woensdag 26 december 2012

Pilot

Mijn weg naar een auto gaat niet over rozen. Eerder over rotsen, kinderhoofden en spijkers. Nadat deze trip een aanvlucht nam, ergens in december vorig jaar, heb ik flink wat uren in de auto gezeten.

Inderdaad, ik had om een rustige instructeur gevraagd. Maar mijn eerste begeleider was zó rustig dat zelfs driewielers me nog inhaalden. Hij was daarnaast erg bezig met zijn gewicht, wat er in resulteerde dat hij vooral hongerig was en stonk, op een hele intrusieve manier. Soms was het zo erg dat ik me niet kon concentreren op de weg. Hij was best aardig tegen me, daar schortte het niet aan, maar ik schoot geen meter op en dat terwijl diezelfde meter doorliep, zogezegd. Ik was echter naïef – wist ik veel! – en allang dankbaar dat hij niet rookte – iets wat ik nog minder kan verdragen dan lijflucht, ondervoedingsadem en/of poriestank.

Dit probleem loste zich vanzelf op toen hij door omstandigheden stopte met werken. Ik kreeg een nieuwe instructeur, die weliswaar rookte, maar die mij in mijn eerste uur met hem meer hielp dan in het ganse halfjaar ervoor. Hij rookte bovendien niet in de auto, op mijn verzoek. Deze beste man stopte echter met werken op zaterdag en in zijn vakantie kreeg ik nog eens twee instructeurs, die allebei rookten alsof ze er betaald voor kregen. Of misschien was dan ook zo.

Net toen ik dacht dat nicotinedamp inherent was aan rijinstructeurs, kreeg ik een nietroker. Ik hoor u denken: heb ik iets tegen rokers? Neen, maar wel tegen roken, en van een instructeur die in de auto stapt terwijl hij zijn laatste hijs half in de auto uitblaast verzuren mijn hersenen en vernauwt mijn luchtpijp. En dat terwijl zuurstof zo cruciaal is voor het leerproces dat rijden is. Is het eerlijk dat ik mijn haar moet wassen omdat de persoon die ik betaal om mij te helpen rijden graag z'n bronchiën verschroeit? Ik dacht van niet. En we reden niet in een station met open dak, maar in een bescheiden vierdeurs Opel. Alsof een lesauto, met zijn zweethandige, nerveuzige en vooral talrijke bestuurders, niet al smerig genoeg is.

De teller stond inmiddels op vijf. Als permanente vervanger kreeg ik een hele zachtaardige, jonge kerel die ook al een project on the side had: zijn voorjaarsbruiloft. Gelukkig kwam dit niet tussen ons in te staan. En afgelopen week mocht ik dan eindelijk afrijden.

Uur U zou dinsdagmorgen plaatshebben. Maandagmiddag werd ik gebeld dat mijn instructeur ziek was en ik het met een andere instructeur zou moeten doen. U begrijpt, mijn hoop op slagen drukte zich terstond richting aardkern: een andere auto zo vlak voor het examen was een faliekante garantie op zak, op zakken dus. Rust nam het over van stress, zoals vaak in dit soort situaties als je er alles aan gedaan hebt maar er niets meer aan kunt doen, en ik besloot om alle gedachten los te laten. Soms lijkt het universum signalen af te geven. En als ik het nu niet zou halen, nou ja, dan bracht januari nog een poging.

Ik ging voor de bijl – nu maakte het niet veel meer uit. Mijn examinator leek op een van mijn eerste liefdes, wat verwarrend was. Ik verknalde het parkeren en de navigatietrip, maar we kwamen weer veilig bij het CBR. Zijn commentaar: 'Al sta jij een úúr te steken op een plek, ik zag dat je het veilig deed. Dus gefeliciteerd.'

Bedankt, sweetheart. Mijn dag is goed. Volgende week kan ik naar het gemeentehuis en daarna ligt de wereld niet alleen aan mijn voeten, ik kan mijn bolide, en dankzij die zes instructeurs om het even welke bolide op de rode loper houden die snelweg heet. Voor het eerst alleen, maar ik heb er vertrouwen in. Vergeet stress, vergeet geld, vergeet alles. Het enige wat telt is mijn roze multipass en mijn gaspedaal. Byeeeeeeeee.....

Geen opmerkingen:

Een reactie posten