Je weet dat het waar is wat ze zeggen: dat de cycli van vrouwen die in één huis wonen, gelijk gaan lopen. Vrouwen doen elkaar sowieso graag na: als er één skinny jeans, neonroze nagellak, blokhak of harembroek over de dam is, volgen er meer. Daarom vond ik het ook niet gek dat de vrouw die tegenover me kwam zitten, synchroon in haar tas begon te rommelen. Het was buiten -2°C en ik zocht naarstig naar mijn blauwe Rosebud Salve-blikje, speciaal aangeschaft voor dit soort dagen. Ha, daar hoorde ik het rammelen. Met de quasi-bedeesde blik van een meisje dat betrapt wordt op iets heimelijks in het openbaar doen smeer ik mijn lippen langzaam en voorzichtig in. De vrouw glimlacht beminnelijk naar me en ik lach beminnelijk terug. Alsof ze zich iets herinnert pakt ze een stick duur uitziende cacaoboter uit haar tasje en stift haar lippen – over de kleur! – even zorgvuldig als ik zojuist gedaan heb. Ik knik onzichtbaar – ik weet hoe het voelt.
We zitten een paar minuten zwijgend tegenover elkaar en ik houd de blik in mijn ogen toegankelijk, maar niet toegankelijk genoeg voor een gesprek. Ik bekijk haar eens aandachtig. Ze is heel smal, ik zie de pezen in haar polsen bewegen als ze haar pink beweegt en de pezen in haar hals als ze haar wenkbrauwen optrekt. Ze heeft last van kroezig haar en gebruikt duidelijk geen stylingproducten – iets wat beter zou zijn voor haar kapsel. Maar daar is ze vast te nuchter voor – ik zie zelfs een paar grijze haren. Nu vallen haar smaakvolle rode tasje en lippenstift wat in het niet. Ze heeft het lijf van een dramadocente, of een geblesseerde ballerina die maar tekenen is gaan geven, of cello heeft leren spelen. Haar scherpe neusvleugels trillen, maar ze zit heel stil. Ik schat haar 43, maar weet niet of haar magerte haar jonger of juist ouder maakt.
Ook ik ben nét de trein in gestapt en mijn sinussen reageren op het temperatuurverschil. Ik snuit zachtjes. Mijn reisgenote graait ook in haar tas. Ik ben gek op grote tassen en heb een shopper bij me – in mijn tas zit van alles. Mijn agenda, telefoon, parfum, pakje zakdoekjes, mn OV, een vergeten snoepje, mijn reuzenportemonnee... het is niet zo gek als ik iets niet kan vinden. Haar tas is zeven keer zo klein, maar ze doet er even lang over om ook een zakdoekje op te diepen. Het was me niet opgevallen dat ze snufte, maar hee, als zij lucht wil snuiten, doet ze dat toch lekker.....
Ik duw mijn nagelriemen terug, bekijk mijn schoenen, zucht een beetje en schud mijn haren. Iets waar ik me pas van bewust word, lieve lezer, als ik haar enkele seconden later hetzelfde zie doen.
Ik zucht. Zij zucht. Ik pak mn telefoon en onze blikken kruisen elkaar. Wat is dit voor pastiche?! Er komt een smartphone uit het tasje... Okee, nog één test dan. Ik diep mijn handcrème met amandel uit mijn shopper op, smeer mijn handen in en trek mijn handschoenen weer aan. Aan de andere kant gebeurt prompt hetzelfde. Misschien moet ik aan het raam likken, dan weet ik het helemaal zeker. Ik word er een beetje onzeker van: doet ze me na omdat ze me een leuk meisje vind, of vind ze me juist aanstellerig, of hoef ik haar handelingen helemaal niet op mijzelf te betrekken maar heeft ze gewoon echt last van een snotneus en facebookjeuk? En waarom kan het me überhaupt schelen? Misschien is het gewoon haar vrouwelijke hang (een man zie ik, alle stereotypen ten spijt, dit toch niet zo snel doen) naar solidariteit. En misschien is het helemaal niets.
Als ik uitstap geef ik haar mijn liefchique glimlach: ik kan en wil geen tiff krijgen met een mij onbekende drieënveertigjarige dramaballerina, daar is het veel te koud en triviaal voor. Mochten we ooit nog samen auditie doen voor Black Swan De Musical dan kan één van ons tenminste nog de cursus Zelfverzekerd kun je leren! gaan geven. Daar is vast nog iemand dankbaar voor, weliswaar in stilte, maar toch... No pain, no gain, dus doe mij die spitzen maar, thank you.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten