Zaterdag stond ik voor het eerst sinds tijden weer eens in de kroeg. Het was zalig. Ik was vergeten hoe leuk het is om uit te gaan, althans, de herinnering aan de laatste keer vervaagde steeds meer en dat knaagde aan me. Ik ben in mijn aantrekkelijke leeftijd. Ik zou iedere week liefst twee keer moeten gaan dansen. Maar lange health kicks (ik reageer bijna allergisch op alcohol en tot vier uur uitgaan shockt je ritme) en drukke bezigheden overdag (ik kan me niet altijd veroorloven, kostbaar weekend te verliezen aan uitbrakken en werken met wallen tot onder je knieën is ook onprettig) maakten dat ik mijn danslust even opzij had gezet.
Tot zaterdag. Met een paar vriendinnetjes dook ik een plaatselijke kroeg in. Na een bezoek aan de garderobe liepen we door naar de achterkant van het pand. Op de weg daarnaartoe werd ik gespot door een blonde man. Hij leek een beetje op de zanger van Van Dik Hout: dezelfde haardracht, dezelfde gelaatstrekken. Hij zou het kaarslichtstadium weldra bereiken, maar dat gaf niet. Vanuit mijn ooghoeken hield ik hem een beetje in de gaten, en zorgde ervoor dat hij me kon aanspreken. Dat deed hij niet, maar hij keek wel onophoudelijk en lachte naar me. Dat onophoudelijke was nogal vervelend en ik voelde me bekeken. Ik begrijp dat het eng of lastig kan zijn om een vreemd meisje aan te spreken, maar als ik je lachje beantwoord, mag je er van uitgaan dat ik je hoofd op je romp zal laten zitten. Als je me leuk vindt, kun je daar iets mee doen. Of niet.
Verlegen mannen bestaan, maar ik verlang wel een beetje daadkracht van een man, hoor. Je vraagt me niet om een van mijn nieren, je vraagt me hoe het met me gaat. Da's alles. Ik hem aanspreken? Nee. I'm a pretty girl and I don't wanna.
In de hoek waar we stonden viel het met de mannen sowieso tegen. Na een loos gesprek met een man die me verzekerde dat ik zijn pretty boy vriend knapper zou vinden, besloten mijn vriendinnetjes een rondje te gaan lopen, op zoek naar beter gezelschap. De blonde staarder pakte mijn arm. 'Mag ik alsjeblieft je nummer? Je hebt iets magisch, ik word er helemaal wild van!' riep hij in mijn oor. Lieve lezer, het kan best zijn dat hij het meende. Ik heb in mijn leven al heel wat versierzinnen mogen horen, en daarom klonk dit me wat onoprecht in de oren. Misschien benevelde de alcohol mijn gemoed een beetje, maar ik kon niets anders dan suggestief joelen, omdat het zo opgeprikt klonk. Vooral dat ik word er helemaal wild van.... vader, ik zie het hoor, vandaar dat je zo lang wachtte zeker.... Maar goed. Moed verdient aandacht, en het was duidelijk dat hij me vanaf binnenkomst al in het vizier had gehad. Misschien was hij echt zo overrompeld door mijn krullenpracht dat hij me niet eerder kon aanspreken. Ik vroeg hem zijn naam, hij heette Barry. Ik vroeg hem zijn leeftijd, hij was te oud. Als ik het achteraf bekijk weet ik niet precies meer hoe ik gereageerd heb, maar ik zei hem dat ik gevleid was door zijn aandacht, en dat ik weg moest. Hij was best leuk en als hij iets eerder initiatief had genomen had ik het wellicht leuk met 'm kunnen hebben, maar zo'n aarzeling op zo'n leeftijd maakte hem erg onaantrekkelijk.
Mijn clan was ik door dit oponthoud al kwijt en na even zoeken vond ik ze terug. We stonden inmiddels bij een groepje mannen dat foto's aan het nemen was. Jolig trokken ze ons telkens mee op de foto. Met een van hen klikte het letterlijk wel en we raakten aan de praat. Net op het moment dat zijn lippen de mijne raakten, zag ik vanuit mijn ooghoeken Barry naast ons staan. Dat was een beetje lullig. Ik was hem niets verplicht, maar toch had ik hem dit zicht liever bespaard. Ik stel me voor dat hij al zijn moed bij elkaar had geraapt om me nog eens aan te spreken en om dan hierop op te stuiten is natuurlijk vervelend. Of misschien wilde hij me even vertellen dat ik helemaal niet zo magisch was als hij dacht. Hoe dan ook, ik denk dat de magie die hij ervoer verdween als sneeuw voor de zon.
Ik ben niet te beroerd om toe te geven dat hij mijn sympathie had – ik weet uit andere ervaringen dat je niet te lang moet wachten met werken voor wat je wilt, en daarbij je angsten te negeren. Ik ben niet te beroerd om toe te geven dat ik het vervelend vond dat hij me zag, omdat ik bang was dat hij me goedkoop zou vinden. De keerzijde hiervan is dat mijn fotojongen vele malen knapper, initiatiefrijker en een cruciaal aantal jaren jonger was dan Barry. Hij had hier kunnen staan, maar nee, hij wilde de magie van een afstand beleven. Tsja. Daar kan ik verder ook niets aan doen.
Barry heb ik niet meer gezien. Van de fotojongen heb ik wél meer gezien.
En de moraal van dit verhaal? Kansen moet je pakken, anders gaat een ander er met ze vandoor. Niet geschoten is altijd mis, maar te laat geschoten is dubbel klote. Beter een vogel in de hand, dan tien in de regenboogkleurige lucht. En de laatste, speciaal voor Barry:
gelukkig hebben we de foto's nog.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten