dinsdag 19 oktober 2010

Hof

Zondag is voor mij een opkalefaterdag. Ik begin met een spinninglesje en daarna drink ik koffie en lees ik de krant, terwijl een avocadomasker mijn porien reinigt en Royal Jelly mijn haar verzorgt, de hele dag lang. Afgelopen zondag stond er echter nog een verjaardag op de planning, dus mijn schoonheidsrituelen moesten even in de derde versnelling worden gezet. Toen slechts een handdoek om mijn haar nog bewees dat ik het gewassen had, werd er aangebeld.
Ja, ik heb scrupules om de deur open te doen met een handdoek om mijn haar, maar ik verwachtte dat het vriendin N. was, die mijn handdoek en make-uploze want net gezuiverde porem wel zou begrijpen. Ik deed de deur open, maar ze stond er niet.
Voorzichtig stak ik mijn hoofd om de hoek, en ik zag een man staan in een oranjeachtig shirt en een plastic mapje met een papier erin. Hij was een jaar of dertig, en leek vertwijfeld. Ik dacht hij verdwaald was: het papiertje was vast een routebeschrijving. Hij keek aarzelend maar zeer aandachtig naar me. Ik vroeg hem: 'Kan ik je helpen?' Hij kwam dichterbij en zei: 'Niet schrikken, niet schrikken. Je moet niet schrikken, hoor, maar ik heb iets voor je.' In het mapje bleek een brief te zitten, die hij aan mij gaf. Aan: Flower Black Bike. Hij sprak met rustige, zachte stem, drong zich niet op, zag er netjes uit. Als hij mij een brief wilde geven, wilde ik die best lezen. Waarom ook niet: ik maak wel vreemdere dingen mee. Uit zijn shirt stak een kettinkje met zijn naam en onwillekeurig moest ik aan Carry Bradshaw denken. Plotseling werd ik me weer bewust van de handdoek op mijn hoofd en het bloed steeg naar mijn wangen. 'Wel, je treft me op een goed moment,' bracht ik schaapachtig uit. 'Oh, nee, dat geeft niet, dat geeft niet. Je ziet er heel fris uit.... Ben je Spaans? Braziliaans dan?' We kletsten heel even maar ik was wel een beetje van mijn apropos en had haast, dus ik beloofde hem de brief te lezen en nam afscheid.
In de trein op weg naar de verjaardag opende ik de brief. Het was een nette envelop, groot, schoon en wit. De brief was al even onberispelijk: handgeschreven, vol zorg en aandacht opgesteld.
Lieve lezer, ik dacht dat hoofse liefde een stille dood was gestorven, maar niets is minder waar. Omwille van de romantiek zal ik 'm hier neertypen:



[...], 15 oktober 2010.

Hallo there, alles kids?

Hai Flower, toen ik je zag voor het eerst voor de deur zag staan, had ik gelijk kriebel in mijn buik. Het was toen in de zomer, met een mooi weer. Het was july. Mijn hart ging tekeer en klopte zo snel. Je hebt me zo snel in mijn hart geraakt. Ik verlang toen om jouw nog een keer te zien. Ik zag jouw voor de tweede keer op vrijdag 15 oktober 2010 om 12.40.
Ik wil alleen mijn gevoelens voor je uiten. Maar wel niet overdreven.
Je bent zo mooi en prachtig om naar te kijken. Ik wil zo gouw bevriend met je zijn.
Ik zou je trateren als een roze bloem. Je hoeft niet bang voor te zijn, want ik ben een gewoone rustige jonge. Half Spaans, Half Antilliaans. Ik weet nog niet hoe je heet. Ik heb alleen een naam verzonnen. (Flower)
Je straalt zo mooi als de bloemen op je fiets. (Black Bike) Ik denk zelf dat je een kleinbeetje op me lijkt. Ik woon 2 minuten van je huis. […] Je mag ook voor de deur komen of sms'en. Stel me niet teleur. Niet lang duren!! […]



Wauw. Ik was even sprakeloos. Inderdaad, ik had op de vijftiende naar iemand teruggezwaaid die zijn hand bedeesd opstak. Blijkbaar heeft hij dat als een fiat voor hofmakerij opgevat. Schattig.
Aan de ene kant vind ik het licht beangstigend dat hij weet waar ik woon. Aan de andere kant komt hij uit de brief niet naar voren als een obsessieveling met verrekijker. Ik wil gewoon mijn gevoelens voor je uiten. Maar wel niet overdreven. Al was die opmerking over onze tweede 'ontmoeting' wel wat al te gedetailleerd, ik heb zijn adres óók. Hoe dan ook vind ik de brief heel vertederend, en al die spelfouten dragen daar aan bij. Je bent zo mooi en prachtig om naar te kijken. […] Je straalt zo mooi als de bloemen op je fiets. Hoe hoofs wil je het hebben?

Ik vraag me af, waar hij vandaan komt. De opbouw van zijn zinnen en zijn spelfouten maken dat ik denk dat hij het Nederlands in schrift niet machtig is. Hij sprak echter accentloos en vlot. Hij brengt de oriëntalist in mij naar boven, ik geeft het toe. Maar nu ik weet wat er in de brief staat, is mijn nieuwsgierigheid stiekem wel gewekt. Ik kan hem niet plaatsen. Hij is zo op 't eerste gezicht mijn type niet en als taalpurist verbind ik allerlei conclusies aan zijn brief (met als belangrijkste dat hij vast laagopgeleid is, en het subtiele gouden randje om zijn tand werkt daar aan mee) terwijl dat on-Nederlandse taalgebruik net zo goed veroorzaakt kan zijn door zijn mogelijk Spaanse dan wel Antilliaanse opvoeding. Toch zijn er foutjes die zelfs daardoor niet verklaard worden. Bovendien is dat mijn invulling: misschien is hij geboren en getogen in Makkum uit twee migrante ouders.
Zijn bedoeling is zeker duidelijk, en hij heeft ook rekening gehouden met het verrassingselement van de brief. Je hoeft niet bang voor te zijn, want ik ben een gewoone rustige jonge. Hij is onthutsend openhartig, en ook daarvan weet ik niet wat ik ervan zeggen moet. Die eerlijkheid is bijna kinderlijk, en tegelijkertijd heel doelgericht. Was hij echt dóm of een beetje achterlijk, dan was de brief toch minder genuanceerd geweest. (op dat laatste, bijna dreigende Stel me niet teleur. Niet lang duren!! na dan.)
Hij heeft het voor elkaar: ik ben geïntrigeerd.
Hoewel ik niet op zijn vriendschap zit te wachten zal ik hem een brief terug schrijven, handgeschreven, op een onberispelijk blocnotevelletje. Ik denk al een nachtje na over wat ik erop ga zetten en hoe. Buiten kijf staat dat mijn romantische gemoed dit wel heel leuk vindt! Het vereist moed en lef om zoiets te doen, en dat is alvast bewonderenswaardig.
Zo'n hoofse liefdesbrief op zondag, daar wil ik er iedere week wel eentje van. :-)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten