Op saaie momenten wijdt het gros van Nederland zich tot de infotainmentsite nu.nl. Persoonlijk prefereer ik het Britse dailymail.co.uk voor mijn dagelijkse portie sleaze & dirt. Daarom weet ik ook altijd trivia vóór ze in Nederland bekend zijn, van mensen die in Nederland geen bel doen rinkelen.
Zinvol? High-brow? Zeker niet. Maar aangezien ik de Nederlandse celeb-scene dodelijk saai vind en nu.nl nooit sappige foto's heeft, wijk ik uit naar het buitenland.
Zo viel mijn oog op een artikel over een man die na de eerste date de dame in kwestie een anderhalf duizend woorden (!!) tellende mail had geschreven. Zijn date had namelijk niet meer gereageerd op zijn aanhoudende belletjes en sms-berichten. En hij wilde weten waarom. Ik zal u het plezier van het lezen van de mail niet helemaal ontnemen, maar hij voelde zich vooral gegriefd en misleid omdat hij vond dat ze duidelijke positieve signalen had afgegeven, die er op wezen dat ze met hem verder wilde.
(Voor de liefhebber: de mail in kwestie)
Ergens, lezer, kan ik sympathie opbrengen voor de man. Zoals u in de mail kunt lezen verexcuseert hij zich uitvoerig voor het medium mail en erkent dat woorden op papier de intonatie en gelaatsuitdrukkingen van een gesprek missen. Hij geeft zijn date zelfs nog 'kans' het nog eens met hem te proberen, als ze maar zou willen!
Wat opvalt, is dat hij spreekt over 'universele signalen' die hij van haar heeft opgevangen (zoals het spelen met haar haar, en het oogcontact) die hij heeft geïnterpreteerd als interesse in hem. En dit, oh lezer, is kenmerkend voor de amoureuze blindheid. Als je iemand leuk vindt, zie je wat je wil zien en geef je daar een meest positieve draai aan. Daar kan ik dan wel weer over meepraten, al heb ik nog nooit een man na een date gestalkt met een 1500 woorden tellend bericht. De mail van hierboven heeft dan ook niets met onderstaand relaas te maken. Wel kan ik u iets anders opbiechten: ik heb weleens een date geënsceneerd.
De man in kwestie sprak mij als eerste aan op een moment dat ik er niet op verdacht was. Hij was wel mijn type: lang, donkerharig. Hij verraste me nogal door me bij mijn volledige naam aan te spreken en iets te vragen over mijn woonplaats en ik schrok daarvan: ondanks mijn blog ben ik erg op mijn privacy gesteld en ik vond het niet zo leuk dat hij van alles van mij leek te weten, terwijl ik niet wist wie hij was. Toch kwam ik hem telkens tegen en hij maakte iets in me los waarvan ik niet zo goed wist wat ik ermee aan moest. We spraken elkaar nooit meer sinds die dag, maar ik vond het altijd erg fijn om hem te zien, dat wel. Ik dacht ook te merken dat hij mij wel leuk vond, maar achteraf bekeken was dat misschien niet zo.
Afijn, na zo'n vijf jaar van draaien besloot ik dat ik er toch maar iets mee moest gaan doen. Het was niet zo dat ik op hem gefixeerd was of niet naar andere mannen keek, maar ik bleef gewoon een zwak voor hem houden. We kenden elkaar echter niet, dus het kon ook zo maar zijn dat de crush die ik op hem had, gebaseerd was op borstelige wenkbrauwen, een groot voorhoofd en wat hete lucht. Om de zaken nog gecompliceerder te maken spotte ik hem regelmatig met een meisje dat in de verte wel iets van mij weg had. Ze was bruin en enthousiast, net als ik. Ik zou me verder niet met haar willen identificeren (ze had een tandvleeslach) maar het feit dat hij haar type leuk vond maakte dat ik dacht dat hij ook wel op mij zou kunnen vallen. Of zij überhaupt amoureus involved waren weet ik tot op de dag van vandaag niet, maar het besef dat mijn kansen konden keren werd ineens realiteit. Dat ik hen over vijf jaar achter een kinderwagen zou zien lopen en me dan nog eens af zou vragen 'wat-als....' of erger, 'dat had ik kunnen zijn', maakte dat ik besloot actie te nemen.
Ik stuurde hem een uitvoerig bekroond stuk literatuur met een cryptische tekst op het voorblad en hoopte er het beste van. De thematiek van het boek was zodanig dat ik, in mijn optimisme, zeker wist dat hij aan mij zou denken als hij het zou lezen. Na een kleine maand stuurde ik hem een tweede boek met de instructie het me terug te brengen in een kroeg.
Het was het leukste en gewaagdste wat ik ooit voor een man had gedaan. Het ging verder dan meisjesachtig betamelijk was. Maar als ik hiermee een eind kon maken aan de twijfel, was het het waard. Ook als het niets zou worden, wist ik zeker dat ik er alles aan gedaan had om het te laten werken. Inmiddels weet ik wat ik toen nog niet wilde geloven: als een man je wil, stapt hij wel op je af. Toen dacht ik nog dat hij misschien verlegen was, of niet zeker wist of ik hem leuk vond. Nou, dat wist hij dan hierna. Als het slaagde: prima. Als het niets werd: ook goed, dan kon ik nu écht verder, zonder wroeging over kinderwagens of lichaamstypes. Voor het eerst in mijn amoureuze leven zou ik harde actie nemen voor iemand die ik wilde, in plaats van de kans voorbij te laten gaan en mijn tijd te verspillen met twijfelen, zwijmelen en dagdromen.
Lieve lezer, dat pakte even anders uit dan ik dacht. Ik had kunnen weten dat het niets zou worden toen hij bij een eerste blik op mij vroeg: 'Kom je niet in opdracht van iemand anders?' Waarop ik, naïef en zonder de implicatie van deze woorden te willen snappen, verrast en ontkennend antwoordde. Vervolgens deed hij alsof hij mijn naam niet meer wist, of misschien wist hij 'm echt niet meer. Ook zei hij dat hij het 'dapper' van me vond en we gingen naar binnen voor een biertje.
We spraken over koetjes en kalfjes en hoewel ik vond dat het niet zo soepeltjes verliep als ik had gedacht, weet ik dat aan de aan beide kanten aanwezige nervositeit. Het gesprek kwam niet goed van de grond, omdat we eigenlijk niet veel gemeen hadden. Ik had me had verkeken op zijn aandacht voor mij, wat, achteraf gezien, logisch was. Hij had het boek, dat boek dat ik hem met zoveel zorg had toegestuurd, niet gelezen. 'Ik piekerde me suf over wie het geweest zou kunnen zijn en dacht aan een slechte grap. Ik verdacht al mijn exen...' Toen ik hem vroeg of hij zo'n lijst van rancuneuze exen had, ontkende hij. Dat hij het boek niet eens gelezen had, vond ik wel een beetje dom.
Ik schilder het nu af als een date from hell, maar dat was het niet, hoor. Hij was best onderhoudend, stelde oprecht geïnteresseerde vragen, vertelde over zijn leven en we zaten inmiddels aan drankje nummer drie. Zo vreselijk vond hij het dus niet en ik evenmin. Ik merkte gewoon dat we, ondanks wederzijdse inspanningen, niet op een lijn zaten - en dat werd steeds erger.
Het begon met de onthulling dat hij binnen anderhalve maand op reis zou gaan om onderzoek te doen. 'Waarom doe je dit, ik bedoel, waarom doe je dit nu?' Ik legde uit dat ik al een tijdje twijfels had en wilde kijken of mijn gevoelens gegrond waren. 'Want ik ga over zes weken naar het buitenland. Ik vroeg me af... want als je mijn hyvesprofiel in de gaten had gehouden, had je kunnen zien dat ik over zes weken vertrek....'
Het zal mijn taalkundige gevoeligheid wel geweest zijn, maar hij scoorde hier geen punten mee. We waren geen hyvesvrienden, dus ik zou helemaal niets zien, en ik had wel wat beters te doen dan zijn hyvesprofiel te checken op onregelmatigheden. Het was des te beter dat ik het nú deed, vóór hij naar zijn onderzoekslocatie was vertrokken, al wist ik daar niets van. Dank aan de voorzienigheid. Zijn voortdurende suggestie dat hij mijn zon, mijn maan en mijn sterrenhemel was ergerde me meer en meer. Nogmaals, ik denk dat een deel van mijn irritatie werd veroorzaakt door zijn onachtzame en directe woordkeus, maar kom óp, nee toch? Ik vond hem wel leuk, maar er zijn grenzen. Wat hij me eigenlijk verweet, was dat ik niet obsessief genoeg was geweest... strangé!
Toen hij me vroeg naar hoe ik op het idee was gekomen, kwam dit nog eens naar voren.
'Maar je had me geen boek hoeven sturen, ik bedoel, je had toch ook gewoon voor mijn deur kunnen gaan liggen, ofzo?'
Ik verzin dit niet, lieve lezer. Maar mijn incasseringsvermogen is groot, dat weet u inmiddels, en hij was nou eenmaal geen woordkunstenaar of enthousiaste lezer. Ik zou hem zeker niet dom willen noemen, hij deed zijn best en in zijn eigen vakgebied was hij ongetwijfeld heel briljant. Maar mijn talige zachtaardigheid en zijn ruwe metaforen waren op z'n minst zeer incompatibel.
Ik was dat akkefietje met mijn naam nog niet vergeten, ('Moeten wij elkaar ergens van kennen? Hoe heet jij ook alweer? Deirdre, toch?') bovendien sloeg ik bijna steil achterover van de absurditeit van dat voorstel. Hij bedoelde het vast niet zo erg als het klonk, maar het was de derde of vierde keer dat hij suggereerde dat ik beter mijn best had moeten doen. Luister, vader: zo heet ben je echt niet. In plaats van de ontspannen en soepele date die ik graag had gewild, werd de sfeer nu bijna vijandig. Ik kon mijn sarcasme niet meer onderdrukken, al betekende dat dat ik wellicht mijn eigen glazen in zou gooien.
'Vond je het opsturen van een boek niet origineel genoeg? En je zei net dat je me niet kende en niet wist wie ik was! Dus dat zou betekenen dat ik je gangen nauwlettend zou moeten nagaan, terwijl je me niet eens kent. Dat zou wel heel eng en behoorlijk obsessief geweest zijn, hè? Wat zou ik bovendien opschieten met het volgen van je doen en laten – ik doe graag andere dingen, zeker in de winter, en blijf graag strafbladvrij...'
Het was duidelijk dat we elkaar echt niet begrepen. Ik denk dat hij naast nieuwsgierig ook geschrokken was van het boek en geen hoogte kon krijgen van de ernst van mijn crush op hem. Maar als hij dacht dat ik geobsedeerd was door hem en zijn leven, zoals hij suggereerde, zou ik hem moeten teleurstellen. Gelukkig verontschuldigde hij zich nog voor zijn lompe binnenkomer, maar het kwaad was al geschied en ik kon niet anders dan hem daar gelijk in geven: hij was lomp geweest. Hij zei nogmaals dat hij het erg dapper vond wat ik gedaan had, en ik wenste hem een goede onderzoeksperiode. En zei dat als hij een tweede date wilde, hij me kon bellen, maar als hij niets meer van zich liet horen, ik ook genoeg wist. Op dat moment wist ik niet zeker of ik wel een tweede date wilde, maar weet dat aan de spanning, stress en de miscommunicatie. Het fijne was dat ik wist dat als ik binnen zes weken niets hoorde, ik niet meer hoefde te hopen. Ik had er alles aan gedaan om het te laten slagen.
De zes weken gingen voorbij. Er ging twee jaar voorbij. Laatst kwam hij met een vriend langs op mijn werk en heeft mij angstvallig vermeden. De vriend, die eigenlijk heel leuk was, keek mij breed grijnzend aan. Ik weet niet wat hij weet, maar heb maar neutraal-welwillend teruggekeken. Mijn date wist waar ik werkte en had dus niet langs hoeven komen. Als je het over dapper zijn hebt, was een 'hoi' voldoende geweest, maar zelfs dat was teveel. Maar goed, hij zal daar zo zijn redenen voor hebben gehad. Het is makkelijk om hier de scorned woman uit te hangen, en hoe meer ik hem zwart maak, hoe zwarter ik zelf word. Hij heeft niets verkeerd gedaan, op wat ongelukkige formuleringen na. Hij wilde niet, en dat is zijn goed recht. Niet de hele wereld wil mij. En hij heeft zich tijdens de date als een gentleman gedragen – dat is ook wat waard.
Om terug te komen op de aanleiding voor dit stuk: amoureuze blindheid kan je een werkelijkheid voorschotelen die niet overeenstemt met de werkelijkheid zoals ánderen die ervaren.
(Overigens: zoals de mailschrijver het spelen met je haar categoriseert als 'universeel symbool' is ook het niet terugbellen na een eerste date een universeel symbool. Alleen wenst hij dat niet te zien. Toegegeven, er zijn vele manieren om te laten weten dat je verder contact niet ziet zitten en stilte - zonder afspraken daarover - is niet de netste. Wat de mailschrijver heeft gedaan is echter evenmin netjes, of hoffelijk.)
En de moraal van dit verhaal? Twee dingen: zekerheid biedt troost, en verliefdheid vertroebelt je oordeel. We've all been there. Maar u weet wat het spreekwoord zegt: waar een deur sluit, gaat er een andere open.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten