Wekenlang stond onze afspraak gepland. Vriendin A., die in Den Haag woont, zou in mijn stadje langskomen. Het was zondag en ik wilde een fancy treat voor haar regelen, dus stiefelde ik op mijn hakken richting de plaatselijke Bakkerswinkel. Onderweg maakten wij nog een stop in een vintage-zaak (waar het altijd naar verschaalde stomerij en stof ruikt) maar we besloten de tweedehands wielrennershirts te laten voor wat ze waren.
Het gestresste meisje achter de toonbank van de Bakkerswinkel vertelde ons gestresst dat we hadden moeten reserveren. Maar dat hadden we niet gedaan. Volgende station: Broers. In het begin van mijn studententijd kwam ik hier nog wel eens om een tussenuurtje te overbruggen. Het café ligt goed in de loop en de bediening en prijzen waren toen heel redelijk. Een van de dingen waar wat op aan te merken viel was de akoestiek en het feit dat er vrij veel jonge kinderen aanwezig waren. Al was het dan een openbaar café en geen bibliotheek, sommige kindjes maakten het bont.
Een belangrijker punt dan de rust was de kleding van de serveersters. Tot een paar jaar geleden droegen zij shirtjes waar ik met alle liefde het label 'op vele fronten verkeerd' op zou willen plakken. Het waren longsleeves, maar omdat het personeel zo hard moest werken, stroopte iedereen zwoegend de mouwen op. Het lijfje was wit, met ergens bovenop de borst het logo van het café. Ik zeg wit, maar u begrijpt dat na vele wasbeurten het wit tot een beige-grijzige waas was verworden. Het logo was oranje-achtig en de mouwen paars, op dezelfde verwassen manier als het witbeige torsostuk. De kleuren stonden niemand en volgens mij was het shirt maar half van katoen, wat het werken ongetwijfeld vervelend maakte.
Eens at ik daar met een vriendin een tosti. Toen mijn serveerster haar arm optilde kreeg ik een jujube in donkerpaars te zien van heb-ik-jou-daar. Daar kon zij natuurlijk niets aan doen, maar onfris was het wel. Dat ze zweet is niet het probleem, als ik er vanuit mag gaan dat ze zich aan de ongeschreven regels van de dagelijkse douche heeft gehouden. Ik kan haar hard werken moeilijk kwalijk nemen en waarschijnlijk genoot zij evenmin van het showen van haar plekken aan mij. Je hebt bedrijfskleding nou eenmaal niet voor het uitkiezen. Meer geschokt was ik door de wetenschap dat dit zichtbare ongemak zo makkelijk verholpen kon worden – bijvoorbeeld door het dragen van zwart, zoals dat in veel horecagelegenheden gebruikelijk is.
Nog meer, lezer? Jawel. Niet alleen waren de shifts onderbezet en de shirtjes de verkeerde kleur, ze waren ook nog eens te kort. Ik durfde niet na te denken over de navelpluis die in mijn eten terecht was gekomen tijdens de deinende gang van mijn tosti van de keuken naar mijn tafel. De laaghangende verwassen-paarse sloof van de serveerster kon niet verhinderen dat ik ongewenst met haar onderrug en de onderkant van haar buik werd geconfronteerd; het stuk tussen navel en venusheuvel. De temperatuur van de tosti was al net zo schamper als mijn eetlust op dat moment.
Nodeloos te zeggen dat ik er sinds die noodlottige middag niet meer kwam. Dat maakte dat de slechte herinnering vervaagde. Bovendien wilde ik gewoon een gezellige middag en een taartje in plaats van eindeloos getwijfel over de locatie. Gezelligheid neem je zelf mee, ook als de accommodatie niet top is. En mijn voeten deden pijn. Dus we streken neer op de groene stoelen, aan de rechterkant van de zaal. Al snel kwam er een ober ons ons af. In de kaart was ons oog op iets lekkers en nostalgisch gevallen: poffertjes! (oh, ja, lekkerrrrrr!) Dat dit bij de kinderopties stond hadden we wel gezien, maar het leek ons niet zo'n probleem. Dat was het wel, zo zei de ober. Toen was er de keus tussen een stuk cheesecake of een cupcake. Bij de cupcakes stond vermeld dat ze van Lily's Cupcakes kwamen. De cheesecake was merk- of prestigeloos, dus toen er een serveerster (in een witte blouse, hoera!) naar onze tafel kwam vroeg ik haar wat er inbegrepen was bij de zes euro vijftig (!!) die ik voor het stukje taart zou betalen. Het kind rolde nog net niet met haar ogen, wel hoorde ik een onderdrukte zucht in haar antwoord. Het was 'een gewoon stukje taart, verder niets', wat ik 'kon gaan bekijken in de vitrine'.
Reader-dear, ik ben geen vrek. Ik vind het niet erg te moeten betalen voor eten buiten de deur. Maar zes euro vijftig voor een stukje taart gaat mijns inziens wel ver. Het moet dan wel een supersonisch goede taart zijn. Maar zelfs bij de Bakkerswinkel – die vermaard is om haar supersonische taarten en grote porties – vragen ze geen €6,50 per punt.
De zin 'in de vitrine' is in dit soort gelegenheden bovendien vaak code voor 'vanmorgen uit de diepvries gehaald' en 'vers' staat dan ook voor 'vers ontdooid'. Dat hoef geen ramp te zijn, maar vaker wel dan niet is de taart zó vers dat je jezelf een brain freeze en tandpijn bezorgt als je er een hap van neemt- als het al lukt om er een brok vanaf te bikken met je vorkje. En als je geluk hebt is de taart drie keer ingevroren geweest, zodat als je er met je bestek tegenaan tikt, hij spontaan uit elkaar valt. Je denkt zogezegd dat je taart hebt besteld, maar na drie dagen in de diepvries heeft alle taart de consistentie van te kort gebakken brownie.
Afijn, we bestelden dus maar met tegenzin ieder een cupcake à €3,25. Ik verwachtte iets met de doorsnede van een flinke koffiekop. Wat er op me afkwam had meer weg van een uit zijn krachten gegroeid waxinelichtje. Ik weet dat een cupcake compacter is dan een muffin. Ik weet ook dat bij muffins de kop expres heel ver naar buiten geplooid wordt, zodat het niet opvalt dat het steeltje van die paddenstoel niets meer voorstelt. Ik verwachtte een plat maar aantrekkelijk stukje gebak. Mijn cupcake zag er echter uit als de biopsie van een levercirroselijder.
Ik zette mijn vork erin; het ding gaf brokkelend de geest. Het binnenste was koud. Het enige wat het baksel nog bij elkaar hield was het papieren vormpje, waar alle cakemoleculen zich aan hadden vastgeklampt alsof hun laatste uur geslagen had. (en terecht, dat moment had al zo'n 72 uur geleden moeten plaatsvinden.) Ik liet mij niet ontmoedigen en zette het schoteltje naast mijn koffiekop, in een poging de boel wat te laten opwarmen. Ik had het heel gezellig met mijn vriendinnetje en wilde al die ongemakken daarom negeren. We spraken over koetjes en kalfjes en lachten heel wat af. Ik kreeg lieve cadeautjes en het was gezellig als vanouds.
Wat ik omwille van de gezelligheid nog meer negeerde was de zweem van volgescheten luiers die mijn neus in drong als de binnendeurse wind verkeerd stond. Ik dacht eerst dat ik het me verbeeldde, maar toen ik het aan mijn gezellin vroeg, gaf ze toe dat zij het ook rook. De geur was onmiskenbaar: geniepige babystront. Eerst ruik je de celstof, lege luier, vertrouwd en vertederend. Dan, als de geur halverwege je neus is, openbaart zich iets anders. Je receptoren vertellen je: something's fishy. Uiteindelijk zit de geur in je achterste trilharen en kun je de gepureerde tuinbonen-uit-pot die door het babylichaam zijn gegaan bijna proeven. Een hele vieze, zurige, doordringende lucht, die je bijna hypnotiseert. Je blijft snuiven, terwijl je je afvraagt: waarom doe ik dit eigenlijk, en wat ruik ik in hemelsnaam?
Als we naast de toiletten waren gaan zitten had ik het nog begrepen, maar die lagen een hele verdieping onder de onze en roken op geen enkele manier naar baby. Waar de geur dan wel vandaan kwam, durfde ik me niet af te vragen.
Ik barstte in lachen uit, dit was te erg voor woorden. De offers die we moesten brengen voor een ontspannen zondagmiddag waren wel heel groot. We dronken de automaatcappucino op en besloten in een ander café neer te strijken, waar we nog een uurtje zonder hinder of geurtjes koffie hebben gedronken.
En de moraal van dit verhaal? Reserveren moet je op tijd doen. Een volgende keer zal ik van tevoren bellen, zodat wij onze vorken en tanden in een zacht zoet taartje van de Bakkerswinkel kunnen laten zinken en thee bijgeschonken krijgen als de pot leeg is. We zullen thee drinken uit romantisch gebloemde kopjes en zo genieten van alle lekkernijen dat de herinnering aan de locatie van vorige keer zal verdrinken in rozenbloesem en frambozenglazuur. Verende muffins, lonkende worteltaart en romige cheesecake. De Broers bakt er niets van, maar een volgende keer zullen we meer krijgen dan duurbetaald windei – of eierwind. De enige gebakken lucht die ik wil proeven moet uit een meringue komen.....
dinsdag 27 december 2011
woensdag 21 december 2011
Pupil
Kent u het gevoel, lieve lezer, dat u overvalt wanneer u iets zegt of vindt wat wellicht niet in goede aarde valt, maar waar u evenmin van af wilt wijken? U werkt in de vluchtelingenzorg, en verbiedt uw kind thuis te komen met iemand die anders heet dan Jansen. U hebt niets tegen homoseksuelen, zolang uw buurman er maar geen is. U hebt hart voor het milieu en dierenwelzijn, en eet graag een stukje kipfilet à drie euro per kilo. U hebt een stiekeme zwak voor New Kids on The Block (en dan heb ik het over de muziek.) Uw lievelingsacteur is Chuck Norris.....
En dan die ene, waar wij ons allemaal weleens over buigen: iedereen heeft recht op een mening, zolang er maar geen anderen mee gekwetst worden.
Sommige van deze voorbeelden zijn onschuldig, maar hoe socialer het vlak van de voorkeur, hoe gevaarlijker het is om voor je mening uit te komen. Je kunt niet met goed fatsoen zeggen dat je niet van homoseksuelen (géén van alle, nimmer) houdt. (En inderdaad, zo'n claim is lastig te maken, vol te houden en te verdedigen – ik koos haar niet voor niets.)
Voor sommigen valt dit onder de noemer 'botte hypocrisie'. Ik denk dat het dieper zit. Ondanks en misschien dankzij mijn training in de sociale wetenschap weet ik dat iedereen oordeelt, iedereen vooroordelen heeft, aannames doet, vaak zonder zich hiervan bewust te zijn. Waar ik dankzij die training nog méér van overtuigd ben geraakt, is dat ik vind dat ik recht heb op mijn overtuigingen omtrent sociale en maatschappelijke kwesties als identiteit, seksualiteit of 'maatschappelijke positie'. (Voor de aanhalingstekens mag u mijn professoren danken...) Kort gezegd: ik vind dat er niets mis is met het hebben van (voor)oordelen an sich.
Laat ik dit snel nuanceren, voor u mij van onachtzaamheid beticht of een harde en oordelende natuur toedicht. (Ziet u het? Angst.) Zoals de voorbeelden die ik hierboven gaf illustreren dat men het ene kan vinden en het andere kan doen (bewust of onbewust) vind ik het, als we spreken over hypocrisie, het toppunt van hypocriet om je 'persoonlijke standplaatsgebondenheid' te ontkennen. Het is zeer verleidelijk om een oordeel te geven over de overtuigingen van anderen, zonder daarbij hand in eigen boezem te steken. Is dat steken altijd noodzakelijk? Neen. Vloeit het een uit het ander voort? Vaker niet dan wel. En u weet: een beter (sociaal) milieu begint bij jezelf.
Persoonlijke standplaatsgebondenheid. Daar bedoel ik mee dat je door je omgeving, je ervaringen en je opvoeding in de ruime zin van het woord bent gevormd tot wie je nu bent. Denk hierbij aan gezins-en familietradities, je leefomgeving, de mensen met wie je omgaat en je biologie-, maatschappijleer- en geschiedenisboeken, die zijn geschreven vanuit een bepaalde tijdgeest. Zij bepalen wat jij normaal en/of normatief vindt en dus ook wat je daarbuiten vindt vallen. Je kiest er maar tot op zekere hoogte voor, vandaar dat je je er niet altijd bewust van bent. En daar is niets mis mee, ook niet als sommige van je opvattingen (of oh hell, misschien allemaal) haaks staan op wat anderen denken. (Al is dat laatste onwaarschijnlijk, aangezien de mensen in je omgeving vaak op jou lijken en/of met dezelfde sets zijn gevormd.)
Dat betekent niet dat je alles wat je vindt moet verkondigen. Een eigen (heftige) mening hebben en compassie voor een ander tonen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Je bent nou eenmaal niet alleen op de wereld (want anders kon je namelijk wel alles zeggen, maar dan was er weer niemand die luisterde enzovoort enzoverder) en rekening houden met de gevoelens van anderen is wel zo betamelijk.
Dit hele debat is overigens een gebed zonder eind, want hoe harder je roept dat je mag zeggen wat je vindt, hoe meer je laat weten dat je je bedreigd voelt. Anders gezegd: heel hard roepen dat iets je niet kan schelen duidt in deze sociale structuur op geldingsdrang, wat code is voor angst, geuit in een geforceerd-ontspannen en (en, niet maar) zéér defensieve houding. Ergo: angst, geldingsdrang, defensief. En we zijn weer terug bij af. Hoe dat werkt? Lees vooral verder.
De aanleiding voor mijn eigen kleine geforceerd-ontspannen uitbarsting zijn drie ontmoetingen van deze week. Drie mensen in mijn directe omgeving zeiden mij dat ze mijn blog (weer) eens ter hand gingen nemen. De eerste was mijn moeder, die ik niet graag teleurstel of ontrief. De tweede was mijn vriendinnetje Emy, wiens professionele en persoonlijke opinie ik zeer hoog acht. De laatste was een jongen die een tajine bij mij kocht, voor zijn moeder. Hij was onder de indruk van mijn vaardigheden met touw – graag imponeer ik hem ook met mijn teksten.
Deze drie toezeggingen, oh lezer, maakte dat ik plotseling na ging denken over hoe ik overkom in mijn blog. Mijn ouders en Emy kénnen mij, de tajinejongen niet. Het zijn alle vier intelligente mensen, die heus begrijpen dat mijn blog een bewerkte versie van een werkelijkheid is, en dat ik mijn blog niet ben. Dat neemt de angst maar gedeeltelijk weg. Sinds ik met mijn neus op de (blog)feiten ben gedrukt (Bewijslast) ben ik voorzichtiger met het opgeven van mijn blogadres.
Want staat er niet duidelijk op mijn blog dat het een persoonlijk document is? Is de transformatie van mijn gedachten naar tekst en narratief niet al een vorm van censuur- moet dat nog strakker? Als het zo persoonlijk is, waarom staat het dan online? En als ik bang ben voor reputatieschade, waarom dan überhaupt publiceren? Maar wat is het doel van de indekking 'persoonlijk' als ik geen hard standpunt in kan nemen?! Dilemma's, lezer, dilemma's! Ik wil niemand (mijzelf nog het minst) schaden met mijn stukken, en evenmin ontneem ik mijzelf graag het 'recht' op ongedwongen schrift. Gisteren nog zag ik echter een voorbeeld van een verkeerd geplaatst woord met grote gevolgen: de hoofdredacteur van de Jackie trad af na een uit de hand gelopen publicatie omtrent zangeres Rihanna. Ik zal hier het gewraakte woord niet herhalen, maar de hele sneeuwbal rond het woord bevatte een flinke steen voor mevrouw Hoeke. En ik durf te stellen dat als ze had geweten wat dit woord voor gevolgen had gehad, ze het niet geplaatst had, temeer omdat haar intenties niet slecht waren. Maar zoals Roland Barthes al heeft gesteld: in een tekst gaat het niet om de auteursintentie, maar om de lezersinterpretatie. Al heb ik zijn theorie wat opportunistisch gebruikt, ze gaat hier wel degelijk op.
(Voor de liefhebber: Gevolgen van een scheldwoord)
Wel, ik schrijf nu eenmaal graag. En hoewel ik het soms betreur dat mijn lezerspubliek niet zo groot is als dat van de Jackie biedt het andere zekerheden. Eerlijk is eerlijk, ik koester het label 'persoonlijk' als een warme deken. Het geeft me de valse zekerheid dat als ik ooit word aangesproken op mijn woorden, ik de verantwoording kan afschuiven op 'persoonlijke' en daarmee 'onverdedigbare' (want ongenaakbare) gronden. Ergens kan ik me echter voorstellen dat voor iemand die de schrijver niet kent de persoon achter de stukken overkomt als een rancuneuze, behaagzieke quasi-bourgeois met een hoop zelfmedelijden, een rampzalig liefdesleven en teveel tijd. Dat is toch spijtig, en best een hoge prijs voor 'persoonlijke (bestaat er andere?) vrijheid van meningsuiting'.
Om de schade te beperken doe ik dus het enige wat ik kan: ik probeer zoveel mogelijk rekening te houden met mijn eigen standplaatsgebondenheid, en mijn grenzen te erkennen en te bewaken. Ik hoef niet het leed van de wereld op me te nemen, altijd voor ieders standpunt begrip te tonen, alles van alle kanten te analyseren uit angst onevenwichtig te lijken. Ik gun mijzelf het recht op mijn gevoelens van verontwaardiging, verdriet, ongeloof, boosheid, spijt, verliefdheid, hoop. Deze blog is mijn uitlaatklep, niet die van alle anderen die ik er een rol in gun. Als je (ik) geen enkel scherp stijlmiddel meer mag gebruiken en altijd met ieders gevoelens rekening moet houden, wil ook niemand je (mijn) stukken lezen. En als ik mag kiezen ben ik liever te scherp dan een zijden sok.
No guts, no glory, want in tijden van verdediging doet het Engels het altijd beter. Mijn moeder blijft toch wel van me houden, en ik hoop dat ik mijn lezers kan vertrouwen in hun uitgestelde oordeel. Dus grijp ik hier de gelegenheid die Eva Hoeke niet kreeg: een oproep om de geschetste context niet uit het oog te verliezen. Vergeet Roland B. en denk aan mij, want ik denk ook aan u. De cirkel van defensiviteit omringt de mening immers altijd, daartegen verzet bieden is zinloos. Uiteindelijk gaat het allemaal om gezichtspunten en die hoeven niet gedeeld te worden. Voor al het andere zijn er zonnebrillen.
En dan die ene, waar wij ons allemaal weleens over buigen: iedereen heeft recht op een mening, zolang er maar geen anderen mee gekwetst worden.
Sommige van deze voorbeelden zijn onschuldig, maar hoe socialer het vlak van de voorkeur, hoe gevaarlijker het is om voor je mening uit te komen. Je kunt niet met goed fatsoen zeggen dat je niet van homoseksuelen (géén van alle, nimmer) houdt. (En inderdaad, zo'n claim is lastig te maken, vol te houden en te verdedigen – ik koos haar niet voor niets.)
Voor sommigen valt dit onder de noemer 'botte hypocrisie'. Ik denk dat het dieper zit. Ondanks en misschien dankzij mijn training in de sociale wetenschap weet ik dat iedereen oordeelt, iedereen vooroordelen heeft, aannames doet, vaak zonder zich hiervan bewust te zijn. Waar ik dankzij die training nog méér van overtuigd ben geraakt, is dat ik vind dat ik recht heb op mijn overtuigingen omtrent sociale en maatschappelijke kwesties als identiteit, seksualiteit of 'maatschappelijke positie'. (Voor de aanhalingstekens mag u mijn professoren danken...) Kort gezegd: ik vind dat er niets mis is met het hebben van (voor)oordelen an sich.
Laat ik dit snel nuanceren, voor u mij van onachtzaamheid beticht of een harde en oordelende natuur toedicht. (Ziet u het? Angst.) Zoals de voorbeelden die ik hierboven gaf illustreren dat men het ene kan vinden en het andere kan doen (bewust of onbewust) vind ik het, als we spreken over hypocrisie, het toppunt van hypocriet om je 'persoonlijke standplaatsgebondenheid' te ontkennen. Het is zeer verleidelijk om een oordeel te geven over de overtuigingen van anderen, zonder daarbij hand in eigen boezem te steken. Is dat steken altijd noodzakelijk? Neen. Vloeit het een uit het ander voort? Vaker niet dan wel. En u weet: een beter (sociaal) milieu begint bij jezelf.
Persoonlijke standplaatsgebondenheid. Daar bedoel ik mee dat je door je omgeving, je ervaringen en je opvoeding in de ruime zin van het woord bent gevormd tot wie je nu bent. Denk hierbij aan gezins-en familietradities, je leefomgeving, de mensen met wie je omgaat en je biologie-, maatschappijleer- en geschiedenisboeken, die zijn geschreven vanuit een bepaalde tijdgeest. Zij bepalen wat jij normaal en/of normatief vindt en dus ook wat je daarbuiten vindt vallen. Je kiest er maar tot op zekere hoogte voor, vandaar dat je je er niet altijd bewust van bent. En daar is niets mis mee, ook niet als sommige van je opvattingen (of oh hell, misschien allemaal) haaks staan op wat anderen denken. (Al is dat laatste onwaarschijnlijk, aangezien de mensen in je omgeving vaak op jou lijken en/of met dezelfde sets zijn gevormd.)
Dat betekent niet dat je alles wat je vindt moet verkondigen. Een eigen (heftige) mening hebben en compassie voor een ander tonen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Je bent nou eenmaal niet alleen op de wereld (want anders kon je namelijk wel alles zeggen, maar dan was er weer niemand die luisterde enzovoort enzoverder) en rekening houden met de gevoelens van anderen is wel zo betamelijk.
Dit hele debat is overigens een gebed zonder eind, want hoe harder je roept dat je mag zeggen wat je vindt, hoe meer je laat weten dat je je bedreigd voelt. Anders gezegd: heel hard roepen dat iets je niet kan schelen duidt in deze sociale structuur op geldingsdrang, wat code is voor angst, geuit in een geforceerd-ontspannen en (en, niet maar) zéér defensieve houding. Ergo: angst, geldingsdrang, defensief. En we zijn weer terug bij af. Hoe dat werkt? Lees vooral verder.
De aanleiding voor mijn eigen kleine geforceerd-ontspannen uitbarsting zijn drie ontmoetingen van deze week. Drie mensen in mijn directe omgeving zeiden mij dat ze mijn blog (weer) eens ter hand gingen nemen. De eerste was mijn moeder, die ik niet graag teleurstel of ontrief. De tweede was mijn vriendinnetje Emy, wiens professionele en persoonlijke opinie ik zeer hoog acht. De laatste was een jongen die een tajine bij mij kocht, voor zijn moeder. Hij was onder de indruk van mijn vaardigheden met touw – graag imponeer ik hem ook met mijn teksten.
Deze drie toezeggingen, oh lezer, maakte dat ik plotseling na ging denken over hoe ik overkom in mijn blog. Mijn ouders en Emy kénnen mij, de tajinejongen niet. Het zijn alle vier intelligente mensen, die heus begrijpen dat mijn blog een bewerkte versie van een werkelijkheid is, en dat ik mijn blog niet ben. Dat neemt de angst maar gedeeltelijk weg. Sinds ik met mijn neus op de (blog)feiten ben gedrukt (Bewijslast) ben ik voorzichtiger met het opgeven van mijn blogadres.
Want staat er niet duidelijk op mijn blog dat het een persoonlijk document is? Is de transformatie van mijn gedachten naar tekst en narratief niet al een vorm van censuur- moet dat nog strakker? Als het zo persoonlijk is, waarom staat het dan online? En als ik bang ben voor reputatieschade, waarom dan überhaupt publiceren? Maar wat is het doel van de indekking 'persoonlijk' als ik geen hard standpunt in kan nemen?! Dilemma's, lezer, dilemma's! Ik wil niemand (mijzelf nog het minst) schaden met mijn stukken, en evenmin ontneem ik mijzelf graag het 'recht' op ongedwongen schrift. Gisteren nog zag ik echter een voorbeeld van een verkeerd geplaatst woord met grote gevolgen: de hoofdredacteur van de Jackie trad af na een uit de hand gelopen publicatie omtrent zangeres Rihanna. Ik zal hier het gewraakte woord niet herhalen, maar de hele sneeuwbal rond het woord bevatte een flinke steen voor mevrouw Hoeke. En ik durf te stellen dat als ze had geweten wat dit woord voor gevolgen had gehad, ze het niet geplaatst had, temeer omdat haar intenties niet slecht waren. Maar zoals Roland Barthes al heeft gesteld: in een tekst gaat het niet om de auteursintentie, maar om de lezersinterpretatie. Al heb ik zijn theorie wat opportunistisch gebruikt, ze gaat hier wel degelijk op.
(Voor de liefhebber: Gevolgen van een scheldwoord)
Wel, ik schrijf nu eenmaal graag. En hoewel ik het soms betreur dat mijn lezerspubliek niet zo groot is als dat van de Jackie biedt het andere zekerheden. Eerlijk is eerlijk, ik koester het label 'persoonlijk' als een warme deken. Het geeft me de valse zekerheid dat als ik ooit word aangesproken op mijn woorden, ik de verantwoording kan afschuiven op 'persoonlijke' en daarmee 'onverdedigbare' (want ongenaakbare) gronden. Ergens kan ik me echter voorstellen dat voor iemand die de schrijver niet kent de persoon achter de stukken overkomt als een rancuneuze, behaagzieke quasi-bourgeois met een hoop zelfmedelijden, een rampzalig liefdesleven en teveel tijd. Dat is toch spijtig, en best een hoge prijs voor 'persoonlijke (bestaat er andere?) vrijheid van meningsuiting'.
Om de schade te beperken doe ik dus het enige wat ik kan: ik probeer zoveel mogelijk rekening te houden met mijn eigen standplaatsgebondenheid, en mijn grenzen te erkennen en te bewaken. Ik hoef niet het leed van de wereld op me te nemen, altijd voor ieders standpunt begrip te tonen, alles van alle kanten te analyseren uit angst onevenwichtig te lijken. Ik gun mijzelf het recht op mijn gevoelens van verontwaardiging, verdriet, ongeloof, boosheid, spijt, verliefdheid, hoop. Deze blog is mijn uitlaatklep, niet die van alle anderen die ik er een rol in gun. Als je (ik) geen enkel scherp stijlmiddel meer mag gebruiken en altijd met ieders gevoelens rekening moet houden, wil ook niemand je (mijn) stukken lezen. En als ik mag kiezen ben ik liever te scherp dan een zijden sok.
No guts, no glory, want in tijden van verdediging doet het Engels het altijd beter. Mijn moeder blijft toch wel van me houden, en ik hoop dat ik mijn lezers kan vertrouwen in hun uitgestelde oordeel. Dus grijp ik hier de gelegenheid die Eva Hoeke niet kreeg: een oproep om de geschetste context niet uit het oog te verliezen. Vergeet Roland B. en denk aan mij, want ik denk ook aan u. De cirkel van defensiviteit omringt de mening immers altijd, daartegen verzet bieden is zinloos. Uiteindelijk gaat het allemaal om gezichtspunten en die hoeven niet gedeeld te worden. Voor al het andere zijn er zonnebrillen.
dinsdag 13 december 2011
Deur
Op saaie momenten wijdt het gros van Nederland zich tot de infotainmentsite nu.nl. Persoonlijk prefereer ik het Britse dailymail.co.uk voor mijn dagelijkse portie sleaze & dirt. Daarom weet ik ook altijd trivia vóór ze in Nederland bekend zijn, van mensen die in Nederland geen bel doen rinkelen.
Zinvol? High-brow? Zeker niet. Maar aangezien ik de Nederlandse celeb-scene dodelijk saai vind en nu.nl nooit sappige foto's heeft, wijk ik uit naar het buitenland.
Zo viel mijn oog op een artikel over een man die na de eerste date de dame in kwestie een anderhalf duizend woorden (!!) tellende mail had geschreven. Zijn date had namelijk niet meer gereageerd op zijn aanhoudende belletjes en sms-berichten. En hij wilde weten waarom. Ik zal u het plezier van het lezen van de mail niet helemaal ontnemen, maar hij voelde zich vooral gegriefd en misleid omdat hij vond dat ze duidelijke positieve signalen had afgegeven, die er op wezen dat ze met hem verder wilde.
(Voor de liefhebber: de mail in kwestie)
Ergens, lezer, kan ik sympathie opbrengen voor de man. Zoals u in de mail kunt lezen verexcuseert hij zich uitvoerig voor het medium mail en erkent dat woorden op papier de intonatie en gelaatsuitdrukkingen van een gesprek missen. Hij geeft zijn date zelfs nog 'kans' het nog eens met hem te proberen, als ze maar zou willen!
Wat opvalt, is dat hij spreekt over 'universele signalen' die hij van haar heeft opgevangen (zoals het spelen met haar haar, en het oogcontact) die hij heeft geïnterpreteerd als interesse in hem. En dit, oh lezer, is kenmerkend voor de amoureuze blindheid. Als je iemand leuk vindt, zie je wat je wil zien en geef je daar een meest positieve draai aan. Daar kan ik dan wel weer over meepraten, al heb ik nog nooit een man na een date gestalkt met een 1500 woorden tellend bericht. De mail van hierboven heeft dan ook niets met onderstaand relaas te maken. Wel kan ik u iets anders opbiechten: ik heb weleens een date geënsceneerd.
De man in kwestie sprak mij als eerste aan op een moment dat ik er niet op verdacht was. Hij was wel mijn type: lang, donkerharig. Hij verraste me nogal door me bij mijn volledige naam aan te spreken en iets te vragen over mijn woonplaats en ik schrok daarvan: ondanks mijn blog ben ik erg op mijn privacy gesteld en ik vond het niet zo leuk dat hij van alles van mij leek te weten, terwijl ik niet wist wie hij was. Toch kwam ik hem telkens tegen en hij maakte iets in me los waarvan ik niet zo goed wist wat ik ermee aan moest. We spraken elkaar nooit meer sinds die dag, maar ik vond het altijd erg fijn om hem te zien, dat wel. Ik dacht ook te merken dat hij mij wel leuk vond, maar achteraf bekeken was dat misschien niet zo.
Afijn, na zo'n vijf jaar van draaien besloot ik dat ik er toch maar iets mee moest gaan doen. Het was niet zo dat ik op hem gefixeerd was of niet naar andere mannen keek, maar ik bleef gewoon een zwak voor hem houden. We kenden elkaar echter niet, dus het kon ook zo maar zijn dat de crush die ik op hem had, gebaseerd was op borstelige wenkbrauwen, een groot voorhoofd en wat hete lucht. Om de zaken nog gecompliceerder te maken spotte ik hem regelmatig met een meisje dat in de verte wel iets van mij weg had. Ze was bruin en enthousiast, net als ik. Ik zou me verder niet met haar willen identificeren (ze had een tandvleeslach) maar het feit dat hij haar type leuk vond maakte dat ik dacht dat hij ook wel op mij zou kunnen vallen. Of zij überhaupt amoureus involved waren weet ik tot op de dag van vandaag niet, maar het besef dat mijn kansen konden keren werd ineens realiteit. Dat ik hen over vijf jaar achter een kinderwagen zou zien lopen en me dan nog eens af zou vragen 'wat-als....' of erger, 'dat had ik kunnen zijn', maakte dat ik besloot actie te nemen.
Ik stuurde hem een uitvoerig bekroond stuk literatuur met een cryptische tekst op het voorblad en hoopte er het beste van. De thematiek van het boek was zodanig dat ik, in mijn optimisme, zeker wist dat hij aan mij zou denken als hij het zou lezen. Na een kleine maand stuurde ik hem een tweede boek met de instructie het me terug te brengen in een kroeg.
Het was het leukste en gewaagdste wat ik ooit voor een man had gedaan. Het ging verder dan meisjesachtig betamelijk was. Maar als ik hiermee een eind kon maken aan de twijfel, was het het waard. Ook als het niets zou worden, wist ik zeker dat ik er alles aan gedaan had om het te laten werken. Inmiddels weet ik wat ik toen nog niet wilde geloven: als een man je wil, stapt hij wel op je af. Toen dacht ik nog dat hij misschien verlegen was, of niet zeker wist of ik hem leuk vond. Nou, dat wist hij dan hierna. Als het slaagde: prima. Als het niets werd: ook goed, dan kon ik nu écht verder, zonder wroeging over kinderwagens of lichaamstypes. Voor het eerst in mijn amoureuze leven zou ik harde actie nemen voor iemand die ik wilde, in plaats van de kans voorbij te laten gaan en mijn tijd te verspillen met twijfelen, zwijmelen en dagdromen.
Lieve lezer, dat pakte even anders uit dan ik dacht. Ik had kunnen weten dat het niets zou worden toen hij bij een eerste blik op mij vroeg: 'Kom je niet in opdracht van iemand anders?' Waarop ik, naïef en zonder de implicatie van deze woorden te willen snappen, verrast en ontkennend antwoordde. Vervolgens deed hij alsof hij mijn naam niet meer wist, of misschien wist hij 'm echt niet meer. Ook zei hij dat hij het 'dapper' van me vond en we gingen naar binnen voor een biertje.
We spraken over koetjes en kalfjes en hoewel ik vond dat het niet zo soepeltjes verliep als ik had gedacht, weet ik dat aan de aan beide kanten aanwezige nervositeit. Het gesprek kwam niet goed van de grond, omdat we eigenlijk niet veel gemeen hadden. Ik had me had verkeken op zijn aandacht voor mij, wat, achteraf gezien, logisch was. Hij had het boek, dat boek dat ik hem met zoveel zorg had toegestuurd, niet gelezen. 'Ik piekerde me suf over wie het geweest zou kunnen zijn en dacht aan een slechte grap. Ik verdacht al mijn exen...' Toen ik hem vroeg of hij zo'n lijst van rancuneuze exen had, ontkende hij. Dat hij het boek niet eens gelezen had, vond ik wel een beetje dom.
Ik schilder het nu af als een date from hell, maar dat was het niet, hoor. Hij was best onderhoudend, stelde oprecht geïnteresseerde vragen, vertelde over zijn leven en we zaten inmiddels aan drankje nummer drie. Zo vreselijk vond hij het dus niet en ik evenmin. Ik merkte gewoon dat we, ondanks wederzijdse inspanningen, niet op een lijn zaten - en dat werd steeds erger.
Het begon met de onthulling dat hij binnen anderhalve maand op reis zou gaan om onderzoek te doen. 'Waarom doe je dit, ik bedoel, waarom doe je dit nu?' Ik legde uit dat ik al een tijdje twijfels had en wilde kijken of mijn gevoelens gegrond waren. 'Want ik ga over zes weken naar het buitenland. Ik vroeg me af... want als je mijn hyvesprofiel in de gaten had gehouden, had je kunnen zien dat ik over zes weken vertrek....'
Het zal mijn taalkundige gevoeligheid wel geweest zijn, maar hij scoorde hier geen punten mee. We waren geen hyvesvrienden, dus ik zou helemaal niets zien, en ik had wel wat beters te doen dan zijn hyvesprofiel te checken op onregelmatigheden. Het was des te beter dat ik het nú deed, vóór hij naar zijn onderzoekslocatie was vertrokken, al wist ik daar niets van. Dank aan de voorzienigheid. Zijn voortdurende suggestie dat hij mijn zon, mijn maan en mijn sterrenhemel was ergerde me meer en meer. Nogmaals, ik denk dat een deel van mijn irritatie werd veroorzaakt door zijn onachtzame en directe woordkeus, maar kom óp, nee toch? Ik vond hem wel leuk, maar er zijn grenzen. Wat hij me eigenlijk verweet, was dat ik niet obsessief genoeg was geweest... strangé!
