Zo nu en dan laat ik me verleiden tot de aanschaf van een staatslot. De bekoring van een massa geld – enorm, of wat kleiner – is groot. En zoals velen droom ik weleens van de financiële zorgeloosheid die sommen van die grootte met zich meebrengt, al is het maar tijdelijk. Met die bedoel ik bijvoorbeeld vijf miljoen. Of zelfs één.
Het winnen van één miljoen zie ik als een aanmoedigingsprijs. Gesteld dat het belastingvrij is en je niet ook nog eens de helft moet afdragen (terug naar de bron!) maakt het in mijn geval het verschil tussen extreem comfort en een gewoon leven. Je hoort weleens verhalen (vooral uit Groot-Brittannië) van winnaars die alles verbrassen en uiteindelijk armer eindigen dan vóor het winnen van het bedrag. Nu schijnt er in Nederland winnaarsbegeleiding te zijn, maar ik weet niet of een miljoen al telt als hulpwaardig. Ik denk dat er te weinig te begeleiden valt. En dat is de aanmoediging die ik bedoel: een kleine zekerheid die je in staat stelt, een reis te maken of een nieuwe auto te kopen. De vervulling van één, één, relatief kleine wens.
Voor de kunst van het wachtplennen heb ik me laten inspireren door de Jehova's, die al tijden wachten op iets waarvan ze niet weten wat het precies is – ja, het einde van een onzuivere tijd, maar wat houdt dat precies in? – ze geloven heilig dat het komt en bereiden zich er daarom op eenzelfde devote manier op voor. Als je het maar lang en vurig genoeg hoopt, komt het vanzelf een keer, toch?
Als ik een miljoen zou winnen, zou ik mijzelf dertig jaar hypotheeksores besparen door een huisje te kopen. En ik zou opnieuw gaan studeren. Van wat er overbleef zou ik een personal trainer inhuren, en een wellnesscoach. Het is mijn geld, en het is niet zoveel, dus ik spendeer het het liefst aan mijn geluk en welzijn, maar delen levert goede energie op. Ik zou mijn naaste familie trakteren op iets leuks. En een beetje aan een goed doel schenken.
De rest zou ik op een spaarrekening zetten: beleggen is zó premillennium en voor je het weet is een dikbuikige sjacheraar er met je knaken vandoor. (Al is dat, nu ik er over nadenk, bij een bank niet anders. Misschien dan maar een kluis in mijn nieuwe huis, ondanks het gebrek aan rente.)
Voor nu blijft het bij een strakke planning. Mocht het mij ten deel vallen, dan zal ik tenminste niet aan stressverbrassing hoeven doen – dat scheelt alweer. Geen uitspattingen in vergankelijke dingen als kleding, voedsel of sieraden. Tenslotte kun je maar één paar schoenen tegelijk aan. Geen overprijsde reizen of louche investeringen. Neen. Kalmte, beleid, plan. Het scheelt dat ik me die cursus ook zónder een miljoen wel kan veroorloven.
Natuurlijk, het zou fijn zijn om niet op de prijs te hoeven letten als ik winkel, om eens twee complete outfits in één keer te kopen en om me moe te kunnen lopen op de Haarlemmerstraat, in de Bijenkorf of in het centrum van Den Bosch. Het zou fijn zijn om alleen Camps & Camps te dragen omdat ik dat mooi vind, en niet omdat ik me geen Schaap & Citroen kan veroorloven.
Maar toch: het idee dat als ik een maandje wacht, ik kleren voor een fractie van de prijs kan krijgen zou niet verdwijnen als ik meer geld had. Hollandse zuinigheid heeft nog nooit iemand windeieren gelegd.
(Ziet u het? Twee uitdrukkingen voor de prijs van één. Et voila.)
Ik zou het geld gebruiken om tijd te kopen om uit te vinden waar ik echt gelukkig van word, wat me werkelijk energie geeft, en aan mijn geestelijke gezondheid. Ik zou mijn stress afkopen, en me laten masseren. En ik zou zoeken naar manieren om het geld te vermeerderen in plaats van dat het alleen maar slinkt.
Hebzuchtig? Ik probeer het onderste uit de kan te halen van de kans die zich voordoet. Vergeleken met een Jehova's Getuige is mijn wachttijd daarnaast nog betrekkelijk kort. When life gives you lemonade, savour it! Ik hoef slechts te wachten tot de tiende van de maand om opnieuw in te stappen, mocht het deze keer niet zijn gelukt. Dat biedt perspectief.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten