maandag 30 december 2013

Haven

Smoezend banen wij ons een weg door het mannenwalhalla dat kroeg heet. Waar ik ook kijk, ik zie alleen maar leuke kerels, waaronder een man met een zwarte Moby-bril en een rustige, vriendelijke uitstraling. Naast ons staat een groepje mannen in spijkerblauw en mijn metgezel heeft haar oog laten vallen op een aantrekkelijk stuk denim met een rossig baardje. Dit belooft wat.

Stiekem vind ik Moby het leukst, daarom negeer ik voorlopig de aanbiddelijke adonis met de zwarte jas die herhaaldelijk naar me kijkt en knipoogt. Maar de man geeft geen sjoege. Nadat ik een uur lang welwillend heb geprobeerd conversatie met hem te maken, mee ben gegaan naar een andere kroeg, vriendelijk heb gelachen om zijn grapjes die ik maar half versta en hij nog steeds geen aanstalten maakt richting mijn nummer wordt mijn ongelovige ego duidelijk wat ik verstandelijk al veel eerder wist: hij wil niet. Dat mag natuurlijk, niet de hele wereld wil mij. En met zijn betrokken vriend, een getrouwde vader van twee kinderen, heb ik een toch minstens zo interessant en plezant gesprek, zonder druk of verwachtingen.

Maar de avond vordert en de mannen zijn talrijk. Daarom sta ik nu tegen Geert aan, die naar me grijnst terwijl hij mijn borsten ritmisch plet tegen zijn lijf en tot vier keer toe zijn Bacardi-cola over me heen gutst. De opmerking 'Wat kun jij goed dansen zeg, het is dus waar wat ze zeggen!' laat ik alleen maar passeren vanwege Geerts tomeloze enthousiasme en de vijf gin tonics achter mijn kiezen. Gelukkig brengt mijn gezel wat lucht in de situatie: zij wil met groupe denim mee naar kroeg nummer drie. Ik vertrouw haar toe aan de zorgzame handen van Barbarossa & co en zoek mijn heil bij de hete tweeling die me ridderlijk en onzelfzuchtig redt uit Geerts grijpgrage klauwen, vóór hij me naast een rumdouche ook blauwe plekken bezorgt.

In de rij voor de garderobe kom ik in contact met een nieuwe man: Bram. Hij wil me meenemen terug naar kroeg één en dat klinkt als een plan. De schat houdt de deur open, hangt mijn jas onder de zijne, legt zijn hand zacht sturend op mijn rug en haast zich om me een drankje te geven. Maar zijn noodlot wil, lezer, dat alles wat deze geweldig lieve, leuke jongen voor me doet in het niet valt bij de verraste glimlach die me tegemoet straalt als we kroeg één betreden. Wie vangt me op? Adonis Zwartjas. En de sterren in mijn ogen zijn niet bedoeld voor arme Bram. The female preference can be a b.

Adonis raakt mijn haar aan, steekt zijn handen in mijn broekzakken. 'Ik vind je leuk,' zegt hij. Insgelijks...mijn jas en Bram ben ik al vergeten. Maar na enig vragen komt de reden achter Adonis' aarzeling naar boven. 'Ik zou graag je nummer willen – ik heb een vriendin, maar ik vind je echt heel leuk... ' Hij knipoogt en zijn stem daalt veelbetekenend. 'We kunnen elkaar nog eens ontmoeten als je wilt... Hoe sta jij daar tegenover?'

Meestal blijf ik in deze gevallen niet staan – ik ren zo snel mijn benen me dragen kunnen de andere kant op. Dank je feestelijk, Adonis. Mijn eer is net zo gezond als mijn lijf en leden en dat mag zo blijven. Jammer alleen dat ik hem door dit voorstel niet ineens afstotelijk ga vinden. Maar Bram verschijnt en neemt me opnieuw onder zijn hoede.

Zonder een woord van verwijt om mijn onverklaarbare verdwijnactie legt hij mijn jas om mijn schouders en escorteert me naar huis, mijn arm in de zijne. 'Ik zou het leuk vinden je nog eens te zien,' zegt hij zacht en hoopvol. Hij heeft mijn nummer goed in zijn telefoon staan, op één cijfer teveel na. Dat laat ik maar zo – Bram is lief, maar hij is niet mijn type. Ik gun hem het voordeel van de twijfel, maar ik gun mijzelf de twijfel.
Weet ik een goede man soms niet op waarde te schatten – moet hij ook nog op zijn hoofd gaan staan? Nee hoor. Maar chemie kun je niet afdwingen, alle nachtelijke wandelingen ten spijt. Als Bram slim genoeg is om de fout uit mijn nummer te halen hoop ik dat hij me belt, zodat we thee kunnen gaan drinken en ik me óók van mijn beste kant kan laten zien. Tenslotte draait het in de wereld om kansen – sommige mensen pakken ze niet, anderen zien ze niet en weer anderen geef ik graag een tweede.

maandag 23 december 2013

Opgeblazen

Het trillen van mijn hart dat ik ervoer toen ik de Godfather-trilogie voor de eerste keer bekeek had meer te maken met Al Pacino dan met de waarden die in de film zo worden geromantiseerd en gepropageerd: eer, respect, verantwoordelijkheid, loyaliteit en discretie. Ik had er een hoop voor over gehad om te trouwen in één van die oud-adelijke Italiaanse families in het begin van de twintigste eeuw, waar de rolverdeling tussen man en vrouw duidelijk was, de haren vettig en zwart en de neuzen groot – en allemaal in dezelfde windrichting. U weet, ik heb romantiek hoog in het vaandel staan. En ik had er, met mijn Bertolli-Italiaanse krullen, goed tussen gepast.
Het was nostalgie op haar best die me deed hunkeren naar nieuwe afleveringen van National Geographics Inside the American Mob. De documentaire schetst een beeld vanaf het punt dat de Staten Island Police en de maffia niet meer door één deur konden: het begin van de jaren zeventig. Daarvóór werd die grote, stille organisatie met haar vele rokken geleid door de bazen aan het hoofd van vijf samengestelde families: Gambino, Columbo, Bonanno, Genovese, Lucchese.

Volgens het witwesters stereotype staan Italiaanse mannen bekend om hun kleine-man-complex, met als gevolg hun opvliegende aard en gevoelige ego. Binnen de maffia kom je met dat soort korte-termijn-waarden helemaal nergens. Naar het zelfde stereotype hebben Italianen namelijk nooit haast en in zaken van leven en dood komt die koele kalmte ze zeker van pas. De documentaire schetst dan ook een beeld van vijf founding godfathers die pas geweld gebruiken als het echt moet – na inachtneming van de mores en erecodes die bij dit soort zaken in werking treden. Deze vroeg-maffiaanse scrupules omtrent geweld zijn niet toevallig. Na God de Vader komt immers de angst van iedere godvrezende Italiaan nog: de Heilige Moeder. Een positief punt uit het eerder genoemde stereotype is dit: Italianen hebben heilig respect voor (mooie) vrouwen. Dat pleit voor ze. En misschien nog wel belangrijker: de maffiosi gebruiken hun gezond verstand en denken aan de mogelijke gevolgen op lange termijn. Door hun acties onder het bereik van de politieradar te houden, leidden zij een onzelfzuchtig, gedoogd, gelukkig, weldadig leven in Little Italy, New York.

Net zoals in Coppola's films komen andere onderwerpen subtieler aan bod: met name de delicate balans tussen assimilatie en identiteitsbehoud voor eerste-, tweede-, en derde-generatie immigranten in een niet zo Italo-vriendelijk Amerika. Misschien spreekt de trilogie me daarom zo aan – de afweging van je moeten aanpassen aan de wetten van de samenleving waarin je leeft, waarin je half-Italiaanse (genetisch, cultureel, of allebei) kinderen opgroeien, zonder daarbij je wortels te verloochenen boeit mij als literatuurwetenschapper natuurlijk bijzonder.

Met de nieuwe generaties maffiosi verdreven egoïsme, winstbejag en kip-zonder-kop-represailles (oog om oog: iedereen blind!) uiteindelijk het oude-stijl maffiasysteem (inclusief goedkeuringscommissie, met vetorecht) en dat kwam de organisatie niet ten goede. Eeuwig zonde, maar misschien ook niet, anders waren de film en de docu er nooit gekomen. Het Amerikaanse beeld dat Italianen gewelddadig en meedogenloos zijn wordt in géén van beide representaties neergesabeld – wat ik wel jammer vind.

(Er bestaat trouwens wel een serie waarin maffiavrouwen centraal staan: Mob Wives, uitgezonden door TLC. Maar daar worden de hoofdrolspelers neergezet als een stel geldbeluste, gebotoxte alcoholici die volledig afhankelijk zijn van de willekeur van hun bad boy echtgenoten. Wat een leven...)

Ofwel de documentaire is geromantiseerd, of The Godfather is realistischer dan ik dacht, op de aanwezigheid van Kay na dan. En wat hebben we hiervan geleerd? Niet alle Italian-Americans zijn gewelddadige patsers, maar de meeste maffiosi wel. Als je leven je lief is, blijft La Cosa Nostra vooral none of your business. En daar is geen woord Italiaans bij.

woensdag 18 december 2013

Zon(d)e

Er kwam iets op mijn pad. Het iets droeg een muts, een spijkerbroek en een blikje bier. Hij noemde me Lola, in een eerbetoon aan de halfblinde prostituee met één been die hij regelmatig placht te bezoeken toen de zone voor dames van lichte zeden en zware misdrijven nog openstond voor publiek. De eerste keer dat wij elkaar ontmoetten kostte het hem zijn stem en een sprint; maar de naam Lola doet bij mij dan ook geen lichtje branden. Ondanks mijn botsingloos en rap vertrek dacht Sjaak echter dat ik Lola was. En hij begreep dat de pro Lola in haar niet-werkende leven (ik zal niet het woord 'privé' gebruiken) natúúrlijk niet de naam Lola bezigde. Dat ik niet reageerde nam hij me al hijgend niet kwalijk. En ik vond het op mijn beurt zwaar onnodig hem mijn naam te vertellen, dus liet ik het maar zo.

Mijn andere grote vriend die in dezelfde contreien ronddoolt, William, trok wit weg toen hij mij met Sjaak zag praten. 'Hij is niet... met hem moet je niet praten hoor.. ' Ja, dat Sjaak niet tot de zuiverste koffieklasse behoort had ik ook wel in de gaten. Maar op het plein der maf,- en smeerkezen is tweebeen koning. Toen hij mij met zijn indrukwekkende Schultenbraubuik de weg versperde had ik bovendien weinig keus – ik ben niet op mijn mondje gevallen maar weet óók wanneer ik aan de kuierlatten moet trekken.

'Hee, Lola, schát...! braakt Sjaak er met een onvervalst platte tongval uit. Ik hoor Utrecht, Amsterdam, Den Haag. 'A's ik jau zie, a's ik jauw auge zie, worrik heulemaol warrum vaan binnuh!' U zult mij vergeven, lezer, als ik alles wat hij zegt fonetisch weergeef begrijpt u niet wat er staat. Ik moest zijn woorden in mijn hoofd herhalen en van elkaar scheiden vóór ik kon gniffelen om het soortement de compliment dat hij me probeerde te maken. Ik schenk hem mijn laat-me-met-rust-lach en maak aanstalten om op mijn fiets te stappen. 'Hebbjuh wat sap?' Het lijkt of hij vraagt om een glas van het een of ander. Ik zeg niets, voor ik mijzelf dieper in de penarie breng. Tenslotte reageren mannen het beste op stilte. 'Kan ik je lieve berichies sturen voâh je gaat slaopuh! Niet aas je vriend Dubai is, maar gewoon voor de lol. Kun je bij me laangs coma, gewoon gezellig. Of ben je nog gelukkig met je maan, Lola, schát? Nou, dan doen we het toch gewoon niessohail vaaok?!'

Een en ander wordt vergezeld door de berekenende grijns van een man die denkt dat de vis goed bijt vandaag. Ik ben niet bang om geweld te gebruiken als het moet en op zijn berichtjes zit ik evenmin te wachten. Maar hij heeft andere zorgen.
'Weet je wel hoe oud ik ben? Eenenvijftig! Daar sta je van te kijken, hè? Ik schat jau in de twinnetig, nu wil je zeker niet meer, hè?' Ik negeer de 'meer' en zeg hem dat leeftijd slechts een getal is... 'Ja, je bent wel eens met een oudere man uitgeweest. Maar ik wil je als vriendin. Ik wil graag iets vastigs, iemand om stevig en lekker hard vast te pakken, weejewel. Ik had heel laang iets met een getrouwde wrauw, dat groeide zo, maar dat wil ik nu niet meer. Ik bedoel, ik ben single, alles kaan kapot en ik moet het ook kwijt, weet je..!'

Ik zie het niet in het minst als mijn taak om het hoofd van een mafkees hier en daar op te ruimen – dat hij knettergek is is niet mijn schuld en ik trek me dat evenmin aan. Hell, op die manier kunnen we bezig blijven, bovendien doe ik wel graag alsof de wereld om mij draait: dat maakt het nog niet waar. Sjaak is echter niet de eerste man (lees bijvoorbeeld hier een recent incident) die zijn seksuele hutspot op mijn bord gooit zonder te bedenken hoe ik dat vind en dat je zoiets niet tegen een dame zegt, als je het überhaupt al zegt. Frappant is ook dat hij op een subtiel-oh-toch-niet-zo-subtiele wijze aangeeft bijzonder ondamesachtige dingen van me te verlangen, maar ik in zijn ogen geen dame ben, anders zou hij het voorstel niet doen. Maar dat gaat hem natuurlijk veel te diep.
Ach wat, ik ben damesachtig genoeg. Hij heeft gewoon tijd en lust over (ik krijg het woord 'liefde' in dit verband amper uit den bek) en hij zoekt een willige bijslaap, voor warm plezier. Nou, dat staat hem vrij, maar aangezien ik Lola niet ben, zal hij de zone weer op moeten zoeken. Ze is naar het schijnt met kerst weer in bedrijf....

vrijdag 6 december 2013

Geboekt

Het valt niet meer te ontkennen: ik heb mij als een junk gedragen. Deze week las ik twee boeken: Dromen, Durven, Doen van Ben Tiggelaar en De Voedselzandloper van Kris Verburgh.
De Voedselzandloper heb ik pas een maand, maar de rug is al kapot, zo vaak heb ik er in gekeken. Ben Tiggelaars boek heb ik al anderhalf jaar in mijn lectuurmand liggen (het is een doe-boek, bovendien verdient hij geen plek naast mijn geliefde Hafid B., kom nou...) maar ik kwam er telkens niet aan toe...

Het lezen van Ben en Kris samen maakte dat ik besloot volgens De Voedselzandloper te willen gaan eten. Concreet betekende dat vooral: geen suiker. En hoewel sommige mensen – waaronder Ben - stellen dat je de juiste omstandigheden moet creëren voor verandering, en alle drankgelagen, feestjes, gebroken nachten en overdadig voedsel van de komende tijd daar geen goede combi mee vormen, besloot ik het juist nu te doen, vóórdat het vetgedruis in alle hevigheid losbarst.

Zelden ben ik in mijn leven chagrijniger geweest dan in de eerste drie dagen. Zelden heb ik meer amandelen gegeten. Zelden kwamen de muren sneller op me af dan in die scène uit Labyrinth, met die schoonmakers. Mijn humeur was beneden elk peil, ik voelde me onrustig, verschrikkelijk prikkelbaar, ik weet nu tot in de kleinste details wat er in mijn keukenkasten zwerft na een grondige zoektocht naar verlichting en na dag één was ik in staat mijn geliefde grootmoeder, mijn linkerpink en mijn eerste kind te ruilen voor een stukje chocola – met minder dan 86% cacao.

Strikt op deze manier eten is een aardige bourgeoishobby, want met vet, zout, E-nummers en suiker verrijkte voedingsmiddelen zijn makkelijker verkrijgbaar en veel goedkoper dan onbewerkt eten. Om het te laten slagen moet je de levensstijl behandelen als een allergie. Zoals Ben zegt: je moet er flink wat tijd en planning voor inboeken.

Natuurlijk, lieve lezer, ben ik van plan mijn consumptie van noten en spruitjes omlaag te schroeven. Maar in lijn met Bens aanbeveling is dat mijn plan B: als ik immers met alles tegelijk stop (suiker, koolhydraten, vet, zuivel, vlees en als we toch bezig zijn ook koffie, waarom niet?) is de kans op terugval natuurlijk levensgroot. En de kans op flauwval ook. Ik denk dat ik baat heb bij een verminderde suikerconsumptie. Aan de andere kant zijn variatie en moderatie nog even belangrijk als in een 'standaard' voedingspatroon: van een teveel aan anti-oxidanten schijn je kanker te kunnen krijgen, een teveel aan eiwitten (ter vervanging van koolhydraten) maakt dat je nieren wellicht overbelast raken en oh ja, veel fruit jaagt je bloedsuikerspiegel alsnog omhoog, met alle gevolgen van dien. Waarmee ik natuurlijk niet beweer dat 'slecht' eten beter is voor je gezondheid. Maar al heb je maar één set organen, er is altijd ergens een nieuwere hype.

In aanvulling op Kris en Ben viel mijn oog deze week op een artikel: een opsomming van wat Britse gezondheidsexperts zelf in hun winkelmandje stoppen. Het resultaat zal u verbazen: alleen de mand van de obesitasspecialist heeft een echt duidelijke argumentatie en de rest laat zich met praktische bezwaren ('mijn kind vindt het lekker', 'smaak is ook belangrijk' ) en jamaars verleiden tot de aankoop van nepboter, in vet verlaagde kaas met ongetwijfeld extra suiker en miniem vermagerd gehakt. En ze verlaten zich op een door de overheid ingevoerd stoplichtsysteem – de enige die hier enige kanttekeningen bij heeft is de gezondheidspsycholoog.

Kan ik u een handvat bieden? Nee, ik heb slechts een boek gelezen. Bovendien ben ik druk met afkicken. Zelfs diëtisten zijn geconformeerd aan de gezondheidsregels van hun tijd, die allen standplaatsgebonden zijn. Wat ik wel denk te weten is dat er geen standaard aanpak is als het om je gezondheid gaat: de een voelt zich geweldig bij een low-carb levenstijl terwijl een ander zweert bij cola light met cornflakes. Wat ik ook denk te weten is dat het daarom weinig zin heeft voeding een moraal mee te geven: er is niet zoiets als 'goed' of 'slecht' voedsel. En laten we ook de sociale functie van eten niet vergeten. Als je (geestelijke) ontspanning verkrijgt door een paar glazen wijn of avondje Gluttony on Ice, weegt het voordeel daarvan dan op tegen het gif?

Een onvervalst Hollandse polderconclusie deze keer, want mijn boerenkool wacht. Hoe jouw loper er uit ziet, kun je het beste zelf en zelf het beste bepalen. Om met Ben Tiggelaar te spreken: je moet het gewoon doen.

donderdag 28 november 2013

Foster

Goede voorbereiding is het halve werk, dat zal iedere kok, moeder, schilder en kweker beamen. Om op tijd op mijn afspraak te komen sta ik zeer ruim van tevoren op, zodat ik genoeg tijd heb om rustig te ontbijten, mijn verwachtingen nog eens door te nemen, me op te maken, catastrofes met hakken, panty's of föhn op te vangen en in alle rust calm and collected van huis te gaan – met mijn van tevoren ingepakte tas. Helaas is het alleen op ochtenden als deze dat er twee bussen uitvallen en ik er – nét op tijd maar eigenlijk altijd te laat – achter kom dat er op mijn traject minder treinen rijden, zodat ik mijn zorgvuldig geplande ochtendroutine in de zevende versnelling moet gooien om andermans tijd niet te verspillen. Het dreigt te gaan regenen dus ik heb een paraplu bij me, maar voor deze ene keer zet het niet door en ben ik veroordeeld tot het slepen met een blauwe stok. Maar dat geeft allemaal niets. Als ik mijn afspraak maar haal.
De rest van mijn thee kan wachten, mijn schoenpunten zijn nooit kaal, het gaat in dit gesprek niet om of mijn nagels gelakt zijn of hoe mijn parfum ruikt en als ik me nu nog druk moet maken over de voorbereiding van de inhoud had ik net zo goed niet kunnen gaan. Ik ben calm, cool and collected. Ik ben goed voorbereid. Ik heb gesprekken als deze al vaker gehad en zal ze nog vele malen ingaan. Ik ben Deirdre en ik kan dit, zoals ik heel veel andere dingen óók tot een goed einde heb gebracht. Het gaat me lukken, ook al zitten bus, trein, weer en Joost mag weten wie me tegen.

Of niet natuurlijk. Zou het? Gelukkig hoef ik me daar op dit moment in ieder geval geen zorgen over te maken. En anders is er altijd ergens een andere kans. Jemig, ik moet plassen. Wat een dilemma is dat toch: ik wil mijzelf niet dehydrateren door te weinig te drinken (slechte adem, droge mond, dito hersenen, lippen die aan mijn tanden plakken) maar óm de tien minuten naar de WC rennen is ook niet echt slim. Of handig. Ik had mijn paraplu thuis kunnen laten, het gaat tóch niet regenen. Maar ja, stel dat er nu een hoosbui losbarst, dan ga ik letterlijk nat. Dág kapsel. Dág make-up. Dág schoenen. En vooral: dág, goede eerste indruk.
Ik heb ergens gelezen dat mensen die je voor het eerst zien je beoordelen in de eerste zeven seconden. Ik hoop niet dat dat het enige beoordeelmoment is, maar als ik kan scoren doe ik dat graag. Woef. Ergens anders heb ik gelezen dat sommige gesprekken al beginnen bij de voordeur, waar camera's hangen. En ze je soms expres laten wachten om te kijken wat je doet. Of laat. En hoe je met andere mensen omgaat. Alles kan een test zijn, als je wilt. Lekker hoor. Aardig zijn kost mij geen moeite, dat scheelt dan weer.

Wat ik niet ergens hoef te lezen om te weten dat het waar is draait om punctualiteit. Op tijd komen is heel belangrijk, altijd, overal. Dat gaat om respect, zowel voor jezelf als de ander. Vandaag gaat het wel lukken denk ik, op tijd komen. Helemaal omdat ik nog steeds moet plassen. Maar als ik dan eenmaal ben geweest, hoef ik een heel uur niet meer. Want zo werken die dingen. Bah. Blijven ademen, niet ratelen. Blijven ademen, niet ratelen.

'Regent het?' vraagt een omaatje met een rollator me, als ik me klikklakkend naar mijn plek van bestemming baan. Uh, wil ze nou echt een antwoord? Het is verdorie kurkdroog – ik weet dat oude mensen soms op zintuigelijkheid inleveren, maar dit is wel heel erg....'Ik ben graag voorbereid...' Blij met de aanspraak lacht ze haar kunstgebit bloot. 'Met een regenscherm? Ik heb er geeneens een, een regenscherm!'
Snibbige gedachten passeren mijn revue. Ik kom niet uit Zuid-Afrika, als ze dat soms denkt. En ook al heeft zij ongetwijfeld als echtgenote van een goedwillende zendeling met white man's burden-jeuk vele jaren op Kaap Die Goede Hoop doorgebracht, dit is niet de tijd noch de plek om mij te laten weten hoezeer ze zich heeft geconformeerd aan de taal en cultuur. 'Mijn paraplu bedoelt u?' vraag ik met veel nadruk. 'Ja, zo noemen we dat in België...'
Baghdad, my bad. Schande, schande, zweet in je hande'...! Ik vervolg fluks mijn weg. Wie is hier nou de oriëntalist?!

zondag 10 november 2013

Fetisj

De buurt waar ik woon is op zijn zachtst gezegd gemêleerd te noemen. Witte rasbewoners uit het sociaal lagere milieu kleuren als er voetbal is de straten weken van tevoren oranje met hun slingers en groen met hun tattoos. Het aantal centimeters van de main tv is groter dan het maandelijks besteedbaar inkomen in euro's. In de kleine arbeidershuizen wordt er fanatiek geproperd: stoepen worden dagelijks geschrobd met bleek, de geur van doodgekookte bloemkool wasemt je tegemoet en ramen worden gelapt door grootmoeders van amper 38 die rode lak over hun nicotinenagels hebben gesmeerd, wachtend op hun echtgenoten die om vier uur terugkomen uit de ploegendienst en dan een warme prak verlangen. In de omringende flats worden kleurrijke gebedskleedjes over het balkon uitgeklopt, hangen djellaba's naast Nike-truien en Lelli-Kelly-pyama's te drogen en de nasale gebedsoproep is iets waar je na verloop van tijd aan gewend raakt. Buren delen tijdens de Ramadan hun voedsel met Eva en Ton. Olijfkleurige kinderen met groenblauwe spleetoogjes en donkerblond kroeshaar zijn hier geen uitzondering. Bruine moeders letten in het park op witte kinderen en andersom, voor zover de witte moeders hier überhaupt op kinderen letten. Maar van een moeder die zelf niet veel meer dan een kind is, moet je misschien niet veel verwachten. De mensen hier zijn aan de ene kant goedmoedig, simpel-eerlijk, plat gezellig. Aan de andere kant zijn kleine diefstallen, vechtpartijen en huiselijk geweld niet van de lucht. En voor zo'n moslimrijke buurt ligt er verrassend veel hondenpoep.
Witte jochies van acht dragen sportkleding, rattenstaartjes en een oorbel, of twee. Zwarte meisjes dragen pijnlijk strakke vlechtjes of, jong als ze zijn, een pruik. Oudste zonen vervelen zich en proberen in de gunst te komen bij de vaderloze lycrameisjes die hunkeren naar liefde, zodat ze kunnen snoepen van de genereuze proporties die een opvoeding op klappen, marsen en goedkoop vanille-ijs met zich meebrengt. Ruwe liefde is aan de orde van de dag.
Sociale decreten als 'zondagsrust', 'geen gescheld en geen geschreeuw' of 'na het eten niet meer op straat' zegt de ouders hier niets. 'Kanker', in haar vele varianten, wel. Geen enkel kind draagt leren schoenen.

Als ik in de supermarkt een holle Sint voor mijn buurvrouw sta af te rekenen, word ik aangesproken door de man die achter me staat. Hij neemt dadelijk 32 blikjes Schultenbrau mee naar huis, en een metworst. 'Tis alweer bijna hè, Sinterklaas,' knikt hij me toe. 'Maar ik vind dat Zwarte Piet moet blijven hoor. Ze weten niet waar ze het over hebben, die mensen die gelijk roepen: 'tis racisme!' maar het is geen racisme, hoor. Ik heb Zwarte Piet altijd heel spannend gevonden.'

Ik weet eigenlijk niet wat ik moet zeggen. Het onderwerp boeit me niet echt, al vind ik dat het gemenebest begrip op kan brengen voor de mogelijk koloniale/racistische lezing die je in het uiterlijk van ZP zou kunnen lezen. Ik sta niet sympathiek tegenover 's mans exotenfetisjisme, maar ach, wat doe je eraan. Een aanpassing van een blackface naar een paar roetvegen is voor alle partijen beter: dat scheelt make-uptijd, komt internationaal beter over, spaart het milieu (korter douchen!) en de gevoelens van hen die er aanstoot aan nemen, zonder dat er een man of een traditie overboord is. Wat mij betreft hoeft Piet echter niet te verdwijnen.

De man merkt niet dat ik ademhaal voor een reactie. 'Oh zo spannend vond ik het vroeger, als het bijna Sinterklaas was! En nog steeds! Die mensen begrijpen dat niet, zij zijn niet zoals u en ik! En die heisa begint steeds eerder!' Hij kijkt me fel aan, op zoek naar een ja, dus ik zeg goedmoedig: 'Ach, als de Sint vroeger in het jaar aantreedt, is hij misschien ook eerder weg... Bovendien is alle heisa op 6 december weer geluwd.' Ik kijk naar de hand van de man als hij zijn droge, vergeelde klauw trillend van opwinding op mijn arm legt en stevig knijpt. 'Nee, vijf december bedoelt u. Vijf. Vijf.'
Uh, okee. Vijf. Wat maakt mij het ook uit. De caissière kijkt me geamuseerd aan van achter haar minibalie als de man doorraast. 'Ze begrijpen het niet, ik ben geen racist! Ik vind het overdreven, ja toch? Sinterklaas is ons feest, en als ze dat niet willen, vieren ze het toch niet?! Ze moeten niet zeuren, toch?'

Iets zegt me dat ik geen begin hoef te maken met het uitleggen van mijn visie. Ik haal voor de tweede keer adem om iets te zeggen, maar nu redt de caissière me. Snel maak ik me uit te voeten, waarbij ik niet vergeet hem een fijne Sinterklaas te wensen. De Sint, die is voor ons allen.

donderdag 7 november 2013

Cupido

Er zijn vrouwen die zulke dunne lippen hebben dat ze met één streek lipgloss allebei hun lippen tegelijk kunnen stiften en het er dan nóg overheen zit. Deze vrouw mag zich gelukkig prijzen: ze heeft helemaal geen smalle mond. Ik kan mijn ogen er niet vanaf houden: ze heeft haar lippenstift zorgvuldig aangebracht tot een kwart centimeter boven haar liplijn. Hoewel het dure, secuur aangebrachte en goed ingevulde lippenstift is, valt de lijn heel erg op. Aan de onderkant is namelijk gespiegeld hetzelfde gebeurd. Het meest clowneske is wel de nieuwe cupidoboog, die nu veel te dicht op haar neus zit, alsof ze heeft geprobeerd om haar mond op te snuiven en het halverwege heeft opgegeven. Maar boven de cupidoboog zie ik prompt de reden van deze nieuwe invulling: haar mond is niet te klein, haar neus is te groot.

Nu trekt de vrouw haar getekende lip omhoog alsof ze pijn heeft – de reden hiervoor ligt bij de omroeper, die vertelt dat reizigers naar Rotterdam via Schiphol moeten reizen, vanwege een defecte bovenleiding. De man naast me grijpt deze mededeling aan om mij zijn neusgaten te flashen om vervolgens zijn lange lijf kreunend van ongenoegen dichter naar de perronrand te manoeuvreren. Het wordt alsmaar drukker op de smalle strook – naast de reguliere reizigers naar Schiphol is er vanavond een voetbalwedstrijd en nu dus ook nog alle passagiers die normaal richting de Havenstad zouden reizen. Maar ik ben een geoefende reiziger, bepakt, bezakt en gehaaid bovendien. En volgens de wet van den eersten heb ik 'recht' op een zitplek. Dus ik zorg dat ik precies op het goede punt sta als de deuren van de intercity opzij schuiven, wurm ik me tussen de passagiers en bij God, ik twijfel niet over of ik boven of beneden ga zitten.

Als ik aankom in de coupé verwacht ik drukte, maar bij de deur is nog een plek vrij. Er zitten twee mannen tegenover me. Mijn intuïtie bedriegt me niet – de man recht tegenover me draagt geen aftershave, maar de geur van TOVTJAP is onmiskenbaar. Hij kijkt naar me en trekt een nadenkend gezicht. 'Ben jij gelukkig?'
Hemel, krijgen we deze interessantdoenerij? 'Nu wel,' grijns ik tegen hem, doelend op de zachte stoel. 'Maar wat is geluk?' quasimijmert hij verder. 'Dat verschilt – de invulling van geluk is niet statisch,' voeg ik hem al even quasifilosofisch toe. 'Dat is waar, jij hebt een punt! Kijk, van dat inzicht word ik weer een stukje gelukkiger...'
'Houd dat vast!' knipoog ik naar hem. Zijn vriend, geen TOVTJAP, geneert zich duidelijk. Ik snap dat wel. Ik pak mijn boek en laat de TOVTJAP praten over zijn skihut in Zwitserland. Er gaat een klein kwartiertje voorbij en we zijn bijna bij Bijlmer Arena. Vanaf de bank achter ons komt een jongetje met een bult op zijn jukbeen naar ons toe. 'Hee kerel!' brult de TOVTJAP, terwijl hij zijn zoon een zoen geeft en mij aankijkt. Ik heb een zwak voor hete pappa's en deze TOVTJAP voelt dat.
'Pappa, ken jij haar?' Het arme kind is te jong om te weten dat je in dit soort situaties geen stomme dingen moet zeggen. Maar ik kom er snel achter van wie hij het heeft.
'Deze mevrouw gaat met pappa mee naar huis vanavond, dat lijkt me wel leuk!'

Grote foei. Grote Ai. Vriend kijkt geschokt, kind kijkt met schotelogen, ik kijk nergens meer van op.
TOVTJAP verschiet geschrokken van kleur. Na enkele veel te lange seconden voegt hij er hakkelend aan toe dat ik in de schuur mag slapen en de golf van opluchting duwt de deuren van de coupé open. Het gezelschap maakt zich op voor de wedstrijd.

'Ga jij pannenkoeken bakken voor me bakken morgenochtend?' vraag ik het kind, met één oog op de pappa. 'Ik houd van bosbessenjam, dat kan je vader vast wel voor me regelen. En dan ga ik daarna in bad!' Hard gelach door de coupé; de ene man lacht nog bassiger dan de ander nu het gevaar is geweken. Van de vriend krijg ik een goedkeurende fijn-dat-we-het-zo-soepel-op-hebben-kunnen-lossen-knipoog. Ach, ik ben een kei in het afwenden van situaties die uit de hand kunnen gaan lopen. Maar die tochtige schuur kan ik niet over mijn kant laten gaan, grap of geen grap. Mijn gestel is veel te delicaat en deze TOVTJAP is duidelijk nieuw in het veld. Voor nu is de Daumzege mijn.

zondag 3 november 2013

Glazig

Britten lijken aardig op Hollanders: ze staan bekend om hun stiff upper lip, hun beheerste gelaat en hun getemperde manieren zoals Hollanders hun sobere maaltijden, hun katoenen trouwjurken en hun calvinistische zuinigheid hebben. En zoals op Koninginnedag (u weet wel, op 30 april) al die beheerstheid wordt gesmoord in oranjebitter en vertroebeld door de schuimkraag op de goudblonde lokken van de zoveelste Wieckse Witte hebben Britten ook een Koninginnedag: zaterdagavond.

Een zeker segment Britse meisjes staat bekend om haar drankzucht en oncharmante gedrag: gespraytanned, bepruikt en vol glitter wankelen ze op torenhoge pornohakken zonder ondergoed of onderkant (broek, rok, panty: who needs them?) de pub in, waar ze met hun lange fransgelakte nagels aan de lopende band shotjes en lager achteroverslaan. Screw the English Rose – lol maken is het devies.
Britse mannen zijn, in mijn opinie, de begeerlijkste op aarde, mits ze, sociaal-maatschappelijk gezien, aan de prettige kant zitten. Hun zalige accenten, hun lange lijven, hun absolute beheersing en rustige gentleman-manieren maken dat ik bijkans knikkende knieën krijg. Daar kan ik zelfs een paar groene tanden voor door de vingers zien: er is niets dat dokter Jos niet voor me op kan lossen.
Wat zich op zaterdagavond in de pub ophoudt zijn echter niet de fijnste vrijgezellen uit de bovenlaag, en geslacht maakt daarin geen verschil. Ik zeg niet dat de upper class geen gein uithaalt, maar ze verbergen het allicht beter. Geen Mandevilles, Nevilles, Berkely's of Pakenhams in zicht. Het zijn hardwerkende rouwdouwers die op vrijdag en zaterdag ontspannen met een partijtje poolen en een pint. Of twintig. Of twintig teveel.

Nog een overeenkomst tussen Holland en de UK? Wij hebben de Publieke Omroep, zij hebben de BBC. BBC3 heeft een documentaire gemaakt over de gevolgen van deze desastreuze levensstijl. Veelvuldig of onzorgvuldig gebruik van drugs en alcohol maakt dat veel jongeren voortijdig last krijgen van drugs-geïnduceerde dementie, bloeddrukproblemen, hartklachten of botontkalking. De serie heet dan ook treffend Old before my time. En deze schrijnende gevallen schokten me zó, dat ik er over wilde schrijven.

Voor de aflevering over alcohol gaat om Jo, een vrouw van begin dertig, die door haar drankmisbruik levercirrose heeft gekregen. Een gevolg hiervan is dat ze extreem veel vocht vasthoudt in haar buikholte. Op het ergste punt ziet dat er uit alsof ze zeven maanden zwanger is van een vierling. Elke drie weken moet ze naar het ziekenhuis, waar ze haar leeg laten lopen. Bij het voor de docu gefilmde bezoek komt er dan meer dan 20 liter vocht vrij.
Inmiddels is Jo gestopt met drinken, maar de schade is onherstelbaar. Omdat haar lever voedingsstoffen noch afvalstoffen kan verwerken moet ze een hele pillencocktail slikken om in leven te blijven. Ze woont weer bij haar moeder en mag van geluk spreken als ze zich tot een week na de drainage weer enigszins normaal kan bewegen, waarna de hele rataplan opnieuw begint. En zonder levertransplantatie kan ze de rest van haar leven met deze cyclus vullen.

Uit de aflevering over drugs is Chris me bijgebleven (seizoen 1, aflevering 2). Als gevolg van ketaminemisbruik moest hij zijn blaas laten verwijderen, omdat er nog maar 5 ml in paste. Nu heeft hij een nieuwe, tijdelijke blaas, gemaakt van stukken van zijn eigen darm. Darmwandweefsel maakt echter slijm aan, en deze slijmproppen moet hij regelmatig uit zijn blaas spoelen via een gat in zijn navel. Eet smakelijk.

Voor een SIRE-spot moet je verder surfen- ik ben niet mijn broeders hoeder. Ik wil slechts mijn afschuw delen. En ik wil best toegeven dat ik na het zien van Jo's enorme buik en die katheterlittekens nog eens nadacht over het openen van die fles droge witte. Tenslotte begint ook zoiets monsterlijks met één onschuldig glas. Uhhh, zit de vijf al in de klok?

donderdag 31 oktober 2013

Knackered

Vers terug van mijn trip naar The Phone House ben ik blij dat ik mag fietsen, zodat dat me afleidt van mijn ergernis. Amper een maand geleden, op 20 september, kreeg ik bij het oversluiten van mijn abonnement een nieuwe telefoon. Een dag later kocht ik een hoesje van gewatteerd leer.
Ik ben zuiniger op mijn spullen dan sommige moeders op hun kinderen, dus ik hoopte de levensduur van mijn nieuwe 'foon te kunnen verlengen met wat bescherming. Op die manier zou ik er nog minstens twee jaar plezier van kunnen hebben.

Die hoop was van korte duur. Gisteren haalde ik mijn gezicht open aan mijn telefoon: van de achterkant is een stuk afgescheurd, en dat maakte een kras in mijn wang. Omdat de aankoop zo vreselijk recent was, verwachtte ik service van de winkel en toog er dus optimistisch heen. Wel, dat optimisme vervloog sneller dan yuppen uit een Vogelaarwijk.
De jongen achter de balie vertelde mij zonder ook maar één blik op mijn meegebrachte contract te werpen dat hij me niet helpen kon. Ook de scheur in mijn 'foon kon zijn aandacht niet vasthouden. Hij had, zo vertelde hij vermoeid en zonder me aan te kijken, vorige week nog een meisje in de winkel gehad – met haar moeder! – dat op vrijdag een telefoon had gekocht en waarvan op maandag eenzelfde scheur als in de mijne was gekomen. Extra vervelend, want ze had haar telefoon niet verzekerd...
En voor haar hadden ze niets kunnen doen, dus kon hij voor mij ook niets doen.
Phone House-logica op haar best.

Dat is te zeggen: hij zou mijn telefoon met alle liefde voor me opsturen, maar daar zou ik voor moeten betalen, ondanks de recente aankoopdatum. Ik wees hem erop dat hij toch de plicht had om een deugdelijk product te leveren en dat mijn klacht niet onredelijk was: immers, ik had een hoesje ter bescherming aangeschaft en had niet met mijn telefoon gegooid. Hij kwam opnieuw met het meisje – en haar moeder! – op de proppen. Nu had ze echter een barst in haar beeldscherm en opnieuw vermeed hij oogcontact.

Niet dat ik zo graag in de gele, uitdrukkingsloze ogen van die bijzonder stugge man wilde staren, maar als mensen zich dingen herinneren kijken ze vaak omhoog, niet naar beneden alsof ze liegen. Ongeacht of hij nog zeventien meisjes – met hun moeders! – achter de hand had die een uur na aankoop al nul op rekest kregen bij de bekendmaking van hun klacht: ik wilde dat hij mij hielp. Hulp, in de vorm van een nieuw en gratis achterkantje. Dat leek me niet teveel gevraagd.

Hij bleef echter doen alsof hij mij een dienst bewees door de fabrikant de schuld te geven en herhaalde keer op keer dat hij best mijn telefoon op wilde sturen, maar dat hij me nu al 'met 100% zekerheid' kon vertellen dat ze (wie?) dit niet zouden vergoeden, omdat 'zulke schade' niet onder de fabrieksgarantie valt. 'Het is namelijk valschade...'
Nu vraag ik u. Ik heb met de fabrikant niets te schaften, ik heb slechts met de winkelier een appel te schillen. Die scheur is allicht ergens door veroorzaakt, maar ik kan me niet herinneren dat ik mijn telefoon heb laten vallen. Dat zou bovendien niet uit moeten maken: een telefoon is geen basketbal, maar hij moet wel bestendiger zijn dan een blaadje ouwel. En ik heb hem ten alle tijde in zijn beschermhoesje gelaten – ik ben er normaal mee omgegaan in de korte tijd dat ik hem bezit.
Kortom: ik heb mijn deel volbracht, meer kun je van mij niet verwachten. En dat ik mij moet verdedigen en bewijzen gaat eigenlijk al ver – ik kom niet voor niets terug naar die winkel. Alsof ik niets beters te doen heb! Het is dat dames niet vloeken...

Op de man spelen is kinderachtig en niet constructief, maar het is het enige wat mij rest in deze zeer onrechtvaardige strijd. De jamaar-jamaar-positie bevalt mij niet, maar Geeloog lijkt er van te genieten en dat ergert me nog het meest. Ik kom in de verleiding om hem de naam van het meisje – of haar moeder! – te vragen, zodat ik eens kan overleggen over deze aanfluiting. Schandalig.

Op het moment dat het er toe doet geeft The Phone House niet thuis.
Knock, knock, en wat hebben we hiervan geleerd? Blijf kloppen tot je een ons weegt, want de service van The Phone House is phoney.

zaterdag 26 oktober 2013

Nulancering

U weet, ik ben een vrouw van deze tijd. Ik recycle. Ik kannibaliseer soms spullen, of kleren. Ik scheid afval. Ik denk na over wat mijn consumptiegedrag betekent voor het milieu. Ik probeer zuinig te leven (al is de reden daarvoor niet alléén altruïsme). Ik heb een smartphone, een tablet en een dubbele opladerset voor in mijn tas. Ik geef graag geld uit aan kwaliteit.
En als iemand zegt dat alles vroeger beter was, vraag ik me af over welke periode hij het heeft.

Want natuurlijk lijkt alles van vroeger beter, al is het maar omdat je brein je slechts aan de cheesecake herinnert en de hondenpoep voor het gemak vergeet, als in een relatie met een slecht vriendje. Mis ik soms de fletse kleuren van tv, mislukte wazige vakantiefoto's, mijn logge, kwetsbare CD-speler of de rokerscoupés in de trein? Zeker niet. Ik ben een hopeloze romanticus, en tegelijkertijd een realist.

Maar er zijn dingen die ik wel in ere hersteld zou willen zien. Theedrinken zonder telefoon op tafel, bijvoorbeeld. Het krijgen van verjaardagskaarten van papier, en handgeschreven brieven. Als gezin aan tafel eten, zonder leden die snel ergens heen moeten, te laat komen of de afspraak helemaal niet halen en dat dan via een app kenbaar maken. Van tevoren weten hoeveel een reis met het OV gaat kosten. Belschaamte in de trein en andere publieke ruimten. Algehele discretie. Oprechte privacy – je niet druk hoeven over hackers of de registratie van je gedrag. Niet altijd en overal maar bereikbaar zijn. Foto's kijken wanneer ik daarvoor kies.

En dan zijn er nog de dingen waar ik geen concessies in wil doen. Inmiddels kent u, trouwe lezer, mijn standpunt als het om liefde gaat: ik juich gelijkwaardigheid, verantwoordelijkheid nemen en nadenken m/v nét zo hard toe als beschaafd gedrag en hoffelijkheid. Ik kom het beste tot mijn recht in het gezelschap van een man die de paraplu draagt, de deur openhoudt en mij drankjes aanbiedt in plaats van andersom. En al zou daar iets mis mee zijn, dan zou ik het nog niet anders willen zien. Een ander object waar ik zeer aan gehecht ben is mijn MP3-speler met losse batterij.

U leest het goed, ik zei 'MP3-speler' en niet 'Ipod': die heb ik nooit bezeten. Ik ben een Philipskoper uit BBP-steun en nostalgie, ondanks dat ik weet dat mijn personal audio heus in dezelfde Oosterse fabriek wordt gemaakt als Sony. Maar mijn MP3-speler is nog niet kapot. En ik ben gewend aan het logo.

(Da's geen inhoudelijke reden, maar dat geeft niet. Nostalgie is immers een onaantastbaar argument en feiten hebben daar weinig mee van doen – je hoeft maar naar de opwinding over Zwarte Piet te kijken om te weten dat dat waar is.)

Want een bij-effect van alle geweldige ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar is de gigantische afdankzucht. En dat terwijl 'oudere' producten vaak veel degelijker in elkaar zitten.
Wat is echter het nut van een telefoon met een levensduur van zeven jaar als de consument van zijn versie 3.1 af wil zodra er - veelal binnen twee maanden - een 3.2. wordt gemaakt? Eigenlijk komt het beide partijen goed uit dat de kwaliteit niet zo hoog is – dat schept een excuus voor de aanschaf van iets nieuws en het aanwakkeren van het idee dat 'nieuw' automatisch 'beter' betekent.

De reden voor dit stuk, reader dear, zit 'm vooral in dat ik na lang en veel zoeken weer een Philips-dealer heb gevonden die ze nog verkoopt: MP3 op AAA. Blijdschap ahoy. Ooit zal ik de omschakeling moeten maken, maar dat wil ik nu nog niet. Het kan me niet schelen dat een interne batterij langer meegaat: ik ken mijzelf en weet dat ik dat opladen vergeten zal. Batterijen – oplaadbare! – werken voor mij goed genoeg.
Ik sluit mijn ogen en houd vast aan dat kleine staafje.

Alles was vroeger beter, omdat je niet beter wist.

zaterdag 19 oktober 2013

Dar(o)jee(!)ling

'Als wij de liefde gaan bedrijven ben ik de baas,' zegt de jongen in de rode polo tegen me.
Klare taal. Ik weet niet meer precies hoe ik hier gekomen ben, maar het begon met een krant.

Ik ben op weg naar de supermarkt doen als hij me staande houdt en ik zonder mijn bril af te doen door wil lopen. 'Oh, dus je kunt me wel horen?!' Mijn muziek staat nooit zo hard dat ik anderen niet kan horen praten. En dit is nieuw.
Ik weet heel goed dat de slechtste vraag die je een passant kan stellen 'Mag ik je wat vragen?' is, want ook al haal je geld op voor blinde mijnwezen met aids én lepra, er is geen enkele stedeling die op die vraag nog reageert. Dus proberen wervers van nu het met andere dingen: ze stellen quasi-grappige vragen ('wat ga je eten vanavond?') en vragen om je ja-flow op gang te brengen ('houd jij van kinderen? En van dieren? Vind je pesten naar?') zodat je logica- en gewoontegetrouw ook 'ja' zegt als ze je vragen of je ze wilt steunen. Of deze: ze steken je een hand toe en stellen zich voor, terwijl ze ook om jouw naam vragen. Héél gevaarlijk en het werkt op meerdere fronten, want naast de ingang die ze dat verschaft, wijs je iemand die je 'kent' minder snel af. Maar hee, hoe komen de kindjes anders uit de vicieuze cirkel van kindslavernij?

Deze jongen helpt geen kindjes. Hij wil me een NRC-abonnment aansmeren. En hoe fijn ik die krant ook vind, ik heb geen tijd voor een abonnement. Juist de vrijblijvendheid van een weekendeditie vind ik prettig – dat maakt afwisselen ook makkelijker. Toch heeft hij me te pakken, want op zijn vraag waar ik naar luister, geef ik gedwee antwoord. I'm losing my game, in vroeger tijden had de blik in mijn ogen hem zelfs door mijn zonnebril heen tegengehouden om me aan te spreken. Maar ik ben soft geworden. En hij heeft wel iets.
'Pearl Jam? Ik ben nog nooit een meisje tegengekomen dat van Pearl Jam hield,' zegt hij. Ik wijs hem er op dat mijn bril dient om botoxlittekens te verbergen. Hij is geen partij voor me.
'Gaan we wat drinken, bij jou thuis?' Ik schiet in de lach, niet eens vanwege het voorstel maar vooral vanwege de stapels kleren, mijn onopgemaakte bed, kruimels op de vloer en paperassen die aan het begin van het weekend wachten op verwerking. Dit soort dingen moet je me op zondagmiddag vragen als ik mijn lakens gestreken heb, niet als ik in the process ben vlak na een drukke week. Ik ben netjes op het neurotische af, maar zelfs ik heb mijn rommelige uren. En dit soort thee – bij alle andere oriëntalistische, seksistische onrechtvaardigheid uit dit voorstel heb ik me al lang geleden zuchtend neergelegd – drink ik liever bij andere mensen in plaats van in mijn eigen huis. Het is bovendien zijn idee.

'Oh, je vind me dus niet leuk genoeg?' pruilt hij gemaakt. Ik zeg hem dat als hij me beter wil leren kennen hij me kan bellen en we thee kunnen gaan drinken in de stad. Na mijn faaldate van een kleine maand geleden is dit lomp met een andere L, maar ik ervaar het als minder kwetsend, zelfs als grappig. (En dat is, als ik er over nadenk, best zorgelijk.)
'Liefje, maar liefje!' roept hij breed grijnzend, terwijl hij zijn handen soepel om mijn middel vleit, zijn neus in mijn haar steekt en me onbetamelijk dicht tegen zich aantrekt. 'Hoe gaan we ooit aan onze drie prachtkinderen beginnen als je niet met me mee naar huis wilt?!'
God, ik moet toch eens leren hier minder gevoelig voor te worden. Hij gaat veel te ver en ik laat het nog toe ook. Schaamteloos speelt hij de ik-wil-een-baby-en-grijp-je-middel-troefkaart uit. Goede zet, maar dat mag hij natuurlijk niet weten. 'Je mag de moeder van je toekomstige kinderen wel met wat meer respect behandelen,' kaats ik terug. 'Op deze manier is het enige huis waar ik heen ga dat voor ongehuwde moeders! Dus kom eerst maar met een ring op de proppen, dan praten we daarna verder.'

Hoe het afliep? Voor een kopje Darjeeling ben ik altijd wel te porren. Voor andere soorten thee heb ik toch echt wat meer bedenktijd nodig. En die gratis weekend-NRC steek ik hoe dan ook in mijn tas. Ha.
Pak de ketel. The heat is on.

maandag 14 oktober 2013

Frame

Topografie was nooit mijn sterkste kant – daarom ben ik zo dankbaar voor het bestaan van Google Maps. Mijn fiets, mijn mooie, soepele, ranke fiets is onvrijwillig van eigenaar gewisseld en ik wil per se zo'n zelfde soort fiets. Marktplaats biedt uitkomst. Ik had het op de basisschool druk met het uitblinken in andere dingen in plaats van het prikken van hepatitisvlaggetjes – het is niet gek dat ik de busrit van drie kwartier met goede moed begin.
Ik ga op reis en ik neem mee: mijn onontbeerlijke zonnebril, een editie van Psychologie Magazine, een liter Spa, een tube zonnebrand en een multitool voor moeren. Bestemming: Bleskensgraaf. (waar? Nou, dáár dus - naast Spotvogelendam.)

Op een kwart van de rit heb ik het meest interessante uit PM wel gehad en nu valt het me op dat we door een landschap rijden dat me aan Frankrijk doet denken: velden vol met gele aren van het een of ander waar de wind vakantieachtig doorheen waait, een slingerende weg waar maar plek is voor één auto tegelijk, en gemoedelijke tegenliggers die desondanks toch nét tien kilometer per uur te hard blijven rijden.
Eenmaal aangekomen bij Nieuwkoop Dorp vertelt Google Maps me dat ik één minuut heb om naar de volgende halte te lopen. Die moet dus vlakbij zijn. Maar ik zie haar niet. Ik zie überhaupt niet veel: volgens mij heeft heel Nieuwkoop siësta. En met 'heel Nieuwkoop' bedoel ik haar voltallige tienkoppige populatie, huisdieren incluis.

Ah, een local! 'Meneer, pardon? Ik moet naar Bleskensgraaf...?' 'Bleskensgraaf? Hmm, hhm, aha, hmmm. Dan moet u een andere halte hebben.'
Lang leve de smaltown willingness. Het scheelt dat er maar twee haltes in het dorp zijn en dat de halte waar ik uitstapte, afvalt. De bus gaat namelijk maar één keer per uur.

Als ik in het achtpersoonsbusje stap, bestuurd door een vrijwilliger van over de 65, vraag ik de bestuurder of hij me wil waarschuwen als we bij mijn halte zijn. 'U weet zelf waar dat is?'
Wie is hier nou de buschauffeur?! Okee, nevermind. Gedurende dertig minuten zit ik alléén in de bus en ik moet me concentreren, want het haltebord zit maar aan één kant van de weg, en niet altijd rechts. En de temperatuur is inmiddels flink opgelopen – mijn gedachten verdampen nog vóór ze zijn opgebloeid.

Ik bel voor de zekerheid aan bij een boerderij, want als ik nu de verkeerde richting uit loop, kan ik het schudden. Een vriendelijke man vertelt me dat ik er ongeveer twintig huizen naast zit. En in deze contreien komt dat neer op een afstand van krap drie kilometer, op een weg zonder trottoir, uitzicht, huizen of fietspaden. Allright. Daar gaan we. Ik zit op de juiste weg, alleen ben ik nog 2500 meter verwijderd van mijn plek van bestemming. Maar de zon schijnt, het is droog en ik heb mijn Spa, mijn bril, en mijn zonnebrand. Ik heb wel voor hetere vuren gestaan.
Uiteindelijk kom ik aan bij een grote boerderij. Het moet gezegd worden: we zitten in de middle of nowhere, maar ze woont prachtig. Deze vrouw heeft smaak. Mijn smaak. Daarom hebben we ook dezelfde fiets...
Na een kort onderhoud bestijg ik de fiets en nu begint mijn race tegen de klok. Ik moet vóór de spits op Rotterdam CS zijn, anders krijg ik mot met de NS. Het is nu 15.20, ik weet niet precies waar ik heen moet en darn, ik heb het heet.
Verbeten en toch opgewekt trap ik me door de weilanden, tot ik bij Sliedrecht op de sprinter kan stappen en vanaf daar mijn weg kan vervolgen. Er is geen conducteur die dit gezicht kan weerstaan, en waarschijnlijk hebben ze wel wat beters te doen dan mij en mijn fiets lastig te vallen. Na ongeveer twee uur reizen kan ik dan eindelijk naar huis fietsen. Heerlijk. Ik vergeet alle sores meteen: onafhankelijkheid en vrijheid smaken mij beter dan polderstof en de geur van gier. De wereld ligt weer aan mijn wielen! En vanaf nu bewaak ik mijn nieuwverworven vrijheid met drie sloten. Eens verworven blijft gegeven, als het aan mij ligt. (En dat doet het.)

donderdag 3 oktober 2013

Zadel

Om mijn knieën wat meer bewegingsvrijheid te geven tijdens het fietsen, heb ik mijn kokerrok vlak vóór ik mij op het zadel neervleidde tot ver bovenaan mijn dijen opgeschort. Ik heb een dikke panty aan en het is tóch donker, bovendien wil ik vaart kunnen maken en dat gaat niet als je knieën nog geen dertig centimeter uit elkaar kunnen. Toch schrik ik een beetje als er een jongen naast me komt fietsen. Ik herken hem: het is de jongen die zojuist vóór mij in de supermarktrij stond. Hij heeft, zoals ze bij Opsporing Verzocht zo pc zeggen, 'een Noord-Afrikaans uiterlijk'.

'Mevrouw... sorry, ik had geen Bonuskaart...' verontschuldigt hij zich. Dat hij geen kaart heeft, neem ik hem geenszins kwalijk, dus zijn actie verbaast me. 'Dat geeft niet hoor,' knik ik vriendelijk, en vervolg mijn weg. Hij blijft naast me fietsen. 'Ik dacht, misschien wilt u iets van mij?' Ik weet niet waar dit heen gaat, maar mijn sarcasme neemt de overhand. 'Ja, ik wilde je Bonuskaart. Verder niets.' Hij is even stil. 'Maar u kwam zo dichtbij... ik dacht, misschien wilt u iets van mij...ik vraag het voor de zekerheid gewoon, weet u.... '

Nu kijk ik opzij. Het is donker, dus hij ziet mijn opgetrokken wenkbrauwen niet. 'Ik kwam dichterbij omdat je vóór me in de rij stond, jongen. Zo gaan die dingen....' 'Ja, maar u vroeg om mijn kaart, en toen kwam u dichterbij, dus ik dacht, voor de zekerheid... Hoe oud bent u eigenlijk?'
Prettig dat ik zelfs met opgeschorte rokken en wat overexposure nog de u-reflex uitlok. En terecht. Fijntjes herinner ik hem aan twee dingen.
'Als je me met 'u' aanspreekt heb je zelf ook wel een idee, toch?' De jongen lacht. ' Jah, okee...hoe oud ben je? Ik vertel hem dat ik dertig ben. Gretig licht hij me in over zijn leeftijd – 23. Hij vertelt me dat hij monteur is, pas drie maanden in deze buurt woont, drie broertjes en vier zussen heeft en vlak bij mij geresideerd is. 'Heeft u een vriend?' Ik zeg van wel. 'Maar ik dacht dat u iets van me wilde,' begint hij weer. 'U raakte me ook nog aan...'
Zucht. Waar hij op doelt is een toevallige ontmoeting van vingers bij het boodschappenscheidbalkje. Ik weet niet wat deze booi denkt, maar nu wordt het irritant.

'Luister, jongen,' zeg ik, expres inhakend op wat ik hoop dat hij aan Noord-Afrikaans traditioneel gevoel heeft, 'het spijt me dat je je aangerand voelt, okee? Zoals je kunt zien ben ik een net meisje. Als ik iets van je had gewild, had ik dat nooit zó aan je kenbaar gemaakt, want nette meisjes doen dat niet op die manier. Vervelend voor je dat je het verkeerde idee hebt gekregen, want dat was de bedoeling niet.'

Hij blijft stil, denkt even na en schudt me dan berouwvol de hand. 'Jah okee. U heeft gelijk.'

We fietsen even in stilte naast elkaar en dan klopt hij plotseling vrijpostig even op mijn 'ontblote' dijbeen. 'Maarreeeh... je bent wel dik geworden, hoor! Hier...' En hoepla, wég met het gevousvoyeer...Ik negeer het gevoel dat die opmerking teweegbrengt – kritiek van een vreemde op mijn gewicht zet me aan het denken. Maar hij heeft geen recht van spreken. En om eerlijk te zijn denk ik dat hij het zegt om me uit mijn evenwicht te brengen. Nou, dan kan hij 't krijgen ook.

'Dus je vindt je me dik, maar je wilde toch even checken of ik 'iets van je wilde'?! Je woont hier toch pas drie maanden? Hoe weet je dan of ik dikker ben dan eerst? Heb je ooit tegen één van je zusters gezegd dat ze dik was, of tegen je moeder, na al die zwangerschappen? Heb je toen een hengst gekregen? Neem van mij aan, jongetje, dat je niet tegen een vrouw moet zeggen dat ze dik is, al komt ze zestien kilo aan in een week.'

Het afscheid is kort en koel, zoals te verwachten viel. Ik zet mijn fiets in de berging en laat mijn dessert in de ijskast. Morgen is er weer een dag.

woensdag 25 september 2013

Parel (3)

(Lees hier Parel (1) en Parel (2).)

Het derde deel van dit luik – ik ben er niet over uit hoeveel delen het gaat krijgen – wil ik wijden aan John Frusciante, de parel die steeds meer op zijn oester begon te lijken en nu slechts zachtjes glimt. Maar laat ik zijn talent, hoe verspild ook, niet verder bederven met quasipoezie.

Ergens in het begin van de jaren negentig ging het namelijk mis met John Frusciante. Als jongste lid van de Red Hot Chili Peppers heeft de toegang tot drugs en de roem het meest z'n wissel op hem getrokken en hoewel Flea, het oudste bandlid, hem nog wel heeft geprobeerd te helpen, schrok ik van de documentaire over hem.

Groezelig, sterk vermagerd en hologig zonder enige kleur in zijn gezicht anders dan de gelige teint van tabak en icterus ratelt hij maar door over wat hij belangrijk vindt in het leven. Wonder boven wonder komt er af en toe nog iets zinnigs uit over liefde, passies en muziek en de dochter van Flea, Clara. De stukjes die hij speelt zijn afschuwelijk maar hij hoort dat zelf gelukkig niet. Zijn ogen zijn groot alsof hij door ze wijdopen te sperren meer kan zien, maar het effect is nogal angstaanjagend. Hij knippert niet. Ook de glans is onnatuurlijk. De verandering in zijn mimiek, stem en gedrag is enorm.
Het scheelt dat hij nog wel kan en wil praten en zachtaardig antwoordt op alle vragen. Hij is nog steeds knap en zijn magerte accentueert zijn jukbeenderen en volle lippen. Zijn haar is vol en aantrekkelijk lang, al heeft het een wasbeurt nodig. Maar dat geldt eigenlijk voor de hele John. Om over zijn gebit, of wat er van over is, nog maar te zwijgen. Waar zijn die hete gitaristenarmen gebleven? Waar is die krachtige stem, dat gezonde lijf? Wie zal het zeggen. Het enige wat ik zie is het Peppers-logo op zijn rechteronderarm. Hij is hier pas 24, en hoe jong hij geestelijk is komt ook naar voren in zijn kinderlijke opvattingen over de hele sfeer rond rock 'n' roll Als kerel een roze broek aantrekken en wat kohl om je ogen smeren maakt je nog geen biseksueel, ook niet als David Bowie het doet. Ik heb vooral met deze briljante gitarist te doen, want hij ziet zelf niet hoe erg het met hem gesteld is.

En toch ziet hij er direct na het afkicken wezenloos en verloren uit; tijdens zijn verslaving was zijn blik tenminste nog begeisterd – opiaat-geïnduceerd weliswaar, maar toch, hij was geestdriftig. Men zegt dat je vanwege de veranderingen in je hersenen na een heroïneverslaving nergens meer van kunt genieten, omdat je genotcentra vernacheld zijn. Heroïne geeft vanaf het eerste gebruik zo'n kick in je hersenen dat niets dat gevoel ooit nog zal evenaren. Ik baseer mijn beslissingen niet graag op angst, maar dat is voor mij een reden om het niet te gebruiken. Je weet natuurlijk niet of het klopt, maar als ik naar John kijk, ben ik geneigd te denken dat het waar is.

De paar nummers die ik op youtube heb kunnen vinden van Niandra Lades and Usually Just a T-shirt – Johns minstens zo verslaafde vrouwelijke alter ego en muzikale soloproject in die tijd – doen nog het meest denken aan Axel Rose met een slechte dag – al kun je dat van het gitaarspel dan weer niet zeggen. Godzijdank is gitaarspelen voor John/Niandra zo'n ingesleten gewoonte dat die paar lijntjes hem dat niet doen vergeten.
Op zichzelf is het heel anders dan wat hij tot dan toe gedaan heeft, maar zonder vergelijkingsmateriaal niet eens heel slecht. Ik fluister dit, want sommige uithalen zijn wel verschrikkelijk en zijn vingers gaan soms sneller dan, nou ja, de rest van het lied. Waardoor het ritme ver te zoeken is. I'm an addict and I'm not afraid to show it straalt er vanaf. Ook de gebruikelijke opbouw van dubbel couplet, refrein en bridge heeft hij subiet het bruin aangeslagen raam uitgeflikkerd.

Anno 2013 gaat het weer aardig met John. Hij is weer zo goed als clean, stelt z'n prioriteiten en is naar voorbeeld van vriend Flea getrouwd met een wat jongere vrouw. Ik denk dat ik de Frusciante-mythe in stand houd door zijn hedendaagse tracks aan me voorbij te laten gaan. Wat ik eerder ook al opmerkte: in een muzikale groep gaat het om de chemie. Ik ben nog niet klaar voor het nieuwe werk. Maar dat komt wel.

In de maak: Parel (4)

woensdag 18 september 2013

Gier

Er was eens een meisje dat niet veel verlangde. Althans, haar verlangens staken niet al te hoog boven het maaiveld uit. Ze was dankbaar voor alles wat ze al had: liefhebbende ouders, een leuke baan, lieve vrienden en alle tassen, schoenen en ringen die ze zich wensen kon. Wat ze er graag bij wilde: een leuke man.
Op een schone dag vond dit meisje een man. Hij was energiek en enthousiast en nam haar mee op stap. Ze hielden stil bij een koffietentje en terwijl ze de kaart bekeek, zei de man: 'Ik weet niet of je dit kunt betalen... ik moet namelijk op mijn geld letten....'
Het meisje duwde haar wenkbrauwen net zo snel naar beneden als ze in opperste verbazing omhoog waren geschoten, want ze was beleefd en welopgevoed. Nog nooit had een man op de eerste date zoiets tegen haar gezegd.
Natuurlijk was ze geëmancipeerd en daarnaast ook begripvol. Waarschijnlijk kwamen zijn woorden er zo lomp en ongemanierd uit omdat hij zich schaamde. Ze zei daarom dat het niet gaf en liet hem niets merken. Maar de twijfel was gezaaid. De man gaf de twijfel water toen hij de rekening zag:
'Dit is nog wel een lage rekening, dus die zal ik nu betalen. Bij de volgende gelegenheid krijg ik dan wat van jou, okee?'

Het bedrag behelsde twee koppen thee en het meisje kon de gedachte dat dit van kwaad tot erger zou groeien niet van zich afzetten. Ging het zelfs nog om lunch of diner dan had ze het nog iets beter kunnen begrijpen, maar dit...! Emancipatie had hier niets mee te maken: het was ronduit onbeschoft. Hoe hard ze zichzelf ook voorhield dat het niet uitmaakte en dat ze hem niet op één daad mocht beoordelen, het beïnvloedde het respect en de achting die ze voor de man had. Dat vond ze jammer, want hij was verder innemend en gezellig. Maar gierigheid is bepaald geen aantrekkelijke eigenschap.

Na een tijdje zagen zij elkaar voor de tweede keer. Het meisje had zachtjesaan al besloten dat dit de laatste keer zou worden, want zijn gierigheid viel haar extra op omdat ze hem niet leuk genoeg vond. Door zo krampachtig te doen over de kleine som had hij zichzelf bovendien al buiten de friendzone geplaatst - laat staan dat hij nog in andere zones zou komen. Het ging niet om zijn gebrek aan middelen an sich of om zijn schijnbare onbereidwilligheid die met haar te delen, maar om de manier waarop hij dit aan haar kenbaar maakte. Het meisje had wel armere mannen gedate, die in zo'n geval háár wijn betaalden en zelf water dronken – en ze was hen altijd dankbaar voor hun mannelijkheid, hun hoffelijkheid, hun gentlemanness. Dit stond daar haakser dan haaks op.
Toch wilde ze graag geloven dat het een eenmalige misstap was.

Té graag, zo bleek, want hij deed het nog een keer. Hij nam haar mee naar een gelegenheid waar ze gratis koffie konden drinken. Ze brachten de middag samen door en lachten en kletsten en heel, heel langzaam liet het meisje iets van haar argwaan en achterdocht zakken. Na de tweede en laatste stop in een café gebeurde er echter iets: de man liet het meisje betalen.
Het ging niet om het wederkerige rondje, want de koffie ervóór was gratis geweest. Hij pakte zijn portemonnee zelfs niet voor de show, deed niet eens alsof hij van plan was bij te dragen en stelde niet voor de rekening te delen.

De man liet het meisje voor hem betalen en knipperde niet eens met zijn ogen.

Met haar laatste zelfbeheersing reisde het meisje met hem naar het afscheidspunt. Ze repte met geen woord over het voorval: waar zou ze moeten beginnen bij een man die er geen moeite mee had zich door een dame te laten fêteren? Nodeloos te zeggen dat dit hun laatste ontmoeting zou zijn, al was het afscheid beheerst en zonder verwijt. Bovendien had zij er zelf mee ingestemd hem een tweede keer te ontmoeten: hiertoe had hij haar, in tegenstelling tot het geven van rondjes, niet verplicht.
'Er is geen chemie tussen ons, al heb ik wel genoten van ons samenzijn,' zei de man nog. 'Dat geloof ik graag,' dacht het meisje. 'Hoe zou dat komen...' Ze zag het niet als haar taak om lomperiken op te voeden, bovendien had hij dit vast minder gretig van haar aangepakt.

En de moraal van het verhaal? Ben je een echte man en wil je dat je dame je zo blijft zien, neem de rekening dan op, al kost het je je laatste snik. Je merkt het misschien niet meteen, maar zij en jij zullen je er extra om waarderen en respecteren.

Het meisje en de man hebben elkaar nooit meer gezien: kort na de ontmoeting kwam ze een ridder tegen met wie ze een gelijkwaardige, evenwichtige relatie opbouwde op basis van vertrouwen, wederzijdse hoffelijkheid en bijbehorende chemie. En ze leefden nog lang en gelukkig.

donderdag 12 september 2013

Snel bekeken

Niemand zal kunnen zeggen dat ik het geen kans heb gegeven. Gepoederd, geföhnd en hooggehakt kijk ik eens voorzichtig om mij heen. De categorie waar ik me voor heb opgegeven is 20-35 jaar, maar wat ik vooral zie zijn overjarige playboys en verlepte lelies. Het speeddaten heb ik overgeslagen en ik ben fashionably late voor het begin van de singleborrel, in de hoop op een soepele blend met het gezelschap. Toch moet ik in de rij, waarbij ik de man die nu alvast schutterig contact probeert te maken negeer.
Ik sluit aan achter een groepje vrouwen dat duidelijk niet van plan is mij uit misplaatste solidariteit op te nemen in hun groep. Ik zie verwachtingsvolle angst in hun ogen: ze vragen zich af waarom ik hier alleen ben, maar denken aan het aanbod in de zaal. We zijn vrouwen, maar tevens concurrenten. Ik ben jonger en als alleengaande makkelijker benaderbaar – ze lachen vluchtig en keren zich om. Ik ben hier niet om vriendinnen te maken, en zeker geen kaarslichtvrouwen met sensible heels en suffe kleren. Niets mis met vrouwelijke solidariteit, maar ik deel die van hen niet, misplaatst of gegrond. In de quest to be found is het sowieso beter om alleen te zijn. Dus ik schud mijn krullen en steek mijn fraaie neusje een paar millimeter omhoog. Als ik me al ergens bij aan moet sluiten, dan liever bij de spaarzame under-thirty-ers die er wél aardig en leuk uitzien.

Nadat ik een keycord met een slotje er aan heb gekregen ('Mannen krijgen sleutels, zo kan een man kijken of zijn sleutel op je slot past': briljánt, en zo geëmancipeerd, en zo quasi-freudiaans...!) stiefel ik naar binnen. Eerst maar een drankje dan. Ik ben niet gewend mijn eigen drank te betalen, maar op wat nieuwsgierige blikken na spreekt geen man me aan. Aan de bar kom ik echter in contact met een makelaar die gezelschap zoekt. Hij is weliswaar wat te oud, maar ik hunker naar een gesprek, dus ik laat hem zijn gang gaan en probeer me oprecht te interesseren voor zijn bezigheden. Hij heeft een soort grijzige kaas tussen zijn tanden en de knoflookolijven zijn niet aan hem voorbij gegaan vanavond, maar hee, het is een begin en hij best aardig. Als ik op het randje van flauwvallen sta, neem ik snel afscheid.

Er zijn inmiddels zo'n honderd deelnemers in een ruimte van krap 30m2. Je zou denken dat dat hitsig en sfeerverhogend werkt, maar niets is minder waar – ik vrees dat de hitte mijn make-up zal doen uitlopen. Ook ruik ik iets onfris, wat is dat toch? Oh, de geur van zweet-met-nerd... Ik zucht en maak alvast plannen voor de volgende kroeg. Het is mooi geweest, ik heb het geprobeerd.

Tijdens het ontwijken van de leidster, die me op de foto probeert te krijgen, kom ik op de valreep nog de man tegen wiens sleutel in mijn slot past. We hebben een goed gesprek – zo goed dat ik andere deelnemers zie kijken of we elkaar niet stiekem al langer kennen. Godzijdank biedt hij me iets te drinken aan. Mijn jas laat ik nog even hangen.
De achter-mij-in-de-rij-man loopt nog nog een paar keer langs, lacht bemoedigend, maar als ik nu mijn gesprek onderbreek is dat lomp en onaardig, ondanks dat ik mijn geld niet op één paard in hoef te zetten. Achterman had me gewoon direct aan moeten spreken, dan was ik nu wellicht met hém aan het praten. Helaas.

Zou ik het nog eens doen, singleborrelen? Misschien, als ik zeker zou weten dat de mannen qua leeftijd méér op mij waren toegespitst. Een volgende keer zal ik ook echt gaan speeddaten, en niet alleen de borrel meemaken. Mijn verwachtingen waren duidelijk te hoog. Ik heb flink wat schroom moeten overwinnen om hier naar toe te komen – dat is blijkbaar voor méér mensen het geval geweest, en velen zijn niet geslaagd.
Mijn belangrijkste conclusie: ik denk dat ik te jong ben voor dit soort evenementen, of het niet serieus genoeg neem. Ik heb vooral binnensmonds gelachen om de karikaturen de ik heb gespot vanavond. Op een totaal van 50 kerels met dezelfde missie is één gesprek echter bedroevend weinig – op een 'normale' avond is dat vaak al meer. In plaats van dat het doel van die avond de bijeenkomst soepeler maakte, ging het eigenlijk vrij stroef.
Dus zou ik het nog eens doen? Nee.
Bij het speeddaten zijn de drankjes tenminste inbegrepen...

woensdag 4 september 2013

Farceren

Vorige week kocht ik de zomereditie van het populair-wetenschappelijke tijdschrift Psychologie Magazine. Toen ik het blad uit had was er aan de andere kant van dit kantelnummer nog 20 bladzijden vol testen gereserveerd – omdat het testgedeelte op de site altijd zo populair is, stond erbij.
Er was een tijd dat ik iedere test die mij onder ogen kwam ook maakte. Ben jij een twijfelaar?, Ben je een goede vriendin?, De grote flirttest: alsof pakweg tien zéér algemene vragen met nog doorzichtigere antwoorden werkelijk inzicht zouden kunnen geven in mijn psyche. Het enige waar ze, gezien de Fancy- leeftijd die ik toen had en de bron van de test - diezelfde Fancy - werkelijk antwoord op gaven was de vraag of ik een onzekere doch licht narcistische puber was die veel bevestiging nodig had. (Ja, dat gáát samen – waarom zou ik de test anders maken?)

Een voorbeeld. De vraag:

Je bent op een date die je niet heel erg ziet zitten. Eigenlijk wil je het liefst snel naar huis. Wat doe je?

A) Je speelt open kaart, probeert er het beste van te maken en gaat als vrienden uit elkaar.
B) Je krabt in je kruis, gaapt, boert, peutert tussen je tanden en laat een harde scheet in de hoop dat hij op je afknapt.
C) Je krijgt plotseling een ontzettende hoestaanval en haast je naar de damestoiletten, waar je via het WC-raam ontsnapt. Je jas haal je morgen wel op.

Wat zou u doen als u zestien jaar was, met een hypofyse vol amok? Ik was toen niet zo'n veeldater als nu, maar sindsdien zijn er dates geweest waar ik zonder twijfel optie C had gekozen en mijn jas niet eens was komen ophalen. Zelfs nu ik in de twintig ben klinkt de eerste optie het meest volwassen maar tegelijkertijd het lompst (Luister kerel, ik wind er geen doekjes om: ik vind je niet heet, maar drink gerust je bier op...) en is optie B 'geen optie', omdat het niet hoeven aankijken van het conflict me de slechte indruk niet waard is (want ik ben Verantwoordelijk...).
Je manipuleert de uitslag zogezegd al zonder het te willen. Het resultaat zal dan ook leiden naar de persoonlijkheid die je graag wilt belichamen, in plaats van de persoonlijkheid die je, in Fancy-kleine lijnen, hebt. Waarmee ik maar wil zeggen: zo'n 'test' is eigenlijk niet eens oprecht te maken, in beide opzichten.

Maar voor Psychologie Magazine ligt dat anders. Daar doen ze zelfs aan het omdraaien van testuitslag, zodat je niet het antwoord met het gewenst aantal punten kunt gokken. Het aantal vragen is groter en de uitkomsten genuanceerder. De testen zijn niet bedacht door stagiaires met teveel tijd en omgekeerd evenredig weinig datingervaring. (Zeg nou zelf: wie is er ooit door een WC-raam ontsnapt? Spin City, much?) In tegendeel: ze zijn gemaakt door prominente, zij het veelal Amerikaanse maar daarom wellicht nog geloofwaardigere heren (!) van de wetenschap – van middelbare leeftijd. En men mag van lezers verwachten dat ze de uitslag niet al te letterlijk op zichzelf betrekken, want het lezerspubliek van PM heeft enige zelfkennis en is bereid tot afstand nemen. (Of valt dat onder zelfontkenning?)

Heb ik de laatste twintig pagina's overgeslagen? Nee, want ik heb er voor betaald. (Ik ben, meer dan gemiddeld, een Hollander.) Waar ik werkelijk een test over zou willen maken, is wat zo'n uitslag met je doet, en beter, wat jij met de uitslag doet. Als de uitslag tegenvalt vind ik dat namelijk niet leuk. Nou, en ik zou weleens willen weten wat het effect dáárvan zegt over mijn persoonlijkheid. Test away, Mr middle aged academic America. Welke rij hokjes moet er worden gekleurd?

zaterdag 31 augustus 2013

Jeu(gd)(k)

Net zoals sommige mensen de leeftijd van hun hond in speciale hondenjaren tellen, denk ik dat het leven in de schijnwerpers sneller gaat dan daarbuiten. De houdbaarheid van een ster is kort en om de lamp op je gericht te houden moet er veel gebeuren in je leven, want het nieuws van vandaag is morgen vergeten geschiedenis. Auto-ongelukken, drugsgebruik, woedeaanvallen, vreemde dieet- of trainingsgewoonten, vetes tussen collega's: je kunt het zo gek niet bedenken of het 'lekt uit'. Wat de gemiddelde ster in zijn of haar hoogtijdagen meemaakt, is voor de rest van ons stervelingen in een heel mensenleven nog niet weggelegd.

Maar er zijn koppels die het rustiger aanpakken. Over het huwelijk van Deborra-Lee Furness (Mrs Hugh Jackman) Benjamin Millepied (Mr Nathalie Portman), Keeley Shay Smith (Mrs Pierce Brosnan) of Andrew Upton (Mr Cate Blanchett) hoor je zelden iets. Het kan dus wél, al is een zo goed als privé privéleven geen garantie voor geluk. Dat bleek maar weer toen ik er deze week achter kwam dat mijn favoriete stel uit elkaar is: Monica Belluci is niet langer Mrs Vincent Cassel.

Amper bekomen van dit afschuwelijke nieuws leken zij het schaap over de dam van de echtscheiding. Ook Catherine en Michael Douglas geven, huwelijksgewijs, de pijp aan Maarten, net zoals Mr en Mrs Eastwood en, tot mijn grote spijt, Bryan Ferry (die met de vier zalige zonen).
Als klap op de vuurpijl hangen ook Tamzin Outwaithe (uit het door mij zeer gewaardeerde seizoen 1 van Hotel Babylon) en Tom Ellis (Miranda) hun trouwring aan de wilgen.

Wat is dat toch? Heeft de zomerperiode de doodssteek gegeven, nu het rustig is en de performers vaker thuis zijn, als het huwelijk van een zeeman dat pas stukloopt als hij aan wal is? Is het een roep om aandacht om nog even wat publiciteit te genereren zo vlak voor de blockbusters van de herfst? Willen ze genoeg tijd hebben om in februari, bij de Golden Globes, Grammy's, BAFTA's en Emmy's met een nieuwe liefde te verschijnen? Is het een demonstratieve boodschap aan producenten en regisseurs: ik ben single en heb aááálle tijd van de wereld om me op een nieuw, tijdrovend project te storten? Natasha Bedingfields hitje is er niets bij.

Maar sterrenjaren zijn immers langer. Dus scheiden nog vóór de foto's zijn afgehaald is niet zo gek als je bedenkt dat er dan eigenlijk genoeg tijd is verstreken voor de intrede van de demonen der seven year itch. Trouwen na vier dates? Geen probleem. En ik zeg wel 'foto's afhalen' maar ik bedoel de publicatie van die vijf pagina's tellende bruiloftsreportage – laten we het geen huwelijksreportage noemen – in OK, Hello of Sun.
Moet je dan tegen heug en meug bij elkaar blijven? Zeker niet. Neem Clint: die is zeventien jaar getrouwd geweest. Da's dus eigenlijk 51 jaar. Je kunt het hem niet kwalijk nemen dat hij op zijn 83e zijn wellicht laatste kans op liefde bij iemand anders neerlegt. Bovendien verschillen hij en zijn soon to be-ex zo'n vijfendertig jaar. Zeg wat je wilt, maar ik ben er van overtuigd dat dat toch heeft meegespeeld. Ook bij de Douglasses en het echtpaar Ferry. (Saillant detail: Bryans ex Amanda was eerder de ex van zijn zoon. Al kan hij niets verkeerd doen in mijn ogen, opvallend is het wel.)

Maar leeftijdsverschil was geen zichtbare factor bij het stel Cassel en daarom rouw ik. Ook mooie, getalenteerde mensen kunnen uit elkaar gaan, dat weet ik wel, maar het is dubbel jammer als het gebeurt. En ik zag het niet aankomen. 45 lange jaren... zomaar weg! Vergeef me de dubbele moraal, maar ik gun stel Cassel hun geluk samen meer dan Clint of Michael.

Eén troost: binnen een jaar zijn ze beiden wel weer onder de pannen. Monica Belluci vindt troost in de armen van Max Beesley en Vincent Cassel tegen de boezem van Valerie Moore, jongere zus ván. Niets leuker dan een voorjaarsbruiloft, innit?

PS. Ik ben heel blij dat Perla en Slash het toch hebben gered.

maandag 12 augustus 2013

Spijker

Nadat ik een week lang mijn trainingsschema lichtjes had laten versloffen, was het tijd om het ritme stevig op te pakken. Zonnige zondagmorgen, en ik jakker in mijn lycra naar de sportschool. Geheel in overstemming met veelgequote wijsheid maak ik mij niet al te druk over hoe ik er uit zie: als ik sport dan sport ik. Maar er zijn grenzen aan alles en excuses voor niets, dus ik smeer wel een klein beetje gloss en BB cream op mijn gezicht.
Eenmaal aangekomen ben ik mijzelf dankbaar hiervoor. Een uur na het begin van mijn gruelling workout komt er namelijk een booi binnen die mij al eerder opviel. Hij is niet zozeer knap maar wel erg lang en zoals je oog voortdurend kan vallen op iemand die dezelfde jas of haarkleur heeft als je partner of beste vriend, krijg ik de hee-Erlebnis opnieuw en opnieuw. (Er is niets aha’s aan.)
Altijd als wij samen in de ruimte zijn haalt hij capriolen uit en als ik op de loopband achter zijn crosstrainer sta, verdraait hij zijn nek vaker dan nodig. Achter je kijken op een crosstrainer is namelijk helemaal niet nodig. Maar ik wil mijzelf niet vleien met denken dat hij dat voor mij doet: misschien heb ik wel dezelfde lycra als zijn nichtje.
Dankzij mijn harde inspanning prijkt onder mijn voorfruit een donkere T en mijn BH tekent zich in vocht af op mijn rug. Sexy, en daarbij ruik ik ook zo lekker. Gelukkig zit de BB en de gloss nog altijd waar ik ze heb achtergelaten: dat is tenminste iets. Ik wil deze man niet, maar ik blijf een vrouw.
De booi kijkt steels, maar ik ben geen bakvis en wil niet dat hij dichtbij komt, want mijn geur maakt ongetwijfeld geen goede indruk. Als ik, na anderhalf uur sporten, aan de bar neerplof met een kopje thee, komt hij naast me zitten. Ik ben in geanimeerd gesprek met het meisje achter de bar en hoewel ik geen bezwaar heb tegen zijn aanwezigheid, doet hij weinig moeite om deel te nemen. Wel vraagt hij me, waar ik vandaan kom. Het valt me op dat hij enorm lispelt. Zelf komt hij van Corsica. Verrassend, want Italianen noch Fransen staan bekend om hun lengte. We converseren wat en vertrekken per toeval uiteindelijk samen. Nog vóór de deur in het slot valt, steekt meneer van wal. Hij kan het dus wel.

‘Ga je naar huis, naar je vriend?’ Ik beaam dat ik naar huis ga. ‘Heb je een vriend?’
Als ik het niet dacht. In vroeger tijden heb ik hier uit gemakzucht vaak over gelogen, maar tegenwoordig vind ik dat teveel moeite. ‘Nee, jij?’
Hij gaat er bloedserieus op in. ‘Nee, ik heb geen vriendin, ik ben single. Daarom vraag ik of jij een vriend hebt: ik vind je leuk, je bent knap en ik wil met je uit. Mag ik je nummer?’

Beng, die zit. Spijkers met koppen. Hij overvalt me, maar hee, het leven is kort! Ik zie mijn mannen graag lang en daadkrachtig. Helaas is hij bepaald geen Sebastián en weet ik niet of ik er vanuit mag gaan dat hij de grenzen van de volwassen- en redelijkheid aanhoudt als het om mijn gegevens gaat. Afgezien van zijn lengte is hij mijn type niet en hoewel een kopje thee weinig kwaad kan, zal het me evenmin veel gelukkiger maken. Ik sport bovendien met veel plezier in alle rust – als ik sport dan sport ik – en dat wil ik graag zo houden.
‘Ben je niet op zoek naar een relatie?’ vraag hij. Jawel, maar niet met jou. ‘Jij komt meestal ’s avonds, toch? Dan zorg ik dat ik er ook ben!’ Nou, gezellig… Eén voordeel: als hij me in lycra al heet vindt, zou hij me eens moeten zien in een jurk. Maar als het aan mij ligt, komt het zover niet. Nu nog zorgen dat hij mijn spijkerstrooiende hand niet opmerkt.

woensdag 7 augustus 2013

Laagje

Wat heb jij over voor een mooie gezichtshuid? Het klinkt als een slechte slagzin, maar de vraag is echter dan echt voor iedereen die de puberteit is gepasseerd. Al dan niet met de littekens van kleerscheuren, pun intended. Als je de pustules te boven bent gekomen en statistisch te oud bent voor Clearasil, is het tijd voor helende maatregelen. Na allerlei bakerpraat en huismiddeltjes die vast op waarheid berusten (ezelinnenmelk, havermout, suikerscrub, het vermijden van chocola) en halfzachte hippe beautymiddelen (druivenpit, hamamelis, avocado, kamille, sheaboter, zijdeproteine) doen we nu inspiratie op in Japan. Als je nog gebruik maakt van vleermuizenstront of slakkenslijm uit een potje ben je hopeloos uit. De nieuwste trends: slakkenslijm live, en een grijzig bad vol kak van vliegende ratten.
De celeb’s zeggen dat ze het doen, dus moeten wij het ook. Victoria Beckham schijnt zich te bedienen van een wekelijkse facial op basis van duivendrop. Gekweekte duiven natuurlijk, die speciaal voer krijgen. Prijs: zo’n 200 euro per behandeling, maar daar gaat haar mopsneusje niet van omlaag. Tijdens de behandeling mag ze de knijper helaas niet laten zitten. Met zo’n geur is het geen wonder dat ze nooit lacht.
Maar ze is niet alleen. Madonna laat haar huid naar verluidt behandelen met ‘pure’ zuurstof. Angelina Jolie gebruikt een massageroller met spijkertjes in de strijd tegen rimpels, zo wordt gefluisterd. In Oostenrijk bestaat zelfs een gezichtsbehandeling die gebruik maakt van bloedzuigers. Wie mooi wil zijn, lijdt graag pijn. Ach, het is niet gekker dan je eelt laten wegvreten door vissen die een kwartiertje geleden dat van je buurvrouw wegvraten, of je dijen schrobben met koffiedik, of gezichtscrème gebruiken met placenta- of voorhuidextract erin. Neen, dan liever het voorbeeld van Miranda Kerr, die zweert bij wat eetlepels kokosolie. Oraal in te nemen en de hoeveelheid niet overdrijven. U weet waarom. (Ranzig? Oh, dus dit is wel ranzig...?)

Dat iets heel veel, langdurig en vaak geroepen wordt, maakt het nog niet waar. Toch schijnen water drinken, veel (onbespoten!) groente en fruit eten, bewegen en regelmatig scrubben écht te helpen. Wat ze mij bij de ICI vaak vertellen is dat de vernieuwing van de huid op je gezicht een maand duurt. Zolang moet je dus minimaal wachten voor je resultaat ziet. Je kunt net zo goed meteen een kuurtje Even Better bestellen voor je gemoedsrust, want als het zo lang duurt voor je een egale huid hebt zijn er in de tussentijd zoveel variabelen bijgekomen dat je niet met zekerheid kan zeggen dat die verbetering werkelijk aan die extra moeite ligt. En zo is herinnering op meerdere fronten een goede marketingtruc.
Maar wat is dan de oplossing? Voor direct resultaat wend je je gewoon tot de BB cream, die ook een heel stuk verbeterd is sinds de introductie. Op de site van BBCreamshop.eu staat dat deze crème oorspronkelijk bedoeld is voor het helen van brandwondelittekens. Nuf said, dat moet zeker werken. Egaliseren doen ze allemaal, maar er is keuze uit whitening cream, wrinkle improvement, moisterizing cream en hydrating cream, om maar iets te noemen.
Als je huid je zoveel parten speelt dat je jezelf liever niet ziet zonder make-up, dan kijk je gewoon alleen tijdens het opbrengen in de spiegel. Tegen de tijd dat je er klaar voor bent de waarheid onder ogen te zien, is het probleem uit de wereld. Tot die tijd is smeren het devies: het gaat, tenslotte, om gladde illusies.

dinsdag 30 juli 2013

Afgeblust

Het vinden van de juiste verzorging kost tijd, geld en toewijding. Vóór je iets hebt gevonden wat echt bij je past, gaan er soms jaren voorbij vol het-kan-er-mee-door-parfum en het-moet-maar-make-up. Met name bij dat laatste is het van het grootste belang dat je het juiste spul te pakken hebt: qua textuur, tint, gebruiksgemak en prijs.
Als de yup die ik graag placht te zijn heb ik tegenwoordig het geld en het geld er voor over om te investeren. Make-up geeft me het gevoel dat ik mijzelf serieus neem en mijn beste features aanscherp: en als ik mijzelf serieus neem, doet de rest van de wereld dat ook. Mijn transparante poeder kocht ik altijd bij Rituals voor zo’n twintig euro per doosje: een prima prijs voor een prima product. Toen Rituals hiermee stopte vond ik een nieuw merk: het Japanse Kanebo. Deze poeder was nog fijner, nog beter van structuur. Maar fine comes with a price: hij was ook ruim twee keer zo duur.

Ik dacht inventief te zijn en eens poeder van Clinique – veelgeprezen en iets goedkoper - te proberen. Vol goede moed stapte ik naar mijn vaste verkooppunt, de ICI Paris in Baarn. Ik koop daar vrij vaak parfum, make-up, kwasten en cadeaus en kom er erg graag: ik word er altijd zeer goed geadviseerd, vakkundig, geduldig en vriendelijk geholpen en er wordt naar me geluisterd.

Het was heel heet. De verkoopster had haar dag niet en daarbij was ook nog eens heel druk. Omdat ik in het verleden al zo’n zeven keer ‘transparant poeder’ heb gekocht dat ik later kon weggooien omdat de verkoopster ‘transparant’ vaak verwart met ‘huidskleurig’ vroeg ik deze vrouw tot vervelens toe of de poeder écht transparant was. Ze had geen tester, maar verzekerde me keer op keer dat de poeder transparant was. Op het laatst gingen mijn vragen zelfs ten koste van haar vriendelijkheid.
Eenmaal thuis bleek de poeder huidskleurig en niet transparant. Dat wil zeggen: de kleur die de verkoopster voor me in gedachten had - zo’n vier tinten te donker.
Makeup kun je niet ruilen, dus ik had de bon niet bewaard. De doos was bovendien nu al open – noodzakelijk om er achter te komen dat de tint onjuist was. Verdorie.
Zelden verloor ik dertig euro sneller.

Ik was boos, geërgerd, ik baalde. Dat de verkoopster niet verder, beter of nauwkeuriger op de doos had gekeken op mijn herhaaldelijke vragen over de neutrale kleur stak me vreselijk. De sfeer was er niet naar dat ik zélf kon checken hoe het zat. Hadden we de poeder bovendien getest, dan had ik in één oogopslag gezien dat de poeder niet transparant was maar een diep donkerbruin waar zelfs Patricia Krentcil voor zou bedanken.
Ik was boos. En ik besloot terug te gaan, al was het maar om haar te waarschuwen voor een andere klant met dezelfde vraag.
Het meisje was er niet, maar haar collega hielp me heel vriendelijk. Ze bleef wel volhouden dat de transparante poeder die ik zocht niet bestond – waarvan ik de avond ervoor hier en hier het tegendeel had gezien – maar om zaken niet verder op de spits te drijven, hield ik mijn mond. Vervelend als mensen doen alsof je gek bent: echter, als ze in dat filiaal de transparante poeder hadden verkocht had ik hem vast van haar gekregen. Zij was niet degene die de fout had gemaakt – andermans puinhoop opruimen is altijd lastig. En ik had ondanks alles weinig poot om op te staan.
Ze verontschuldigde zich. Ze kon de poeder niet terugnemen, maar ik kon een doosje Kanebo aanschaffen met korting. Ze gaf me een goodiebag mee voor het geleden leed met een petit touche éclat, een spiegel van Gucci die verzilverd aanvoelde, een YSL-toilettasje en een parfummonster. Of ze zich van de domme hield voor wat betreft het bestaan van die transparante poeder of dat ze er echt van overtuigd was weet Joost. Ik snapte wel dat zij ook aan bepaalde regels gebonden was en dat dit het beste was wat ik eruit kon halen.
Dus liep ik tevreden de winkel uit, overtuigd en verblind door spiegeltjes en kralen. Dit nieuwe meisje was er in geslaagd de stofwolken van mijn ongemak af te poederen en ik was blij met deze vorm van schadebeperking, compensatie, halve erkenning. Waar een zachte kwast al niet goed voor is.

zondag 28 juli 2013

Brui

Er zijn maar weinig mensen die niet ooit over een huwelijk hebben nagedacht. Zelfs als je er niet als kind al van overtuigd was dat je ooit zou trouwen – wat met name meisjes wel eens hebben – ben je vast wel een bruiloftgast geweest, of heb je een celebrity marriage breed uitgemeten zien worden in de pers, van de jurk tot aan de klappen. Ik heb genoeg bruiloften gezien om te menen dat je je vooral moet richten op het huwelijk en niet op de bruiloft alléén – immers, één op de drie huwelijken strandt vroeger of later – maar een goed feestje sla ik niet af. En een te sobere bruiloft lijkt me saai: als je het toch maar ééns in je leven doet, is wat groter uitpakken wel zo leuk.
Maar trouwen is verschrikkelijk duur. Net zoals men een kersverse moeder de eufemistische, nadrukkelijke vraag 'Is alles goed gegaan?' stelt en de moeder daar wijselijk en minstens zo nadrukkelijk altijd 'ja' op zal antwoorden, houdt iedereen zijn mond over de minder romantische kant van trouwen: de rekening.

Aan de ene kant is het huwelijk geen voorwaarde om je leven op te bouwen: een gezin stichten of een huis kopen gaat prima zonder huwelijksakte. Aan de andere kant is het voor veel mensen traditie om het huwelijk te zien als een stap die vóór de rest komt. Maar het hoeft geen hele dure stap te zijn. Volgens de Britse nu.nl, de Dailymail, is sober trouwen een goede stap – ook als je je wel meer kunt veroorloven. Als reden wordt genoemd dat niet toegeven aan het stramien van een extravagante bruiloft de gebeurtenis persoonlijker kan maken. Reden twee: het scheelt (financiële) stress in de planning, op de dag zelf en erna. En als laatste de reden ik hierboven ook al genoemd heb: door niet het feest maar de verbintenis de meeste aandacht te geven, blijft het koppel bij de kern van de zaak.
Ga ik hier de credibility van de Dailymail aan de kaak stellen? Zeker niet. Maar diezelfde Dailymail stelde kort daarna in een artikel dat traditionele bruiloften antifeministisch zouden zijn – alsof de wens van een stel om traditioneel te huwen een zwaktebod is en een bevestiging van het patriarchaat dat huwelijk heet. Inderdaad, sommige tradities doen wat Romeins of ongeëmancipeerd aan. Maar wat is er mis met een vader die je weggeeft, het dragen van een sluiertje als symbool voor je nieuwe levensfase (wel zelf opslaan!) of blikjes achter je trouwauto? Niets, toch? Toch? Toch...?

(Over de zeer simplistische opvatting van Het Feminisme (u hoort mijn sarcasme? Eh bien...) wil ik mij niet eens buigen – het blijft de Dailymail)

Ik weet in ieder geval zeker dat als er iemand over die drempel gedragen gaat worden, ik de persoon zal zijn wiens voeten de grond niet raken. En daar heb ik het label 'ongeëmancipeerd' graag voor over: als het huwelijk toch een patriarchale daad is kan ik de bruiloft beter in dezelfde lijn doorvoeren – wel zo makkelijk. Jaren van Disney en Grimm sla je er niet zomaar uit. Bovendien is het huwelijk an sich een traditie - al draagt een aap geen ring, het is en blijft een aap - en vraag ik mij af: is een martelaarsbruiloft, waarin de bruid expres de man ten huwelijk vraagt, ze per se een gifgroen protestbroekpak aan wil en ze er op stáát om ook zijn pak uit haar eigen zak te betalen niet minstens zo erg?

(Over Disney gesproken: kijk en klik voor de grap eens hier en vertel me met droge ogen dat ik tegen al mijn witte trouwerijdromen ook maar iets had kunnen uitrichten...)

Mochten er deze zomer nog gastenplekkies over zijn, dan houd ik me graag aanbevolen – ik ben dol op bruiloften en een ster in de keuken. Een double Dutch wedding in wat Nederlanders American style noemen is tenslotte het nieuwe hip. Op een lang en gelukkig leven: santé.

zondag 14 juli 2013

Balletje

Liefde? Ik kan er geen genoeg van krijgen. Het is schaars, dat vormt wel eens een probleem. Gelukkig lopen aandacht, liefde en seksueel verlangen vaak door elkaar heen en zijn er tegenwoordig naast harlekijnromans ook boeken die je niet hoeft te kaften voor in de trein. Men zegt dat dat soort boeken slechts door vrouwen gelezen worden en dat het vooral vrouwen zijn die de liefde romantiseren, maar mannen kunnen er ook wat van – véél.
Sinds het zien van het programma Voetbalfans ben ik er van overtuigd dat mannen misschien nog wel obsessiever kunnen zijn dan vrouwen. Ik herinner mij een aflevering in Den Haag, waarin een trouwe supporter vol trots de altaarkamer in zijn huurhuis liet zien, die geheel gewijd was aan ADO, inclusief teamposters, uitgeknipte krantenartikelen en ingelijste voetbalshirts. Zijn zoon had hij vernoemd naar de meest roemrijke speler uit 1972. De cameraploeg volgde de goede man tijdens zijn bezoek aan een tattooshop, waar de discipel een afbeelding van zijn geliefde ADO-vogel op zijn borst liet tatoeëren. Houdt u vooral de seksuele context in gedachten: ADO is een acroniem van Alles Door Oefening en de vogel in kwestie is, jawel, een ooievaar. I rest my case.

Eng wordt het pas als obsessie de genegenheid verdringt. De geschiedenis zit vol vrouwen en mannen die een klap van de molen der liefde hebben gekregen. Koningin Mary I van Schotland, wiens vroomheid geen grenzen kende. Johanna van Castilië, die zo dol was op haar echtgenoot Filips de Schone dat ze zich na één blik op hem in een lemen hut liet trouwen om met hem het bed in te kunnen duiken, en na zijn dood zijn lijk overal mee naartoe sleepte. Susanna du Plessis, plantagehoudster die haar echtgenoot naar het schijnt de afgehakte, gebakken borsten van zijn slavenmaîtresse voorzette, omdat hij daar zo van hield. En dan de meer recente geschiedenis: Lisa Nowak, de astronaute die zo verliefd was op haar ex-minnaar dat ze een ruimteluier aantrok om in één ruk van dertien uur naar hem toe te kunnen rijden. Heleen Mees, de briljante professor die niet van riet houdt en nog minder van kluitjes en in plaats daarvan haar tong uitsteekt in meerdere opzichten, volgens de Daily Mail. Het is wel bewezen: liefde laat mensen gekke dingen doen.

Liefdesverslaving gaat zoals gezegd helemaal niet meer om genegenheid. Volgens Pernille Rose Grønkjær, die in 2011 een documentaire maakte over obsessieve liefde, kan zo'n obsessie ontstaan door een gemis in je jeugd. Om een relatie aan te kunnen gaan moet je al gevuld zijn met liefde voor jezelf, zo stelt ze: het aloude aanvulling-niet-opvulling-verhaal. Een wáár verhaal, als je het mij vraagt. Maar het lijkt me sterk dat niemand de astronaut Nowak in haar jeugd of later heeft verteld dat ze er mag zijn en dat ze de moeite waard is. Tenslotte word je niet zomaar astronaut. En hetzelfde geldt voor Mees. Tenzij je hun grote succes enerzijds uitlegt als een compensatie van het anderszijdse onvervulde verlangen tot erkenning – maar dat stuit mij tegen de borst, omdat ik dat van een man toch veel minder snel zeggen zou.
Heleens affaire is bovendien niet de eerste obsessieve relatie – dit verhaal heeft zich in Nederland al eens voorgedaan, vandaar haar vertrek naar New York – en Nowak was tot de nasleep van de affaire getrouwd en is moeder van drie kinderen. Als ik het wegzet als het onvermogen tot het accepteren van 'nee' is dat in lijn met de manier waarop deze bevoorrechte en slimme vrouwen hun loopbaan hebben aangepakt. Met als conclusie: Mees' mankeuze is gewoon rampzalig. Ik weet dat heel SATC is gebouwd op het gebrek aan goede mannen in New York, dus zij is niet de enige met dit probleem, maar toch.

En de moraal van dit verhaal? De link tussen liefde, obsessie en voetbal is dat je alledrie lang kunt volhouden met de juiste bereidwilligheid en genoeg nieuwe impulsen, verse spelers en een groot speelveld, soms zelfs trans-Atlantisch en -galactisch. Het loont om je kind te prijzen, zodat het balletje zelfvertrouwen in den borst niet tegen harde muren aan hoeft te ketsen, maar het loont ook om je spruit de implicatie van 'nee' aan te leren. Er is in die Spoetnik tenslotte geen plek voor iedereen en het aantal leerstoelen op NYU is ook niet onbeperkt. Zoals in veel zaken gaat het ook hier om balans: want de ganse dag balletje-balletje spelen in het Zuiderpark is evenmin alles....

zondag 7 juli 2013

IRL

Als ik mij afvraag wat ik overheb voor een relatie, is dat, bij elkaar opgeteld, best veel. Ik zou niet impulsief naar het andere eind van de wereld verhuizen voor een fling, maar als ik een expat ontmoet en hij wordt uitgezonden naar Gambia, zal ik meegaan. En dan zijn er nog de dingen die me een beter gevoel over mijzelf geven en die daarom indirect mijn relatiewaardiggehalte omhoog brengen, omdat ze me zekerder maken. Gladde benen, schoonheidsbehandelingen, gelakte nagels, glanzend haar en meer van zulks.
Ik ben single, ongewenst single. Uit meerdere hoeken kreeg ik al de raad om het online te proberen. Dat is allang niet meer iets voor zielige, vadsige dwangneuroten met vreemde hobbies en backne. Als het dat ooit al was. Maar de drempel om me in te schrijven is niettemin hoog. Het voelt alsof ik definitief toegeef dat het me in het echte leven niet lukt, wat er op neer komt dat iedereen met wie ik kennis maak wegrent, en met dat gevoel heb ik niet echt vrede. De keerzijde is wel dat ik, nu ik niet meer studeer, weinig nieuwe en leuke mannen tegenkom: ik ga wel uit, maar in de kroeg zijn intenties vaak anders.

Dus besluit ik mijn teen in het online datingbad te dopen. Niet als experiment, niet om er later schamper over te kunnen schrijven – tenzij ik ergere mannen tegenkom dan de mafkezen die mijn pad al hebben gekruist – maar als oprechte poging. En dan rijzen de vragen. Gebruik ik een schuilnaam? Zet ik er een foto bij? Wat vertel ik wel en wat juist niet? Hoe zet ik mijn minimale eisen zo neer dat ik de juiste man aantrek? Verder is de keuze tussen special interest-sites en sites speciaal voor sociale segmenten (lange-mensen-dating, plus-size-dating, jongerendating, outside yourracial dating, hoger opgeleiden-dating, sites voor dierenliefhebbers, sugardaddies en sugarbabies, dating voor mooie mensen: tha hole shabang. Moet ik me dan inschrijven bij een gekleurde datingsite, jongerensite of hogeropgeleiden-site? (Ik houd niet van dieren, dus die valt vast af.) Of moet ik dat laten afhangen van de man die ik zoek? (In welk geval langemensendating.nl me goed van pas zal komen.)
Volgens Patti Stanger, New Yorkse datingkoningin die ik al langer ken, moet je, zoals ook in het echte leven, online de man de voorstrekkersrol gunnen. Ik zal mij dus op een site moeten presenteren in de hoop dat iemand mij uitkiest en mij niet laten verleiden tot het zelf aanklikken van profieltjes. Maar toch wil ik weten wie er dan op mij gaan reageren...

Een voorzichtige verkenning maakte mij gelijk angstig. Sommige mannen schrijven alsof ze aan de telefoon zitten ('Hai, je spreekt met Paul') misbruiken gretig het woord 'dus' ('Nou, dus, ik ben dus Paul dus...') of geven info waar niemand iets aan heeft. ('Ik ben niet echt op zoek, ik houd van humor, gezelligheid en van hobbies. Ik ga graag uit, maar breng net zo lief een avondje op de bank door.') Ja. Tot op heden legt de kroeg het hiertegen nog niet af.
Wat ik ook tegenkwam: 'Ik zoek een vrouw met steil', 'Het geeft niet als je kinderen hebt, we hebben allemaal een rugzak' en 'Ik knap af op: vrouwen die zichzelf niet verzorgen, oneerlijkheid en vrouwen die foto's met grote zonnebrillen en getuite lippen van zichzelf hebben.' Cru-ci-a-le info. Die zonnebrilfoto's, en die eerlijkheid, want we willen natuurlijk allemaal een partner met de betrouwbaarheid van een zwarte adder. Deze wilde ik u evenmin onthouden: 'I'm a God-fearing man and I am looking for a woman who loves me as much as I do' met als klapper: 'I am looking for my soil mate'.
Ieder zijn meug, hoor...

Maar goed, schimpen is makkelijk. Misschien moet ik maar gaan speeddaten, want dan zie ik de man in kwestie man tenminste direct en hoewel chemie zich niet af laat dwingen, is dat fijner dan urenlang mailen en mijzelf behoorlijk blootgeven om er tijdens de eerste kop koffie achter te komen dat het ondanks alles niet klikt. Dit is Catfish niet.

Ik verwacht niet dat ik bij de eerste date mijn zon, maan, sterrenhemel vind - dat hoeft ook niet. Toch mis ik het daten, de zachte hoop, gewoon weer eens iets leuks doen met een man, een wijntje te drinken, een museum te bezoeken, of een wandeling te maken. Want ja, die dingen kan ik ook in mijn eentje doen, maar dat is niet hetzelfde.
Dus ook als er niets langdurigs uit ontspruit, heb ik er tenminste weer een ervaring en een leuke – of minder leuke – middag bij. Wordt vervolgd, denk ik. Gezelligheid, anyone?