Toen hij me vroeg naar hoe ik op het idee was gekomen, kwam dit nog eens naar voren.
'Maar je had me geen boek hoeven sturen, ik bedoel, je had toch ook gewoon voor mijn deur kunnen gaan liggen, ofzo?'
Ik verzin dit niet, lieve lezer. Maar mijn incasseringsvermogen is groot, dat weet u inmiddels, en hij was nou eenmaal geen woordkunstenaar of enthousiaste lezer. Ik zou hem zeker niet dom willen noemen, hij deed zijn best en in zijn eigen vakgebied was hij ongetwijfeld heel briljant. Maar mijn talige zachtaardigheid en zijn ruwe metaforen waren op z'n minst zeer incompatibel.
Ik was dat akkefietje met mijn naam nog niet vergeten, ('Moeten wij elkaar ergens van kennen? Hoe heet jij ook alweer? Deirdre, toch?') bovendien sloeg ik bijna steil achterover van de absurditeit van dat voorstel. Hij bedoelde het vast niet zo erg als het klonk, maar het was de derde of vierde keer dat hij suggereerde dat ik beter mijn best had moeten doen. Luister, vader: zo heet ben je echt niet. In plaats van de ontspannen en soepele date die ik graag had gewild, werd de sfeer nu bijna vijandig. Ik kon mijn sarcasme niet meer onderdrukken, al betekende dat dat ik wellicht mijn eigen glazen in zou gooien.
'Vond je het opsturen van een boek niet origineel genoeg? En je zei net dat je me niet kende en niet wist wie ik was! Dus dat zou betekenen dat ik je gangen nauwlettend zou moeten nagaan, terwijl je me niet eens kent. Dat zou wel heel eng en behoorlijk obsessief geweest zijn, hè? Wat zou ik bovendien opschieten met het volgen van je doen en laten – ik doe graag andere dingen, zeker in de winter, en blijf graag strafbladvrij...'
Het was duidelijk dat we elkaar echt niet begrepen. Ik denk dat hij naast nieuwsgierig ook geschrokken was van het boek en geen hoogte kon krijgen van de ernst van mijn crush op hem. Maar als hij dacht dat ik geobsedeerd was door hem en zijn leven, zoals hij suggereerde, zou ik hem moeten teleurstellen. Gelukkig verontschuldigde hij zich nog voor zijn lompe binnenkomer, maar het kwaad was al geschied en ik kon niet anders dan hem daar gelijk in geven: hij was lomp geweest. Hij zei nogmaals dat hij het erg dapper vond wat ik gedaan had, en ik wenste hem een goede onderzoeksperiode. En zei dat als hij een tweede date wilde, hij me kon bellen, maar als hij niets meer van zich liet horen, ik ook genoeg wist. Op dat moment wist ik niet zeker of ik wel een tweede date wilde, maar weet dat aan de spanning, stress en de miscommunicatie. Het fijne was dat ik wist dat als ik binnen zes weken niets hoorde, ik niet meer hoefde te hopen. Ik had er alles aan gedaan om het te laten slagen.
De zes weken gingen voorbij. Er ging twee jaar voorbij. Laatst kwam hij met een vriend langs op mijn werk en heeft mij angstvallig vermeden. De vriend, die eigenlijk heel leuk was, keek mij breed grijnzend aan. Ik weet niet wat hij weet, maar heb maar neutraal-welwillend teruggekeken. Mijn date wist waar ik werkte en had dus niet langs hoeven komen. Als je het over dapper zijn hebt, was een 'hoi' voldoende geweest, maar zelfs dat was teveel. Maar goed, hij zal daar zo zijn redenen voor hebben gehad. Het is makkelijk om hier de scorned woman uit te hangen, en hoe meer ik hem zwart maak, hoe zwarter ik zelf word. Hij heeft niets verkeerd gedaan, op wat ongelukkige formuleringen na. Hij wilde niet, en dat is zijn goed recht. Niet de hele wereld wil mij. En hij heeft zich tijdens de date als een gentleman gedragen – dat is ook wat waard.
Om terug te komen op de aanleiding voor dit stuk: amoureuze blindheid kan je een werkelijkheid voorschotelen die niet overeenstemt met de werkelijkheid zoals ánderen die ervaren.
(Overigens: zoals de mailschrijver het spelen met je haar categoriseert als 'universeel symbool' is ook het niet terugbellen na een eerste date een universeel symbool. Alleen wenst hij dat niet te zien. Toegegeven, er zijn vele manieren om te laten weten dat je verder contact niet ziet zitten en stilte - zonder afspraken daarover - is niet de netste. Wat de mailschrijver heeft gedaan is echter evenmin netjes, of hoffelijk.)
En de moraal van dit verhaal? Twee dingen: zekerheid biedt troost, en verliefdheid vertroebelt je oordeel. We've all been there. Maar u weet wat het spreekwoord zegt: waar een deur sluit, gaat er een andere open.
Zinvol? High-brow? Zeker niet. Maar aangezien ik de Nederlandse celeb-scene dodelijk saai vind en nu.nl nooit sappige foto's heeft, wijk ik uit naar het buitenland.
Zo viel mijn oog op een artikel over een man die na de eerste date de dame in kwestie een anderhalf duizend woorden (!!) tellende mail had geschreven. Zijn date had namelijk niet meer gereageerd op zijn aanhoudende belletjes en sms-berichten. En hij wilde weten waarom. Ik zal u het plezier van het lezen van de mail niet helemaal ontnemen, maar hij voelde zich vooral gegriefd en misleid omdat hij vond dat ze duidelijke positieve signalen had afgegeven, die er op wezen dat ze met hem verder wilde.
(Voor de liefhebber: de mail in kwestie)
Ergens, lezer, kan ik sympathie opbrengen voor de man. Zoals u in de mail kunt lezen verexcuseert hij zich uitvoerig voor het medium mail en erkent dat woorden op papier de intonatie en gelaatsuitdrukkingen van een gesprek missen. Hij geeft zijn date zelfs nog 'kans' het nog eens met hem te proberen, als ze maar zou willen!
Wat opvalt, is dat hij spreekt over 'universele signalen' die hij van haar heeft opgevangen (zoals het spelen met haar haar, en het oogcontact) die hij heeft geïnterpreteerd als interesse in hem. En dit, oh lezer, is kenmerkend voor de amoureuze blindheid. Als je iemand leuk vindt, zie je wat je wil zien en geef je daar een meest positieve draai aan. Daar kan ik dan wel weer over meepraten, al heb ik nog nooit een man na een date gestalkt met een 1500 woorden tellend bericht. De mail van hierboven heeft dan ook niets met onderstaand relaas te maken. Wel kan ik u iets anders opbiechten: ik heb weleens een date geënsceneerd.
De man in kwestie sprak mij als eerste aan op een moment dat ik er niet op verdacht was. Hij was wel mijn type: lang, donkerharig. Hij verraste me nogal door me bij mijn volledige naam aan te spreken en iets te vragen over mijn woonplaats en ik schrok daarvan: ondanks mijn blog ben ik erg op mijn privacy gesteld en ik vond het niet zo leuk dat hij van alles van mij leek te weten, terwijl ik niet wist wie hij was. Toch kwam ik hem telkens tegen en hij maakte iets in me los waarvan ik niet zo goed wist wat ik ermee aan moest. We spraken elkaar nooit meer sinds die dag, maar ik vond het altijd erg fijn om hem te zien, dat wel. Ik dacht ook te merken dat hij mij wel leuk vond, maar achteraf bekeken was dat misschien niet zo.
Afijn, na zo'n vijf jaar van draaien besloot ik dat ik er toch maar iets mee moest gaan doen. Het was niet zo dat ik op hem gefixeerd was of niet naar andere mannen keek, maar ik bleef gewoon een zwak voor hem houden. We kenden elkaar echter niet, dus het kon ook zo maar zijn dat de crush die ik op hem had, gebaseerd was op borstelige wenkbrauwen, een groot voorhoofd en wat hete lucht. Om de zaken nog gecompliceerder te maken spotte ik hem regelmatig met een meisje dat in de verte wel iets van mij weg had. Ze was bruin en enthousiast, net als ik. Ik zou me verder niet met haar willen identificeren (ze had een tandvleeslach) maar het feit dat hij haar type leuk vond maakte dat ik dacht dat hij ook wel op mij zou kunnen vallen. Of zij überhaupt amoureus involved waren weet ik tot op de dag van vandaag niet, maar het besef dat mijn kansen konden keren werd ineens realiteit. Dat ik hen over vijf jaar achter een kinderwagen zou zien lopen en me dan nog eens af zou vragen 'wat-als....' of erger, 'dat had ik kunnen zijn', maakte dat ik besloot actie te nemen.
Ik stuurde hem een uitvoerig bekroond stuk literatuur met een cryptische tekst op het voorblad en hoopte er het beste van. De thematiek van het boek was zodanig dat ik, in mijn optimisme, zeker wist dat hij aan mij zou denken als hij het zou lezen. Na een kleine maand stuurde ik hem een tweede boek met de instructie het me terug te brengen in een kroeg.
Het was het leukste en gewaagdste wat ik ooit voor een man had gedaan. Het ging verder dan meisjesachtig betamelijk was. Maar als ik hiermee een eind kon maken aan de twijfel, was het het waard. Ook als het niets zou worden, wist ik zeker dat ik er alles aan gedaan had om het te laten werken. Inmiddels weet ik wat ik toen nog niet wilde geloven: als een man je wil, stapt hij wel op je af. Toen dacht ik nog dat hij misschien verlegen was, of niet zeker wist of ik hem leuk vond. Nou, dat wist hij dan hierna. Als het slaagde: prima. Als het niets werd: ook goed, dan kon ik nu écht verder, zonder wroeging over kinderwagens of lichaamstypes. Voor het eerst in mijn amoureuze leven zou ik harde actie nemen voor iemand die ik wilde, in plaats van de kans voorbij te laten gaan en mijn tijd te verspillen met twijfelen, zwijmelen en dagdromen.
Lieve lezer, dat pakte even anders uit dan ik dacht. Ik had kunnen weten dat het niets zou worden toen hij bij een eerste blik op mij vroeg: 'Kom je niet in opdracht van iemand anders?' Waarop ik, naïef en zonder de implicatie van deze woorden te willen snappen, verrast en ontkennend antwoordde. Vervolgens deed hij alsof hij mijn naam niet meer wist, of misschien wist hij 'm echt niet meer. Ook zei hij dat hij het 'dapper' van me vond en we gingen naar binnen voor een biertje.
We spraken over koetjes en kalfjes en hoewel ik vond dat het niet zo soepeltjes verliep als ik had gedacht, weet ik dat aan de aan beide kanten aanwezige nervositeit. Het gesprek kwam niet goed van de grond, omdat we eigenlijk niet veel gemeen hadden. Ik had me had verkeken op zijn aandacht voor mij, wat, achteraf gezien, logisch was. Hij had het boek, dat boek dat ik hem met zoveel zorg had toegestuurd, niet gelezen. 'Ik piekerde me suf over wie het geweest zou kunnen zijn en dacht aan een slechte grap. Ik verdacht al mijn exen...' Toen ik hem vroeg of hij zo'n lijst van rancuneuze exen had, ontkende hij. Dat hij het boek niet eens gelezen had, vond ik wel een beetje dom.
Ik schilder het nu af als een date from hell, maar dat was het niet, hoor. Hij was best onderhoudend, stelde oprecht geïnteresseerde vragen, vertelde over zijn leven en we zaten inmiddels aan drankje nummer drie. Zo vreselijk vond hij het dus niet en ik evenmin. Ik merkte gewoon dat we, ondanks wederzijdse inspanningen, niet op een lijn zaten - en dat werd steeds erger.
Het begon met de onthulling dat hij binnen anderhalve maand op reis zou gaan om onderzoek te doen. 'Waarom doe je dit, ik bedoel, waarom doe je dit nu?' Ik legde uit dat ik al een tijdje twijfels had en wilde kijken of mijn gevoelens gegrond waren. 'Want ik ga over zes weken naar het buitenland. Ik vroeg me af... want als je mijn hyvesprofiel in de gaten had gehouden, had je kunnen zien dat ik over zes weken vertrek....'
Het zal mijn taalkundige gevoeligheid wel geweest zijn, maar hij scoorde hier geen punten mee. We waren geen hyvesvrienden, dus ik zou helemaal niets zien, en ik had wel wat beters te doen dan zijn hyvesprofiel te checken op onregelmatigheden. Het was des te beter dat ik het nú deed, vóór hij naar zijn onderzoekslocatie was vertrokken, al wist ik daar niets van. Dank aan de voorzienigheid. Zijn voortdurende suggestie dat hij mijn zon, mijn maan en mijn sterrenhemel was ergerde me meer en meer. Nogmaals, ik denk dat een deel van mijn irritatie werd veroorzaakt door zijn onachtzame en directe woordkeus, maar kom óp, nee toch? Ik vond hem wel leuk, maar er zijn grenzen. Wat hij me eigenlijk verweet, was dat ik niet obsessief genoeg was geweest... strangé!
Toen hij me vroeg naar hoe ik op het idee was gekomen, kwam dit nog eens naar voren.
'Maar je had me geen boek hoeven sturen, ik bedoel, je had toch ook gewoon voor mijn deur kunnen gaan liggen, ofzo?'
Ik verzin dit niet, lieve lezer. Maar mijn incasseringsvermogen is groot, dat weet u inmiddels, en hij was nou eenmaal geen woordkunstenaar of enthousiaste lezer. Ik zou hem zeker niet dom willen noemen, hij deed zijn best en in zijn eigen vakgebied was hij ongetwijfeld heel briljant. Maar mijn talige zachtaardigheid en zijn ruwe metaforen waren op z'n minst zeer incompatibel.
Ik was dat akkefietje met mijn naam nog niet vergeten, ('Moeten wij elkaar ergens van kennen? Hoe heet jij ook alweer? Deirdre, toch?') bovendien sloeg ik bijna steil achterover van de absurditeit van dat voorstel. Hij bedoelde het vast niet zo erg als het klonk, maar het was de derde of vierde keer dat hij suggereerde dat ik beter mijn best had moeten doen. Luister, vader: zo heet ben je echt niet. In plaats van de ontspannen en soepele date die ik graag had gewild, werd de sfeer nu bijna vijandig. Ik kon mijn sarcasme niet meer onderdrukken, al betekende dat dat ik wellicht mijn eigen glazen in zou gooien.
'Vond je het opsturen van een boek niet origineel genoeg? En je zei net dat je me niet kende en niet wist wie ik was! Dus dat zou betekenen dat ik je gangen nauwlettend zou moeten nagaan, terwijl je me niet eens kent. Dat zou wel heel eng en behoorlijk obsessief geweest zijn, hè? Wat zou ik bovendien opschieten met het volgen van je doen en laten – ik doe graag andere dingen, zeker in de winter, en blijf graag strafbladvrij...'
Het was duidelijk dat we elkaar echt niet begrepen. Ik denk dat hij naast nieuwsgierig ook geschrokken was van het boek en geen hoogte kon krijgen van de ernst van mijn crush op hem. Maar als hij dacht dat ik geobsedeerd was door hem en zijn leven, zoals hij suggereerde, zou ik hem moeten teleurstellen. Gelukkig verontschuldigde hij zich nog voor zijn lompe binnenkomer, maar het kwaad was al geschied en ik kon niet anders dan hem daar gelijk in geven: hij was lomp geweest. Hij zei nogmaals dat hij het erg dapper vond wat ik gedaan had, en ik wenste hem een goede onderzoeksperiode. En zei dat als hij een tweede date wilde, hij me kon bellen, maar als hij niets meer van zich liet horen, ik ook genoeg wist. Op dat moment wist ik niet zeker of ik wel een tweede date wilde, maar weet dat aan de spanning, stress en de miscommunicatie. Het fijne was dat ik wist dat als ik binnen zes weken niets hoorde, ik niet meer hoefde te hopen. Ik had er alles aan gedaan om het te laten slagen.
De zes weken gingen voorbij. Er ging twee jaar voorbij. Laatst kwam hij met een vriend langs op mijn werk en heeft mij angstvallig vermeden. De vriend, die eigenlijk heel leuk was, keek mij breed grijnzend aan. Ik weet niet wat hij weet, maar heb maar neutraal-welwillend teruggekeken. Mijn date wist waar ik werkte en had dus niet langs hoeven komen. Als je het over dapper zijn hebt, was een 'hoi' voldoende geweest, maar zelfs dat was teveel. Maar goed, hij zal daar zo zijn redenen voor hebben gehad. Het is makkelijk om hier de scorned woman uit te hangen, en hoe meer ik hem zwart maak, hoe zwarter ik zelf word. Hij heeft niets verkeerd gedaan, op wat ongelukkige formuleringen na. Hij wilde niet, en dat is zijn goed recht. Niet de hele wereld wil mij. En hij heeft zich tijdens de date als een gentleman gedragen – dat is ook wat waard.
Om terug te komen op de aanleiding voor dit stuk: amoureuze blindheid kan je een werkelijkheid voorschotelen die niet overeenstemt met de werkelijkheid zoals ánderen die ervaren.
(Overigens: zoals de mailschrijver het spelen met je haar categoriseert als 'universeel symbool' is ook het niet terugbellen na een eerste date een universeel symbool. Alleen wenst hij dat niet te zien. Toegegeven, er zijn vele manieren om te laten weten dat je verder contact niet ziet zitten en stilte - zonder afspraken daarover - is niet de netste. Wat de mailschrijver heeft gedaan is echter evenmin netjes, of hoffelijk.)
En de moraal van dit verhaal? Twee dingen: zekerheid biedt troost, en verliefdheid vertroebelt je oordeel. We've all been there. Maar u weet wat het spreekwoord zegt: waar een deur sluit, gaat er een andere open.
Labels:
date,
kroeg,
liefde,
man,
omgangsvormen,
oordelen,
overpeinzing,
relaties,
verwachtingen
maandag 12 december 2011
Vrucht(eloos)
Uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek is gebleken dat er nu meer vrouwen dan mannen aan hoger onderwijs deelnemen: er zitten meer vrouwen dan mannen op een HBO of universiteit. Dit verbaast me niet. Ondanks alle feministische golven (zitten we nu niet in de vierde?) en strijd om gelijke betaling bij gelijk werk, heb je als meisje eigenlijk geen toekomst meer als je na de middelbare school niet gaat studeren.
Dat zit zo: zodra je van de middelbare school afkomt en je de keus maakt te gaan werken zonder vervolgopleiding vervalt vrijwel al het verschil tussen de onderwijstypen. Het verschil tussen meisje en jongen blijft echter wel bestaan. Als persoon zonder hogere opleiding kom je in zogenaamd 'ongeschoold werk' terecht waarin het niet meer zoveel uitmaakt of je met een VWO-, HAVO-, of VBMO-T- diploma je school verliet. Veel uren, fysiek zwaarder en vaak eentonig werk tegen het minimumloon. Als je een vrouw bent heb je vervolgens pech, want ouder worden of ervaring kweken in je baan zal je niet zo goed helpen als het mannen met dezelfde startpositie zou doen. In dat opzicht verschillen vrouwen nou eenmaal sowieso van mannen, hoogopgeleid of niet. Dat verschil heeft te maken met tradities, en met kinderen.
Ik heb het al eerder gezegd: al krijg je een kind met de meest flexibele en voorkomende man op aarde: zwangerschap (en eventueel borstvoeding) moet je als vrouw toch echt zelf doen. Bovendien is zwangerschap best een aanslag op je lichaam. Ik ken slechts één voorbeeld van een minister (de Franse minister Rachida Dati van Justitie) die geen zwangerschapsverlof opnam, haar kind via een (geplande?) keizersnede ter wereld bracht en vijf dagen later (!!) weer aan het werk was. Maar dat zijn de uitzonderingen. Kinderen krijgen betekent niet voorgoed het einde van je carrière, maar de opgelopen achterstand – in vergelijking met kinderloze vrouwen of mannen – wordt nooit meer helemaal ingehaald. En aangezien 1) de meeste vrouwen hun kinderen niet iedere dag naar de crèche/grootouders/BSO willen brengen en 2) ze minder verdienen dan mannen, dus het rendabeler is om zelf minder te gaan werken in plaats van dat de man dat doet (want kinderen kosten KLAUWEN met geld) is de keus voor een part-time baan snel gemaakt. En we weten allemaal dat je met part-time uren draaien veel minder makkelijk carrière maakt. En dus ook minder makkelijk een hoger salaris krijgt. En zo is de cirkel met al haar uitlopers weer rond.
Het punt hier, lieve lezer? Om als vrouw nog een beetje inkomen te genereren, moet je wel gaan studeren. Als je er voor kiest kinderloos te blijven zijn de gevolgen nog te beperken, maar kinderen en een carrière – net zo eentje als mannen hebben – kun je vergeten. Dat wil niet zeggen dat je zou hoeven kiezen of dat een vrouwencarrière minder waard is, zolang je je maar neer kan leggen bij dit verschil.
Hoogopgeleide vrouwen krijgen vaak minder en later kinderen dan vrouwen met minder opleiding. Ik denk dat dat minstens twee oorzaken heeft. Enerzijds kost opleiding krijgen tijd en geld. Iemand die op haar zeventiende van de HAVO afkomt en direct gaat werken is op haar twintigste wel toe aan een kind, terwijl iemand die op haar zeventiende van de HAVO afkomt, dan een jaar HBO doet en daarna nog een universitaire studie inclusief bestuursjaar, jaartje buitenland en een beetje freewheelen er op haar vierentwintigste misschien eens aan gaat denken. Ware het niet dat ze dan om zich heen ziet dat iedere kinderloze vrouw nog promotie maakt en ze dan besluit er nog maar even mee te wachten. En daaruit komt punt twee: een kind komt nooit uit. Tegen de tijd dat bij de meeste vrouwen de kinderwens (weer) sterker is geworden dan de carrièrewens, lukt het vaak niet meer zo snel om zwanger te raken. Laat staan als je nog een tweede of derde kind wil.
Ik denk dat je als moeder het beste actrice als beroep kunt hebben. De druk om slank te blijven is in de acteerwereld heel hoog. Die is overal heel hoog, maar waar je als dikke advocaat je ambt nog gewoon kunt uitoefenen, kun je een carrière als succesvol actrice op je dikke buik schrijven. Dus je zorgt dat je binnen no-time die buik hebt weggetraind. Het kind kan mee naar de set en jij kan werken als het kind slaapt. En aangezien je niet betaald wordt als je niet werkt en geen rollen krijgt als je niet slank blijft, ben je altijd lekker fit! Perfect.
Maar als je geen actrice bent, dan rijst de vraag: wanneer? Een paar jaar geleden las ik in het NRC een stuk van een dame die pleitte voor het krijgen van een kind tijdens je studie. Waarom? Tegen de tijd dat je klaar bent met je studie is het kind leerplichtig- dat botst dan niet met je werkschema. Bovendien krijg je naast stufi nog meer steun van de staat. Biologisch gezien is het een goed moment om een kind te krijgen. Een kind dwingt je om gezonder te leven. En je kunt fijn veel tijd met je spruit doorbrengen, want relatief volg je weinig uren college.
De realiteit is toch anders. Alle positieve argumenten van de schrijfster ten spijt – waarvan vooral het biologische mij het meest aanspreekt – is een kind krijgen geen sinecure. Allereerst zijn daar de financiën. Al vertrouw je op je stufi, liefdadigheid en God, een kind kost geld, veel geld. Ik denk ook dat het moeilijk studeren is met een (al dan niet huilend) kind op twee meter van je bureau annex slaapbank annex eettafel. Grote kans dat je sjeest. En zwangerschap is niet bijzonder genoeg om te tellen als 'bijzondere omstandigheid', al ben je nog zo verliefd op je eigen kind.
Je mag van geluk spreken als je ten tijde van de geboorte nog samen bent met de vader, want mannen zijn op hun achttiende nog zelden amoureus standvastig. (Al was het maar omdat ze zoveel keus hebben, waarmee ik maar weer op de kern van de zaak wijs.)
Hoe dan ook trekt de komst van het kind (de verantwoordelijkheid, het slaaptekort, het geldgebrek en het sekstekort als gevolg van de stekende hechtingen) onvermijdelijk zijn wissel op je relatie. Je bent te moe om te eten en het kind zuigt je letterlijk leeg, maar hee, je drinkt tenminste niet teveel. Je zou graag uithuilen bij je vriendinnen, maar die hebben tentamens en begrijpen je niet meer. Natuurlijk, ze vinden je kind schattig en willen er best een middagje op passen, bewonderen je om je 'gedurfde keuzes' waar ze zelf 'het lef niet voor zouden hebben' maar als het happy hour in de kroeg begint, blijf jij achter met een bordje koude Bambix. In je haar.
Als je na vier lange jaren (waarin je het for your sake hopelijk bij één kind hebt weten te houden) dan eindelijk klaar bent voor de arbeidsmarkt, is die waarschijnlijk niet (meer) klaar voor jou. Probeer maar eens een parttime baan te vinden op academisch niveau. Da's lastig. En al je ex-studiegenoten zijn al aan het werk, terwijl jij 'onderaan' moet beginnen. Dat is natuurlijk relatief – of je nou drie jaar vrijwilligerswerk in Bhutan gaat doen, een studiegerelateerde burn-out te boven moet komen of een kind krijgt maakt niet zoveel uit – maar je wordt er niet jonger op en dat kind kost alsmaar meer. Zo'n lange 'pauze' is makkelijker te boven te komen als je al eens gewerkt hébt. Kon je 'm vroeger bovendien nog naar je moeder doorschuiven, inmiddels verwacht spruit een antwoord op al zijn talrijke vragen, standjes op zijn driftbuien en applaus voor iedere foeilelijke tekening of van klei gefabriceerde waxinelichtjeshouder.
Mijn advies? Als je dan toch tijdens je studie een kind wil, zorg dan dat je zwanger raakt van je professor. Dan krijg je een slim kind, en de kans is groot dat hij waar hij in zijn huwelijk zijn vrouw alle kindgerelateerde klussen op heeft laten knappen vanwege zijn carrière, hij bij jullie kind veel meer betrokken zal zijn. Hij kan je helpen met je studie. Hij is inmiddels gewend aan het idee vader te zijn en hoeft zich niet meer te verschansen in zijn studeerkamer. Hij heeft nu het geld om educatief speelgoed voor het kind te kopen, zodat die briljante genen tot volle wasdom komen. Als je mazzel hebt is hij net gepensioneerd en heeft hij zeeën van tijd om zijn jongste telg voor te lezen uit de prachtigste boeken. Ideaal.
Negeer het licht verzakte lijf, de schonkige bilpartij, de hortende kamfer-en-teveel-espresso-adem die vanuit een indrukwekkend middelbare romp moet komen en de hoofdhuid die door de lokken schemert. Denk aan de dure wijn die je achter je kiezen hebt, de foto van twintig jaar geleden die je van hem hebt gezien, het collier waarmee hij je het hof maakt (oui, monsieur!) en de intellectuele gesprekken die jullie hebben gevoerd. Zoals ze in Groot-Brittannië zeggen: Lie back and think of England. En dan maar duimen dat het een jongen wordt.
Dat zit zo: zodra je van de middelbare school afkomt en je de keus maakt te gaan werken zonder vervolgopleiding vervalt vrijwel al het verschil tussen de onderwijstypen. Het verschil tussen meisje en jongen blijft echter wel bestaan. Als persoon zonder hogere opleiding kom je in zogenaamd 'ongeschoold werk' terecht waarin het niet meer zoveel uitmaakt of je met een VWO-, HAVO-, of VBMO-T- diploma je school verliet. Veel uren, fysiek zwaarder en vaak eentonig werk tegen het minimumloon. Als je een vrouw bent heb je vervolgens pech, want ouder worden of ervaring kweken in je baan zal je niet zo goed helpen als het mannen met dezelfde startpositie zou doen. In dat opzicht verschillen vrouwen nou eenmaal sowieso van mannen, hoogopgeleid of niet. Dat verschil heeft te maken met tradities, en met kinderen.
Ik heb het al eerder gezegd: al krijg je een kind met de meest flexibele en voorkomende man op aarde: zwangerschap (en eventueel borstvoeding) moet je als vrouw toch echt zelf doen. Bovendien is zwangerschap best een aanslag op je lichaam. Ik ken slechts één voorbeeld van een minister (de Franse minister Rachida Dati van Justitie) die geen zwangerschapsverlof opnam, haar kind via een (geplande?) keizersnede ter wereld bracht en vijf dagen later (!!) weer aan het werk was. Maar dat zijn de uitzonderingen. Kinderen krijgen betekent niet voorgoed het einde van je carrière, maar de opgelopen achterstand – in vergelijking met kinderloze vrouwen of mannen – wordt nooit meer helemaal ingehaald. En aangezien 1) de meeste vrouwen hun kinderen niet iedere dag naar de crèche/grootouders/BSO willen brengen en 2) ze minder verdienen dan mannen, dus het rendabeler is om zelf minder te gaan werken in plaats van dat de man dat doet (want kinderen kosten KLAUWEN met geld) is de keus voor een part-time baan snel gemaakt. En we weten allemaal dat je met part-time uren draaien veel minder makkelijk carrière maakt. En dus ook minder makkelijk een hoger salaris krijgt. En zo is de cirkel met al haar uitlopers weer rond.
Het punt hier, lieve lezer? Om als vrouw nog een beetje inkomen te genereren, moet je wel gaan studeren. Als je er voor kiest kinderloos te blijven zijn de gevolgen nog te beperken, maar kinderen en een carrière – net zo eentje als mannen hebben – kun je vergeten. Dat wil niet zeggen dat je zou hoeven kiezen of dat een vrouwencarrière minder waard is, zolang je je maar neer kan leggen bij dit verschil.
Hoogopgeleide vrouwen krijgen vaak minder en later kinderen dan vrouwen met minder opleiding. Ik denk dat dat minstens twee oorzaken heeft. Enerzijds kost opleiding krijgen tijd en geld. Iemand die op haar zeventiende van de HAVO afkomt en direct gaat werken is op haar twintigste wel toe aan een kind, terwijl iemand die op haar zeventiende van de HAVO afkomt, dan een jaar HBO doet en daarna nog een universitaire studie inclusief bestuursjaar, jaartje buitenland en een beetje freewheelen er op haar vierentwintigste misschien eens aan gaat denken. Ware het niet dat ze dan om zich heen ziet dat iedere kinderloze vrouw nog promotie maakt en ze dan besluit er nog maar even mee te wachten. En daaruit komt punt twee: een kind komt nooit uit. Tegen de tijd dat bij de meeste vrouwen de kinderwens (weer) sterker is geworden dan de carrièrewens, lukt het vaak niet meer zo snel om zwanger te raken. Laat staan als je nog een tweede of derde kind wil.
Ik denk dat je als moeder het beste actrice als beroep kunt hebben. De druk om slank te blijven is in de acteerwereld heel hoog. Die is overal heel hoog, maar waar je als dikke advocaat je ambt nog gewoon kunt uitoefenen, kun je een carrière als succesvol actrice op je dikke buik schrijven. Dus je zorgt dat je binnen no-time die buik hebt weggetraind. Het kind kan mee naar de set en jij kan werken als het kind slaapt. En aangezien je niet betaald wordt als je niet werkt en geen rollen krijgt als je niet slank blijft, ben je altijd lekker fit! Perfect.
Maar als je geen actrice bent, dan rijst de vraag: wanneer? Een paar jaar geleden las ik in het NRC een stuk van een dame die pleitte voor het krijgen van een kind tijdens je studie. Waarom? Tegen de tijd dat je klaar bent met je studie is het kind leerplichtig- dat botst dan niet met je werkschema. Bovendien krijg je naast stufi nog meer steun van de staat. Biologisch gezien is het een goed moment om een kind te krijgen. Een kind dwingt je om gezonder te leven. En je kunt fijn veel tijd met je spruit doorbrengen, want relatief volg je weinig uren college.
De realiteit is toch anders. Alle positieve argumenten van de schrijfster ten spijt – waarvan vooral het biologische mij het meest aanspreekt – is een kind krijgen geen sinecure. Allereerst zijn daar de financiën. Al vertrouw je op je stufi, liefdadigheid en God, een kind kost geld, veel geld. Ik denk ook dat het moeilijk studeren is met een (al dan niet huilend) kind op twee meter van je bureau annex slaapbank annex eettafel. Grote kans dat je sjeest. En zwangerschap is niet bijzonder genoeg om te tellen als 'bijzondere omstandigheid', al ben je nog zo verliefd op je eigen kind.
Je mag van geluk spreken als je ten tijde van de geboorte nog samen bent met de vader, want mannen zijn op hun achttiende nog zelden amoureus standvastig. (Al was het maar omdat ze zoveel keus hebben, waarmee ik maar weer op de kern van de zaak wijs.)
Hoe dan ook trekt de komst van het kind (de verantwoordelijkheid, het slaaptekort, het geldgebrek en het sekstekort als gevolg van de stekende hechtingen) onvermijdelijk zijn wissel op je relatie. Je bent te moe om te eten en het kind zuigt je letterlijk leeg, maar hee, je drinkt tenminste niet teveel. Je zou graag uithuilen bij je vriendinnen, maar die hebben tentamens en begrijpen je niet meer. Natuurlijk, ze vinden je kind schattig en willen er best een middagje op passen, bewonderen je om je 'gedurfde keuzes' waar ze zelf 'het lef niet voor zouden hebben' maar als het happy hour in de kroeg begint, blijf jij achter met een bordje koude Bambix. In je haar.
Als je na vier lange jaren (waarin je het for your sake hopelijk bij één kind hebt weten te houden) dan eindelijk klaar bent voor de arbeidsmarkt, is die waarschijnlijk niet (meer) klaar voor jou. Probeer maar eens een parttime baan te vinden op academisch niveau. Da's lastig. En al je ex-studiegenoten zijn al aan het werk, terwijl jij 'onderaan' moet beginnen. Dat is natuurlijk relatief – of je nou drie jaar vrijwilligerswerk in Bhutan gaat doen, een studiegerelateerde burn-out te boven moet komen of een kind krijgt maakt niet zoveel uit – maar je wordt er niet jonger op en dat kind kost alsmaar meer. Zo'n lange 'pauze' is makkelijker te boven te komen als je al eens gewerkt hébt. Kon je 'm vroeger bovendien nog naar je moeder doorschuiven, inmiddels verwacht spruit een antwoord op al zijn talrijke vragen, standjes op zijn driftbuien en applaus voor iedere foeilelijke tekening of van klei gefabriceerde waxinelichtjeshouder.
Mijn advies? Als je dan toch tijdens je studie een kind wil, zorg dan dat je zwanger raakt van je professor. Dan krijg je een slim kind, en de kans is groot dat hij waar hij in zijn huwelijk zijn vrouw alle kindgerelateerde klussen op heeft laten knappen vanwege zijn carrière, hij bij jullie kind veel meer betrokken zal zijn. Hij kan je helpen met je studie. Hij is inmiddels gewend aan het idee vader te zijn en hoeft zich niet meer te verschansen in zijn studeerkamer. Hij heeft nu het geld om educatief speelgoed voor het kind te kopen, zodat die briljante genen tot volle wasdom komen. Als je mazzel hebt is hij net gepensioneerd en heeft hij zeeën van tijd om zijn jongste telg voor te lezen uit de prachtigste boeken. Ideaal.
Negeer het licht verzakte lijf, de schonkige bilpartij, de hortende kamfer-en-teveel-espresso-adem die vanuit een indrukwekkend middelbare romp moet komen en de hoofdhuid die door de lokken schemert. Denk aan de dure wijn die je achter je kiezen hebt, de foto van twintig jaar geleden die je van hem hebt gezien, het collier waarmee hij je het hof maakt (oui, monsieur!) en de intellectuele gesprekken die jullie hebben gevoerd. Zoals ze in Groot-Brittannië zeggen: Lie back and think of England. En dan maar duimen dat het een jongen wordt.
Abonneren op:
Posts (Atom)