Soms heb je van die dagen waarop je niet vooruit te branden bent. Vandaag was zo'n dag. Om elf uur zette ik de tv aan, bleef vervolgens hangen in drie afleveringen van National Geopraphics Drugged – ik drink nooit meer! – en was ondertussen begonnen met licht huishoudelijk werk, als halfslachtige vervanging voor mijn van uitstel-komt-afstel-truc richting de sportschool. Halverwege het ramen zemen raakte ik verzeild in een documentaire over een lampenkap, naar verluidt vervaardigd van menselijke huid. En hoewel ik de uitkomst al wist, bleef het toch een spannende documentaire.
Aan het einde van de middag kon ik trots op mijzelf zijn. Mijn minipaleis was spotless and squeaky en dat is ook wat waard. Het enige wat mij nog restte waren boodschappen. En omdat ik nog niet buiten was geweest en wel wat lichaamsbeweging kon gebruiken, besloot ik ze lopend te gaan halen.
Ergens in het gangpad tussen het gehakt en de lamskoteletten viel mijn oog op een uitzonderlijke man. Hij was bruin, met opvallend groenblauwe ogen. Ik zou vast niet de eerste zijn die hem zo aankeek, dus ik probeerde mijn blik af te wenden. Was het een wijnvlek geweest, dan had ik me namelijk geschaamd en zulk gestaar geeft geen pas voor een dame van stand. Maar het viel me zwaar, lieve lezer. Ik vergat de rest van de winkel, zo erg was het.
Hij liep rakelings langs me. Hij hengelde en ik hapte. We spraken wat en hij zei: 'Vrouwen willen me vanwege mijn ogen, maar ik zoek een echte, mooie, nette vrouw. Zoals jij.'
Tsja, lieve lezer. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik óók mesmerized was door zijn ogen, zó betoverd dat ik bereid was zijn lijfluchtje door de vingers te zien. 'Ik ben niet van de straat, ik ben een nette jongen, ik heb zeven zussen! Ik houd niet van praatjes.. heb m'n leven op orde, ik heb een baan, mijn huis, en ik zoek een net meisje om dat allemaal mee te delen en een kindje te krijgen, gewoon een gezinnetje, weet je...?'
Erg fijn dat hij zijn leven op de rit had, maar ondanks mijn groenblauwe betovering was ik niet blind voor de grote tatoeage in zijn nek. Of de twee rijen traantjes onder zijn linkeroog. Maar hee, de definitie van 'netjes' is blijkbaar vloeiend... Voor iemand die niet van praatjes houdt had hij er aardig wat. En dat zei ik hem ook.
'Zullen we een kind maken?' vraagt hij me tenslotte op de man af. 'Wordt een mooi gebruind kind, een jongetje, of een meisje, met jouw zachte krullen, jouw mooie lippen en groene ogen, die komen in mijn familie heel veel voor...'
Granted, voor die ogen zou ik zonder aarzelen tekenen, maar dat is dan ook alles. 'Ik krijg liever geen kind zonder eerst getrouwd te zijn,' zeg ik. 'Trouwen? Waarom dan?' vraagt hij. Nou, daarom dus. En dan heb ik dat Marilyn-en-Einstein-moment nog buiten beschouwing gelaten: genotype zegt weinig over fenotype.
Inmiddels zijn we bij zijn huis en hier spreekt hij de legendarische woorden: 'Ik zet de boodschappen even achter de deur, daarna draai ik even een joint en dan loop ik met je mee naar huis.'
'Nee hoor, dat hoeft niet. Geniet van je weekend. Ik ga nu,' breng ik uit als mijn kaken weer dicht genoeg bij elkaar zijn gekomen. En ik voeg daad bij woord. Hij rent me achterna. 'Mami, wat is het probleem? Wil je geen kindje maken? Een baby, van ons tweeën?'
'Ik kan geen kind krijgen met iemand die drugs gebruikt,' zeg ik hem. 'In alle eerlijkheid: je bent m'n type niet.' Hij slaat om als een blad aan de boom, alle zoetsappigheid verdwijnt. 'Ik ben je type niet... wel, veel vrouwen willen mij! Dus ik laat je met rust...' En hij verdwijnt zonder er nog een woord aan vuil te maken.
Jammer van die wiet, vriend. Maar ik meen het. Bovendien schijnt cannabis de zaadproductie negatief te beïnvloeden. Dus tot zover het plan voor die groenogige baby. Had ik nou niet naar National Geographic gekeken vanmorgen...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten