maandag 31 januari 2011

Luke

In een gesprek op ons aller FB kwam de cover van Toto's Hydra ter sprake. De aanleiding was mijn niet aflatende adoratie van gitarist Slash, dankbaar onderwerp van mijn affectie. Sinds mijn vroegste jeugd heb ik ook een grote zwak voor de man die is afgebeeld op de cover van Hydra, al weet ik eigenlijk niet, wie dat is die er op afgebeeld staat.
Op de voorkant, die vrij blauwig is, staat een Slash-look-a-like (dus dáár heeft ie 't van!) maar het is Slash niet. Ik weet niet wie het precies is, ik denk Steve Lukather, want dat is het enige bandlid met Slash-achtig haar. Of het is toch Jeff Porcaro. Hoe dan ook, het is die man, die met zijn blote bast, leren jack, skinny jeans en laarzen maakte dat ik achtergrondzangeres bij Guns 'n Roses wilde worden, of bij Toto.
De connectie tussen Toto en Slash is er wel, in de persoon van Michael Jackson. Steve Lukather heeft namelijk een nummer voor Michael geschreven (Human Nature, dat inderdaad een duidelijke Toto-signatuur heeft) en de gitaarrif van Beat it is uitgevoerd door Eddie Van Halen maar intellectueel eigendom van Lukather. (Gelukkig zijn Eddie en Steve vrienden.) Bovendien heeft Lukather meegegitaard op Thriller. Wie heeft er nog meer meegespeeld op Thriller? Juist, Slash. Birds of a feather stick together... En als dochter van een Toto-liefhebber heb ik hier nieteens voor hoeven googelen...

Eenmaal thuis zocht ik op youtube even de clip op van een van mijn favoriete nummers, White Sister. Ik kon de tekst vroeger niet duiden, dat kan ik eigenlijk nog steeds niet, maar het mag de pret niet drukken. Ik ben eruit: ik houd van Jeff Porcaro, met heel mijn hart. Al bestaat Toto nu uit een viertal dikke oude mannen (hun hoogtijdagen liggen dan ook al een jaar of twintig in het verleden) die ene LP, dat ene nummer is zo heerlijk strak in elkaar gezet dat ik er gewoon een beetje van moet zuchten. Heerlijk! Overal op internet wordt Jeff geroemd om zijn strakke drumkunsten en ik kan ze niet anders dan gelijk geven. Maar het hangt niet alleen op Jeff, ook Steve 'Luke' Lukather voegt heel veel toe. Het fijne zit 'm vooral in de samenwerking van Toto als groep, waarbij ook de rol van de achtergrondzangeressen niet mag worden vergeten. De diepe, bijna hese stem van Lukather en die, ik mag wel zeggen, retestrakke drum van Jeff eronder maakt dat ik bij bijna ieder Toto-liedje denk: damn, wat zijn ze toch goed!

Na de dood van Jeff in 1992 lag Toto een beetje op zijn gat. Het werk van daarna is in mijn opinie ook minder goed. Ik ben het met de massa eens dat Jeff Porcaro een hele, hele goede drummer was, maar de kracht van dat strakke drumwerk zat 'm ook in de goede samenwerking met de anderen. Simon Philips is een prima drummer, maar hij zit spiritueel gewoon niet op hetzelfde niveau als Jeff zat met de rest van Toto. Je moet toch bijna Phil Collins heten om dat, zonder historie met de rest van de band, te kunnen evenaren. Om over die wisselingen van lead vocalists nog maar te zwijgen. Joseph Williams, zoon van de bekende John Williams (van het Jaws-thema) doet het als zanger goed naast Steve. Bobby Kimball, de eerste lead singer, keerde na Jeffs dood ook terug. Op recent beeldmateriaal – waar ik naar kijk tussen mijn vingers door – kost het zingen hem zichtbaar moeite en dat is pijnlijk om te zien. Zijn stem is gewoonweg vernacheld en hij had sowieso altijd al minder stembereik dan Steve. Ook achtergrondzanger Jean-Michel Byron heeft, op aandringen van de platenmaatschappij, een poging gedaan de lead vocals op zich te nemen, wat te horen is op de verzamelaar Past to Present. Rampzalig. Als achtergrondzanger deed hij het prima, maar voor lead vocalist is zijn stem te hoog en niet krachtig genoeg. Nee, ik zweer bij Steve.

Ik heb het dan wel over de Steve Lukather van twintig jaar en twintig kilo geleden. Bijvoorbeeld tijdens een optreden in Parijs, in 1990. Ik was toen nog een peuter, maar mijn vader draaide al wel Toto-platen. Wat ik zie als ik er nu naar kijk is een gitaarvirtuoos vol energie en levenslust. Hij stráált, en heeft lol in wat hij doet. Schijnbaar moeiteloos rollen de noten van zijn gitaar, die hij bespeelt alsof het zijn geliefde is. Zijn magere lijf en kinloze gezicht worden er op slag aantrekkelijker van. Zijn slangenleren schoenen en wapperende manen schrééuwen cool. Eigenlijk is hij daar nog veel sexyer dan Slash, want veel toegankelijker. Ik zie de emotie op zijn gezicht (ergo: ik zie zijn gezicht!) en dat maakt hem vreselijk heet. Met name het nummer English Eyes maakt dat ik er zeker van ben dat Steves twee mislukte huwelijken niet te wijten zijn aan zijn gitaarkunsten, letterlijk of allegorisch. Woef, woef.......

(Voor de liefhebber: English eyes live of I won't hold you back Op de achtergrond Jean-Michel Byron die hele gekke dansjes doet. Of deze. Als je goed luistert, hoor je Michael McDonald ook nog heel even! En iemand is zo aardig geweest heel Hydra online te zetten, met White sister op 32.20.)

Wat ik wil aangeven, is dat de drijvende kracht achter het Toto van vóór 1992 niet Jeff was. Als er al een drijvende kracht in de vorm van één persoon bij zat, dan was het Steve Lukather. Die stem, dat ontspannen spel, die relaxte attitude en die slangenleren schoenen (geen laarzen? Geen laarzen....) maken dat hij het helemaal is voor me. Maar eigenlijk ben ik er van overtuigd dat zelfs die credits niet kloppen. Het was niet één persoon, het was het Toto dat als één man samenspeelde. Een songwriter, een zanger, een keyboardspeler, een basgitarist, een drummer en de achtergrondzangers, die de verschillende compartimenten vormden van een goed geoliede, soepele machine. En met het wegvallen van het originele onderdeel 'drummer' heeft de machine nooit meer zo soepel gelopen als hij ooit deed. Alle moeite ten spijt.

In juli komt Toto, of wat er van over is, naar Nederland. De niet meer zo toonvaste Bobby Kimball die ieder nummer zingt alsof het z'n laatste kan zijn, Steve Lukather die nog steeds heel erg goed gitaar kan spelen en wiens stem ook twintig jaar rauwer is geworden, David Paich die eigenlijk in 1990 al aan het eind van zijn latijn was en een van de Porcaro-broers die al veertig jaar lekker staat te basgitaren achterin. Of misschien boffen de fans en is het toch Joseph Williams die komt zingen.
Ach, wat onaardig. Natuurlijk neem ik het de mannen niet kwalijk dat ze hun broodwinning niet in de bosjes hebben gegooid met Jeffs dood. Steve heeft zelfs nog een paar redelijke solo-albums op de markt gebracht. Natuurlijk neem ik ze hun dikke buiken, hun raspende stemmen en hun iets tragere vingers niet kwalijk. Het gaat om de muziek en twintig jaar is een lange tijd. Maar de charismatische helden uit mijn jeugd zijn er niet meer. Als ik naar dikke oude mannen wil kijken, kijk ik wel naar het Vragenuurtje. Gitaren veranderen daar weinig aan .

Gelukkig heeft iemand het concert in 1990 opgenomen en op DVD gezet, zodat ik nog kan genieten van Steve in al zijn genialiteit. Ik houd de mythe graag in stand, maar dat doet hij ook, met dye-it-yourself. Ik weet zeker dat hij, net als ik, de cover van Hydra er nog weleens bijpakt en dan zucht, misschien wel om dezelfde reden. En als ik ooit een liefdesliedje schrijf, dan zal het niet Jeff, Mike of Joseph heten. Zelfs geen Saul of Steve. Nee, ik zou het noemen naar de man waar ik ooit zo verliefd op was. De man die mijn kleine-meisjeshart stal nog vóór ik wist dat ik een hart bezat, en me van aanbidding kon laten gillen zoals zijn gitaar. Wiens scrawny body en diepblauwe ogen een magische aantrekkingskracht op me uitoefenden, omdat hij druipt van het broodnodige charisma waar ik zo gevoelig voor ben. De enige man die ik het ontbreken van een kin ooit vergeven heb vanwege zijn geweldige handen: Luke.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten