donderdag 25 augustus 2011

Prairie

Meer nog dan fietsen door de regen, dure dingen die kapot gaan of voelen dat ik dikker ben geworden haat ik het bericht dat mijn favoriete producten uit de lijn gehaald worden. Ik ben vrij pietluttig en bovendien erg gehecht aan mijn favoriete merken en producten. Het kost flink wat tijd om uit te vogelen wat 1) werkt en 2) betaalbaar is, en daarom vind ik niets ergerlijker dan te horen of te merken dat ze er niet meer zijn. Zo was daar Impulse deospray, die van de aardbodem verdween. Dove's lichaamsscrub, Dove's Orginial Indulging Cream, Bourjois lipgloss nummer negen, Rimmel Vinyl stars lipgloss 'Ruby' waren hetzelfde lot beschoren en zo kan ik nog wel tal van andere dingen opnoemen die uit het productassortiment zijn verdwenen. Wat is er bijvoorbeeld gebeurd met de makkelijke verkrijgbare make-up van Boots, of winkels als Miss Selfridge of Fooks? Ik weet, lieve lezer, dat met je tijd en met trend meegaan betekent dat dingen veranderen. Ik raak er niet van in de war als mijn routineuze schoonheidsrituelen ongevraagd een opfrisbeurt krijgen. En er is altijd ergens een vervanging (en de afgewerkte of Duitse partijen, die bij de Zeeman terechtkomen) Het is 'maar zeep', ik kom er wel overheen. En het is bloedirritant.
Na een aantal jaar scheikunde te hebben gehad weet ik heel goed dat de meeste verzorgingsproducten bestaan uit glycerine, water, een paar esters en parfums en dan nog een paar geheime ingrediënten in een 'gepatenteerde' en vooral zeer duurbewaarde formule. Daarom verschilt een dagcrème van La Prairie á €166.- qua samenstelling niet zoveel van een AH huismerkpot van hetzelfde formaat á €2.99. Toch gaat die vergelijking niet helemaal op, want in de van de AH kunnen net die dingen zitten die je huid minder zacht laten aanvoelen, of trekkerig, of onprettiger dan wanneer je La Prairie zou gebruiken. (Voor de kerels onder hullie: dat is zoiets als Calvé tegenover Panda pindakaas, Hugo Boss tegenover Aldi, Clarks tegenover Schoenenreus, Waterman tegenover Bic. Als je het nu nog niet begrijpt heeft verder lezen weinig zin.) De vraag is dus: hoeveel is het gevoel, letterlijk of mentaal, dat je krijgt van het gebruik van een duur(der) product, je waard?

Bij mij is het vaak een kwestie van financiën en gewenning. Ik weet uit ervaring dat de midprice-merken voor mij naar behoren werken en de cheap-ass-knockoff's bijna nooit. Ik weet nu ook dat sommige duurdere merken voor mij niet beter werken dan de midprice's. En in sommige gevallen weet ik dat het product van de duurdere lijn waarschijnlijk beter zal werken, maar heb ik er het geld niet voor (over). En dan zijn er nog de dingen waar het me niet zoveel van kan schelen, al zijn dat er erg weinig. (ik heb zelfs een voorkeur voor wattenschijfjes, mind you). Nagellakremover is er één van. Al is dat eigenlijk ook niet waar, want als ik de keuze heb kies ik toch de fles die weliswaar met tien cent verschil op negenenzestig in plaats van negenenvijftig cent uitkomt, maar iets minder op mijn ogen slaat bij het opendraaien.
Ik vind het belangrijk om er goed en fris uit te zien en lekker te ruiken. Ik wil een frisse adem, een stralende huid, glanzend, zacht, aanraakbaar haar, subtiele lipgloss en een inktzwarte veegvaste eyeliner. Daar heb ik best wat voor over, maar ik kan me geen La Prairie-crème veroorloven. (al ben ik aan het sparen voor een Touche Eclat...) Zit ik goed in de slappe was, dan gebruik ik het liefst PCLE van Biodermal (al ben ik op de rest van hun producten niet zo dol, die vind ik dan weer te duur.) Is zowel de bodem van de tube als de bodem van mijn schatkist in zicht, dan schakel ik zuchtend over op Dove. Het is ook een kwestie van wennen, want de consistentie is anders, het parfum is anders en sowieso ga ik er gewoon met een gevoel van 'noodoplossing' in. Zou ik het verschil merken in een dubbelblinde test? Ik denk het wel. Maar misschien is dat antwoord wel ingegeven door marketingtrucs waar ik al mijn hele leven aan blootsta. Ik geloof niet in de beloftes die op de potjes staan, ik ga uit van wat ik merk, excuzes les mots.
Een hoop van mijn routines zijn proefondervindelijk ontdekt. Ik denk lang na over wat ik over heb voor het product, het gebruiksgemak van een fles of tube, (onbereikbare dus verspilde resten in de dop?) verbruik in verhouding tot de prijs, (een hoge prijs is minder erg als je door het zuinige verbruik op een zelfde gemiddelde uitkomt) geur van het product, het effect van gebruik, en de verkrijgbaarheid (als ik iedere keer naar Amsterdam moet reizen voor mijn voorraad, wordt het alsnog een dure grap). Al doende leert men, en daarom vind ik het ook zo vreselijk als mijn zorgvuldig bestudeerde en gewaardeerde product niet meer verkocht wordt. Dan moet ik de hele rataplan weer van voren af aan gaan afwerken, en in de tussentijd de door mij verguisde shampoo, crèmespoeling of zeep gebruiken. Gelukkig zijn er in deze tijden van recessie goede aanbiedingen (nog zoiets; ik leg graag in vette tijden voorraden aan voor magere tijden, zodat ik in de magere tijden in ieder geval nog aandacht aan mijn uiterlijk kan besteden) bij verschillende drogisterijen en supermarkten, zodat ik eens in de zoveel tijd mijn slag kan slaan. Het frappante hieraan is dat je nooit even lang doet met twee flessen die je in een twee-halen-één-betalen-aanbieding hebt gekocht als dat je met twee afzonderlijk aangeschafte flessen zou doen. Misschien anderhalf keer zo lang, misschien één-en-twee-derde-keer zolang, maar nooit, nooit, precies twee keer zo lang. Dit gebeurt om dezelfde reden dat 'genoeg koekjes in huis hebben tegen een vreetbui' – uit de gedachte 'als het niet meer 'verboden' is, is het niet meer begeerlijk – voor de meeste lijners niet werkt. Voorraad werkt verbruik in de hand. (al werkt het bij shampoo beter dan bij voedsel, dat dan weer wel.)

De aanleiding voor mijn frustratie, liever lezer, werd mij aangereikt door een medewerkster van mijn plaatselijke reformhuis. Mijn favoriete wierookgeur verdwijnt. Zij stelde als oplossing voor dat ik een partij op zou kopen. Misschien doe ik dat wel, als de webwinkel ook geen voorraad meer heeft. In de tussentijd zal ik vast twee soorten door elkaar branden, en mijn geliefde wierook alleen branden bij speciale gelegenheden, en als de laatste kegel tot as is vergaan ben ik misschien ook klaar om door te gaan met een andere geur. Het is 'maar wierook', houd ik mezelf voor, ik kom er wel overheen...

maandag 15 augustus 2011

Koning (in)

Op MTV spotte ik een week of wat geleden het programma Tosh.O, waarin comedian Daniel Tosh leuke youtube-filmpjes bespreekt. Ik viel midden in een stuk over de totstandkoming van de prachtige ballad What What, uitgevoerd door een man in stewarduniform. Of hij werkelijk steward was werd me niet zo snel duidelijk. Mijn aandacht werd getrokken door de immer charismatische Josh Homme (oui, quel homme!) die de steward assisteerde met wat akoestische klanken.
Josh' verschijning maakte dat ik enkele nummers van Songs for the Deaf weer op mijn luisterrepertoire zette. Je hebt soms van die albums die zo goed zijn dat je ze helemaal grijs draait – voor zover dat kan met een cd, laat staan met een MP3, maar als u oud genoeg bent om mijn stukken te lezen, begrijpt u waar ik heen wil. Songs for the Deaf is er een van, bijvoorbeeld naast Erikah Badu's Baduizm Live, Raconteurs Broken Boy Soldiers, Pearl Jams Ten of Razorlights Razorlight.

Met Josh in mijn oren fietste ik naar mijn zaterdagbaantje. Vol van gitaarrif en opzwepende drums maakte ik me klaar om aan de slag te gaan. Het zonnetje scheen, de lucht was even onbewolkt als mijn humeur. Als ik terugdacht aan de subtiele partituren van Josh en consorten verscheen er een grote glimlach op mijn gezicht. Met diezelfde glimlach trad ik mijn klanten tegemoet. Zo kwam er een man voor mijn toonbank die ik ongeveer anderhalf jaar eerder had geholpen. Ik dacht tenminste dat hij het was, al keek hij niet naar mij alsof hij me herkende. Ik vroeg hem: 'Heeft u niet... een jaar geleden... een knoflookpers bij mij gekocht?' Hij begon me driftig te onderbreken en ik verwarde zijn verontwaardiging met enthousiaste geestdrift. 'Hoe is het daarmee afgelopen?' De man keek me ongelovig aan. 'Ja, dat klopt, dat was ik en ik ben dat zeker niet vergeten. U ook niet? Heel goed. Gaat u dan nog maar eens na, hoe dat is afgelopen, want ik denk dat als u even graaft, het u wel weer te binnen schiet. Gaat u nog maar eens goed, diep nadenken over hoe dat is afgelopen!'

Tijdens zijn tirade herinnerde ik me ineens dat het inderdaad niet zo vlekkeloos was verlopen als ik in eerste instantie dacht. Om hem niet verder op te winden – het was een oude man en de vlekken stonden in zijn nek – antwoordde ik met een sussend: 'ja, dat zal ik doen, dat zal ik doen...' Het akelige gevoel dat ik hem geschoffeerd had bekroop me en ik was een paar minuten oprecht berouwvol. Al kon ik het na een half uurtje wel weer van me afzetten, zijn felheid en boosheid verbaasden me. En ik probeerde me te herinneren, wat het was dat hem plotseling zo vreselijk boos had gemaakt.

's Avonds in mijn bedje ging ik de zaken nog eens na. Hij was bij mij gekomen met de vraag of ik hem aan een Bodum-knoflookpers kon helpen. Daar moest ik hem in teleurstellen, de winkel waar ik werk verkoopt helemaal geen Bodum-producten. Omdat hij toch een cadeautje moest hebben kocht hij een knoflookpers van een ander merk. Na een weekje kwam hij terug met de pers; ik weet niet meer of hij alsnog ergens een Bodum-pers had gevonden of dat het hele cadeau overbodig was geworden. Dat maakte ook niet uit. Hij kwam de pers retourneren. Er was alleen één probleem; hij had de bon niet meer.

Naar goed gebruik in de detailhandel mag je als klant in zo'n geval een ander product uitzoeken met dezelfde liquide waarde. De pers kostte een tientje, dus hij had een tientje 'tegoed' aan spullen. Simpel als een kindervers. Nadat hij eerst lang probeerde om toch euro's terug te krijgen voor de knoflookpers, begreep hij dat er niets anders opzat. Hij kon echter niet zo snel bedenken wat hij nodig had en meneer had bovendien haast. Ik bleef rustig – waarom zou ik me ook opwinden? – en bleef hem op zijn aanhoudende protesten aanhoudend uitleggen dat dit de manier was waarop we dit gingen oplossen. Vriendelijk, en resoluut. We get some rules to follow... Dat was nog best een opgave. Ik deed hem aan de hand dat hij de knoflookpers mee terug naar huis kon nemen en een volgende keer naar mij mocht vragen. Hij had geen bon, maar ik wist er immers van. Dat wilde hij niet. Ik stelde voor dat hij iets ter waarde van tien euro zou 'kopen' en daar dan wél de bon van zou bewaren, zodat hij op een ander moment op zijn gemak iets uit kon zoeken. Ook dat voorstel beviel hem niet. Hij was op doorreis en wilde met zo min mogelijk ballast aankomen op zijn plek van bestemming. Bovendien zou hij niet op korte termijn terugkomen in de winkel.

Aan de enige Snelle Oplossing, namelijk dat hij iets uit zou zoeken, het zou 'kopen' en het direct daarna met de bon zou 'terugbrengen', dachten we geen van beiden. Hij werd steeds geagiteerder, waar ik begrip voor had, maar toch ook weer niet zoveel dat ik suggesties blééf aandragen. In mijn stilte kwam er toevallig een vriendin van hem voorbij. Na een snelle begroeting legde hij de situatie uit. Vriendin bood aan om iets voor hem uit te zoeken. De man verliet in allerijl de winkel en daarmee leek de kous af.
Op zich had ik weinig problemen met deze wisseling van de wacht. Menig ander was hier al niet mee akkoord gegaan, maar mij maakte het eigenlijk niet uit: ik wilde hem alleen maar tegemoet komen. Vriendin had wel een idee van wat ze wilde: dubbelwandige glazen. Van Bodum.
Tsja, en toen waren we terug bij af. Vriendin kon uit de hele winkel – die meer dan 8000 producten huisvest – niets vinden van haar gading. Uiteindelijk vertrok ze met een ijslollymaker van amper drie euro, maar de zeven resterende euro's inde ze niet, ondanks mijn aandringen.

Lieve lezer, het is ruim een jaar geleden. Het kan best zijn dat ik de feiten hierover niet meer op een rijtje heb. Het kan best zijn dat ze met twee ijslollymakers vertrok en het restant drie euro bedroeg. In ieder geval raakte het tegoed niet helemaal op en ondanks mijn mondelinge toezegging zag ik geen van beide klanten ooit terug – tot nu dus.

Ja, de samenloop van omstandigheden (de haast, de starheid, de Bodum-fascinatie) was vervelend. Misschien interpreteerde meneer mijn vraag naar de afwikkeling als spottend. Misschien had ik 'Is dat nog goed afgelopen?' moeten vragen in plaats van: 'Hoe is dát afgelopen?' Misschien had ik er überhaupt niet aan moeten refereren. Maar het was lang geleden en ik wist het oprecht niet meer. Afgezien van een wellicht wat ongelukkige formulering had ik niets verkeerd gedaan. Niets wat zo'n onbeschofte uitbarsting legitimeert. Lieve lezer, dit is er een voor in de kast met het label dingen die ik had moeten/willen/kunnen zeggen, maar waar ik te laat voor was. Dat gaat ongeveer zo:

(De lade vliegt open)

Feit: toen ik 'ja, dat zal ik doen', zei, bedoelde ik eigenlijk 'Houdt alstublieft uw mond, laten we deze episode vergeten, stil.'

Wat ik eigenlijk had moeten zeggen:
'Houdt u alstublieft in acht. Ik ben in de twintig, geen vier. Bedenkt u zich waar u staat. U heeft het recht niet, zo tegen mij tekeer te gaan.'

En dan zonder de charme: 'Wie denkt u wel niet dat u bent? Ik kan het niet helpen dat u geen bon meer heeft, en ook aan uw haast heb ik geen schuld. Evenmin kan ik het helpen dat u een jaar lang niet in de gelegenheid bent geweest uw deel van de afspraak na te komen. Hoe dan ook; dit is geen reden om u zo op te stellen. Misschien pikt uw vrouw dat u zo tegen haar tekeergaat, maar ik niet! De enige die hier nog eens goed over dingen na moet denken, ben jij, vader!! GOEDENDAG!'

(de la mag dicht, liefst met een klap)

Natuurlijk was ik boos en verbluft. Mij een beetje schofferen en doen alsof ik verkeerd zat, terwijl hij de persoon was bij wie het merendeel van de fout lag – vervelende kwast! Ik voelde me nog schuldig ook! Potverdrie!! (dames vloeken niet, vandaar dat hier niets krachtigers staat.) Toegegeven, het was niet mijn beste zet en ik had hem gewoon naar huis moeten sturen met zijn pers, of aan de Snelle Mogelijkheid moeten denken. Maar zijn houding werkte niet mee aan de oplossing. Bovendien zou al dit geshitter ons bespaard zijn gebleven als hij gewoon de bon had bewaard. Zoals gebruikelijk is als men een cadeau voor een ander koopt. Tfoe. Dat passief-agressieve had echt niet gehoeven.

En de connectie tussen Josh en deze hele gebeurtenis? Die is er eigenlijk niet, behalve dat ik nu alleen nog maar agressieve drumsalvo's hoor, iedere keer als ik er aan denk. And I reeeeeeaaaaliiiizeeeee..... Op Josh zou ik nooit erg boos kunnen worden. Ik houd van mannen die dingen goed kunnen. Over een paar dagen is de connotatie weer verbroken en kan ik me weer verliezen in Josh' keelklanken. En een volgende keer zal ik me niet meer van mijn stuk laten brengen door zoiets onbenulligs. Indeed no fool am I...

donderdag 11 augustus 2011

Botanie

Ik ben er ingetrapt. Opnieuw. Men zegt dat een ezel zich geen twee keer aan dezelfde steen stoot. Dat kan best kloppen, maar als de ezel het grindpad niet meer opgaat, hoe komt hij dan bij de sappige distels? Precies. Ik heb het, lieve lezer, wederom over de liefde. U heeft het mij al vele malen horen zeggen: ik begrijp het niet.
Vorige week stond ik in een kroeg. Er kwam een man op mij af, die mijn nummer vroeg. Hij was klein en blond, maar best aantrekkelijk. Hij vroeg mijn nummer, ik gaf het. De week erop hadden we regelmatig sms-contact, en op een regenachtige donderdagavond dan de date. De hele avond heb ik daar in al mijn veelbelovende glorie gezeten, een en al geurige zachtglimmende welbespraakte ronding en belofte. Hij was op zijn beurt hoffelijk, lieflijk, netjes, beschaafd en hoog opgeleid. Zijn glimlach was aantrekkelijk, zijn manieren en ambities ook. Mijn date kwam over als een hele mannelijke man. Hij was alleen een beetje bang voor stilte, maar dat gaf niets. Hij pakte mijn hand, aaide over mijn onderarm en uitte de woorden; 'Hee... ik vind dit leuk! [grote glimlach]' Ik knikte en beaamde dat. Ik had het prima naar mijn zin. Toch duurde het me op een gegeven ogenblik een beetje te lang en ik wilde naar huis. En ik wil u, lieve lezer, deze volgende belangrijke bevinding niet onthouden.
In de laatste kroeg waar we stonden liet hij zijn treinkaartje uit zijn broekzak glijden. Hij raapte het op en stak het tussen zijn lippen met de bedoeling het weg te bergen. U kunt zich voorstellen hoe ik, flirterig, het ertussen vandaan pakte. Van wat ik zag zonk mijn datinghart me in mijn hooggehakte schoenen. Het was een enkele reis herkomstbestemming-datebestemming. De listige slang.

Al mijn alarmbellen, die tot dan toe op 'snooze' hadden gestaan, gingen in één keer af. Natuurlijk bleef ik rustig. Ik dankte alleen de hemel en JHWH in gedachten voor dit teken van voorzienigheid. Ik weet niet bij wie hij dacht de nacht door te moeten gaan brengen, maar bij mij ging het zeker niet zijn.
Maar dat was alles. Bovendien had hij zich de gehele date al zo netjes gedragen dat ik hem nog het voordeel van de twijfel gaf. Onvermijdelijk verliep de rest van de date wel minder soepel dan de eerste helft. Ik geef toe, dat derde wijntje was iets teveel van het goede. Ik probeerde uit alle macht om mijn doemdenker- en schampere patronen niet op hem los te laten. De meeste mannen doen namelijk niet zoveel moeite voor een one-night-stand en proberen al veel sneller wat lijfelijke actie los te krijgen. Dat hij me zachtjes zoende – zonder verdere poging tot touchy-feely – na ruim drie uur daten strookte daar niet mee. 'Ik ga maar eens kijken hoe laat de trein gaat,' zei hij, na nog een klein halfuurtje ongemak. 'Lijkt me goed...' mompelde ik.

Ach, het vlees is zwak. Met armen om heupen liepen we terug naar het station. Hij trok me een hoekje in alwaar weer wat kuis gezoen plaatsvond. Ik zou liegen als ik zou ontkennen dat ik het fijn vond, maar door dat kaartje had hij zelf al aan de noodrem getrokken. Mijn ene oog werkte dankzij het laatste wijntje op een vrijwel lege maag niet meer zo goed, maar mijn intuïtie hield mijn brein wakker. Als ik al van plan was geweest om hem mee naar huis te nemen – wat niet op de planning stond – had die enkele reis daar nu sowieso een streep door getrokken. Lieve lezer, u heeft hier al zoveel van mijn datingescapades mogen lezen dat u en ik nu beter hadden kunnen weten. Ik wil geen player, ik wil een stayer. En ondanks dat hij wat te klein en te blond was naar mijn smaak, had ik oprecht het idee dat het klikte, dat hij een stayer was. Ik had niet voor niets de hele avond met hem gekletst, mijn satinelle geraadpleegd, en zorgvuldig lipgloss opgesmeerd. Het was zo'n opluchting dat ik eindelijk een avondje met een man door kon brengen die zich betamelijk gedroeg. Zijn mogelijke dubbele agenda zag ik daarom door de vingers. Het enige wat ik moest doen, was hem laten weten dat ik niet van plan was om mijn eigen agenda op dezelfde vagina open te slaan.

De rest is koffiedik. Toen ik mijn bus dreigde te missen door zijn aanhoudend gefrunnik, maakte ik hem duidelijk dat ik naar huis ging. Meneer draaide zich met een halfluid 'okeewebelluh' om. Mijn licht beschonken gemoed zocht er niet al teveel achter. Ook hij moest immers zijn trein halen. En nog een kaartje kopen.
De volgende dag maakte ik mijn twijfels omtrent het kaartje bekend aan mijn collega. Zij wees mij erop, dat hij misschien een enkele reis had gekocht omdat hij verwachtte niet vóór twaalven weer weg te gaan. Dat vond ik een logische verklaring, dus ik maakte me verder geen zorgen. (zoiets was mij de week daarvoor nog overkomen; zes verspilde euro's.)
Omdat het zo'n mannelijke man leek, vond ik wel dat hij mij kon bellen. Na vier dagen had ik nog niets van hem gehoord. Ik heb andere bezigheden dan posten bij de telefoon, maar toch was ik een beetje teleurgesteld. Maar wie weet had mijn iets scherpe houding op het perron hem afgeschrikt. Daarom stuurde ik hem een smsje. Hiervoor zou ik op mijn kop krijgen van Patti S., ik weet het, maar ondanks alle 'regels' is verlegenheid niet seksegebonden. Ik weet heel goed, als een man je wil dan belt hij en anders niet. Ik kan ook niet anders dan hier met een 'maar' op antwoorden; er is niets tegenin te brengen. Bij deze dan: 'Maar ik wil mijn kansen niet mislopen'. (zwak argument? Welnee....) Bovendien is Patti S. een oude single met een grote mond.
Omdat het zo klikte met mijn date, rekten ik en mijn ego zijn voordeel van de twijfel nog even op. Als dat hem over de streep zou trekken, was het een klein offer. Bovendien maakte ik zo voor mijzelf een einde aan de situatie. Zou hij binnen een dag contact opnemen, dan had ik weer een leuke avond binnenkort. Hoorde ik niets meer: NEXT. Enkele reis. Hij was toch mijn uiterlijke type niet.

Het is nu een week geleden. Mijn ego loopt achter; dat denkt nog altijd zachtjes dat hij nog wel belt. Binnen een dag loopt het die achterstand in. Dan weet mijn ego wat mijn verstand allang doorhad; dat hij niet meer zal bellen.
Dat is niet erg. Ik kom er liever nu achter dat het een lapzwans was dan later. Maar wat ik vervelend vind is dat hij mij al die moeite laat doen terwijl hij me niet leuk genoeg vond. En ook daar kan ik alleen maar naar raden, want ik zal nooit weten wat er achter zijn beslissing zat. Misschien heeft hij mijn blog na de eerste date gelezen en is hij daar zo van geschrokken dat hij is weggerend. Dat kan natuurlijk. Voor mij is het het makkelijkst om hem af te schilderen als een seksbeluste sukkel, maar zijn houding tijdens de date staat daar haaks op. Niet dat dat nu nog veel uitmaakt, maar toch vraag ik me af: was het iets dat ik heb gezegd of gedaan tijdens de date, of wilde hij alleen mijn carnal benefits, maar dan wel 'gerechtvaardigd' met een avondje kletsen? In het eerste geval schiet ik er niets mee op, want ik zal nooit te weten komen wat het was (en of ik er iets aan had willen doen.) In het tweede geval – zo ook nu – heeft hij mijn en zijn tijd verspild. Ik heb helemaal niets tegen een zipless fuck, en had best met hem kunnen slapen, ook zonder wijn, kaarsen, vleierij en geaai over mijn onderrug. Daar had hij mijn vertrouwen niet voor hoeven beschamen. Hij was aantrekkelijk genoeg, ik had het best gekund als het van tevoren duidelijk was dat dit iets eenmaligs ging worden. Dan maakte het ook minder uit dat hij eigenlijk mijn type niet was. Maar nu ging ik er, geëpileerd en wel, met een hele andere mindset in dan hij. Vermoedelijk.

Ik zal eerlijk zijn, lieve lezer. Als het me helemaal niets deed, zou ik dit stuk niet hoeven schrijven. Toch leer ik van iedere date. Ik heb minder gemeen met een ezel dan McGyver met de vier zusjes March, strijdbaarheid daargelaten. Het enige waar ik nog niet achter ben is hoe ik de distel krijg zonder me te prikken. Maar de moeilijkheid is dat als ik een grote tang, handschoenen en een bril gebruik op me te beschermen, ik ook de sappigheid en de mooie kleuren van de distel niet meer zie. En dan hoef ik hem niet.
Natuurlijk, ik ben de distel die geplukt moet worden, enzovoort. Maar ook hierin geldt: als mijn stekels te pijnlijk en hard zijn en ik me niet openstel, ziet niemand mijn schoonheid en potentie. Love hurts (as it should), dat weet ik maar al te goed. En de moraal van dit verhaal? Als je een schonkige ezel bent wiens ogen groter zijn dan zijn maag en je denkt even aan me te kunnen knabbelen: think again, voor zover dat gaat. Ben je een hete donkerharige botanicus van boven de 1.85 meter op doorreis van Zwitserland naar la douce France: wees welkom.
Ik bak met alle liefde muffins voor je, als we zover zijn.