maandag 29 april 2013

Kapitaal

Het was al zo goed als gelukt. Bijna. Met de charme van een ouder-maar-niet-zóveel-ouder meisje had ik de jongen al zover dat hij een oogje toe zou knijpen bij het afrekenen van mijn fiets. De paarse polo slobberde aandoenlijk om zijn lijf dat zichtbaar verlangde naar aardappelen, biefstuk, boterhammen met pindakaas, hamburgers en andere brandstof om nog zo'n vijftien centimeter omhoog en nog zo'n twintig centimeter in de breedte te groeien, een en ander vergezeld van een lichte, tijdelijke vorm van backne en grote vurige pustules op neus en voorhoofd. Maar daarna zou het een pracht van een kerel worden, weliswaar klein, maar langgewimperd.
Mijn fiets, lieve lezer, had het die morgen na zo'n vijf jaar trouwe dienst begeven. En nu was er geen redden meer aan; ik had er inmiddels al zoveel kosten aan gehad dat een nieuwe fiets kopen rendabeler was.
Ik was zó aan mijn fiets gehecht dat ik er maar geld tegenaan bleef gooien, als een slecht vriendje dat je maar niet los kunt laten. Daar hij mij het afgelopen kwartaal echter steeds vaker in de steek liet besloot ik nu definitief een einde aan onze samenwerking te maken. Genoeg is genoeg.

Online zocht ik een fiets uit en belde met het warenhuis om te vragen of hij op voorraad was.
Toen ik bij de winkel aankwam, stonden er inderdaad twee fietsen voor me klaar. Beide hadden versnellingen, die ik niet wilde, maar het leken stevige fietsen en dat wilde ik dan weer wél.
Een jongetje nam mij mee naar het magazijn, waar ik een proefrit mocht maken en hij de fiets voor me afstelde. Of hij hier ervaring mee had, vroeg ik, denkend aan mijn gebit waar minimaal een half miljoen in was gepompt.
De booi grijnsde. 'Nee, mevrouw. Maar ze komen zó uit de doos, ik hoefde alleen nog maar het stuur en het zadel vast te draaien...' Right. Mijn fietsen heb ik het liefst met zo min mogelijk poespas – hoe meer er aan zit, hoe meer er kapot kan gaan. Het waren de versnellingen die de prijs zo omhoog dreven, en juist daarop zat ik niet te wachten. Aan de andere kant zou een hele goedkope fiets – sociale-werkplaats-stanswerk – me naar alle waarschijnlijkheid uiteindelijk méér kosten. Niets ergerlijker dan een duurkoop, dus dan maar even investeren.

Mijn paarsbepoloode fietsenmakertje zag mijn twijfel. Ik hield mijn hoofd schuin en liet mijn stem dalen, zodat hij zich onwillekeurig naar me toe moest buigen om me te verstaan. Vertrouwelijk legde ik mijn hand op zijn arm.
'Ik vind de prijs wel wat hoog... Krijg ik er een slot van je bij?'
Hij hapte gretig en toen hij het probeerde, zag ik dat hij slechts met twee ogen tegelijk kon knipogen. 'Ik kan kijken wat ik kan doen mevrouw... heeft u deze kras op het frame gezien?' Goed zo, Rachid, op jou kan ik bouwen. Prettig dat we elkaar zo goed begrijpen, jij fijne vent. Met je polootje.
Lang leve het erotisch kapitaal.

Maar lieve lezer, als ik eerlijk ben, wilde ik de versnellingen nog steeds niet. Geheel in stijl met wat ik het pindakaassyndroom noem, zou deze keus mij ongelukkig maken. Wat het pindakaassyndroom is? Wel, soms, heel soms, heb je zeer specifiek zin in een boterham met pindakaas. Niet zin in een boterham. Niet zin in pindakaas. Nee, zin in een krakend verse, goede boterham, met een knapperig korstje en een dikke laag Calvé-pindakaas, óók op de randjes. Nou, en op zo'n moment kan ik wel vier boterhammen met appelstroop eten, en voor de leuk nog twee met hagelslag en een met kaas en een met leverworst. Ook allemaal heel lekker. Maar daarna voel ik me viezig, propvol, flink misselijk en het allerergste: ik heb nog steeds zin in de boterham met pindakaas.
Mijn maag zegt nee, maar bij de gedachte eraan begin ik toch te watertanden. Waar ik maar mee wil zeggen: als je zo vreselijk specifiek zin hebt in een boterham met pindakaas, moet je er gewoon een eten en het hele probleem is achter de kiezen, excusez les mots.

Hier gold hetzelfde, dus besloot ik toch van de deal af te zien. In de lift vertrouwde Rachid me na mijn uitgebreide verontschuldigingen nog toe dat hij het ook wel duur vond, en raadde me aan om op Marktplaats te kijken. Fijne vent.
Ik ga er nog een nachtje over slapen. Tenslotte moet je met investeren nooit haast maken – je kunt je geld maar één keer uitgeven. Fuck de boterham met jam, chorizo, humus of gestampte muisjes. Ik wil pindakaas, en lekkere.
Wat is het nut van huismerk als er Calvé bestaat?

maandag 22 april 2013

Apekooien

De kerel lijkt wat op een schildpad. Hij heeft een heel klein kaal hoofd en de afstand tussen zijn ogen en mond is ook erg klein – alles zit dicht op elkaar. Ik steek het zwarte rietje in mijn mond en drink om tijd te winnen terwijl ik mijzelf in zijn schedel bekijk. De man is een Brit en dat is an sich heet, maar het is rumoerig, ik ben aangeschoten, hij lispelt en ik versta hem niet.
Ik had mij nog zo voorgenomen om minder over de mannen in mijn leven te gaan bloggen – volgens mij heb ik er al een paar afgeschrikt. Maar deze is het vermelden waard, bovendien is hij niet in mijn leven en dat blijft zo.
De schildpad denkt dat hij een tijger is, dat zie ik aan hoe zijn billen op en neer wippen als hij danst. Het is een echte pezer: geen gram vet op zijn lijf, één en al spier, maar onder die bedrieglijke smalheid zit een flinke bolle bilpartij, nog eens geaccentueerd door een te strakke broek met een subtiele glim er in. Die broek glimt bijna net zo erg als zijn opgewreven hoofd. Hij draagt dure bruine schoenen met lange punten en maakt kleine sprongetjes terwijl hij met zijn bolle billen schudt en mij aanspoort, hetzelfde te doen. Als hij zijn pezige hardlopersbeen tussen mijn voluptueuze dijen wil drukken en ik ongewenst word geconfronteerd met de geur van subtiele muskusolie, Nivea en de springerige warmte van zijn kronkelende torso en dwingende pelvis leg ik zacht mijn hand op zijn buik en duw. Hij meent het niet slecht. Ik ook niet.

Ik weet niet, lieve lezer, welk dier ik zal gebruiken om hem te typeren. Hij kwettert als een mus, is handtastelijk als een aap, beweegt als een forel, en zijn kleine hoofd doet me zoals gezegd aan dat van een schildpad denken, of een gier. Met die haarloze kop duikt hij op meisjes af en begraaft zich erin als een piranha, tot hij heeft wat hij hebben wil. (Ranzig? Ja, dat klopt.) Onbewust-bewust vraag ik me af hoe het zou zijn om met deze man het bed te delen. Ik heb geen enkele ambitie in die richting, werkelijk niet, maar toch vraag ik het me af. Je hebt soms van die momenten.
Geen twijfel dat hij naakt geen slecht figuur zal slaan in strakke witte y-fronts en een hemelbed met dure, zijden, gestreken lakens & slijmerige arrenbie:
maar wat ik wil weten, is of hij thuis een forelkwekerij heeft.

Nee, dan zijn metgezel. Ik kijk naar een Daniel Bossevain met (meer) Aziatische trekken, een oerwoud van gitzwarte, dichte krullen en een hele aantrekkelijke lach. Natuurlijk ben ik, als prooi ván, vanaf het eerste woord met de schildpad off limits. En terecht. Maar kijken mag, toch, Daniel? Ook metgezel twee, die William heet, knikt goedkeurend naar me. Zoiets háchelijks hè, als je de vrienden van de man die met je komt praten eigenlijk leuker vindt. Ik ben de man-die-ik-niet-wil altijd dankbaar dat hij de moed heeft gevonden op me af te stappen – dat word niet makkelijker, hoe oud je ook bent – en wil hem derhalve niet schofferen of kwetsen, maar om een hele avond te spenderen aan iemand die ik minder aantrekkelijk vind terwijl er iemand naast hem staat die ik wél leuk vind, lijkt ook zo zinloos. Hij en ik kunnen onze tijd beiden beter besteden – zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

William wil graag deelnemen aan het gesprek en ik wil hem er graag bij betrekken. Schildpadden zijn traag, maar niet dom. Na verloop van tijd krijgt hij mijn subtiele nukkigheid door en kiest, jawel, het hazenpad. Nu kan ik eindelijk met William praten. Dat loopt uit op een milde deceptie; zo zie je maar waar praten goed voor is. Hij stelt namelijk voor om echtelijke betrekking te hebben op de aangrenzende trap. Iets wat ik toch maar van de hand wijs, zelfs al biedt hij aan om de schaafwonden voor me op te lopen. ('Jeetje, double u, wat negen-en-een-half van je!') De avond is nog jong, maar als dit het was, kan ik beter nu inpakken. Asia Daniel kijkt niet naar me en het overige mannelijke publiek is ofwel niet single, of niet de juiste leeftijd, of te schijterig.

Heb ik me dan helemaal niet vermaakt in deze Burgers' Zoo?? Jawel hoor, het was best leuk. Maar als de apen vervelend gaan doen, is het tijd om naar huis te gaan. Vlug pers ik er nog een fotomoment uit met AD&W (en niet om W.) en trek dan de poort achter me dicht. Volgend weekend een retourtje Emmen.

zondag 21 april 2013

Le(e)f

Het is makkelijk om alles wat een kind verkeerd doet te wijten aan de ouders en de opvoeding. Het is nog veel makkelijker om 'beleefdheid' – zo'n speerpunt in diezelfde opvoeding, net als 'respect' – als een afgebakend vlak te zien, en nog véél makkelijker en fijner om je te verontwaardigen over 'een gebrek aan respect' of 'een slechte opvoeding' als die niet overeenkomt met hoe jij denkt dat omgangsvormen gebezigd zouden moeten worden.

Een van de dingen die ik me na het leren spreken eigen heb gemaakt, is vousvoyeren. En die gewoonte zit zo diep dat ik er, zo'n twintig jaar na dato, soms moeite mee heb me wat informeler op te stellen, met name naar mensen die ik nog nooit eerder heb ontmoet. Afgelopen week deed zich zo'n situatie voor.

Ik had de schone taak een professor een mail te sturen. Het was een vervolg op een mailconversatie: er waren al meerdere mails over en weer verstuurd. Hij begon zijn mail met 'Ha Deirdre,' en het aloude dilemma kwam weer naar boven.
Het aantal haken aan deze situatie: het ging om schrift, niet om een gesprek. Twee: dat hij mij aanspreekt met Ha Deirdre wil niet zeggen dat ik mij vanzelfsprekend dezelfde vrijheid kan permitteren, maar tegelijkertijd wil ik niet onnodig formeel blijven doen – dat is toch bijna net zo vervelend als misplaatste familiariteit. Dat hij me tutoyeert is op te vatten als een uitnodiging hem ook te tutoyeren, maar precies dat vind ik dus lastig in te schatten, daar wij elkaar nooit hebben ontmoet. Ik ben, zoals dat heet, welopgevoed.

Het tegenovergestelde gebeurt mij ook. Ik heb het voorkomen van iemand waar je u tegen zegt, omdat ik net zo goed dertig had kunnen zijn – ik zit op de grens van mevrouw en vermijden direct aan te spreken. Onder leeftijdsgenoten vervaagt het onderscheid meestal geleidelijk van u naar je in een gesprek, niettemin doet onbehouwen jijen en jouen me met mijn ogen knipperen. Zo stond ik laatst in een schoenenwinkel. De verkoopster, een vrouw van in de veertig die mij wel vaker helpt, vroeg hoe het met me ging. 'Hoe gaat het, heb je een fijne dag gehad?' Knipper, knipper. 'Ja hoor, dank ú. Hoe was uw dag?' vraag ik haar liefjes met veel nadruk. Dat helpt niet.
'Wel goed hoor. Hoe zitten ze bij je? Zal ik ook even kijken of die zwarte er zijn voor je?'

Zo gingen we nog een kwartiertje door. Inwendig zuchtte ik. Het is te weinig om een punt van te maken – 'Het is U voor JOU, of anders kom ik hier nooit meer!', nee, toch niet echt... – maar ergens toch ergerlijk. Ze was alleen maar aardig, en dat waardeer ik, en ik vraag me af of, als ik 45 was geweest, ze me ook zou hebben getutoyeerd, als een oude bekende. Zo vaak kom ik hier nou ook weer niet.
Ik denk niet dat de verkoopster een slechte opvoeding had genoten, of dat ze me niet respecteerde. Sterker nog, ik denk dat ze me juist wel respecteerde en mocht, en me daarom tutoyeerde. Ze was helemaal niet onbeleefd of onbeschoft. Alleen een tikkeltje te vrij. Ahúm.

Een dag later stond ik voor een draaideur. In de deur zat een jongen vast van een jaar of achttien, die wachtte tot iemand met een deurpasje de deur in beweging zette. Die iemand werd ik. We liepen samen twee lange steile trappen op – en ik kwam te weten dat hij geen deurpas had, omdat hij stagair was in een aangrenzend bedrijf. Ik wenste hem een aangename stageperiode en zei hem dat als hij hulp nodig had met z'n verslag, ik dat best voor 'm wilde nakijken.
'Goh, bedankt!,' zei hij 'nou, ik wens u nog een hele fijne dag..'

Oioioi. Ja, ik had een jasje aan, en pumps, en precies genoeg make-up. Inderdaad, ik had geen straattaal of populaire woorden gebruikt en was professioneel-vriendelijk geweest. Maar hij zag toch ook wel dat ik zijn zus had kunnen zijn?
Ik gaf hem een gulle lach, tenslotte was hij alleen maar welopgevoed, net zoals ik. Al stak het me eventjes, ik waardeerde het wel. 'Ik u ook!' lachte ik knipogend naar hem.
Beter teveel decorum dan te weinig.

zondag 7 april 2013

(R)(d)omper

Op koude avonden zoals deze is afhankelijk zijn van het OV een crime. Ik wil graag naar huis, maar mis tot twee keer toe mijn aansluiting, wat me op een vertraging van ruim anderhalf uur komt te staan. Om de vijf minuten gaat er een trein naar mijn wijk, dus ik kom heus wel thuis... Eenmaal aangekomen op mijn voorlaatste vertrekstation blijkt dat een misvatting. Ik moet opnieuw een half uur wachten.

Ik loop nog eens naar het bord, ik kan eigenlijk niet geloven dat er in die dertig minuten geen enkele trein mijn kant op gaat - en dat voor een zaterdag. Het vriest een klein beetje en daar zijn mijn panty noch mijn flinterjurk op berekend.
'Daar sta je dan,' zegt een man achter me. Ik draai me om. Mocht hij kwaad in de zin hebben, dan heb ik in ieder geval gezien wie het was. Twee kerels van richting de veertig grijnzen me verwachtingsvol aan. Brave huisvaders, zo op het eerste gezicht. De ene is een TOVTJAP en een hele bange ook; daar zal ik zo achter komen.

Ik zeg niets. Wat kan ik hier ook op zeggen. 'Heb je je tong verloren.... mewrauw?' vraagt de TOVTJAP. Oh, hij tutoyeert me wel, maar ik ben toch een mevrouw? Ik kijk hem aan en zeg niets. Om zichzelf iets te doen te geven neemt hij nog maar een slok bier en een haal van zijn sigaret. Het is in een oogopslag duidelijk wie van deze twee de bad boy is en wie de bob.
'Als je niet meer thuis komt, mag je wel bij mij logeren?' grijnst de TOVTJAP. Ondanks mijzelf moet ik lachen. Bij het zien van mijn hagelwitte gebit krabbelt hij nog terug ook, de lamstraal.
'Of nee, als ik een meisje als jij meeneem krijg ik ruzie met m'n wrauw! Je hebt een mooi gezicht.'

Had hij het hierbij kunnen laten, dat had ik de kans gehad het compliment te accepteren. Maar neen. 'Zonder kwade bedoelingen, hoor. Ik heb een wrauw, een best leuke, maar jij bent heel knap, wilde het gewoon zeggen, verder niets, mijn wrauw, ik ben gelukkig en netjes getrouwd met haar en lang al ook... Maar tochehm, je benten mooie wrauw, je maggerzijn!'
Bedankt, Martin. Bla, bla, bla. Hoe komen we binnen een halve minuut van logeerkamer naar problemen in de echtelijke slaapkamer?! Alleen een slecht geweten neemt zoveel tijd voor onnodige uitleg. Stakker.
'Ik heb geen vrouw,' oppert Bob zachtjes, oprecht en licht triomfantelijk, 'dus ook geen problemen!' Mocht er inderdaad geen trein meer gaan dan is wederom de keus snel gemaakt.

Vriendelijk doch beslist wijs ik beide voorstellen echter af en haast me terug naar boven. Mijn trein gaat pas over twintig minuten en ik schat in dat het in de hal twee graden aangenamer is: het verkassen zeker waard. Op zo'n zwartmetalen bankje dat de warmte uit je zitvlees zuigt zit een jongen. We kletsen wat en zo kom ik te weten dat hij als ober werkt en een ICT-opleiding doet. Ook weet ik nu dat hij nog bij z'n ouders woont, en negentien is. Schattig.
Na een klein kwartier moeten we allebei naar onze trein.
'Mag ik je nummer?' vraagt de booi tot mijn grote verassing. Het was best gezellig, maar hij is echt veel te jong voor me en dat is dan nog een understatement. Ik onderdruk een lachproest, en twijfel. 'Dan gaan we verder kletsen?' dringt hij aan. 'Uh, okee,' stamel ik, 'ik wil je m'n nummer best geven, maar dan wordt de insteek er een van broer-zus, verder niets. Als je dat goed vindt, krijg je m'n nummer.' Hij stemt toe en wenst me een goedenacht.

Lieve lezer, ik had kunnen weten dat de bedoelingen van mijn nieuwbakken broertje-plus niet zo zuiver waren toen hij me na drie minuten belde. 'Ik wilde weten of je me wel het goede nummer had gegeven...'
Tsja. Negentien, dan denk je dat soort dingen. Vermoeiend. De toon van zijn berichten was daarnaast allerminst broederlijk, dus na een dag of twee heb ik ons contact afgekapt.
Zaterdagavond? Gelachen heb ik zeker. Humor is, nogmaals bewezen, van alle leeftijden.