maandag 1 oktober 2018

Bon bon

Afgelopen zomer verbleef ik een paar dagen in Antwerpen. Op amper een uur van Rotterdam heeft Antwerpen een weelderig winkelaanbod, géén donateurwervers (een verademing) en lekker eten. Ik voelde me er thuis. Daarom de special van vandaag: Vijftien Bevindingen Over Antwerpen

1. Roken is hier nog heel normaal. Word je in Nederland smalend, geërgerd of vies aangekeken als je rookt in een dichtbevolkte winkelstraat of als je je rook over de tosti van je buurman uitblaast op een drukbezet terras: hier kijkt niemand er van op. Sigaretten worden bij de plaatselijke lectuurshop aangeschaft. En dan niet één schattig pakje Marlboro, nee, meteen drie sloffen ineens. Precies genoeg voor het weekend. Gezellig boven de kinderwagen of voor én na de lunch, waarschijnlijk de enige maaltijd van de dag.
2. Antwerpen heeft chique bewoners: iedereen ziet er hier goed uit. Nu ben ik zelf a lipstick kinda girl, óók op vakantie. Da's namelijk geen reden om je standaarden te laten versloffen. Bovendien lag mijn hotel temidden van chique winkelstraten – de Kammenstraat, Huidevettersstraat en de Nationale – dan ben je het zo'n beetje aan je stand verplicht die winkels eer aan te doen. Mannen met mooie suède schoenen, boterzachte pullovers in fonkelende kleuren en vakkundige coiffures. Vrouwen met kleding van de fijnste stoffen, subtiele sieraden en een terrastintje. Om door een ringetje te halen.
3. De mensen zijn hier niet erg lang: dames maximaal 1.70m, heren maximaal 1.80m, helaas. Ze flirten niet (helaas).
4. Over anatomie gesproken: de meeste vrouwen hier hebben mooie benen. Over de rest van hun onderstel kan ik me niet uitlaten, maar hun kuiten zijn goedgevormd en rank. Niets van het Megan Markle-achtige gebrek aan definitie van kuit of de Hollandse polder-met-wind-tegen-kuit met haar geprononceerde spieren. Neen: precies de juiste mix van gespierd en verfijnd. Ik denk dat het komt omdat de mensen hier veel lopen en af en toe een lichte helling nemen.
5. De uitzondering op punt twee. Ik ben één dag naar de wijken naast het station gegaan.
In wat ik oneerbiedig zal aanduiden als 'de Aziestraat' en daarachter zag ik veel mensen die ik zal aanduiden als 'Jambersbelg': geen Marlboro maar Belinda of goedkoper (shag!), groezelige wifebeaters boven nog groezeligere hoogwaterpantalons van brandgevaarlijk polyester en, als je echt geluk hebt, een knipogend harige navel. Vale vrouwen met spaarzame, hard getekende onregelmatige wenkbrauwen en liplijnen uit hetzelfde potlood – bij voorkeur gitzwart. Plastic schoenen. Gympies. Afgebladderde nagellak en bovenal: tanden m/v die in bulderende hoestgrimas om de triestheid van het bestaan worden blootgegeven, in kleuren waar die van Johan Remkes bij verbleken, pun intended. Zie ook punt 1.
Aan vriendelijkheid boeten ze overigens niets in. Aan Nederlandstaligheid wel.
6. In de Aziëstraat, die me in sommige opzichten deed denken aan de Kruiskade, namen de verschillende ondernemers niet moeite de naam van hun uitbaterij in het Nederlands of het Frans op te schrijven, Thais/Chinees/Kantonees/Japans/Vietnamees is blijkbaar afdoende. De straat is erg smal, heeft geen duidelijke nummering, is niet goed verlicht of onderhouden en de ondernemers helpen elkaar luid converserend met het uitladen van koopwaar. Je kunt hier acupunctuur nemen terwijl je een maaltijd eet, of goederen verzendt, of een gokje waagt. Geen massagesalons, tenminste, niet aan de voorgevel.
7. Cafeïnevrije koffie is veel normaler dan in Nederland. Geen enkele keer werd ik aangekeken met de blik vol medelijden die normaal voor dat soort verzoeken gereserveerd is ('ach mietje, weet je wel wat je drinkt? Waarom koffiedrinken als je de cafeïne niet kunt velen...') Déca is normaal al niet zo heel erg lekker, maar de déca die je hier krijgt, is vaak nog wateriger dan normaal. Als je om troep vraagt, kun je het krijgen...
8. In musea, ik heb er een aantal bezocht, hangt de informatie niet tweetalig bij het museumstuk zoals in Holland, maar krijg je bij aanvang van de expositie een boekje mee. Ik voelde me meer dan ooit onthand zonder boekje en tegelijkertijd stimuleert dit wel dat je niet meteen afgaat op de informatie die je geboden wordt, maar éérst écht je ogen de kost geeft. Dat kán ook omdat niemand zich hoeft te verdringen vóór het stuk. De entreeprijs ligt een paar euro lager dan in Nederland.
9. Pruiken zijn hier booming business. In wat ik oneerbiedig zal aanduiden als 'de Joodse wijk' zag ik veel orthodox aangeklede mensen, compleet met pijpenkrullen en haarwerken waar menig uit het hoofd ontspruitende haardos nog een puntje aan kan zuigen. Ook in de straten buiten 'de Joodse wijk' zag ik haarstukken die niet van echt te onderscheiden waren. Mocht ik ooit een haarwerk nodig hebben of verlangen, dan weet ik waar ik er een laat maken.
10. Bedienend personeel maakt zich hier niet te sappel. Vele malen stond ik op het punt te vertrekken zonder een bestelling te hebben gedaan, zó lang duurde het soms voor er iemand naar me toekwam. Ook op tweede rondes is het lang wachten – blijkbaar trekt men hier andermans tijd graag uit voor laaannnggg tafelen.
11. Drank kan hier gewoon in de morgen. Biertje bij de eerste koffie van de dag? Daar ligt niemand wakker van.
12. Het leven begin sowieso later: enkel supermarkten zijn vóór elven open, de rest van de straat start zo om en nabij tien uur. Koopavond bestaat hier niet. Koopzondag evenmin.
13. Ik verwachtte bij de diverse antiekwinkels en bric-a-brac-markten mijn collectie Conway wel wat aan te kunnen vullen, maar dat is niet gelukt. Koperen scheepsklokken en kompassen te over, maar Wedgwood is uit. Limoges is daarentegen in.
14. Je hebt hier bonbonnerieën met bonbons die een knaak per stuk kosten. Echt waar. Omdat ze zo duur zijn koop je er weinig van en eet je ze met aandacht, waardoor ze hun hoge prijs eerder waard lijken. Briljant.
15. Antwerpen is een aanrader.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten