vrees dat mijn kansen verkeken zijn, maar maak nog snel wat foto's voor het geval dát. De badkamer blijft nat en onverlicht. Ik geloof Evelien natuurlijk meteen als ze zegt dat dat nog verholpen gaat worden. Waarschijnlijk is het toch niet mijn hoofdpijn, want plotseling stoot Schicht Monobrauw goedkeurende kreten uit. Dat betekent nog meer gegadigden en lagere kansen. En met de junk kan ik al helemaal niet concurreren. 'Succes hè!' roept ze me na als ik de woning verlaat. Bedankt, zus. Weet je wel zeker dat je dat weg wil geven?
Abonneren op:
Posts (Atom)