vrijdag 9 mei 2014

Roltrap

Als ik mijn fiets uit de onverlichte nis pak, hoor ik iemand vlak achter me. Gezien mijn ervaringen van de laatste tijd springt mijn lichaam in de dwing-me-niet-je-lens-te-slaan-modus, maar het is de jongen van de roltrap maar. 'Hoi,' zegt hij. 'Ga je mee wat drinken?'

Enkele minuten geleden keek hij naar me en ik keek terug. Hij is duidelijk licht beschonken, maar toch is het vleiend. Het is zaterdag, drieëntwintig uur. Mijn afspraak is gecancelled en hoewel ik het vooruitzicht van een film in mijn eentje op de bank niet vreselijk vind, heb ik eigenlijk nog geen zin om naar huis te gaan.

Ach ja, waarom ook niet. We kijken wel waar het schip strandt – een drankje kan geen kwaad. Ik neem hem mee naar een plaatselijke kroeg en het gesprek komt langzaam op gang.
Hij is aardig, en best gezellig, maar hij blijft maar doorgaan over dat het zo bijzonder is dat we nu wat zitten te drinken terwijl hij dat normaal 'nooit zo aanpakt' (tsja...) en dat hij het zo fijn heeft. Hij deelt wat persoonlijke details over zijn leven en hoewel ik blij ben een bijdrage te kunnen leveren aan zijn emotionele terugkeer naar de bewoonde wereld, wordt het idee van een film in mijn eentje steeds aanlokkelijker. Het is niet zo dat ik hem niet mag of hem geen luisterend oor wil bieden – maar zijn emotionele behoeftigheid, versterkt door het blikje Scotch & Soda in zijn hand, maakt me moe. Ik heb genoeg aan mijn eigen piekermomenten. En we kennen elkaar nog maar een half uur.

Praten tegen een vreemde kan opluchten, dat weet ik. Zijn intoxication daargelaten lijkt het me gewoon een kwetsbare, verdrietige jongen. En dat fragiele ego heeft er vast niets aan als ik er op ga stampen. Bovendien had ik ook 'nee' kunnen zeggen toen hij me vroeg. Maar ik had gehoopt op een luchtige, ontspannen avond met een flirterige, knappe jongen die met me over koetjes en kalfjes had gekletst en me wijn had gevoerd terwijl hij mijn cupmaat probeerde te raden. Zoals de meeste zaterdagen in mijn leven.

Als ik er echt genoeg van heb, besluit ik naar huis te gaan. De booi heeft zoveel ontzag voor me dat hij me niet eens probeert te zoenen: hij kust mijn voorhoofd en mijn hand. Schattig. Ik heb al zoveel bilgraaiers, heupglijders en gelegenheidskussers ontmoet dat ik bijna vergeten was dat zoenen na een drankje niet noodzakelijk is. Ik verwacht en verguis het tegelijkertijd.
Dat zit zo: ik wil me begeerd voelen dus ik wil dat m'n date me wil zoenen, maar hij stijgt in mijn achting als hij het niet na de eerste date al doet. Natúúrlijk wil ik dat hij me wil. Maar ik heb meer fiducie in een tweede ontmoeting als we niet gelijk fysiek worden. En inderdaad, daar zitten jaren van inprenting, een flinke schep nette-meisjes-saus en een gezonde dosis intuïtie achter.

Niets van dit alles is echter aan de orde bij de booi en yours truly. Dit was geen date maar een toevallige ontmoeting. En aangezien meneer vandaag zijn hart bij me heeft uitgestort is al het seksuele wat er ooit tussen ons had kunnen zijn verdwenen. Over ontspannen gesproken.

Na wat berichtjes over en weer dooft ons contact uit als een kaars. Dankbaarheid alléén is geen goede basis voor een date, en eenzijdige emotionele verbondenheid evenmin. Ik zou zijn verdriet en strubbelingen zeker niet belachelijk willen maken – hoe vaak heb ik zelf in vervlogen tijden mijn hart niet gelucht bij vriendinnen en mentoren om iets dat oneindig veel futieler was dan wat hij me vertelde! – maar ik kan noch wil hem verder helpen. Als het al zo zou zijn dat ik hem een zetje in de goede richting geef is dat zetje voldoende: sommige mensen rollen je leven in en rollen er precies zo hard weer uit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten