donderdag 28 november 2013

Foster

Goede voorbereiding is het halve werk, dat zal iedere kok, moeder, schilder en kweker beamen. Om op tijd op mijn afspraak te komen sta ik zeer ruim van tevoren op, zodat ik genoeg tijd heb om rustig te ontbijten, mijn verwachtingen nog eens door te nemen, me op te maken, catastrofes met hakken, panty's of föhn op te vangen en in alle rust calm and collected van huis te gaan – met mijn van tevoren ingepakte tas. Helaas is het alleen op ochtenden als deze dat er twee bussen uitvallen en ik er – nét op tijd maar eigenlijk altijd te laat – achter kom dat er op mijn traject minder treinen rijden, zodat ik mijn zorgvuldig geplande ochtendroutine in de zevende versnelling moet gooien om andermans tijd niet te verspillen. Het dreigt te gaan regenen dus ik heb een paraplu bij me, maar voor deze ene keer zet het niet door en ben ik veroordeeld tot het slepen met een blauwe stok. Maar dat geeft allemaal niets. Als ik mijn afspraak maar haal.
De rest van mijn thee kan wachten, mijn schoenpunten zijn nooit kaal, het gaat in dit gesprek niet om of mijn nagels gelakt zijn of hoe mijn parfum ruikt en als ik me nu nog druk moet maken over de voorbereiding van de inhoud had ik net zo goed niet kunnen gaan. Ik ben calm, cool and collected. Ik ben goed voorbereid. Ik heb gesprekken als deze al vaker gehad en zal ze nog vele malen ingaan. Ik ben Deirdre en ik kan dit, zoals ik heel veel andere dingen óók tot een goed einde heb gebracht. Het gaat me lukken, ook al zitten bus, trein, weer en Joost mag weten wie me tegen.

Of niet natuurlijk. Zou het? Gelukkig hoef ik me daar op dit moment in ieder geval geen zorgen over te maken. En anders is er altijd ergens een andere kans. Jemig, ik moet plassen. Wat een dilemma is dat toch: ik wil mijzelf niet dehydrateren door te weinig te drinken (slechte adem, droge mond, dito hersenen, lippen die aan mijn tanden plakken) maar óm de tien minuten naar de WC rennen is ook niet echt slim. Of handig. Ik had mijn paraplu thuis kunnen laten, het gaat tóch niet regenen. Maar ja, stel dat er nu een hoosbui losbarst, dan ga ik letterlijk nat. Dág kapsel. Dág make-up. Dág schoenen. En vooral: dág, goede eerste indruk.
Ik heb ergens gelezen dat mensen die je voor het eerst zien je beoordelen in de eerste zeven seconden. Ik hoop niet dat dat het enige beoordeelmoment is, maar als ik kan scoren doe ik dat graag. Woef. Ergens anders heb ik gelezen dat sommige gesprekken al beginnen bij de voordeur, waar camera's hangen. En ze je soms expres laten wachten om te kijken wat je doet. Of laat. En hoe je met andere mensen omgaat. Alles kan een test zijn, als je wilt. Lekker hoor. Aardig zijn kost mij geen moeite, dat scheelt dan weer.

Wat ik niet ergens hoef te lezen om te weten dat het waar is draait om punctualiteit. Op tijd komen is heel belangrijk, altijd, overal. Dat gaat om respect, zowel voor jezelf als de ander. Vandaag gaat het wel lukken denk ik, op tijd komen. Helemaal omdat ik nog steeds moet plassen. Maar als ik dan eenmaal ben geweest, hoef ik een heel uur niet meer. Want zo werken die dingen. Bah. Blijven ademen, niet ratelen. Blijven ademen, niet ratelen.

'Regent het?' vraagt een omaatje met een rollator me, als ik me klikklakkend naar mijn plek van bestemming baan. Uh, wil ze nou echt een antwoord? Het is verdorie kurkdroog – ik weet dat oude mensen soms op zintuigelijkheid inleveren, maar dit is wel heel erg....'Ik ben graag voorbereid...' Blij met de aanspraak lacht ze haar kunstgebit bloot. 'Met een regenscherm? Ik heb er geeneens een, een regenscherm!'
Snibbige gedachten passeren mijn revue. Ik kom niet uit Zuid-Afrika, als ze dat soms denkt. En ook al heeft zij ongetwijfeld als echtgenote van een goedwillende zendeling met white man's burden-jeuk vele jaren op Kaap Die Goede Hoop doorgebracht, dit is niet de tijd noch de plek om mij te laten weten hoezeer ze zich heeft geconformeerd aan de taal en cultuur. 'Mijn paraplu bedoelt u?' vraag ik met veel nadruk. 'Ja, zo noemen we dat in België...'
Baghdad, my bad. Schande, schande, zweet in je hande'...! Ik vervolg fluks mijn weg. Wie is hier nou de oriëntalist?!

zondag 10 november 2013

Fetisj

De buurt waar ik woon is op zijn zachtst gezegd gemêleerd te noemen. Witte rasbewoners uit het sociaal lagere milieu kleuren als er voetbal is de straten weken van tevoren oranje met hun slingers en groen met hun tattoos. Het aantal centimeters van de main tv is groter dan het maandelijks besteedbaar inkomen in euro's. In de kleine arbeidershuizen wordt er fanatiek geproperd: stoepen worden dagelijks geschrobd met bleek, de geur van doodgekookte bloemkool wasemt je tegemoet en ramen worden gelapt door grootmoeders van amper 38 die rode lak over hun nicotinenagels hebben gesmeerd, wachtend op hun echtgenoten die om vier uur terugkomen uit de ploegendienst en dan een warme prak verlangen. In de omringende flats worden kleurrijke gebedskleedjes over het balkon uitgeklopt, hangen djellaba's naast Nike-truien en Lelli-Kelly-pyama's te drogen en de nasale gebedsoproep is iets waar je na verloop van tijd aan gewend raakt. Buren delen tijdens de Ramadan hun voedsel met Eva en Ton. Olijfkleurige kinderen met groenblauwe spleetoogjes en donkerblond kroeshaar zijn hier geen uitzondering. Bruine moeders letten in het park op witte kinderen en andersom, voor zover de witte moeders hier überhaupt op kinderen letten. Maar van een moeder die zelf niet veel meer dan een kind is, moet je misschien niet veel verwachten. De mensen hier zijn aan de ene kant goedmoedig, simpel-eerlijk, plat gezellig. Aan de andere kant zijn kleine diefstallen, vechtpartijen en huiselijk geweld niet van de lucht. En voor zo'n moslimrijke buurt ligt er verrassend veel hondenpoep.
Witte jochies van acht dragen sportkleding, rattenstaartjes en een oorbel, of twee. Zwarte meisjes dragen pijnlijk strakke vlechtjes of, jong als ze zijn, een pruik. Oudste zonen vervelen zich en proberen in de gunst te komen bij de vaderloze lycrameisjes die hunkeren naar liefde, zodat ze kunnen snoepen van de genereuze proporties die een opvoeding op klappen, marsen en goedkoop vanille-ijs met zich meebrengt. Ruwe liefde is aan de orde van de dag.
Sociale decreten als 'zondagsrust', 'geen gescheld en geen geschreeuw' of 'na het eten niet meer op straat' zegt de ouders hier niets. 'Kanker', in haar vele varianten, wel. Geen enkel kind draagt leren schoenen.

Als ik in de supermarkt een holle Sint voor mijn buurvrouw sta af te rekenen, word ik aangesproken door de man die achter me staat. Hij neemt dadelijk 32 blikjes Schultenbrau mee naar huis, en een metworst. 'Tis alweer bijna hè, Sinterklaas,' knikt hij me toe. 'Maar ik vind dat Zwarte Piet moet blijven hoor. Ze weten niet waar ze het over hebben, die mensen die gelijk roepen: 'tis racisme!' maar het is geen racisme, hoor. Ik heb Zwarte Piet altijd heel spannend gevonden.'

Ik weet eigenlijk niet wat ik moet zeggen. Het onderwerp boeit me niet echt, al vind ik dat het gemenebest begrip op kan brengen voor de mogelijk koloniale/racistische lezing die je in het uiterlijk van ZP zou kunnen lezen. Ik sta niet sympathiek tegenover 's mans exotenfetisjisme, maar ach, wat doe je eraan. Een aanpassing van een blackface naar een paar roetvegen is voor alle partijen beter: dat scheelt make-uptijd, komt internationaal beter over, spaart het milieu (korter douchen!) en de gevoelens van hen die er aanstoot aan nemen, zonder dat er een man of een traditie overboord is. Wat mij betreft hoeft Piet echter niet te verdwijnen.

De man merkt niet dat ik ademhaal voor een reactie. 'Oh zo spannend vond ik het vroeger, als het bijna Sinterklaas was! En nog steeds! Die mensen begrijpen dat niet, zij zijn niet zoals u en ik! En die heisa begint steeds eerder!' Hij kijkt me fel aan, op zoek naar een ja, dus ik zeg goedmoedig: 'Ach, als de Sint vroeger in het jaar aantreedt, is hij misschien ook eerder weg... Bovendien is alle heisa op 6 december weer geluwd.' Ik kijk naar de hand van de man als hij zijn droge, vergeelde klauw trillend van opwinding op mijn arm legt en stevig knijpt. 'Nee, vijf december bedoelt u. Vijf. Vijf.'
Uh, okee. Vijf. Wat maakt mij het ook uit. De caissière kijkt me geamuseerd aan van achter haar minibalie als de man doorraast. 'Ze begrijpen het niet, ik ben geen racist! Ik vind het overdreven, ja toch? Sinterklaas is ons feest, en als ze dat niet willen, vieren ze het toch niet?! Ze moeten niet zeuren, toch?'

Iets zegt me dat ik geen begin hoef te maken met het uitleggen van mijn visie. Ik haal voor de tweede keer adem om iets te zeggen, maar nu redt de caissière me. Snel maak ik me uit te voeten, waarbij ik niet vergeet hem een fijne Sinterklaas te wensen. De Sint, die is voor ons allen.

donderdag 7 november 2013

Cupido

Er zijn vrouwen die zulke dunne lippen hebben dat ze met één streek lipgloss allebei hun lippen tegelijk kunnen stiften en het er dan nóg overheen zit. Deze vrouw mag zich gelukkig prijzen: ze heeft helemaal geen smalle mond. Ik kan mijn ogen er niet vanaf houden: ze heeft haar lippenstift zorgvuldig aangebracht tot een kwart centimeter boven haar liplijn. Hoewel het dure, secuur aangebrachte en goed ingevulde lippenstift is, valt de lijn heel erg op. Aan de onderkant is namelijk gespiegeld hetzelfde gebeurd. Het meest clowneske is wel de nieuwe cupidoboog, die nu veel te dicht op haar neus zit, alsof ze heeft geprobeerd om haar mond op te snuiven en het halverwege heeft opgegeven. Maar boven de cupidoboog zie ik prompt de reden van deze nieuwe invulling: haar mond is niet te klein, haar neus is te groot.

Nu trekt de vrouw haar getekende lip omhoog alsof ze pijn heeft – de reden hiervoor ligt bij de omroeper, die vertelt dat reizigers naar Rotterdam via Schiphol moeten reizen, vanwege een defecte bovenleiding. De man naast me grijpt deze mededeling aan om mij zijn neusgaten te flashen om vervolgens zijn lange lijf kreunend van ongenoegen dichter naar de perronrand te manoeuvreren. Het wordt alsmaar drukker op de smalle strook – naast de reguliere reizigers naar Schiphol is er vanavond een voetbalwedstrijd en nu dus ook nog alle passagiers die normaal richting de Havenstad zouden reizen. Maar ik ben een geoefende reiziger, bepakt, bezakt en gehaaid bovendien. En volgens de wet van den eersten heb ik 'recht' op een zitplek. Dus ik zorg dat ik precies op het goede punt sta als de deuren van de intercity opzij schuiven, wurm ik me tussen de passagiers en bij God, ik twijfel niet over of ik boven of beneden ga zitten.

Als ik aankom in de coupé verwacht ik drukte, maar bij de deur is nog een plek vrij. Er zitten twee mannen tegenover me. Mijn intuïtie bedriegt me niet – de man recht tegenover me draagt geen aftershave, maar de geur van TOVTJAP is onmiskenbaar. Hij kijkt naar me en trekt een nadenkend gezicht. 'Ben jij gelukkig?'
Hemel, krijgen we deze interessantdoenerij? 'Nu wel,' grijns ik tegen hem, doelend op de zachte stoel. 'Maar wat is geluk?' quasimijmert hij verder. 'Dat verschilt – de invulling van geluk is niet statisch,' voeg ik hem al even quasifilosofisch toe. 'Dat is waar, jij hebt een punt! Kijk, van dat inzicht word ik weer een stukje gelukkiger...'
'Houd dat vast!' knipoog ik naar hem. Zijn vriend, geen TOVTJAP, geneert zich duidelijk. Ik snap dat wel. Ik pak mijn boek en laat de TOVTJAP praten over zijn skihut in Zwitserland. Er gaat een klein kwartiertje voorbij en we zijn bijna bij Bijlmer Arena. Vanaf de bank achter ons komt een jongetje met een bult op zijn jukbeen naar ons toe. 'Hee kerel!' brult de TOVTJAP, terwijl hij zijn zoon een zoen geeft en mij aankijkt. Ik heb een zwak voor hete pappa's en deze TOVTJAP voelt dat.
'Pappa, ken jij haar?' Het arme kind is te jong om te weten dat je in dit soort situaties geen stomme dingen moet zeggen. Maar ik kom er snel achter van wie hij het heeft.
'Deze mevrouw gaat met pappa mee naar huis vanavond, dat lijkt me wel leuk!'

Grote foei. Grote Ai. Vriend kijkt geschokt, kind kijkt met schotelogen, ik kijk nergens meer van op.
TOVTJAP verschiet geschrokken van kleur. Na enkele veel te lange seconden voegt hij er hakkelend aan toe dat ik in de schuur mag slapen en de golf van opluchting duwt de deuren van de coupé open. Het gezelschap maakt zich op voor de wedstrijd.

'Ga jij pannenkoeken bakken voor me bakken morgenochtend?' vraag ik het kind, met één oog op de pappa. 'Ik houd van bosbessenjam, dat kan je vader vast wel voor me regelen. En dan ga ik daarna in bad!' Hard gelach door de coupé; de ene man lacht nog bassiger dan de ander nu het gevaar is geweken. Van de vriend krijg ik een goedkeurende fijn-dat-we-het-zo-soepel-op-hebben-kunnen-lossen-knipoog. Ach, ik ben een kei in het afwenden van situaties die uit de hand kunnen gaan lopen. Maar die tochtige schuur kan ik niet over mijn kant laten gaan, grap of geen grap. Mijn gestel is veel te delicaat en deze TOVTJAP is duidelijk nieuw in het veld. Voor nu is de Daumzege mijn.

zondag 3 november 2013

Glazig

Britten lijken aardig op Hollanders: ze staan bekend om hun stiff upper lip, hun beheerste gelaat en hun getemperde manieren zoals Hollanders hun sobere maaltijden, hun katoenen trouwjurken en hun calvinistische zuinigheid hebben. En zoals op Koninginnedag (u weet wel, op 30 april) al die beheerstheid wordt gesmoord in oranjebitter en vertroebeld door de schuimkraag op de goudblonde lokken van de zoveelste Wieckse Witte hebben Britten ook een Koninginnedag: zaterdagavond.

Een zeker segment Britse meisjes staat bekend om haar drankzucht en oncharmante gedrag: gespraytanned, bepruikt en vol glitter wankelen ze op torenhoge pornohakken zonder ondergoed of onderkant (broek, rok, panty: who needs them?) de pub in, waar ze met hun lange fransgelakte nagels aan de lopende band shotjes en lager achteroverslaan. Screw the English Rose – lol maken is het devies.
Britse mannen zijn, in mijn opinie, de begeerlijkste op aarde, mits ze, sociaal-maatschappelijk gezien, aan de prettige kant zitten. Hun zalige accenten, hun lange lijven, hun absolute beheersing en rustige gentleman-manieren maken dat ik bijkans knikkende knieën krijg. Daar kan ik zelfs een paar groene tanden voor door de vingers zien: er is niets dat dokter Jos niet voor me op kan lossen.
Wat zich op zaterdagavond in de pub ophoudt zijn echter niet de fijnste vrijgezellen uit de bovenlaag, en geslacht maakt daarin geen verschil. Ik zeg niet dat de upper class geen gein uithaalt, maar ze verbergen het allicht beter. Geen Mandevilles, Nevilles, Berkely's of Pakenhams in zicht. Het zijn hardwerkende rouwdouwers die op vrijdag en zaterdag ontspannen met een partijtje poolen en een pint. Of twintig. Of twintig teveel.

Nog een overeenkomst tussen Holland en de UK? Wij hebben de Publieke Omroep, zij hebben de BBC. BBC3 heeft een documentaire gemaakt over de gevolgen van deze desastreuze levensstijl. Veelvuldig of onzorgvuldig gebruik van drugs en alcohol maakt dat veel jongeren voortijdig last krijgen van drugs-geïnduceerde dementie, bloeddrukproblemen, hartklachten of botontkalking. De serie heet dan ook treffend Old before my time. En deze schrijnende gevallen schokten me zó, dat ik er over wilde schrijven.

Voor de aflevering over alcohol gaat om Jo, een vrouw van begin dertig, die door haar drankmisbruik levercirrose heeft gekregen. Een gevolg hiervan is dat ze extreem veel vocht vasthoudt in haar buikholte. Op het ergste punt ziet dat er uit alsof ze zeven maanden zwanger is van een vierling. Elke drie weken moet ze naar het ziekenhuis, waar ze haar leeg laten lopen. Bij het voor de docu gefilmde bezoek komt er dan meer dan 20 liter vocht vrij.
Inmiddels is Jo gestopt met drinken, maar de schade is onherstelbaar. Omdat haar lever voedingsstoffen noch afvalstoffen kan verwerken moet ze een hele pillencocktail slikken om in leven te blijven. Ze woont weer bij haar moeder en mag van geluk spreken als ze zich tot een week na de drainage weer enigszins normaal kan bewegen, waarna de hele rataplan opnieuw begint. En zonder levertransplantatie kan ze de rest van haar leven met deze cyclus vullen.

Uit de aflevering over drugs is Chris me bijgebleven (seizoen 1, aflevering 2). Als gevolg van ketaminemisbruik moest hij zijn blaas laten verwijderen, omdat er nog maar 5 ml in paste. Nu heeft hij een nieuwe, tijdelijke blaas, gemaakt van stukken van zijn eigen darm. Darmwandweefsel maakt echter slijm aan, en deze slijmproppen moet hij regelmatig uit zijn blaas spoelen via een gat in zijn navel. Eet smakelijk.

Voor een SIRE-spot moet je verder surfen- ik ben niet mijn broeders hoeder. Ik wil slechts mijn afschuw delen. En ik wil best toegeven dat ik na het zien van Jo's enorme buik en die katheterlittekens nog eens nadacht over het openen van die fles droge witte. Tenslotte begint ook zoiets monsterlijks met één onschuldig glas. Uhhh, zit de vijf al in de klok?