dinsdag 15 februari 2011

Nachtrust

Wachtend op een tochtig station begreep ik niet waarom de buschauffeur bij aankomst verder reed dan de paal die correspondeerde met zijn busnummer. Het slepen met een zware tas en het late tijdstip hadden er voor gezorgd dat ik te moe was om me er al te lang over te verwonderen, dus liep ik de twintig meter extra tot de deur. Eenmaal binnen wenste ik de chauffeur een goedenavond en wilde doorlopen, toen hij een uitgebreide verklaring gaf over het hoe en waarom van zijn keuze tot het niet stoppen bij de paal, maar twintig meter erachter. Zo kwam ik te weten dat hij van hogerhand de opdracht kreeg om bij een bepaalde tegel te stoppen en de paal te negeren. En dat hij bovendien ruimte overliet voor de bus die vóór hem een standplaats had, zodat die bestuurder rustig kon parkeren. Hoogst interessant, hoogst interessant. Wat een filosofie. Ik ging zitten en dacht niet meer aan chauffeurs, palen, tegels of nummers. Steve L. zong zachtjes in mijn oren dat hij ooit wel over me heen zou komen (as soon as forever is through) en ik geloofde hem op zijn woord.
De halte waar ik er uit moet is semi-tijdelijk en vrijwel onzichtbaar – de stop wordt aangegeven met een geel bordje gestoken in een betonnen blok – en veel buschauffeurs stoppen er niet als je als passagier niet heel hard aan de bel trekt. Bij daglicht is dit al heel spannend, laat staan als de zon is ondergegaan. Gelukkig ligt de bushalte vóór een stoplicht, wat de stop-en-spring-eruit-kans aanzienlijk vergoot, maar als het stoplicht op groen staat kun je het natuurlijk schudden. Alsof de duivel ermee speelt is de volgende halte als enige op die route anderhalve kilometer verder in plaats van de gebruikelijk vijfhonderd meter. Op tijd op de knop drukken kan je dus het afleggen van een kleine marathon schelen. (Okee, ik overdrijf, maar u begrijpt waar ik heen wil...)
Direct nadat de deuren zich hadden gesloten achter de voor mij voorlaatste halte drukte ik dan ook op de stopknop. Ik pakte mijn spullen en ging vast bij de deur staan. Ik zocht naar het witverlichte knopje waarmee ik zelfstandig de deur open kon krijgen maar de bus waarin ik zat was een streekbus, geen stadsbus. De bus stond stil, maar de chauffeur deed de deur niet open. Ik riep, maar toen dat geen effect had holde ik met al mijn tassen naar voren en tikte de buschauffeur aan. 'Meneer, mag ik er hier uit?!' Dodelijk geschrokken keek hij mij aan en begon voor de tweede keer die avond een monoloog af te steken over het hoe en waarom van zijn daden. Ik was al weer op weg naar buiten, maar één zin in het bijzonder hield me nog even tegen. ' Oh sórry, ik had helemaal niet in de gaten dat hier een halte was... moet je er híer uit of bij de volgende, goh, ik had het helemaal niet door... sorry hoor, sorry, ja, ik was gewoon even aan het slapen...

Toen het tot mij doordrong wat hij zei, was ik heel blij dat dit mijn laatste halte was en ik keek hem met grote ogen aan. Toen het tot hém doordrong, begon hij terug te krabbelen: 'Ja, eh, nee, ja, ik bedoel niet slapen op die manier, ik was in gedachten ergens anders...' Er ging een geschrokken zucht door de bus, en terecht. Wat ik hem eigenlijk wilde zeggen was dat slapen, op welke manier dan ook, niet geoorloofd was tijdens zijn dienst. Wat ik zei, terwijl ik hem een klopje op zijn arm gaf was dat hij 'maar niet moest slapen, want dat is niet goed.' Oe, wat welbespraakt. Maar waarschijnlijk hoorde hij me toch niet, weggezakt als hij was in dromenland. Hij reageerde niet, wat mijn vermoedens alleen maar bevestigde. Toen ik een laatste blik in de bus wierp ving ik de blik van een paar meisjes die alles hadden gehoord en hun grote, smekende ogen en verkrampte schouders waren bijna even aandoenlijk als de slaperige buschauffeur zelf.
Het schijnt dat buschauffeurs niet zo vreselijk veel verdienen (dus het draaien van vierdubbele diensten is aantrekkelijk) en natuurlijk is het eentonig werk. Toch schrok ik hier wel van. Bij de NS hebben ze voor dat soort problemen toch een betere oplossing: daar moet de conducteur om de zoveel tijd even op een pedaal drukken om te laten weten dat hij niet slaapt. Belangrijker nog is dat er in een trein geen stuur zit, alleen een voor-en-achteruitrijknop. Of een hendel, daar wil ik vanaf zijn. In ieder geval hoeft een trein veel minder dan een bus te anticiperen op andere weggebruikers. En dus hoeft een conducteur in principe veel minder alert te zijn dan een buschauffeur. Een trein gaat natuurlijk harder en er zitten meer mensen in en als er ergens één ongeluk mee gebeurt is dat deel van Nederland een halve week onbereikbaar. Dat geldt voor een bus niet, maar een ongeluk met een bus doet evenveel, zo niet méér pijn.
Ik begrijp niet dat de overheid met al haar campagnes ('Gordel om? Daar kun je mee thuiskomen'/ 'Rijd met je hart'/ 'Dertig maakt de buurt weer prettig'/ en vooral 'Twee uur rijden? Kwartiertje rust!') geen aandacht heeft besteed aan de relatief kwetsbare buschauffeurs en hun passagiers. Of zou het een gemeentelijke kwestie zijn? Hoe dan ook: ik was geschokt. Niemand past in de plooien van een als een harmonica in elkaar gevouwen bus of in de kleine kreukels van de auto die van opzij kwam, misvormd als een koekje van het laatste deeg. Of het nou ligt aan de slechte arbeidsvoorwaarden bij het vervoerbedrijf, de belabberde zichtbaarheid van de halte of aan dat mijn buschauffeur net had vernomen dat zijn vrouw vreemdging, de enige zin die ik nooit, nooit van welke chauffeur dan ook wil horen is ik was gewoon even aan het slapen.
Het zette me wel aan het denken. Als passagier kun je namelijk geen invloed uitoefenen op wat de buschauffeur doet. Dat staat zelfs op de bordjes bij zijn cabine: niet met de bestuurder praten. Dat hangt daar omdat hij niet afgeleid moet worden. Maar wie weet werkt die stilte juist averechts en moet hij even met iemand praten over de ontrouw van zijn vrouw, om te voorkomen dat hij z'n bus in de prak rijdt. Misschien moet er een biechtvader mee in elke bus, om de zorgen van de bestuurder te verlichten en hem geconcentreerd en alert te houden. Dat kost ook niks extra, want geestelijken rekenen bijna geen honorarium. Probleem opgelost. En dan kan ik ook weer met een gerust hart mee met de bus, zonder nachtmerries over vermoeidheidsongelukken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten