maandag 15 augustus 2011

Koning (in)

Op MTV spotte ik een week of wat geleden het programma Tosh.O, waarin comedian Daniel Tosh leuke youtube-filmpjes bespreekt. Ik viel midden in een stuk over de totstandkoming van de prachtige ballad What What, uitgevoerd door een man in stewarduniform. Of hij werkelijk steward was werd me niet zo snel duidelijk. Mijn aandacht werd getrokken door de immer charismatische Josh Homme (oui, quel homme!) die de steward assisteerde met wat akoestische klanken.
Josh' verschijning maakte dat ik enkele nummers van Songs for the Deaf weer op mijn luisterrepertoire zette. Je hebt soms van die albums die zo goed zijn dat je ze helemaal grijs draait – voor zover dat kan met een cd, laat staan met een MP3, maar als u oud genoeg bent om mijn stukken te lezen, begrijpt u waar ik heen wil. Songs for the Deaf is er een van, bijvoorbeeld naast Erikah Badu's Baduizm Live, Raconteurs Broken Boy Soldiers, Pearl Jams Ten of Razorlights Razorlight.

Met Josh in mijn oren fietste ik naar mijn zaterdagbaantje. Vol van gitaarrif en opzwepende drums maakte ik me klaar om aan de slag te gaan. Het zonnetje scheen, de lucht was even onbewolkt als mijn humeur. Als ik terugdacht aan de subtiele partituren van Josh en consorten verscheen er een grote glimlach op mijn gezicht. Met diezelfde glimlach trad ik mijn klanten tegemoet. Zo kwam er een man voor mijn toonbank die ik ongeveer anderhalf jaar eerder had geholpen. Ik dacht tenminste dat hij het was, al keek hij niet naar mij alsof hij me herkende. Ik vroeg hem: 'Heeft u niet... een jaar geleden... een knoflookpers bij mij gekocht?' Hij begon me driftig te onderbreken en ik verwarde zijn verontwaardiging met enthousiaste geestdrift. 'Hoe is het daarmee afgelopen?' De man keek me ongelovig aan. 'Ja, dat klopt, dat was ik en ik ben dat zeker niet vergeten. U ook niet? Heel goed. Gaat u dan nog maar eens na, hoe dat is afgelopen, want ik denk dat als u even graaft, het u wel weer te binnen schiet. Gaat u nog maar eens goed, diep nadenken over hoe dat is afgelopen!'

Tijdens zijn tirade herinnerde ik me ineens dat het inderdaad niet zo vlekkeloos was verlopen als ik in eerste instantie dacht. Om hem niet verder op te winden – het was een oude man en de vlekken stonden in zijn nek – antwoordde ik met een sussend: 'ja, dat zal ik doen, dat zal ik doen...' Het akelige gevoel dat ik hem geschoffeerd had bekroop me en ik was een paar minuten oprecht berouwvol. Al kon ik het na een half uurtje wel weer van me afzetten, zijn felheid en boosheid verbaasden me. En ik probeerde me te herinneren, wat het was dat hem plotseling zo vreselijk boos had gemaakt.

's Avonds in mijn bedje ging ik de zaken nog eens na. Hij was bij mij gekomen met de vraag of ik hem aan een Bodum-knoflookpers kon helpen. Daar moest ik hem in teleurstellen, de winkel waar ik werk verkoopt helemaal geen Bodum-producten. Omdat hij toch een cadeautje moest hebben kocht hij een knoflookpers van een ander merk. Na een weekje kwam hij terug met de pers; ik weet niet meer of hij alsnog ergens een Bodum-pers had gevonden of dat het hele cadeau overbodig was geworden. Dat maakte ook niet uit. Hij kwam de pers retourneren. Er was alleen één probleem; hij had de bon niet meer.

Naar goed gebruik in de detailhandel mag je als klant in zo'n geval een ander product uitzoeken met dezelfde liquide waarde. De pers kostte een tientje, dus hij had een tientje 'tegoed' aan spullen. Simpel als een kindervers. Nadat hij eerst lang probeerde om toch euro's terug te krijgen voor de knoflookpers, begreep hij dat er niets anders opzat. Hij kon echter niet zo snel bedenken wat hij nodig had en meneer had bovendien haast. Ik bleef rustig – waarom zou ik me ook opwinden? – en bleef hem op zijn aanhoudende protesten aanhoudend uitleggen dat dit de manier was waarop we dit gingen oplossen. Vriendelijk, en resoluut. We get some rules to follow... Dat was nog best een opgave. Ik deed hem aan de hand dat hij de knoflookpers mee terug naar huis kon nemen en een volgende keer naar mij mocht vragen. Hij had geen bon, maar ik wist er immers van. Dat wilde hij niet. Ik stelde voor dat hij iets ter waarde van tien euro zou 'kopen' en daar dan wél de bon van zou bewaren, zodat hij op een ander moment op zijn gemak iets uit kon zoeken. Ook dat voorstel beviel hem niet. Hij was op doorreis en wilde met zo min mogelijk ballast aankomen op zijn plek van bestemming. Bovendien zou hij niet op korte termijn terugkomen in de winkel.

Aan de enige Snelle Oplossing, namelijk dat hij iets uit zou zoeken, het zou 'kopen' en het direct daarna met de bon zou 'terugbrengen', dachten we geen van beiden. Hij werd steeds geagiteerder, waar ik begrip voor had, maar toch ook weer niet zoveel dat ik suggesties blééf aandragen. In mijn stilte kwam er toevallig een vriendin van hem voorbij. Na een snelle begroeting legde hij de situatie uit. Vriendin bood aan om iets voor hem uit te zoeken. De man verliet in allerijl de winkel en daarmee leek de kous af.
Op zich had ik weinig problemen met deze wisseling van de wacht. Menig ander was hier al niet mee akkoord gegaan, maar mij maakte het eigenlijk niet uit: ik wilde hem alleen maar tegemoet komen. Vriendin had wel een idee van wat ze wilde: dubbelwandige glazen. Van Bodum.
Tsja, en toen waren we terug bij af. Vriendin kon uit de hele winkel – die meer dan 8000 producten huisvest – niets vinden van haar gading. Uiteindelijk vertrok ze met een ijslollymaker van amper drie euro, maar de zeven resterende euro's inde ze niet, ondanks mijn aandringen.

Lieve lezer, het is ruim een jaar geleden. Het kan best zijn dat ik de feiten hierover niet meer op een rijtje heb. Het kan best zijn dat ze met twee ijslollymakers vertrok en het restant drie euro bedroeg. In ieder geval raakte het tegoed niet helemaal op en ondanks mijn mondelinge toezegging zag ik geen van beide klanten ooit terug – tot nu dus.

Ja, de samenloop van omstandigheden (de haast, de starheid, de Bodum-fascinatie) was vervelend. Misschien interpreteerde meneer mijn vraag naar de afwikkeling als spottend. Misschien had ik 'Is dat nog goed afgelopen?' moeten vragen in plaats van: 'Hoe is dát afgelopen?' Misschien had ik er überhaupt niet aan moeten refereren. Maar het was lang geleden en ik wist het oprecht niet meer. Afgezien van een wellicht wat ongelukkige formulering had ik niets verkeerd gedaan. Niets wat zo'n onbeschofte uitbarsting legitimeert. Lieve lezer, dit is er een voor in de kast met het label dingen die ik had moeten/willen/kunnen zeggen, maar waar ik te laat voor was. Dat gaat ongeveer zo:

(De lade vliegt open)

Feit: toen ik 'ja, dat zal ik doen', zei, bedoelde ik eigenlijk 'Houdt alstublieft uw mond, laten we deze episode vergeten, stil.'

Wat ik eigenlijk had moeten zeggen:
'Houdt u alstublieft in acht. Ik ben in de twintig, geen vier. Bedenkt u zich waar u staat. U heeft het recht niet, zo tegen mij tekeer te gaan.'

En dan zonder de charme: 'Wie denkt u wel niet dat u bent? Ik kan het niet helpen dat u geen bon meer heeft, en ook aan uw haast heb ik geen schuld. Evenmin kan ik het helpen dat u een jaar lang niet in de gelegenheid bent geweest uw deel van de afspraak na te komen. Hoe dan ook; dit is geen reden om u zo op te stellen. Misschien pikt uw vrouw dat u zo tegen haar tekeergaat, maar ik niet! De enige die hier nog eens goed over dingen na moet denken, ben jij, vader!! GOEDENDAG!'

(de la mag dicht, liefst met een klap)

Natuurlijk was ik boos en verbluft. Mij een beetje schofferen en doen alsof ik verkeerd zat, terwijl hij de persoon was bij wie het merendeel van de fout lag – vervelende kwast! Ik voelde me nog schuldig ook! Potverdrie!! (dames vloeken niet, vandaar dat hier niets krachtigers staat.) Toegegeven, het was niet mijn beste zet en ik had hem gewoon naar huis moeten sturen met zijn pers, of aan de Snelle Mogelijkheid moeten denken. Maar zijn houding werkte niet mee aan de oplossing. Bovendien zou al dit geshitter ons bespaard zijn gebleven als hij gewoon de bon had bewaard. Zoals gebruikelijk is als men een cadeau voor een ander koopt. Tfoe. Dat passief-agressieve had echt niet gehoeven.

En de connectie tussen Josh en deze hele gebeurtenis? Die is er eigenlijk niet, behalve dat ik nu alleen nog maar agressieve drumsalvo's hoor, iedere keer als ik er aan denk. And I reeeeeeaaaaliiiizeeeee..... Op Josh zou ik nooit erg boos kunnen worden. Ik houd van mannen die dingen goed kunnen. Over een paar dagen is de connotatie weer verbroken en kan ik me weer verliezen in Josh' keelklanken. En een volgende keer zal ik me niet meer van mijn stuk laten brengen door zoiets onbenulligs. Indeed no fool am I...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten