De auteur is dood. Eén van de eerste lessen binnen de literatuurwetenschap, gemeengoed sinds 1968. Met dank aan Roland Barthes, die stelt dat de betekenisgeving van een tekst bij de lezer ligt en niet bij de auteur. Het gaat er dus niet om wat een auteur met een tekst bedoelt, maar wat de lezer er uit opmaakt. Bevrijdend, voor beide partijen, want nu hoeft de auteur zijn intenties niet meer uit te leggen en kan de lezer interpreteren wat hij wil.
Ik pas er voor op, een auteur te vereenzelvigen met zijn werk: dat kan gevaarlijk zijn, omdat je dan je ogen sluit voor de fictie en de opsmuk van een tekst. Narratief maakt een tekst leesbaar. Op het moment dat je een ervaring optekent, pas je er al kunstgrepen op toe die de ervaring-op-schrift en de werkelijke ervaring uit elkaar drijven. Dat is niet erg, maar het worden daarmee wel twee verschillende dingen.
En dan is er nog de persoon achter de tekst. Hoe harder een auteur roept dat hij zijn hoofdpersonage niet is, hoe minder we ervan geloven. Als Barthes' theorie echt postgevat zou hebben, zouden auteurs in interviews namelijk niet meer vragen krijgen als: 'wat heeft je doen besluiten om dit boek te schrijven?' 'je protagonist heeft zijn moeder verloren. In hoeverre is het overlijden van je eigen moeder van invloed geweest op...' 'al je personages hebben geldingsdrang, heeft de slechte band met je vader daarmee te maken?'
Wij willen jus. Wij willen sappige, borrelende details. Wij willen weten waar de wegen 'auteur' en 'tekst' samenkomen en divergeren. Een boek over een gruwelijke kindermoord is pas geoorloofd als de auteur de moord zelf gepleegd heeft. Anders -en alleen dán - vinden we hem ziek en luguber. Een jonge, vrouwelijke auteur die als hoofdpersoon een man van middelbare leeftijd heeft, verdenken wij van Electracomplex en hechtingsproblemen. Tien tegen één dat ze een affaire heeft met een oudere man. En natuurlijk schrijft Leon de Winter over Joodse identiteit. Wie heeft er meer recht van spreken dan een Jood? Sterker, het is alleen aan hem toegestaan. Een goj die dat probeert zal worden weggehoond en verguisd, al is hij misschien beter op de hoogte van de wetten van de Thora dan de meest fanatieke Chassied. Kijk naar wat er met de reputatie van Jeroen Brouwers gebeurde toen de waarheid van Bezonken Rood werd onderzocht. Zijn tekst, die voor het gemak tot getuigenis werd verklaard, klopte niet met verifieerbare feiten, dus was hij een sensatiezoekende leugenaar. Terwijl hij toch nooit beweerd heeft, een 'waarheidsgetrouw' verslag te hebben gedaan.
Biografische informatie kan er wel toe dóén – de auteur hoeft niet helemaal buiten beschouwing te worden gelaten. Zoals ik in een Franse bistro het liefst geholpen wordt door een klein gebruind mannetje met een dunne snor, vlugge manieren en een licht accent, is een semi-fictief boek over een persoonlijke ervaring voor mij geloofwaardiger als ik weet dat het is geschreven door iemand die de ervaring zelf heeft gehad. Dat de 'fransoos' eigenlijk een Pool is met een mantan, een spraakgebrek en een zwarte viltstift, maakt me niet uit. Ik wil graag geloven dat hij alles weet van slakken en stokbrood, méér dan de gemiddelde Spanjaard, omdat hij fransig aandoet. Dat komt door mijn aangeleerde hang naar causaliteit en narratief– en velen delen dit met mij.
Dit is ook de reden dat veel debuutromans autobiografisch zijn: het is makkelijker om inspiratie op te doen in je directe omgeving. Veel schrijvers komen vervolgens dan ook niet over hun debuut heen: de autobiografische bron is immers niet onuitputtelijk. Toch denk ook ik, dat de beschreven ervaring van het missen van een been accurater beschreven wordt door iemand die zijn been inderdaad verloren heeft. Ik heb het nu niet over de waarheid van de narratie zelf, maar over de stilzwijgende neiging de auteur en zijn tekst op één lijn te zetten.
Mensen met twee benen kunnen geen waarheidsgetrouw verslag doen van het leven met één been, is de gedachte. Maar als lezen om de beleving van de lezer draait, en de auteursintentie en de persoonlijke historie van de één- danwel tweebenige auteur buiten beschouwing moet worden gelaten, waarom zou dat dan niet kunnen?
Wij draaien de auteur met liefde een dikke Bram. De auteur is helemaal niet dood, de auteur zit, dankzij de lezer, vast in het voorgeborchte. Als hij weigert interviews te geven, worden zijn boeken niet verkocht en is hij een pretentieuze kwast. Als hij ontkent dat zijn protagonist op hem gebaseerd is, geloven we dat niet. Als hij het niet ontkent, verwijten wij hem een groot ego en one-trick-pony-ness. De lezersverwachting ontziet niemand. Boudewijn Büch zou zich omdraaien.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten