Mijn eerste mijmering van 2014 zal ik niet wijden aan sociaal ongemak, onfortuinlijke ontmoetingen, goed slechte gesprekken, vernaggelde dates, stomme vragen, verregende kapsels of gemiste kansen in de kroeg of daarbuiten. Mijn eerste stuk van dit jaar wil ik wijden aan de liefde.
Een en ander, lieve lezer, wordt getriggerd door een fragmentje dat ik op Youtube vond van de in 2013 overleden zanger Maarten van Roozendaal. Ik heb hem te laat ontdekt om me nog in een kring van zijn rook te hullen. En dat wil heel wat zeggen, want ik verdraag rook nog slechter dan mijn hekel eraan groot is. Pompeus? Mag ik ook even een poging doen, na het – keer op keer! – horen van dit fragment?
Wat heeft mijn liefde met Maarten te maken? Wel, ik ben dol ben op mannen die dingen goed kunnen. En de zang en teksten van deze man voel ik in mijn buik, net als het gitaarspel van Slash, de solo's van Steve Lukather, de proza van Hafid Bouazza, de ogen van Al Pacino, de schwung van Christopher Walken, de neus van David Gandy en de attitude van Keanu Reeves. Het is hetzelfde gevoel dat maakt dat ik wenste dat ik een manfiguur in mijn leven had als Donald Sutherland, Robert Plant, Jeremy Irons, Bryan Ferry (inclusief zijn vier zalige zonen), mijn filosofieprofessor Marcus Duwell of Alan Moore, de goeroestriptekenaar met zijn zeven stalen ringen. Ik ben dol op mannen die dingen goed kunnen, ongeacht hun geboorte- of sterftejaar. En Maarten mag aanschuiven in deze op volstrekte willekeur gebaseerde lijst.
Nodeloos te zeggen dat mijn adoratie platonisch en geheiligd is: Marcus en Hafid zijn relatief dichtbij, maar de kans dat ik ooit mijn hand door Steves genialiteit mag halen is nihil. En als ik eerlijk ben, is dat wel zo prettig: ik ben net zo dol op deze mannen als ik ben op de mythes die ze omringen, bovendien twijfel ik weleens aan de echtheid ervan. Lang leve PR. Maar net zoals tienermeisjes hun ogen sluiten voor drugsmisbruik en ongeplande zwangerschap van hun idolen, blijf ik vasthouden aan het idee. Sterker nog, meestal ga ik de man in kwestie er alleen maar begeerlijker door vinden – geweldsincidenten daargelaten. Maar zeg nou zelf: een beetje drank, drugs en zelfkant doen toch niemand kwaad?
Overeenkomsten die ik tussen deze mannen heb kunnen vinden zijn hun donkerharigheid en hun lengte. Mannen waarmee ik een kind zou kunnen krijgen – niet om de daad an sich, hemel nee – maar het bestaan van het kind, zodat het de helft van die begeerlijke genen meekrijgt en de potentie om net zo geweldig te worden als pappa, met mijn nederige hulp. Al geef ik toe dat het met David Gandy makkelijker zou gaan, daar heb ik zelfs een close encounter met Donald voor over.
Maar wat is de link tussen Maarten, 2014 en de liefde? Simpel. Iedere keer als ik bijvoorbeeld aan Maartens Mooi denk, brengt dat automatisch al het mooie van 2013 naar boven. Ik denk aan zuivere, onstoffelijke liefde en mijn hart zwelt, waardoor er geen ruimte meer is voor narigheid. En ik ga met een goed en positief gevoel 2014 in, met verse hoop, bescheiden plannen, hartelijke wensen voor anderen en mijzelf. Ik hoop dat 2014 me op liefdes- en carrièregebied mijn eigen Marcus, Steve of Hafid brengt, en als hij wat wegheeft van David is dat mooi meegenomen. Ik hoop dat ik, meer dan in afgelopen jaar, mijn innerlijke Slash naar buiten kan halen: rustig als Jeremy, charismatisch als Keanu, funky als Christopher en eerbaar als Bryan. En anders is er altijd 2015 – het is fijn om iets te wensen over te laten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten