Tijdens een van mijn eerste banen, toen ik nog jong, naïef en onbedorven was, kwam er eens een witte vrouw met een allerschattigst bruin kind in een wagen de winkel waar ik werkte binnen. Het meisje leek op mij toen ik zo oud was en met het gretige narcisme dat met die leeftijd gepaard gaat viel ik op het kind aan. Het scheelde dat ze naar me kirde, haar kleine handjes uitstak en haar drie tanden bloot lachte. Ik was op slag verliefd en keek derhalve ook haar moeder aan met niets dan sterren in mijn ogen. De naam van het kind: Louise. Een naam om te onthouden. Louise zal waarschijnlijk dit jaar naar gymnasium twee overgaan; het leek me toen al een slim en sociaal kind.
Spoelt u even met mij mee? Het is maandag, vier maart 2013. De winkels zijn nog lekker leeg en dat bevalt me wel. In de plaatselijke Hema kom ik in het pad met damesbeenmode een vrouw tegen die me heel vriendelijk gedag zegt. Ik ben een net meisje en mijn humeur is dankzij die mooie dag net zo zonnig als het weer, dus ik groet vriendelijk doch behoudend terug. Deze stad zit vol met mafkezen m/v en alles wat ze nodig hebben is een nanoseconde te lang, of een woord zoals 'hallo'. Onze paden kruisen elkaar nog zo'n drie keer in de winkel, maar daar zoek ik niets achter. Tot ze me staande houdt.
'Je hebt zó'n bekend gezicht... heb ik jou niet.... ik heb een dochter die wat op je lijkt, ze is net zo bruin als jij – dat klinkt natuurlijk een beetje gek... Mijn dochter is ongeveer dertig en in verwachting van een tweeling – je lijkt zo vreselijk op iemand die ik ken...!'
Allright. Licht warrig verhaal van een trotse oma in wording. De vrouw is allicht geen mafkees, ze is een betrokken moeder in bezit van een bruine dochter. Dat schept vertrouwen en een band;
de band van het Genootschap der Bruine Mensen, ouders incluis.
'Oh, wat leuk, gefeliciteerd!' zeg ik. Eerlijkheid gebiedt mij te bekennen dat ik inderdaad benieuwd ben naar hoe de tweeling van de vrouw eruit ziet, omdat ik me dan een waanvoorstelling kan maken van hoe mijn nakomelingen eruit zouden kunnen komen te zien. Opzet geslaagd; gretig narcisme. Ze vraagt mijn naam, we komen tot de conclusie dat ze mij niet kent, we nemen hartelijk afscheid en ik verzet mijn gedachten.
En kwartiertje later kom ik haar nogmaals tegen, nu in de AH. 'We kennen elkaar nu wél, toch?' grap ik. Vlug sluit ze achter me aan in de rij. 'Ja, inderdaad,' straalt ze. Ze steekt haar hand uit. 'Louise!'. Ik slik – Louise!- en stel me nogmaals voor. 'God zegene je kind, ik ben heel, heel blij je ontmoet te hebben.' Nu voel ik me vreemd en in verlegenheid gebracht. Van zegeningen waar ik niet om gevraagd heb, word ik nerveus, al kan ik alle hulp gebruiken die ik krijgen kan. Aan de ene kant ben ik achterdochtig, schamper bijna, wil ik haar instinctief afstoten en belachelijk maken. Aan de andere kant blijft ze indringend naar me kijken – mijn aanblik emotioneert haar, zonder dat ik weet waarom. En het is niet nodig, zelfs ongepast, daar spot mee te drijven. We nemen voor de tweede keer hartelijk afscheid en ik haast mij met vraagtekens in mijn buik naar de naastgelegen bloemenstal.
Mijn zoektocht naar witte chrysanten wordt gestoord door een stem die ik inmiddels al te goed ken. 'Die roze zijn ook mooi,' zegt Louise zachtjes achter me. Ik draai me om. Ze ziet er uit alsof ze me iets wil vertellen, maar het komt er niet uit. Daar heeft ze waarschijnlijk teveel decorum en verstand voor – per slot van rekening heeft ze een dochter van dertig, en al is ze een vrouw, méér vragen druist tegen de wetten van de beleefdheid in. Maar datzelfde geldt voor mij.
Wat kan ik doen? Moet ik haar mijn nummer geven, zonder reden? Haar vragen om even koffie met me te drinken? Ik voel me beklemd, maar ben besluiteloos. En nu wil ik echt weg.
'We komen elkaar nog wel tegen, hoop ik?' zegt Louise. 'Dat hoop ik ook,' beaam ik, terwijl ik het onbehagen van me afschud en haar mijn sterrenogenblik geef. Ze zegent me nog een keer en nu neem ik haar zegen welwillend aan. Er is niets engs aan deze vrouw, en misschien vertelt ze me een volgende keer wat er aan de hand is.
Louise. Ik geloof niet in toeval, en denk dat deze ontmoeting nog wel een staartje krijgt. Of twee, afhankelijk van het geslacht van de tweeling.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten