maandag 4 april 2011

Kriebel

Op een prikbord op FB las ik over het initiatief om penetratie van baby's, kleuters en kinderen geen verkrachting te noemen als er geen geweld in het spel is. Gevolg hiervan zou zijn dat penetratie dan ook niet geldt als een strafbaar feit. De petitie wilde de aanname van dat voorstel tegengaan.
Waar ik mij over verbaasde was dat hiermee geïmpliceerd wordt dat er geweldloze verkrachting bestaat. Waarmee ik eigenlijk bedoel dat ik deze paradoxale tautologie (ja, het staat er) niet begrijp. Bij volwassenen wordt 'onvrijwillig seksueel contact inclusief penetratie' in de volksmond 'verkrachting' genoemd. De mate van vrijwilligheid kan je onder meer afmeten aan de mate van verzet dat het potentiële slachtoffer biedt. Om dat verzet te breken en de verkrachting plaats te laten hebben, is er dan ook geweld nodig. Wat ons terugbrengt bij de vraag: kan er zoiets bestaan als een geweldloze verkrachting? Stap gerust door de deurpost: penetratie zonder geweld staat, bij volwassenen, gelijk aan vrijwillig seksueel contact.
Lekker nee-roepen en ja-doen kan natuurlijk reuze opwindend zijn, maar volwassenen kunnen hun 'echte' grenzen altijd aangeven. Voor kinderen gelden hele andere regels. Naar goed Freudiaans gebruik bezien kinderen hun eigen seksualiteit in een heel ander licht dan geslachtsrijpe personen. Als ik naar mijzelf kijk weet ik nog dat ik als kind hartstochtelijk van mensen en dingen kon houden en bijvoorbeeld lang heb gedacht, nee, zeker heb geweten, dat ik met de beste vriend van mijn broer zou trouwen en kinderen krijgen als de tijd rijp was. (Over de law of attraction gesproken....)
Toch bleef de precieze uitvoering daarvan altijd in het ongewisse: ik zag mijzelf wel in een witte jurk en ook mijn nog te concipiëren kind in een wiegje, maar totstandkoming ervan bleef vaag. Het was een ongeconsumeerde, onstoffelijke vorm van verliefdheid die in mijn hoofd natuurlijk grote vormen aannam.

(Het duurde overigens heel lang voordat ik doorkreeg dat huwelijken kunnen strandden, dat je kinderen kunt krijgen voordat of zelfs zonder dat je getrouwd bent en dat zijn goede inborst belangrijker is dan zijn haarkleur of zijn goede achternaam. Ja, ik wist al vroeg wat ik belangrijk vond in een man.)

Kinderen worden sowieso aangetast in hun persoonlijke levenssfeer. Dat begint al vlak na de geboorte. De gave teint en grote ogen van zo'n kleine kinderwagenbewoner oefenen grote aantrekkingskracht uit op iedereen die er in kijkt. Totale vreemden poken met ongewassen vingers in hun kleine gezichten, stoere neven en naar zoet parfum riekende buurvrouwen tillen ze ongevraagd op, vrijpostige opa's spelen paardje-in-galop op schoten, vertederde tienermeisjes kietelen op wangetjes en onder voetjes. Als het kind van schrik en afschuw begint te huilen wordt het in het ergste geval niet teruggegeven aan een mama of een papa maar juist sterker tegen de kin van de boosdoener vastgeklemd en 'getroost', als om te bewijzen dat het kind niet weet wat het doet: 'Oh, vind jij het niet fijn dat tante Agatha aan jou zit? Dat vind jij niet fijn hè, nee, ik zie het, kleine schat van me! Tante Agatha wil alleen maar even met jou spelen, dat vind je toch wel goed? Oh kijk eens, hij heeft mijn baardhaar vast! Foei, kleine deugniet...'
Ouders leren hun kinderen, en vooral hun dochters, dat ze 'lief' moeten zijn en zich dit soort dingen moeten laten welgevallen. Een goed kind is 'zoet', en protesteert niet tegen goedbedoelde liefkozingen, ook niet – juist niet – als een vreemde ze uitdeelt. Het intuïtieve ongemak dat het kind kenbaar maakt wordt systematisch de kop ingedrukt en als het kind 'lief' is en zich 'goed' gedraagt, wordt het beloond met lieve woordjes en kleine cadeautjes. Waar het dan weer voor moet bedanken met... precies, nog een zoentje. En zo wordt het kind gedwongen zijn kleine ziel stukje bij beetje te verkopen voor een zuurtje of een pluchen beertje.

Ouders zijn trots en opgelucht als hun kind 'makkelijk contact legt' en 'helemaal niet moeilijk doet'. Zij zijn het die er op worden afgerekend als een kind 'weerbarstig' is. En geen enkele ouder wil dat graag horen. De druk die er op het kind staat is hoog, maar de druk op de ouders is immens. Het kind, hoe jong ook, is de graadmeter van de opvoedkundigheid van de ouders. Slaapgebrek, lekkende mammalia, schrijnende hechtingen, pappastress en de constante geur van Zwitsal-met-stront maken een complimentje over dit grote project genaamd Kind aan hen meer dan welkom. Het enige luchtpunt (pun intended) in hun voorlopig kerriekleurige negorij is de zekerheid dat hun kind nu al sociaal geslaagd is. En daar houden ze met hun laatste krachten aan vast.

Opvallend is wel dat kinderen zelden beginnen te huilen als ze in contact komen met tot dan toe onbekende leeftijdsgenoten of huisdieren. Op de crèche heeft een kind het vaak hartstikke gezellig en kan het leren omgaan met andere kinderen, zonder dat hij of zij door hen ongevraagd wordt aangeraakt. Gebeurt dat wel, dan deelt de ontvanger rücksichtslos een vriendschappelijk doch serieus klapje uit. En na een paar traantjes weet iedereen weer waar hij aan toe is.
(Kon dat bij tante Agatha ook maar. Een eens verleende gunst... )

Insinueer ik hiermee dat kindermisbruik gedeeltelijk de schuld van de ouders is? Ik zou niet durven. Het kan ook niet zo zwart-wit gesteld worden als ik hier neerpen. Het kind moet immers zijn crècheleiding kunnen vertrouwen – tot op zekere hoogte. Een crècheleid(st)er mag het kind namelijk misschien wel verschonen, eten geven, een aai over de bol geven als het is gevallen en een pyjamaatje aantrekken voor het middagslaapje. Maar alles wat verder gaat dan die vrij mechanische handelingen is ongeoorloofd. En de lijn ertussen is dun.
Natuurlijk zitten er meer haken en ogen aan dit verhaal. Aandacht, liefkozing en het prijzen van een kind zijn net zozeer van belang voor zijn ontwikkeling als negeren en straf. Je doet je kind niet op de crèche om het daar aan zijn lot over te laten: crecheleid(st)ers zijn juist professioneel getraind om je kind intellectueel en emotioneel te stimuleren.
Een kind van drie maanden oud heeft meer verzorging en lichamelijk contact nodig dan een driejarige, die ik voor het gemak op dezelfde hoop gooi. Maar hoewel ieder kind andere behoeften heeft, is de grens van wat nog betamelijk is heel duidelijk. Hoe ouder het kind, hoe belangrijker het is dat hij zelf aangeeft wanneer er iets niet goed zit. Als het kind nog niet praten kan is dat dus dubbel lastig. Om over het gebruik van geweld nog maar te zwijgen, want kleuters kunnen bijna geen verweer leveren tegen een volgroeide volwassene. En juist daarom vind ik dat penetratie en andersoortig misbruik bij die kinderen extra zwaar bestraft moet worden.

Laat ik twee dingen rechtzetten. Ten eerste gaat het in achtennegentig procent van de gevallen goed: ofwel het kind wordt niet misbruikt, of het schakelt de intuïtie op de juiste momenten goed in. Een ongewilde zoen op je wang is immers echt iets anders dan penetratie, al voelt de privacyschending net zo erg. Punt twee: de crècheleid(st)ers zijn niet mijn zondebokken. Misbruik kan plaatsvinden door iedereen, ongeacht de leeftijd van het kind: of de misbruiker nou oud, jong, man, vrouw is, een 'machtspositie' bezit of zelf kinderen heeft of juist niet. In dat opzicht lijkt het op kanker: misbruik is niet selectief. Het heeft weinig zin om een kind bang te maken voor bepaalde groepen mensen – en daar is die intuïtie dus voor.

En de moraal van het verhaal? Als je de baardharen van tante Agatha vervelend vindt, zet een keel op en stop niet voor ze weg is. Schreeuw je ongenoegen er vol overtuiging uit. Of je nou een half jaar oud bent of achttien jaar: als het niet goed voelt, protesteer dan met iedere vezel die je in je hebt. Het volgen van je intuïtie loont. Altijd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten