Na lang twijfelen ben ik begonnen in Robert Vuijsjes Alleen maar nette mensen. Ik had de achttienhonderdste druk al wel in mijn Albert Heijn zien liggen, maar vond €12.50 wat teveel voor een boek dat ongetwijfeld iets vervelends zou losmaken in mijn vrouwenhoofd. Wat ik er van gehoord had, was dat het een zeer stigmatiserend, koloniaal boek was dat zich wentelde in sterotypen over zwarte mensen die al veel te lang de ronde doen.
In kleine hoofdstukjes wordt het leven van David Samuels beschreven, die op zoek is naar een negerin van het zuiverste water. Geen bounty, die zijn te aangepast, en ze moet zeer zwart zijn, maar wel toegankelijk. (Dit zijn niet mijn termen, lieve lezer, dat mag duidelijk zijn.) David zoekt in de Bijlmer. Die, in allerlei opzichten, mijlenver verwijderd ligt van zijn eigen vertrouwde omgeving; het kakkineuze Oud-Zuid.
Mijn eerste indruk? Vlot geschreven, vermakelijk bij vlagen, en een beetje net-niet. Dat wil zeggen: ik denk dat Vuijsje een wat Blauwe Maandagen-achtige stijl probeerde te handhaven, en ik vind dat dat hem net niet gelukt is. Vuijsjes karakters zijn zo stereotype dat het onrealistisch wordt: hij legt het er te dik bovenop.
Davids grootste probleem schijnt te zijn dat hij een Jood is die op een Marokkaan lijkt (en als een Marokkaan behandeld wordt) en daarom de aandacht van zichzelf probeert af te leiden door zich te verschuilen achter (of in) een grote negerin. Hij ontmoet Rowanda en haar familie, maar die relatie strandt. Hij zet zijn zoektocht voort in Amerika, maar komt daar tot de conclusie dat de intellectuele zwarte vrouw die hij ontmoet, saaier is dan Rowanda. Bij terugkeer wil noch Rowanda, nog zijn Oud-Zuid-vriendin Naomi nog iets met hem te maken hebben. Daarom legt hij zich neer bij Naima, de Marokkaanse caissière van zijn plaatselijke, door Joden drukbezochte Albert Heijn.
Ik ben er ook nog niet achter wat Vuijsje met dit boekje duidelijk wil maken. Stereotypen zijn er in alle soorten en maten: over kakkers, over Marokkanen, over Joden, over witte mensen, over zwarte mensen en over tokkies. Ieder stereotype heeft een kern van waarheid. Vuijsjes karakterschetsen zijn echter zo absurd dat ze bij hen die dieper nadenken geen spoor zullen achterlaten en bij hen die hun waarheid op het stereotype baseren, die waarheid slechts zullen bevestigen.
Davids drang om zich af te zetten, liefst zo ver mogelijk van zijn eigen milieu, past goed bij een puber van vijftien. Maar David is geen puber, hij is eenentwintig. En hij denkt zijn oplossing niet te vinden in drank en drugs, nee, een dikbillige negerin moet zijn leven een nieuwe impuls verschaffen. Tsja. Wat zal ik er eens van zeggen.
Zijn proloog vond ik nog wel het vermakelijkst van alles van wat ik tot nu toe gelezen heb, vanwege de waarheid die er voor mij in school. Wat mij betreft had dit als column in de Volkskrant prima volstaan. De rest van het boek leest makkelijk weg, maar is qua stijl niet vernieuwend en dat kunstje met die hyperbolen heb je na vijf karakters ook wel door. Best grappig, maar traditioneel literair zou ik het niet noemen. Al was dat misschien zijn intentie niet. Al weet ik niet wiens intentie zwaarder telt.
Wat ik wel weet, is dat Vuijsje door verschillende groepen veel is verweten. De eerste druk dateert uit 2008, toen kaboelafeesten nog hoogtij vierden in Bijlmerse garageboxen. De stofwolken zijn nu wel gaan liggen. Wat waar is, is dat hij zich niet positief uitlaat over vrouwen (zijn moeder is een zweverige, nuffige dame, zijn vriendin Naomi een verwend tutje met een Hello Kitty-obsessie) of mannen (score; één emotioneel gesloten vader, een werkloze karakteracteur, twee opgeschoten jeugdvrienden die elkaar napraten en een schoonbroer die hem onderdeel laat zijn van een towerbridge. (ook héél erg 2008.) Verder spaart hij ook Joden (textiel- of anderszins) en zwarten niet. De enige 'groep' van wie hij geen stereotype schetst zijn de Marokkanen, maar tussen die regels door komen die er ook bekaaid af. Het lijkt wel alsof ze geeneens een stereotype waard zijn.
Over de vraag of Vuijsjes boek racistisch genoemd kan worden, wil ik me hier slechts lichtjes buigen. Racisme heeft te maken met persoonlijke beleving en het is daarom niet zo makkelijk om iets als wel of juist niet racistisch te bestempelen. Het argument dat het boek niet racistisch zou zijn omdat hij allerlei bevolkings/geloofs/kleur/culturele groepen op de hak neemt wil ik hier wél even ontkrachten: dat legitimeert de zaken namelijk nog niet en breit ze evenmin recht. Als jij op het schoolplein een schop krijgt, doet dat toch ook niet minder zeer als de rest van de klas er ook een ontvangt? Nou dan.
Bovendien vind ik dat het stereotype beschrijven van een bepaalde groep aan de ene groep meer (diepere, meer permanente) schade kan toebrengen dan aan de andere. Dat heeft, in mijn opinie, te maken met startblokken. En niet elke groep die hij op de hak neemt, staat op dezelfde positie in het startblok.
En dan nu: Rowanda. Een vierentwintigjarige, pikzwarte, laagopgeleide ex-tienermoeder (getuige Tyrell, zeven jaar, en zijn halfzuster Chanel) uit de Bijlmer. Rowanda heeft twee gouden tanden (ROW en ANDA) twee broertjes (Clifton en Delano) en significant overgewicht, vandaar haar cup 95F. Haar voorliefde voor glimmende spandex, zwart nephaar en panterprint is groot en omgekeerd evenredig aan haar woordenschat en grammatica. Ze aarzelt niet om David geld te vragen voor rijlessen of ondergoed. Hij heeft het, zij wil het: probleem opgelost, toch? Met Tyrells vader ging het uit omdat hij teveel bijvrouwen had. Ze gooide kokend water over hem heen en toen is hij vertrokken. Nu woont ze bij haar moeder.
(Snapt u zo zoetjesaan wat ik bedoel met 'er te dik bovenop liggen'?)
Tuurlijk, de Rowanda bestaat. Er bestaan vrouwen die zich zo kleden en gedragen als zij. Maar toch lijkt het me sterk dat alle Rowanda's in de Bijlmer (ja, laten we daar beginnen) én pikzwart zijn, én een pruik dragen, én al jong kinderen zonder man grootbrengen, én laagopgeleid zijn, én het pikken dat hun man er andere vrouwen op nahoudt, én zich gedragen als hoertjes, én gewelddadig zijn, én graag zuurstokroze leggings dragen. De stereotypering is zo absurd dat bijna iedereen begrijpt dat zulke extremen niet voor niets extreem zijn.
Toch doet Vuijsje een suggestie die een stuk serieuzer van toon is: dat er zoiets bestaat als 'authentieke zwartheid'. Rowanda classificeert hij bovendien als 'authentiek zwart'.
'Authentieke zwartheid' verwordt dan tot een paar kernwaarden: pikzwart, voor alles in, laagopgeleid, gewelddadig, vraatzuchtig, kenauerig in haar doen en laten. Zoals de vakliteratuur beschrijft: een black bitch, opvliegend, 'krachtig' en grof in de mond. Op het moment dat een zwarte vrouw niet aan deze beschrijving voldoet, is ze een bounty met kapsones en een identiteitscrisis. Aan één ei is geen ei doet David overigens niet: halfbloeden noemt hij ook negers.
De tweede suggestie die hieruit voortvloeit, is dat er onder zwarte mensen geen sociale klasse bestaat behalve de lage. Als een witte vrouw zich stelselmatig overeet, kinderen van verschillende kerels heeft, geld vraagt voor seks en zich gedraagt als een bouwvakker, plakken we daar het woord 'tokkie' op – het is het type mensen waar Davids moeder haar Joodse gok voor op zou halen. Bij zwarte vrouwen heet dat echter 'authentiek'.
Voor zwarte mannen is Vuijsje niet vriendelijker. Zwarte mannen zijn onverantwoordelijk, promiscue, lui, dom en gewelddadig. Deze onverantwoordelijke houding is een gevolg van de erfzonde van de slavernij (met een grote D en een grote S) en een generationeel probleem: de zwarte man had namelijk zelf geen vader die het goede voorbeeld gaf en hij is te achterlijk om zelf uit te zoeken, hoe het ook anders kan. Het zit, zogezegd, in zijn natuur.
De quasi-meelijwekkende taferelen van David die wordt geweigerd in een club, raar wordt aangekeken in de tram of tegen wie kwetsende dingen worden gezegd op basis van een verkeerde aanname, doen niets aan de ernst van de zaak af. Als ik een goede dag had, zou ik zijn stereotypering afdoen als een manier om mensen aan het denken te zetten. Showing, not telling. Maar terwijl David voortdurend herhaalt dat hij Joods is, zodat je als lezer het misverstand en de ironie herhaaldelijk doorkrijgt, spreekt niemand de beweringen over zwarte mannen echter tegen of houdt er het 'juiste' voorbeeld naast.
Het is vervelend voor David dat hij als een Marokkaan behandeld wordt terwijl hij het niet is en niet wil zijn, en juist daarom is het opvallend dat hij er zelf nog zo'n hokjesmentaliteit op nahoudt. Ik denk dat het boek minder oppervlakkig was geweest als David niet zo'n flat character was gebleven maar was gegroeid in zijn aannames en gedachten. In plaats daarvan wil hij bij Naomi blijven (krijgen wat je wilt en willen wat je hebt) en als dat niet meer gaat, probeert hij het bij Naima. Dat is een vreemde plotwending. David bedenkt plotseling dat hij zich onder Marokkanen (met een grote M) wil begeven omdat hij toch al als Marokkaan wordt gezien. Nou kijk, dáár had ik nou wel een roman over willen lezen. Daar waren al die stereotypen niet voor nodig geweest. Nu heeft de meest voor de hand liggende conclusie minder met authenticiteit te maken en meer met snelle wip. Ik vind het een goede grap, maar meer ook niet.
Dat hij Naima afschildert als second best – ze lijkt genoeg op een negerin om het ermee te doen – is niet erg vleiend. Bovendien is Naima ook een bounty, anders zou ze niet op het Olympiaplein wonen. Al die heisa over negerinnen en zelfs een reis naar Amerika konden er niet voor zorgen dat David zijn eisen bijstelde. En nu huppelt er een bountymarokkaan voorbij en hij legt 't met d'r aan. Zwak hoor. Zwart of niet; zo'n man zou ik ook niet hoeven...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten