maandag 12 augustus 2013

Spijker

Nadat ik een week lang mijn trainingsschema lichtjes had laten versloffen, was het tijd om het ritme stevig op te pakken. Zonnige zondagmorgen, en ik jakker in mijn lycra naar de sportschool. Geheel in overstemming met veelgequote wijsheid maak ik mij niet al te druk over hoe ik er uit zie: als ik sport dan sport ik. Maar er zijn grenzen aan alles en excuses voor niets, dus ik smeer wel een klein beetje gloss en BB cream op mijn gezicht.
Eenmaal aangekomen ben ik mijzelf dankbaar hiervoor. Een uur na het begin van mijn gruelling workout komt er namelijk een booi binnen die mij al eerder opviel. Hij is niet zozeer knap maar wel erg lang en zoals je oog voortdurend kan vallen op iemand die dezelfde jas of haarkleur heeft als je partner of beste vriend, krijg ik de hee-Erlebnis opnieuw en opnieuw. (Er is niets aha’s aan.)
Altijd als wij samen in de ruimte zijn haalt hij capriolen uit en als ik op de loopband achter zijn crosstrainer sta, verdraait hij zijn nek vaker dan nodig. Achter je kijken op een crosstrainer is namelijk helemaal niet nodig. Maar ik wil mijzelf niet vleien met denken dat hij dat voor mij doet: misschien heb ik wel dezelfde lycra als zijn nichtje.
Dankzij mijn harde inspanning prijkt onder mijn voorfruit een donkere T en mijn BH tekent zich in vocht af op mijn rug. Sexy, en daarbij ruik ik ook zo lekker. Gelukkig zit de BB en de gloss nog altijd waar ik ze heb achtergelaten: dat is tenminste iets. Ik wil deze man niet, maar ik blijf een vrouw.
De booi kijkt steels, maar ik ben geen bakvis en wil niet dat hij dichtbij komt, want mijn geur maakt ongetwijfeld geen goede indruk. Als ik, na anderhalf uur sporten, aan de bar neerplof met een kopje thee, komt hij naast me zitten. Ik ben in geanimeerd gesprek met het meisje achter de bar en hoewel ik geen bezwaar heb tegen zijn aanwezigheid, doet hij weinig moeite om deel te nemen. Wel vraagt hij me, waar ik vandaan kom. Het valt me op dat hij enorm lispelt. Zelf komt hij van Corsica. Verrassend, want Italianen noch Fransen staan bekend om hun lengte. We converseren wat en vertrekken per toeval uiteindelijk samen. Nog vóór de deur in het slot valt, steekt meneer van wal. Hij kan het dus wel.

‘Ga je naar huis, naar je vriend?’ Ik beaam dat ik naar huis ga. ‘Heb je een vriend?’
Als ik het niet dacht. In vroeger tijden heb ik hier uit gemakzucht vaak over gelogen, maar tegenwoordig vind ik dat teveel moeite. ‘Nee, jij?’
Hij gaat er bloedserieus op in. ‘Nee, ik heb geen vriendin, ik ben single. Daarom vraag ik of jij een vriend hebt: ik vind je leuk, je bent knap en ik wil met je uit. Mag ik je nummer?’

Beng, die zit. Spijkers met koppen. Hij overvalt me, maar hee, het leven is kort! Ik zie mijn mannen graag lang en daadkrachtig. Helaas is hij bepaald geen Sebastián en weet ik niet of ik er vanuit mag gaan dat hij de grenzen van de volwassen- en redelijkheid aanhoudt als het om mijn gegevens gaat. Afgezien van zijn lengte is hij mijn type niet en hoewel een kopje thee weinig kwaad kan, zal het me evenmin veel gelukkiger maken. Ik sport bovendien met veel plezier in alle rust – als ik sport dan sport ik – en dat wil ik graag zo houden.
‘Ben je niet op zoek naar een relatie?’ vraag hij. Jawel, maar niet met jou. ‘Jij komt meestal ’s avonds, toch? Dan zorg ik dat ik er ook ben!’ Nou, gezellig… Eén voordeel: als hij me in lycra al heet vindt, zou hij me eens moeten zien in een jurk. Maar als het aan mij ligt, komt het zover niet. Nu nog zorgen dat hij mijn spijkerstrooiende hand niet opmerkt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten