woensdag 29 januari 2014

Mock amore (2)

Amper een jaar geleden schreef ik op deze plek over een bijzondere ontmoeting op een koude maandagmiddag in een emotioneel turbulente tijd. Over charisma ging mijn verzuchting, over lotsbestemming en je ne sais quoi. En de reden dat ik vandaag weer een document kan opmaken, reader dear, is dat de voorzienigheid op een niet zo koude middag dezelfde man op mijn pad bracht, voor het eerst in een jaar.

U weet, ik romantiseer graag. Het menselijk brein is een prachtig orgaan. In mijn herinnering leek hij op Peter Mensah, Gijs Staverman, Sean Connery. De man die ik voor me zag had meer weg van Djimon Honsou, Edwin Evers, Daniel Craig. Dat geeft niet, het zegt meer over mij dan over hem en het is al helemáál geen graadmeter voor wat dan ook – mijn beoordelingsvermogen en enthousiasme uitgezonderd. Maar dat kan hij weten noch helpen.

Hij vroeg me nogmaals heel voorzichtig of ik iets met hem wilde drinken. Deze keer ging ik akkoord en we streken ergens neer voor een kop thee. De thee werd wijn maar voor eten was de date te pril. Ons gesprek was beschaafd en prettig. Wel had het een vrij seksuele tendens – hij was allerminst grof, maar hij sprak vol vuur over hoe verschillend mannen en vrouwen seksualiteit en sensualiteit beleven. Zulke zaken vind ik om meerdere redenen geen gepaste onderwerpen voor een eerste ontmoeting, maar wie weet was hij nerveus.
Hij gaf me complimenten bij het leven en ook daar werd ik op het laatst een beetje ongemakkelijk van. De gewoonte om complimenten te bagatelliseren, af te zwakken en niet te kunnen accepteren heb ik ondanks mijn Hollandse inborst nooit gehad: een goed compliment accepteer ik met precies zoveel gratie en oprechtheid als ze geuit wordt. Met alles wat naar vleierij neigt ga ik dan wel weer zeer Hollands om. Het scheelde dat het café zeer rumoerig was en ik slechts een kwart van wat hij zei verstond, maar de strekking werd me door al die herhaling in ieder geval goed duidelijk. Op de rest heb ik geknikt, ge-ahaa'd en ge-hhm-d.

Misschien had het te maken met het spetterende weekend, waarin ik ook wat hele inspiratievolle ontmoetingen had. Misschien had het te maken met het late tijdstip van het gesprek, waarna al mijn vuur en pit was opgebruikt. Misschien met het weer. Ik kan niet zeggen dat het niet leuk was, dat ik me verveelde of dat hij niet zijn best deed om het me naar de zin te maken. Maar de chemie die ik de eerste keer ervoer, het trillen van mijn handen, het stokken van mijn ademhaling, het knikken van mijn knieën: niets van dit alles was er deze keer aan de orde. En dat was ook de reden dat ik, nu ik niet van slag was, kon zien dat we eigenlijk weinig gemeen hadden en ik hem niet zo aantrekkelijk vond als ik eerst en het gehele jaar daarna had gedacht.

Ik had u graag een Disney-eind gegeven, lieve lezer, inclusief violen en baljurk met hoepelrok. Helaas. Ik voelde helemaal niets meer, behalve de intermenselijke beleefdheid en een grijns omdat ik deze man na een jaar (!!) op precies dezelfde plek opnieuw tegenkom. Maar zo ondersteboven als ik vorig jaar was, zo koud laat hij me nu. Hij is aardig en ik mag hem, heus. Da's dan ook alles.

Kan ik hieruit concluderen dat het einde van de liefde nabij is? Welnee. Hij had vorig jaar gewoon wat volhardender moeten zijn, dan had ik nu een diamanten ring en een hypotheekakte gehad. Of de man met wie ik toen aan het daten was had wat volhardender moeten zijn, dan had ik nu een grote diamanten ring, een Maxicosi en een grote hypotheekakte gehad....
Misschien moet ik nu de zaken omdraaien en Peter Mensah het voordeel van de twijfel en wat tijd gunnen, net als ik toen wilde doen bij mijn date. Ik zie wel hoe dit afloopt - thee kan hoe kan ook weinig kwaad.

woensdag 15 januari 2014

Zwang

Na het eten strijken we neer in een kroegje vlakbij. Ik plant mijn billen op de comfortabele bank en ben vastberaden mijn gemangelde voeten rust te geven na tien uur in smalle pumps. Vanaf hier heb ik bovendien goed uitzicht op het aanwezige manvolk – het is wat te oud maar de avond is jong en de broekies die nu niet durven, hebben over een uurtje genoeg moed verzameld. De barman doet tot drie keer toe alsof hij me niet verstaat, dus ik schreeuw mijn bestelling in zijn oor. Dat wordt mooi geen fooi kerel, een goed verstaander heeft aan een half en voor een barman geldt dat dubbel. Wat kun je nou misinterpreteren aan wodka lime?

Naast ons staat een kleine man met sluik halflang haar glibberig te doen terwijl hij naar ons lonkt. Vanaf de andere kant komt er een man met rossig haar en een bril op me af. 'Mag ik een foto van je benen maken, zodat ik een vriend van mij deze kant op kan lokken?' Mmmh. Vreemd verzoek, maar ik draag een dikke panty en als het werkt, hebben we meteen iets om over te praten. Bovendien zal het glibberig & sluik op afstand houden. Ik stem toe. De man met de bril heet Jeff en ik moet zeggen, voor telefoonfoto's zonder flits zijn ze zeer goed gelukt. Ik zou ervoor naar de kroeg struinen, dus ik geef hem groot gelijk. Jeff geeft ons wodka lime en wijn, wat ik lief van hem vind. Jeffs vriend Harry verklaart zonder dubbele tong dat wij beiden, 'zonder dollen in alle ernst!' een lust voor het oog zijn. Bedankt, Harry. De avond wordt steeds leuker.

Ondertussen kijk ik subtiel naar de man in de zwarte longsleeve die zich afzijdig genoeg houdt om me nieuwsgierig te maken. Hij is een jaar of veertig en vriendin en ik zijn het er over eens dat hij leed uitstraalt: diepe groeven tekenen zijn gebruind gezicht. Ook lijkt hij recent plaatselijk een paar kilo te zijn aangekomen. Zijn vrienden geven goedmoedig klopjes op zijn stressbuikie – iets wat alleen mannen onder elkaar kunnen doen. Mij maakt het niet uit, ik zie mijn mannen graag standvastig. Maar ik weet óók dat de gepijnigde blik en diepbruine groeven waar ik mijn reddersfantasie maar al te graag op los wil laten net zo goed een teken kunnen zijn van een algeheel onbegrip van het leven. Verwachtingen en fata morgana's beginnen niet voor niets beiden met de F van vervelend...

Glibberig, klein en sluik maakt nog steeds misbaar in mijn ooghoek. Ik plaats Jeff strategisch tussen hem en mij, maar wat ik niet had voorzien was dat de twee elkaar kennen. Voor ik het weet bevindt glibberig zich tussen ons in voor een feauteau medde maaissies en ik heb niet de tegenwoordigheid van geest om vies te kijken, zoals mijn metgezel. Neen. Ik ben onder invloed van beleefdheid en wodka lime, dus ik lach afwezig als een boer met kiespijn. Jeffs foto is beduidend beter.

Harry noemt me Drie en mijn metgezel Robijntje. Ik vraag me af hoe laat mijn trein gaat, want de hele situatie begint me te benauwen en ik wil naar huis. Longsleeve stelt zich voor als Mitchell en ik krijg gelijk: hij praat honderduit over zijn liefe wrauw en zijn oogappel van een zoon – de reden voor zijn buik, want hij is gestopt met roken.

Waarschijnlijk was de avond zonder al deze dingen minder ontspannen verlopen. Maar de waarheid is dat hoewel ik mannen zonder doel waardeer, mannen mét een doel spannender zijn. Ik mis het spel, het draaien, het geflirt, het idee, de potentie. Longsleeves onzekere gekweel over zijn gezin is zó demonstratief en angstig dat het op mijn lachspieren werkt ('ik kan eigenlijk niet eens met je kletsen want jij bent jong en single en ik ben getrouwd maar dat is helemaal niet erg, helemaal niet erg, helemaal niet erg!').
Ik verveel me. Zo, dat is eruit. En ik ben niet in de stemming, ik heb stress in plaats van geduld. Alle lieve complimenten en dito drank ten spijt sla ik het aanbod om mee te gaan naar een volgende kroeg dan ook af. Het is tijd voor de trein – dit is geen dag om te daten.
Ik neem afscheid van Harry, Longsleeve, Jeff en het hartelijkst van mijn lieve vriendinnetje. In de trein terug trekt de wodka me gelukkig half in slaap, zodat ik niet langer hoef na te denken over of ik nog wel in zwang ben. Morgen wordt een betere dag, ik weet het zeker. Vertrouwen, schwung, senang.

donderdag 2 januari 2014

Verliefd

Mijn eerste mijmering van 2014 zal ik niet wijden aan sociaal ongemak, onfortuinlijke ontmoetingen, goed slechte gesprekken, vernaggelde dates, stomme vragen, verregende kapsels of gemiste kansen in de kroeg of daarbuiten. Mijn eerste stuk van dit jaar wil ik wijden aan de liefde.

Een en ander, lieve lezer, wordt getriggerd door een fragmentje dat ik op Youtube vond van de in 2013 overleden zanger Maarten van Roozendaal. Ik heb hem te laat ontdekt om me nog in een kring van zijn rook te hullen. En dat wil heel wat zeggen, want ik verdraag rook nog slechter dan mijn hekel eraan groot is. Pompeus? Mag ik ook even een poging doen, na het – keer op keer! – horen van dit fragment?

Wat heeft mijn liefde met Maarten te maken? Wel, ik ben dol ben op mannen die dingen goed kunnen. En de zang en teksten van deze man voel ik in mijn buik, net als het gitaarspel van Slash, de solo's van Steve Lukather, de proza van Hafid Bouazza, de ogen van Al Pacino, de schwung van Christopher Walken, de neus van David Gandy en de attitude van Keanu Reeves. Het is hetzelfde gevoel dat maakt dat ik wenste dat ik een manfiguur in mijn leven had als Donald Sutherland, Robert Plant, Jeremy Irons, Bryan Ferry (inclusief zijn vier zalige zonen), mijn filosofieprofessor Marcus Duwell of Alan Moore, de goeroestriptekenaar met zijn zeven stalen ringen. Ik ben dol op mannen die dingen goed kunnen, ongeacht hun geboorte- of sterftejaar. En Maarten mag aanschuiven in deze op volstrekte willekeur gebaseerde lijst.

Nodeloos te zeggen dat mijn adoratie platonisch en geheiligd is: Marcus en Hafid zijn relatief dichtbij, maar de kans dat ik ooit mijn hand door Steves genialiteit mag halen is nihil. En als ik eerlijk ben, is dat wel zo prettig: ik ben net zo dol op deze mannen als ik ben op de mythes die ze omringen, bovendien twijfel ik weleens aan de echtheid ervan. Lang leve PR. Maar net zoals tienermeisjes hun ogen sluiten voor drugsmisbruik en ongeplande zwangerschap van hun idolen, blijf ik vasthouden aan het idee. Sterker nog, meestal ga ik de man in kwestie er alleen maar begeerlijker door vinden – geweldsincidenten daargelaten. Maar zeg nou zelf: een beetje drank, drugs en zelfkant doen toch niemand kwaad?

Overeenkomsten die ik tussen deze mannen heb kunnen vinden zijn hun donkerharigheid en hun lengte. Mannen waarmee ik een kind zou kunnen krijgen – niet om de daad an sich, hemel nee – maar het bestaan van het kind, zodat het de helft van die begeerlijke genen meekrijgt en de potentie om net zo geweldig te worden als pappa, met mijn nederige hulp. Al geef ik toe dat het met David Gandy makkelijker zou gaan, daar heb ik zelfs een close encounter met Donald voor over.

Maar wat is de link tussen Maarten, 2014 en de liefde? Simpel. Iedere keer als ik bijvoorbeeld aan Maartens Mooi denk, brengt dat automatisch al het mooie van 2013 naar boven. Ik denk aan zuivere, onstoffelijke liefde en mijn hart zwelt, waardoor er geen ruimte meer is voor narigheid. En ik ga met een goed en positief gevoel 2014 in, met verse hoop, bescheiden plannen, hartelijke wensen voor anderen en mijzelf. Ik hoop dat 2014 me op liefdes- en carrièregebied mijn eigen Marcus, Steve of Hafid brengt, en als hij wat wegheeft van David is dat mooi meegenomen. Ik hoop dat ik, meer dan in afgelopen jaar, mijn innerlijke Slash naar buiten kan halen: rustig als Jeremy, charismatisch als Keanu, funky als Christopher en eerbaar als Bryan. En anders is er altijd 2015 – het is fijn om iets te wensen over te laten.