Soms komen er in het leven van die situaties voorbij die met recht het predicaat spijtig of ronduit spijtig mogen dragen. Zoals ik op de site van dehorecamedewerker.nl las dat gasten het zelden meer kunnen opbrengen om beleefd te zijn tegen obers en serveersters. Deze nieuwe trend, onhebbelijkheid tegen personeel-waarvan-dan-ook, is iets waar ook ik regelmatig mee te maken krijg. Gelukkig streeft het aantal beleefde, prettige, spannende ontmoetingen het aantal nare nog altijd ruimschoots voorbij, maar zo nu en dan zitten er mensen bij die mij het bloed onder den nagels vandaan trekken.
Zo zijn daar de dames, meestal van middelbare leeftijd, die, als ze iets willen weten, zich niet introduceren met een simpel goedemiddag of, hemel verhoedde, mag ik u iets vragen? (en dan ook écht wachten op antwoord...) Neen. De Guurtjes van deze wereld stevenen op hun doel af en weten piekfijn de medewerker te spotten in een kudde vol klanten. Er is geen tijd te verliezen en dus vat zij de koe bij de horens. Of je met iemand bezig bent of niet maakt haar niet uit: ze wil aandacht en ze zal het krijgen, nu. Vanuit haar goudbecollieerde keel, langs de aardappel en eindigend in haar roodgestifte dunne lippen met vakkundig weggewerkte groefjes, komen de woorden:
Zeg luister eens even, leg mij eens wat uit over de snijplanken!
U ziet, lieve lezer, de zin wordt afgesloten met een uitroepteken. Het is dan ook geen vraag, eerder een eis. Waar zou je winkelbediendes anders voor moeten gebruiken? Beleefdheid geeft maar onnodige amicaliteit en dat is aan Guurtje niet besteed. Zij denkt eigenlijk al te weten hoe den vork in den steel zit en luistert daarom ook maar met een achtste oor, éénmaal doorboord voor een zwaar gouden creool, naar wat de winkelbediende haar vertelt.
Zeg luister eens even, en kan deze houten snijplank in de vaatwasser? Aha. En die van kunsstof? Jaja.
Om aan mij duidelijk te maken dat ze heus van wanten weet, krijg ik een recapitulatie van mijn eigen woorden.
Zeg maar luister eens even: dat hout, dat is dus géén kunsstof?! En die houten, die kan niét in de vaatwasser?!! Aha, aha. Maar die van kunsstof dus wel? Jaja. Jaja. Maar ik vind die houten mooier, maar hij moet wél in de vaatwasser kunnen, hoor. Zeg luister eens even: je kunt me dus niet helpen aan een houten snijplank die in de vaatwasser kan? Niet dat geperste, dat vind ik lelijk. Nee, dat is niks. Zeg luister eens even: die planken van plastic, die kunnen er dus wel in? Weet je dat zeker?
Ja, lieve lezer, het Guurtje-gehalte is op sommige dagen pijnlijk hoog. Hier kan met recht het label beetje spijtig op worden geplakt. En door de Guurtjes van deze wereld moet ik denken aan andere spijtige situaties. Zoals die keer dat ik met een van mijn ex-huisgenoten sprak over zwangerschap en seks.
Ik had toen net een verzekering afgesloten bij CZ en bij dat specifieke pakket kreeg je honderd condooms gratis. Helaas bleken ze van en voor Chinese makelaardij – dat hoef ik vast niet voor u uit te spellen. Laat ik het erop houden dat de Hollandse jongens met wie ik zo nu en dan het bed deelde te zeer Hollandse welvaart hadden genoten om te matchen met de Chinese preservatieven (oh, heerlijk woord.) Ik deelde het huis met drie meiden. Eén daarvan was min of meer anti-seksueel, twee hadden er een vast vriendje maar slikten pilbeïnvloedende medicatie. Ik was single en had seriële minglars.
In het huis was de angst voor zwangerschap best groot. Een ongeluk zit in een klein gaatje...Geen van allen zaten we te wachten op een kleine en af en toe hoorden we opgelucht gejuich van ergens uit een kamer, gevolgd door het haastig geritsel van een pakje tampons en het uitdelen van dropsleutels en chocola aan de rest.
Ons gesprek vond plaats in een periode dat mijn laatste minnaar het pand alweer een flinke tijd niet had betreden. We dronken thee en aten snoep. Ik verzuchtte dat ik niet goed wist, wat ik met al die condooms aan moest. Mijn huisgenoot, die met haar toenmalige vriendje regelmatig de kalk van het plafond trilde, stopte haar dropsleutel in haar wang en merkte daarover meesmuilend op:
Ze hebben wel een houdbaarheidsdatum, hè?
Echt aardig was dat natuurlijk niet. Ze wist niets van de welvaart van mijn minnaars af en ik liet dat zo – discretie is een groot goed. Als huisgenoten deel je lief en leed, en haar lief bezorgde mij regelmatig leed, aan mijn oren, welteverstaan. Hij bezorgde ook bij haar dingen: amper een jaar later bleek ze zwanger. Blijkbaar stond de houdbaarheidsdatum van haar eigen condooms haar minder goed bij dan die van de mijne. Of had ik haar er een paar toe moeten schuiven.
Het kind was allerschattigst en voor zover ik weet is ze nog steeds met de vader samen. Ik was toentertijd erg op haar gesteld het is fijn dat het goed is afgelopen. Maar die opmerking... Zuur, en een beetje spijtig? Wie zal het zeggen.
Mijn laatste spijtig heb ik gereserveerd voor de ijdelheid. Of verlegenheid, net hoe je het noemen wilt. Eén van de eerste lessen die je als kind leert is dat je dankjewel moet zeggen als iemand je iets geeft. Een compliment is ook een gift. Maar er zijn vrouwen die het lastig vinden om een compliment te accepteren. Deze vrouwen komen in twee categorieën. De eerste groep verontschuldigt zich. Behoor je tot deze groep, lees dan verder.
Als ik tegen je zeg: 'Wat heb je jij een mooie tas!' hoef je me niet te vertellen a) dat 'ie niet duur was b) dat 'ie heel goedkoop was c) dat 'ie heel oud of in ieder geval niet nieuw is d) waar je 'm hebt gekocht.
Het is spijtig als je een compliment niet kunt accepteren en het teniet doet door het af te zwakken met redenen waarom ik het niet zou moeten geven die eigenlijk nog vileiner zijn dan op het eerste gezicht blijkt ('een oude tas kan niet mooi zijn/ jij vindt mij mooi, en ik heb er niet eens moeite voor gedaan')
Nog veel groter is mijn ergernis bij groep twee. Dit, lieve lezer, is de groep die de dochters van Guurtje hadden kunnen zijn. Maak hen een compliment en u krijgt een respons in deze trant:
'Goh, wat een mooie jas heb jij aan!' 'Ja hè, dat vond ik zelf nou ook!'
Op het moment dat ik dát hoor, slaat de spijt bij mij toe en wenste ik dat ik het compliment nooit gemaakt had. Zo'n reactie dempt al mijn enthousiasme. Als je het zo roerend met me eens bent, zeg je: dankjewel, ik ben er zelf ook erg blij mee. Maar Ja hè?! maakt dat je van mij in ieder geval nooit meer een compliment zal krijgen. Ontkrachten is ergerlijk, overdrijven zo mogelijk nog erger.
Ik heb zelfs een keer gezegd: 'Nou, nu ik beter kijk maakt dat groen het wel erg protserig! Zo bijzonder is het eigenlijk niet, hmmm?' Waarop de jasdraagster al begon: 'Nou, ik vinnum wel mooi!' en ik erachteraan zei: 'Het is dan ook jouw jas, dus ik hoef 'm ook helemaal niet mooi te vinden! Over goede smaak valt niet te twisten, ahahahahaha!' (Kent u die scene uit Blackadder met Lord Flashheart? Zou wel moeten... )
Als ik iets leuks zeg over je tas, jas, kapsel of sieraden voldoet een simpel 'dankjewel'. Hij was heel goed goedkoop is een beetje jammer, Ja hè maakt de boel ronduit spijtig. Ik geloof namelijk heus dat als je iets niet mooi vindt, je het niet aanschaft. Die bevestiging is dus echt niet nodig. Toch denk ik dat ook 'ja hè' voortkomt een een bepaald soort verlegenheid – het idee dat je een compliment niet mag accepteren. Laat dat idee varen. Vertrouw mij, lezer, als ik zeg dat het mag. Zodat ik geen spijtigheden meer hoef op te dissen, althans, niet hierover. Met een beetje mazzel heb ik in mijn volgende woning geen huisgenoten...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten