donderdag 21 oktober 2010

Rails

Leer mij de conducteurs kennen. Eens, toen de Coffee Company net geopend was, zat ik daar koffie te drinken met een vriendinnetje. De tent is relatief lang en smal, zoals veel van die panden aan de gracht. Het was hoogzomer en we zaten lekker te kletsen. Er kwam een man binnen, netjes gekleed, wit overhemd, strakke spijkerbroek, laarzen. (Voor wie het nog niet wist: ik heb een zwak voor mannen met mooi schoeisel.) Verder sloeg ik geen acht op hem, maar wij hadden zijn aandacht wél getrokken. Hij stapte op ons af en vroeg mij of ik een keer iets met hem wilde drinken. Dat wilde ik wel.
Tijdens de date bleek dat hij wat ouder was dan ik dacht (tweeëndertig) en dat hij een zoon had die óók wat ouder was dan ik dacht (Veertien. Ja, u leest het goed.)

Ieder zijn geschiedenis, dáár veroordeelde ik hem niet om. Ik vond het eigenlijk wel geinig, al had ik wel m'n twijfels bij zijn uiterlijk. Onder dat mooie hemd zaten een flink aantal lichaamsbedekkende tatoeages verstopt, waarvan enkele al zichtbaar op zijn armen. Naar de rest kon ik alleen maar gissen, maar het begon al in zijn hals. Daar hij me alleen te drinken en niet ten huwelijk had gevraagd, zag ik echter geen reden om hem direct af te wijzen. En die laarzen werkten in zijn voordeel, natuurlijk.
Hij bleek conducteur. Logisch eigenlijk, want alleen bij de NS nemen ze je nog aan mét lichaamsversieringen als deze. Na een aftandse roos in knop en twee cola bleek dat hij toch vooral erg graag zijn trein in mijn remise wilde rijden, en dat dan liefst herhaaldelijk, tijdens een doelmatige logeerpartij. Ik was niet zo in voor kedeng-kedeng met deze bekladde klojo, dus ik bedankte vriendelijk. We zaten, zogezegd, niet op hetzelfde spoor. Ik kom hem soms nog tegen, en dan knik ik altijd maar. Wat moet je anders...

Zag ik hem, toen ik hollend mijn trein probeerde te halen? Nee. Ik zag wel een groepje conducteurs staan, maar hij was daar niet bij. Rennend bereikte ik mijn perron. Expres hard stommelend spoedde ik mij de roltrap af. De weg naar de trein werd mij versperd door een corpulente man met een nog corpulentere tas. Helaas is het Britse systeem voor roltraplopen niet ingeburgerd in Nederland, alle verf op treden ten spijt. Zachtzinnig en beslist duwde ik hem opzij. Eenmaal beneden bleek dat ik mij voor niets gehaast had: mijn trein was vertraagd. Toen hij eindelijk kwam zeeg ik neer op de eerste de beste bank die ik vinden kon. Knie aan knie met een man op leeftijd, in een vierzitscoupeetje.
De man wenste mij goedenavond. In dat deel van het land waar de trein naar op weg was, is het begroeten van vreemden nog gemeengoed. De man haalde edities van de NRC-next uit zijn tas en legde die naast zich. Vervolgens ging hij in de zaterdageditie van de Volkskrant zitten lezen. Ik wilde hem vragen of hij het NRC van zaterdag had gelezen en of hij ook zo verrast was door wat er op pagina elf van de Wetenschapsbijlage stond, maar ik bedacht me. 'Goedenavond' legitimeert niets, en iedereen heeft het recht op lezen in alle rust. Zonder gepook, hoe semi-intellectueel ook.

In het coupeetje naast ons zaten een man en een meisje van een jaar of zeven. Het meisje droeg laarsjes met hakken, wat ik striking vond voor een zevenjarige, maar ook heel nostalgisch-herkenbaar. Ik bezat ook haklaarsjes op mijn zevende, maar die waren van leer en niet van plastic. Bovendien waren het enkellaarzen met gespen en een ritsje, geen knielaarzen met stretch. Maar ach. Vroeger kon ik mijn moeder herkennen aan het patroon waarmee haar schoenen tikten, schraapten, stokten, klikten. Het verlangen om dat loopgeluid na te doen kan heel groot zijn, zeker als je zeven bent en je voeten niet groot genoeg voor je moeders afdankertjes.
De moeder van het meisje was echter ver te zoeken. De vader was zo drukdoenerig met zijn dochter dat ik hem ervan verdacht een scheidvader te zijn, die het beste had gemaakt van het maandelijkse weekend met zijn kind. De laarzen waren duidelijk vanmiddag aangeschaft, en de tassen naast het meisje op de bank wezen op nog meer materiële verwennerij. Als klap op de vuurpijl werden we nog ongewenst getrakteerd op een zevenjarige-meisjesversie van de WK-hit Waka Waka, die heupschuddend en al op film naar de afwezige moeder werd verstuurd. Blijkbaar was het huwelijk nog intact.
De man tegenover mij zuchtte misprijzend. En terecht. Het was vertederend geweest als het meisje niet zo in your face uitsloverig was geweest. Een liedje zingen is één ding, rondkijken of iedereen je ziet dansen is een tweede. En dan die misselijke vader erbij, die van pure adoratie zijn dure nokiaatje bijna te pletter liet vallen. Yuk.
Ik ging eens bij mijzelf te rade. Mijn vader houdt ook van mij, maar hij was eigenlijk altijd drukker met lol maken met mij dan het vastleggen van die lol. Ik was bovendien niet uitsloverig. Ook wij hebben flink wat winkel- en wandeltripjes achter de rug: kastanjes zoeken, poppetjesslingers knippen, sieraden maken, origamibeesten vouwen, schelpen zoeken, halve Hema-worst eten... Op een gegeven moment lieten mijn ouders een kleed knopen door een kledenmaker ergens bij de Belgische grens. Deze man maakte het kleed knoopje voor knoopje volgens een patroon dat mijn vader graag in het kleed wilde. Af en toe ging hij de vorderingen bekijken en dan ging ik vaak mee, achter in de auto, met mijn lievelingsboek. Eén keertje werd ik onderweg ziek en kotste ik mijzelf en mijn dierbare boek onder. Hij trok mijn kotskleren uit en ik mocht zijn trui aan. De beste terugrit ever, i dare say.
Afijn, ik dwaal af. Het meisje doet haar best om haar vader te behagen, zoals dochters dat kunnen doen. De man naast mij kucht waarschuwend als het meisje haar volume nog een tandje opschroeft en ook aan mijn geduld komt langzaam maar zeker een einde.
Ik heb altijd gezegd dat je kinderen niet mag afrekenen op hun uiterlijk. Feit is wel dat mooie kinderen meer kunnen maken. Dit kind is niet mooi. Goed beschouwd is ze net zo lelijk als haar pa en dat zal alleen maar erger worden. Gelukkig is er tenminste één man die van haar houdt. En het is niet de man tegenover me.
'Pardon,' barst hij uit, het meisje negerend, 'zou u het volume van uw kleine metgezel een beetje in kunnen dammen?' De vader kijkt hem verwonderd aan, gestoord in de adoratie van zijn kind, de sterren in zijn ogen doven. 'Ja, u heeft wel een beetje gelijk. Sienna, hoor je dat? Die meneer naast jou heeft last van jou! Beetje zachtjes doen dus hè?!' Het is me nu duidelijk waar het kind haar uitsloverigheid vandaan heeft. Sienna knikt gedwee en klikt vervolgens stoïcijns haar hakken tegen elkaar, terwijl ze in haar adem op het raam tekent. Nu voel ik met beide partijen mee, ondanks mijn eerdere ergernis. Maar er komen voor Sienna nog genoeg gelegenheden om haar creativiteit in de vrije loop te laten. Straks bijvoorbeeld, als ze aan haar moeder alle versverworven kleren laat zien. Ze pruilt niet eens, haar kleine hersens alweer druk bezig met andere zaken.
De vijftiger zoekt mijn goedkeurende blik, die ik hem, halfgemeend, gun. Nauwelijks merkbaar knikken wij naar elkaar. Uiteindelijk wint mijn volwassenheid het van de nostalgie: de leeftijdsband is sterker dan die van de vagijn. Ik wil me niet eens identificeren met dit veel te drukke, slierterige kind, hoe aandoenlijk haar zelfvertrouwen ook is.
De vijftiger bromt zachtjes tegen mij: 'Er worden hier treinkaartjes geknipt, geen circuskaartjes!' Ik reageer niet, ik heb net zo weinig met knorrige vijftigers als met slierterige zevenjarigen. In zelfovertuiging doen ze in ieder geval niet voor elkaar onder. Tegenover mij zit een sikkeneurige clown, naast mij een danseres in spé. Nu nog een zebra en de act is compleet...

1 opmerking:

  1. heej deirdre, leuk stuk, briljant einde! die hele scène met sienna zag ik helemaal voor me :). x.

    BeantwoordenVerwijderen