vrijdag 1 augustus 2014

Wolk

Als ik door de stromende regen aan kom lopen word ik opgewacht door een groepje nors kijkende mensen. Het groepje bestaat uit zes leden: twee vrouwen met uitbundige vlechten, een schichtig kijkende man met één wenkbrauw en sportschoenen, een koppel waarvan het meisje aan één stuk door rookt en een vrouw van halverwege de vijftig die duidelijk aan de drugs is en/of is geweest – en dan druk ik me positief uit. Ze heeft een crackwalk, haar tint is geel van de nicotine en haar wangen zijn van een ingezonkenheid die normaal gereserveerd is voor mensen die AIDS-medicatie gebruiken of weinig tanden meer hebben. 'Ben jij nummer twee? Ben jij nummer twee op de lijst?' grijnst ze vriendelijk nieuwsgierig naar me. Ik sta vaak in het midden van de lijst, daar voel ik me het veiligst. Welkom, buuv! Koppie suiker?
'Nee, ik ben nummer vijf,' knik ik terug, terwijl ik onder het balkon schuil en aansluit in de rij.

De bezichtigingsmakelaar is laat en ik kruip wat dichter tegen de jongen aan zodat ik onder het balkon kan schuilen. Hij deinst terug. Ik ben niet degene van wie je coodies gaat krijgen, booi. Kijk anders eens naar de luizenpels naast je of de junk, die nu vol trots haar rouwomrande roodgelakte tengels laat zien aan de vrouw met de vlechten. 'Heb ik acht dagen geleden laten doen! Bij de Brazilianen! Acht dagen!' Da's inderdaad best lang voor een manicure, helemaal als je veel shag draait. Maar ach. Ieder zijn meug. De makelaar is er nog steeds niet en ik kijk eens om me heen. Dat zich op de hoek van de straat een coffeeshop bevindt had ik op Google Maps al gezien. Dat dit niet de meest nette wijk is was mij ook al opgevallen: in het kwartier dat we inmiddels staan te wachten hebben twee mensen in de tegenoverliggende prullenbak een ontbijt geflanst. Lekker hoor, natte verrassingsfrieten in vergaande staat van o. en vooral oh nee...

Daar is de makelaar dan. 'Hoi, hallo, jullie komen voor het huis zeker?' Wel verdorie dame, jij dan niet? Ik verwacht een 'Goedemorgen, ik ben Evelien van de woningstichting!' maar dat doet ook eigenlijk niet terzake. Bovendien zou ik de luizenpels óók geen hand willen geven als ik haar was. Het gaat mij om het huis. Ik vermijd zorgvuldig de blik van de junk als ik Evelien de vier steile trappen op volg. Het ruikt in de gang niet naar urine, dat is een pluspunt.

Het appartement strekt zich uit over twee verdiepingen. Naast de voordeur ligt een slaapkamer en een grote garderobekast. In de badkamer is geen licht en de vriend van het rookmeisje stapt met natte voeten naar buiten. Lekkage. Toevallig. Op de tweede etage van het appartement zit een ruime keuken, een woonkamertje met een smal balkon, een ruime meter/bergkast en een extra kamer.
In gedachten stapel ik mijn pumps al op in de walk-in closet. Lekkage of niet, dit ziet er best aanlokkelijk uit. En als de wind goed staat, verandert mijn ergernis dankzij de coffeeshop vanzelf in vrede.

Evelien gooit roet in het eten. 'U bent nummer vijf – er is nu één andere geïnteresseerde.' De vrouw met de vlechten slaat demonstratief haar pruik naar achter en ik ruik talg met haast. De begeleidster doet ook een duit in het zakje. 'Het zou goed zijn als mevrouw deze woning zou krijgen,' verklaart ze lijzig. 'Ik zoek al een hele tijd voor mevrouw naar een geschikte woning en deze is geschikt. Het zou goed zijn.' Net zo goed als het voor mij zou zijn. Maar dat zeg ik niet. 'Mag ik hier roken?' vraagt het stellemeisje.

Ik vrees dat mijn kansen verkeken zijn, maar maak nog snel wat foto's voor het geval dát. De badkamer blijft nat en onverlicht. Ik geloof Evelien natuurlijk meteen als ze zegt dat dat nog verholpen gaat worden. Waarschijnlijk is het toch niet mijn hoofdpijn, want plotseling stoot Schicht Monobrauw goedkeurende kreten uit. Dat betekent nog meer gegadigden en lagere kansen. En met de junk kan ik al helemaal niet concurreren. 'Succes hè!' roept ze me na als ik de woning verlaat. Bedankt, zus. Weet je wel zeker dat je dat weg wil geven?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten