zondag 1 mei 2011

Gesmeerd

Na een paar jaar trouwe dienst begaf mijn fiets het plotseling. Ik was op weg naar huis na het boodschappen doen en wilde net damesachtig mijn stalen ros bestijgen, toen ik merkte dat de trappers niet meer wilden draaien. Dus toog ik met tegenzin naar de fietsenmaker.

Die tegenzin, lieve lezer, was door de fietsenmaker in kwestie zelf veroorzaakt. Net vóór mijn fietsval in november (Scheur) had ik mijn fiets bij deze charlatan afgegeven voor een onderhoudsbeurt. Dat grapje kostte mij de lieve som van vijfenveertig euro. Ik zal het ook voor u in het Arabisch weergeven: €45. Bij aanvang van de onderhoudsbeurt gaf ik de mankementen aan mijn fiets aan – de rem stond niet meer strak, de stand van het stuur gaf mij langzaamaan scoliose, het zadel wiebelde op en neer, wat niet altijd even comfortabel reed (oe! ah! hmp!) en mijn kettingkast raggelde – een onomatopee van het zuiverste water. Hoog tijd voor een check-up.
Na een dag of twee (het had één dag kunnen zijn als ik tussen negen en tien uur 's ochtends gekomen was, maar helaas, het was nu elf uur, dus dat ging zeker een dag extra kosten) ging ik mijn fiets ophalen. De totale rekening bedroeg echter niet vijfenveertig, maar zevenveertig-en-een-halve euro. Die twee euro vijftig waren apart in rekening gebracht voor, let wel, smeerolie. Hij moet bijkans de hele fles hebben leeggespoten om aan een bedrag van €2,50 te komen en dat bovenop een reguliere onderhoudsbeurt. Ik vroeg me dan ook af, wat hij dan wél had verzet voor die vijfenveertig euro. Toen ik ernaar vroeg ('zeg meneer, wat hebben jullie eigenlijk gedáán aan mijn fiets?') mompelde hij iets waar ik maar niet verder op inging. Als ik het beter had gekund, had ik het zelf moeten doen en ik was van tevoren akkoord gegaan met de prijs.
(Al had ik het dan beter gevonden als hij de prijs naar boven had afgerond (zeg, vijftig euro) en ik de oliedruppels niet per milliliter in rekening gebracht had hoeven zien. Heikneuter.)

Maar niets fietst nou eenmaal lekkerder dan een goed afgestelde fiets. En vergeleken bij de kosten van het gebit dat ik naar de knoppen zou helpen als ik over de kop zou vliegen waren die vijftig euro peanuts. Ik besloot er niet meer aan te denken en me te verheugen op een soepele rit naar huis. Al was de raggel gebleven, hij leek zachter, en mijn stuur stond recht. Het herfstzonnetje scheen lekker in mijn gezicht en bats! Daar gleed het zadel langs mijn kruis met de punt omhoog. Wie zegt dat je niet aangerand kunt worden door een fiets?
Op hoge poten – en niet alleen van boosheid – liep ik terug naar de fietsenmaker. Ik legde hem uit dat ik zojuist mijn fiets had opgehaald, vers van de fietsenoplegger af, en dat het mankement waarvoor ik hem in eerste instantie gebracht had, er nog steeds was. Potverdorie.
Een collega van de fietsenmaker die mij had geholpen, keek mij grijnzend aan. Ik had een nieuwe zadelkroon nodig (houd me ten goede) van drie euro vijftig. Voor u arabierenlezers: €3,50. Nominaal een klein bedrag natuurlijk. Voor mijn bezwaar hiertegen kan ik u naar zo'n twee alinea's hierboven verwijzen.
Ook dit bedrag betaalde ik zuchtend en onder protest. En besloot om nooit meer terug te keren naar deze muggenzifterige spijkers-op-laag-water-zoeker. Een kleine week later was ook de raggel keihard terug. Het was de fietsenmaker blijkbaar niet gelukt 'm te verdrinken in derailleurolie. Opportunistische woekeraar...

Nu was mijn fiets weer kapot en hoewel ik voor een schmutzig klusje mijn hand niet omdraai, zou het de eerste keer worden dat ik een ketting verving. En het vooruitzicht van zwarte nagels en smeerolie in mijn haar sprak me nou niet bijzonder aan. Als ik voor een schappelijk prijsje ook direct m'n gescheurde kettingkast kon laten vervangen, zou dat helemaal mooi zijn. En met een beetje mazzel had ik mijn fiets dan binnen een dag of twee weer terug.
De fietsenmaker deed eerst alsof hij me niet zag, en toen ik hem uitlegde wat er aan de hand was, verklaarde hij zonder te kijken dat hij 'dacht dat ik wasschijnlek een nieuwe kettink moestebbe' en dat dat me 'oggeveer zo rond de dettig euro zou gaan kosten'. Maar dan zou ik wel de dag erop de fiets even langs moeten brengen, tussen, jawel, negen en tien uur 's ochtends, want hij 'kwam óm in het werrek' en had het 'vreselijk druk, er was heul veel aanbod!'

Goed, vader. Dan toch niet. Met je smeernagels. Waarschijnlijk had hij mijn gescheurde kettingkast gezien en gewoon niet zoveel trek in mijn op het eerste gezicht niet zo vreselijk rendabele klus. Blijkbaar vond hij mijn geld niet goed genoeg, of kon hij zich, dankzij zijn grote, grote werkaanbod, veroorloven om me af te wijzen. Maar ik wilde in eerste instantie toch al niet naar hem toe, dus ik maakte rechtsomkeert naar de Halfords en sloeg daar de benodigde spullen in. Bas.Ta.

Eenmaal thuis bleek dat ik er toch niet zelf uitkwam en dat ondanks instructievideo´s op youtube. (wát losdraaien? wélk pinnetje?) Na een halfuur wrikken en trekken kreeg ik een ingeving: ergens moest er nog een folder zwerven die ik bewust niet had weggegooid maar wel te goed had opgeborgen. Het grote zoeken kon beginnen en na een belletje kon ik met mijn fiets terecht bij een buurman op loopafstand met een hobby en een fietsfixset. Hij verving zonder morren mijn ketting en kettingkast. Direct - dus niet tussen 9.00 en 10.00 uur 's ochtends. Nee. Nu. Voor een prikkie. Zonder gezeik. En bij het afrekenen wilde hij mijn opgeluchte fooi niet eens aannemen.
Hoe simpel kan het zijn? Voortaan bel ik 1bike2fix als er iets aan de hand is op het fietsig vlak. Met de Raconteurs uit de twee witte dopjes is mijn oren vervolg ik mijn weg naar waar ik dan ook heen wil. Een fiets betekent vlotte vrijheid waarvan je je past bewust wordt als je het niet meer hebt. En omdat ik zo blij ben, zal ik Jack White quoten:
Why don't you turn it around, it might be easier to please me.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten