dinsdag 14 september 2010

Euvel

Van alle gekke mensen die ik heb ontmoet, is de man in mijn onderstaand relaas één van de gekste, en in ieder geval de meest vrijpostige. Dit verhaal is zo absurd dat ik zou wensen dat ik het verzonnen had, maar helaas is dat niet zo. Zet u dus maar schrap.
Laat me eerst iets uitleggen. Ik woon bij een brug, en als ik ergens heen wil, moet ik eerst de heuvel over. Het is geen steile heuvel, maar zoals iedereen fiets ik het laatste kwart vóór de top altijd langzamer dan het eerste kwart. Om het eerste kwart vanaf de top natuurlijk razendsnel af te dalen.
Zoals in iedere buurt gebruikelijk is, kom ik regelmatig dezelfde mensen tegen op straat, in de sportschool of tijdens het boodschappen doen. Met sommigen van hen heb ik ooit kennis gemaakt, anderen kom ik alleen maar tegen, terwijl ik verder niets van hen weet, en zij niet van mij.

Een van die nietkennissen die ik vaak, en altijd op de heuvel tegenkom, is een man die ik de billenfluisteraar heb gedoopt. Dat komt hierdoor: hij mompelt iedere keer als ik hem tegenkom iets obsceens dat slechts door mij wordt gehoord. Wij komen elkaar immer tegen op verschillende punten op de heuvel. Soms ben ik aan het klimmen, soms ben ik aan het dalen en soms zien we elkaar op de top, maar er komt altijd iets onbetamelijks uit zijn mond. De man is een jaar of vijftig, heeft rossig-blond haar en een vlekkerige huid. Voor zover ik kan inschatten is hij ook niet al te groot. Hij heeft een Gaastrajas en een dure fiets met veel versnellingen, ongetwijfeld Batavus Citytrip Pro genaamd. Wij zien elkaar al een jaar, maar zijn uitroepen zijn iets van de laatste maanden. Ik houd mijn gezicht echter altijd in de plooi, ongeacht wat hij roept.
De eerste keer was ik bijna boven en hij was net begonnen aan zijn afdaling. Ik probeerde mijn ademhaling weer onder controle te krijgen, toen hij me passeerde. 'Knap meisje!' riep hij in het voorbijgaan. In de anderhalve seconde dat wij elkaar passeren kan er niet veel gezegd kan worden. 'Knap meisje!' is nog best een leuke invulling van dat korte tijdsbestek, daar het niet obsceen of beledigend is. Bovendien kent hij mij niet; hij is mij niets verschuldigd en hoeft hij dit niet te zeggen. Maar ja, dit is een grote stad vol vrijpostige mannen, dus ik zocht er niet teveel achter.
Op een schone zondagmorgen fietste ik weer eens nietsvermoedend over de brug. Ons tête-a-tete vond ditmaal anders plaats: ik fietste naar boven, hij haalde mij van achteren in, en riep: 'Mooie billen!' Eerst moest ik een beetje giechelen (hoe kun je mijn billen nou goed zien als ik op mijn zadel zit?) en daarna zag ik, dat het de billenfluisteraar was. Een paar weken gingen voorbij vóór ik hem weer zag, wederom op de top. Deze keer was ik voorbereid. Ik keek hem recht aan en trok mijn wenkbrauwen op. Het hield hem niet tegen. 'Ik wil met je afspreken!' Verbluft fietste ik door. Er volgen nog een paar ontmoetingen, waarin hij alleen maar dingen over mijn billen zei, ook als ik hem frontaal naderde.

Wat denkt hij nou, dat ik zal afstappen, hem zal omhelzen en zal zeggen: 'Oh, heerlijke Gaastradwerg, ik dacht dat je het nooit zou vragen! Kom hier en leg je vlekkerige handen op mijn Maagdenburger Bollen, jij zalige dekhengst!!!' Helaas voor hem. Op een tochtige romance met een overjarige psoriasisplayboy zit ik niet te wachten. Maar wat drijft hem dán?
Die vraag, lieve lezer, werd zojuist luid en duidelijk beantwoord.
Op weg naar mijn spinningklasje kruisten onze wegen elkaar weer. Wat ik toen te horen kreeg was zo expliciet dat ik me afvraag waar ik het aan verdiend heb, daar ik nooit heb gereageerd op zijn eerdere leuzen. (Misschien was dat het juist.)
Wat hij precies riep kan ik hier uit fatsoen en afschuw niet herhalen. Laat ik volstaan met te zeggen, dat hij slechts het vleselijke deel van een romance in gedachten had, en me dat in niet mis te verstane bewoordingen te kennen gaf, door gebruik van een woord dat rijmt op keuken. De rest kunt u vast zelf invullen. Een taak die mij welwillend uit handen is genomen...

Ik maak heel wat mee in mijn leven, maar dit gaat echt ver. So much voor 'knap meisje!' Wát een goorlap! Het moet gezegd worden, als hij me had willen verrassen, is dat gelukt. Zoveel lef van het verkeerde soort zie ik zelden in één persoon. Ik ben benieuwd waar hij de volgende keer mee komt: het glazuur is immers al vergeven. Erger dan dit kan eigenlijk niet. Ik denk eraan om iets obsceens terug te roepen, maar voor je 't weet pikt 'ie dat op als een hint. Bovendien moet ik me niet zo verlagen.
(Al heb ik dat een keer gedaan, maar dat was bij een hitsig jongetje van vijftien, in Canal Island. Kies iemand van je eigen leeftijd gold voor ons allebei – maar het werkte.)
Ik denk dat ik mijn stoïcijnse houding maar gewoon door ga zetten. Op die manier houd ik de eer tenminste aan mijzelf. Ik zal hem zó ijzig aankijken dat hij de ijspriemen tot in zijn eigen schonkige achterwerk voelt, dwars door zijn City Pro-zadel heen. Zitten zal hij, de schurftige hond... Tot hij roept: genade, heer! Oh, wat doet mijn gatje zeer!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten