donderdag 16 december 2010

Leidraad

Toen ik laatst in mijn bedje lag, moest ik denken aan een verhaal wat ik weleens in mijn kinderbijbel heb gelezen: de parabel van de verloren zoon.
Dit verhaal draait om een ruraal eenoudergezin bestaande uit een vader en twee zonen. De oudste is heel plichtsgetrouw, staat altijd voor zijn vader klaar, werkt hard en gedraagt zich netjes. De tweede zoon heeft zijn zaken niet op orde. Hij heeft weinig dagbesteding en hij profiteert eigenlijk alleen maar van zijn oude vader. Het is nogal een klaploper.
De bengel vraagt op een schone dag alvast zijn erfdeel op bij zijn vader. Paps gaat akkoord en verdeelt zijn liquide bezit zo goed en zo kwaad als 't kan onder zijn twee zonen. De oudste zoon pot het geld op en gaat door met zijn werk op het land. De jongste zoon trekt naar de stad, maakt plezier, eet een paar keer goed en geeft wat feestjes. Maar daarna is het geld op.
Wat nu? Bengel vraagt alle gasten op zijn feest om hulp of werk, maar niemand kan hem helpen. De honger holt hem van binnen uit en, zo stond er expliciet in mijn verhaal, hij had zo'n honger dat hij zelfs varkens het spreekwoordelijke brood uit de mond zou stoten! (Neeeeeh, zó erg? Ja, echt!!)

Honger scherpt het brein, zo zegt men, en Bengel krijgt het briljante idee om het boetekleed aan te trekken (bijbels pendant la lettre) en zijn vader om hulp te vragen. Met neerhangend hoofd keert hij terug naar zijn vader en begint alvast stof te happen als zijn vader hem tegenhoudt, optilt, knuffelt en kust. Hij laat een groot feest organiseren en de vetste geitenbok slachten, omdat zijn zoon terug is.
Oudste zoon Engel is ondertussen teruggekeerd van de akker en ziet alle festiviteiten. Briesend trek hij zijn vader mee naar buiten en schreeuwt dat hij dit heel oneerlijk vindt. Zijn harde werk blijft ongezien en klaploperij wordt blijkbaar beloond! Zijn vader brengt daar tegenin, dat hij niet het gedrag van zijn jongste viert, maar het feit dat hij weer gezond en wel thuis is.

(Voor de liefhebber: ik moest er een 'echte' bijbel op naslaan, maar deze parabel is te vinden in Lucas 15: 11-32. In Lucas 15: 1-10 zijn soortgelijke verhalen te vinden: dat van het verloren schaap en dat van de verloren penning.)

Waarom dacht ik aan deze sage toen ik in mijn bedje lag? Wel, die bedderij volgde op een feestje waar ik geweest was. Het feestje werd gegeven in Canal Island en mijn jaarclub en ik togen er met de tram naar toe, zoals vaak. Ik heb me beurtelings verbaasd en geërgerd over hoeveel tijd het kan kosten om met veel mensen van de ene naar de andere locatie te komen. Dit betreft iedere groep en dus niet specifiek mijn JC. Toch vind ik het soms vervelend dat er tussen de eerste geopperde 'kom, laten we gaan!' en de laatste persoon die de deur dichtdoet zomaar drie kwartier kan verstrijken.
Na twintig minuten wachten bij een ijskoude tramhalte stapte ik met een petit mauvais hum' in de tram en een paar haltes verderop er weer uit. Toen ik wilde uitchecken, merkte ik dat ik mijn OV-chipkaart niet meer in mijn zak had. Omdat het koud was, de groep waarmee ik was plotseling wél tempo maakte en ik mijn spullen altijd zorgvuldig wegberg maar nooit vóórdat ik uitgecheckt ben, beschouwde ik dit als een verloren strijd. Op het feest was vriend R. nog zo lief om mij het blokkeringsnummer voor OV-chipkaarten te geven, maar de OV-blokkeerlijn bleek slechts op kantooruren geopend. Vrijdagavond rond tienen was er niet veel meer wat ik kon doen.

Welnu. Ik had nog een beetje cash geld, en zou het wel redden tot thuis. Op die OV-kaart stond nog maar een klein bedrag, bovendien staat er een foto op. Als iemand hem echt gestolen had, zou hij er niet lang plezier van hebben. Wel baarde het me zorgen dat mijn naam, pasfoto en IB-correspondentienummer erop stonden, maar goed, een kaart verliezen kan iedereen overkomen. Beter deze dan mijn pinpas.
Nu ik er alles aan gedaan had om te regelen wat er geregeld moest worden en er niet méér mogelijk was, besloot ik het los te laten. Het feestje werd gezelliger en fijner, ik zag mannen met mooie schoenen, maar op een gegeven moment was t tijd om huiswaarts te gaan; ik moest de laatste bus nog halen. Ik zocht of er in mijn portemonneetje niet nog een strippenkaart zwierf toen ik hem zag: mijn OV-chipkaart!!

Een kleine vreugd'kreet ontsnapte aan mijn keelgat. De terugkeer van mijn OV betekende een zorgeloos weekend, een zorgeloze kerst (want reizen met korting) en verlossing van een hoop administratieve rompslomp (pas blokkeren, nieuwe aanvragen, mugshot-achtige pasfoto's maken (vier stuks, die ik niet aan mijn mama kan slijten), foto's inleveren bij postkantoor, aangifte doen bij de politie, IB-groep bellen, bewijzen zoeken, wachten op nieuwe kaart, reisproduct uploaden, pas in gebruik nemen. Als ik niet zo'n dame was zou ik zeggen: Téring.)
Mijn eigen voorkomendheid heeft me dit bespaard. Ik denk dat ik de kaart tijdens het wachten op de tram in mijn portemonnee heb teruggestopt, uit angst hem kwijt te raken. Ik ben mijzelf dus vóór geweest en hoewel het op zijn plek zitten van mijn reispas op zichzelf geen verdienste vormt, was ik vreselijk opgelucht en blij. Ik vond het feestje direct een stuk leuker en ben ook wat langer gebleven, nu ik geen tijd kwijt zou zijn aan het kopen van een kaartje.
Natuurlijk, ik was mijn pinpas, Hunke membercard, ICI Privilegepas, BonusAirmilespas, visitekaartjes en kleingeld dankbaar dat ze waren blijven zitten waar ze zaten. Maar die ene kaart betekende op dat moment heel veel. De pas mag dan mijn zoon niet zijn, plotseling begreep ik de rurale vader beter.
Het is dat m'n OV-chipkaart in veel van mijn zakken zit, weleens op de grond valt en door veel handen gaat, anders had ik 'm gepamperd en er kleine kusjes op gegeven. En daar ben ik heel bedreven in, kleine kusjes geven. Bijna net zo goed als in geitenbokken slachten. Bèèèèèèèh....

Geen opmerkingen:

Een reactie posten