Zondag, borreltijd. Buiten is het heet. Een klein groepje hangjeugd heeft de plek onder mijn open slaapkamerraam uitgekozen om daar eens lekker ontspannen te fulmineren op het leven. Directe aanleiding is de aanhouding van een vriendin op een scooter. De agent die haar om haar certificaat vraagt is jong en klinkt vriendelijk. Het meisje gooit haar zonnebankbronzen charmes in de strijd en komt er met een waarschuwing vanaf. Als de agent weg is hoor ik haar tegen haar vriendinnetje pochen dat ze de agent niet durfde aan te kijken, omdat ze gedronken heeft en half stoned is. Dat verklaart dan ook waarom ze zonder helm reed.
Dit alles vond plaats op de hoek van de straat. Logischerwijs wordt de indianenvergadering nu voor mijn deur voortgezet.
Bij het groepje hoort ook een jongetje van een jaar of tien. In hetzelfde plat-volkse accent als zijn vrouwelijke groepsgenoten (nichtjes? zusjes?) en met dezelfde kenmerkende, kortademige lach probeert hij bovenop mijn bruine kliko te klimmen, wat gepaard gaat met veel misbaar. Sigarettenrook kringelt mijn slaapkamer binnen door het open raam. Ik hoor de kliko tegen de muur bonken en kijk voorzichtig naar de vorderingen van het joch. Hij is van het ratttige soort; magertjes, bleek, met dun haar van een onbestemde kleur en nu al kalend. De stompzinnige, licht maniakale grijns op zijn onregelmatig smoelwerk straalt baldadigheid en geldingsdrang uit, evenals de ongezond gefascineerde schittering in zijn bleekblauwe, ronde ogen. Hij is te oud voor een snottebel, maar het had hem niet misstaan. Af en toe ontbloot hij zijn slecht verzorgde, puntige tanden van pure voorpret in een goofy-achtig gehinnik en spoort zijn groepsgenoten aan, naar hem te kijken. Die zijn niet zo onder de indruk – de meisjes keuren hem geen blik waardig en de jongens proberen hem er zelfs van te weerhouden. Blijkbaar is er wel enig fatsoen aanwezig in sommige van hen.
Lieve lezer, u vraagt mij waarom ik niet ingrijp? Ik geef het toe: ergens vind ik het ronduit eng. Ze weten waar ik woon, en ik heb inmiddels de indruk dat dit niet de meest gereserveerde jongeren zijn. Bovendien weet ik dat er in de bruine kliko – die zelden opgehaald wordt – een dikke laag compost-met-kots te vinden is. Zou het smerige joch erin komen te vallen, wat ik ergens hoop, dan zal hij niet weten hoe snel hij de deksel van zijn neus af moet halen. Daarnaast weet ik niet hoe ik dit aan moet pakken. Als ik me opstel als 'de verantwoordelijke volwassene' en naar buiten stap met de vraag of ze zich willen verplaatsen, kan dat averechts werken. Als ik me opstel als 'de bua'tbuhwonah' trappen ze daar vast niet in. En goed beschouwd doen ze niets verkeerd: afgezien van hard gelach en gekloot met een kotskliko veroorzaken ze geen overlast.
Inderdaad, in iedere andere buurt was dit een legitieme reden geweest om even naar buiten te gaan en te vragen of het gezelschap zich een paar meter wil verplaatsen. Maar in iedere andere buurt wordt er dan ook niet op kliko's geklommen en maken kinderen elkaar niet voor de grap uit voor 'káánkeraap', 'teringkind' of 'sjáánkerdruppel'.
Schelden doet geen pijn, dat weet ik. Maar als ik even de snob uit mag hangen: dit soort mensen is net als muizen. Zie je er één, dan zitten er tien. Waarschijnlijk hebben ze familie in de hele buurt en ik moet hier nog wel even wonen. Dat kun je afdoen als conflictvermijdend gedrag, maar een conflict vereist twee gelijkwaardige, nuchtere partijen, gentleman/ladylike behaviour en een eerlijke strijd. Neen, dan liever eieren voor mijn geld, met behoud van mijn ruiten.
Als hij ziet dat zijn inspanningen hem geen aandacht opleveren, verandert het kotsjong van strategie. Hij raapt een groot stuk glas op en breekt het in stukjes. Als hij aan de banden van mijn weerloze fiets wil beginnen, houdt een van de Marokkaansachtige jongens hem tegen.
(Het is spijtig dat ik hier nog nadruk op moet leggen, maar hee, mogen 'zij' ook eens een keer? Bij deze: Mahmoud, bedankt. Als vandaag toch de Dag van de Stereotypering moet worden, mag deze er ook nog wel bij. En wellicht ten overvloede: als het kotsjong had doorgezet, had ik hem geheel in Guus Kuijerstijl met zijn kotskop in de kliko gehangen. Weet je wat ik het liefste lust? Een dikke tante in vette jus. Precies. )
Op een gegeven moment wordt er aangebeld. Ik verdenk een van de meisjes, maar doe toch open, al is het maar om te laten zien dat ik er ben en dat ik alles zie en dat ik niet alles over mijn kant zal laten gaan. (Kunt u horen dat mijn stem piept? De milde ongerustheidsangst doet zijn intrede, ik kan het niet helpen.) Natuurlijk staat er niemand. Ik werp mijn hooghartigste, geërgerde, meest gezaghebbende blik naar buiten (WIE heeft het GORE LEF om mij te STOREN?!!!!!) en zie dat mijn verschijning wel effect heeft op de aanwezige jongens. Of misschien is mijn goedgevulde, om niet te zeggen spilling vest top die zoveel ontzag inboezemt, pun intendend. In ieder geval doen ze het daarna iets stiller aan en houdt het kotsjoch op met het versnijden van zijn glas.
Na een uurtje taaien ze alsnog af. Ik haal opgelucht adem en neem de peuken op mijn stoep voor lief. Ik veeg ze op en gooi ze weg, blij dat 'het' – dat wat niet nodig is gebleken – met een sisser is 'afgelopen.'
Niet vergeten de kliko buiten te zetten aanstaande maandag. Opgeruimd staat netjes.
Lieve Deirdre,
BeantwoordenVerwijderenEigenlijk jammer dat ik toch niet iets langer de tijd had genomen om een mes op te halen bij mijn favoriete kookwinkel, het was zoizo erg jammer want op zo’n mooie dag zit ik liever lekker op een terrasje in de stad dan dat ik tot tien uur werk in een stinkende keuken bij van der valk, maar de huur moet betaalt worden, lekker weer of niet.
Toch hoop ik dat we ons gesprekje een keer kunnen voortzetten op een terrasje in de zon met een goed glas wijn.
Nouja, hoe ik je een E-mail stuur is me nog niet helemaal duidelijk dan maar een reactie op je blog, je maakt nogal wat mee zeg, kotsjongens op de stoep en dan ook nog je geduld bewaren, ik vind het knap, niet dat ik gelijk naar buiten was gestormd en ze met een bezem van mijn trottoir had geveegd maar misschien toch wel per ongeluk een beetje water naar beneden had gemorst zoals ik soms bij krolse katten in de tuin doe...
Het lijkt me leuk om binnenkort wat van je te horen, je weet mijn naam, als het goed is ook mijn nummer(zo niet 0614916666).
Groetjes,
Nils
Lieve Nils, en dat zonder H,
BeantwoordenVerwijderen(ik kon het niet laten, vergeef me)
Ja, ik wist dat je telefoonnummer op 6666 eindigde
(de duivel driemaal plus één reserve)
Maar de door jou zo gekoesterde tegenbon misbruiken, nee, dat hoort niet.
Wellicht had ik na nóg vier ingeleverde messen je nummer wel uit mijn hoofd geweten. Goed beschouwd was ik tenslotte al halverwege :-)