woensdag 9 mei 2012

Bal

De reden achter het schrijven van een biografie is naast geld opstrijken vaak het bieden van inspiratie. Een biografie komt vaak uit aan het einde of op het vermeende hoogtepunt van een carrière (zodat er uit diezelfde biografie aan het einde van diezelfde carrière nog een slaatje geslagen kan worden) en de rockster, sporter of politicus zich verzekerd ziet van zijn oude dag, dankzij een geremasterde versie van zijn eerdere levensdocument.

Er zijn biografieën die hele volksstammen hebben geïnspireerd. Nelson Mandela, Bill Gates, Steve Jobbs, Kurt Cobain of Che Guevara zijn een paar namen die in deze tot de verbeelding spreken. Zo'n boek dorst de lest naar ofwel de persoonlijke details over iemands leven (huwelijksproblemen, lievelingseten, jeugdperikelen) of bevestigd de sleaze and dirt waarvan je eigenlijk al op de hoogte was, maar die je nog verder op wilt kloppen. (hoevéél soorten drugs, met wie, en was het vóór of na het auto-ongeluk?)

Een persoon die voor mij buiten beide categorieën valt is Andre Agasssi. Ik las de biografie van deze sporter op aanraden van mijn buurman, die het een zeer goed boek vond. Ik ben wellicht wat te jong en mijn interesse in tennis is nooit groot geweest, maar Agassi schijnt in zijn hoogtijdagen de hete schrik van het gravel te zijn geweest, waarbij vooral zijn haar erg tot de verbeelding sprak. Daar wist ik niets van; wel wist ik dat hij met Suddenly Susan-actrice Brooke Shields getrouwd was, omdat ik dat een leuke serie vond.
Nu neig ik meer naar het lezen van levensverhalen van politici en verslaafde rocksterren – om redenen die ik hierboven heb beschreven – maar was bereid het boek een kans te geven. Mijn idee van een professionele sportcarrière is dat de persoon die 'm en daarmee hét wil maken van jongs af aan gedurende een relatief korte maar zeer zware tijd alles moet laten wijken voor sport; persoonlijk geluk, sociale uitjes, liefde, en in sommige gevallen lichamelijke ontwikkeling. In ruil daarvoor krijgt men geld, roem, en levenslang gratis deodorant.

Dat was een gemiste kans. Open begint met een beschrijving van Agassi's jeugd, in retroperspectief. Hij beschrijft een machine die ballen slaat, zijn obsessieve en strenge vader en zijn eigen angst en grondige afkeer van tennis. Vooral zijn afkeer voor tennis is een terugkerend thema; hij raakt er niet over uitgepraat en ieder succes dat hij beschrijft bestaat bij gratie van die haat. Meestal haal ik inspiratie uit het lezen over hoe iemand tegenslagen in zijn leven te boven is gekomen, maar wat als je alles in het leven ervaart als een tegenslag?

Eigenlijk ging het bij zijn geboorte al mis; Andre heeft een aangeboren rugafwijking. Toen waren daar zijn toegeeflijke, dociele moeder en zijn dominante vader, die hem goedbedoeld het leven zuur maakten. De oprichter van zijn spartaanse trainingskamp, waar ballen slaan prioriteit krijgt boven cijfers. Het publiek, dat hem ongenadig affakkelt bij iedere verloren wedstrijd. Andre Agassi wil niets, zo lijkt het. Hij wilde niet verhuizen, toch is het gebeurd. Hij wilde niet naar een trainingskamp, toch is hij gegaan. Hij wilde niet trouwen, hij is toch getrouwd. Hij wilde niet scheiden; dat is toch gebeurd.
De grootste klap op de vuurpijl moet nog komen: om de vijf pagina's s staat aangegeven hoe groot de hekel is die Andre aan tennis heeft. Hij haatte het vanaf zijn eerste bal, zijn eerste racket, zijn eerste ademtocht: Andre Agassi heeft een verschrikkelijke hekel aan tennis, zo verschrikkelijk dat zijn haren ervan zijn uitgevallen.
En toch, lieve lezer, toch heeft Andre Agassi het gepresteerd om toptennisser te worden en zijn hele leven in het teken van tennis te stellen.
Met het overwinnen van tegenslagen heeft dit niets meer te maken; dat is gewoon slap.

De wereld overkomt Andre, en hij laat zich meevoeren, zacht mokkend als een kind dat een ijsje in het vooruitzicht is gesteld dat maar niet komt. Zou de biografie een andere richting in zijn geslagen – dé andere richting, namelijk die waarop hij zich had afgezet tegen zijn vader, zich was gaan toeleggen op schilderkunst en een gevierd schilder was geworden ergens in een hippiekolonie, verknipt, briljant, getalenteerd en rijk – dan had ik er inspiratie uitgehaald, maar nu is het een samenraapsel van zieligmoeilijklastignaar en kijk-mij-eens-geleefd-worden.

Vervelend vond ik ook het stuk over zijn ex-vrouw, Brooke Shields. Zij is vijf jaar ouder dan hij en hij was in eerste instantie verliefd op haar. Hij is met haar getrouwd geweest en in het boek wordt geen aanleiding gegeven voor hun scheiden anders dan het uit elkaar gegroeid zijn. Ze zijn een flinke tijd samen geweest waarvan twee als echtelieden. Toch schildert hij haar af als een racuneus, ongeïnteresseerd, zelfzuchtig, verwend en oppervlakkig mokkel.
Toegegeven, het tegenovergestelde van liefde is onverschilligheid en in dat opzicht laat ze hem zeker niet onberoerd, maar ik vraag me af waarom het nodig is om zo'n tien jaar na dato zo af te geven op iemand aan wie je ooit beloofd hebt er de rest van je leven bij te blijven.
Een autobiografie is natuurlijk een egodocument, en Andre mag schrijven wat hij wil, en erg respectvol is het niet. Ik vind het ook niet erg gentleman-like, daar zij zich niet kan verweren tegen die beschuldigingen. (Gesteld dat ze dat zou willen, want erkennen is toegeven...) En het is gewoon niet erg fair.

(Over zijn huidige vrouw is hij niets dan enthousiast, bewonderend en lofrijk. Het ligt er erg dik bovenop. We spreken hem over tien jaar wel weer, als de vonken samen met de passie achter het net zijn verdwenen. Open- The Second Half)

De enige les die ik tot nog toe uit dit boek heb kunnen halen, is dat je op tijd aan de bel moet trekken als iets in je leven je niet zint, omdat het verven van je haar, het nemen van een toupet of het schieten van een oorgat behoren tot de minder bevredigende oplossingen. Voor je het weet ben je toptennisser en kun je niet meer terug. Game, set, match.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten