dinsdag 27 december 2011

Gebakken

Wekenlang stond onze afspraak gepland. Vriendin A., die in Den Haag woont, zou in mijn stadje langskomen. Het was zondag en ik wilde een fancy treat voor haar regelen, dus stiefelde ik op mijn hakken richting de plaatselijke Bakkerswinkel. Onderweg maakten wij nog een stop in een vintage-zaak (waar het altijd naar verschaalde stomerij en stof ruikt) maar we besloten de tweedehands wielrennershirts te laten voor wat ze waren.
Het gestresste meisje achter de toonbank van de Bakkerswinkel vertelde ons gestresst dat we hadden moeten reserveren. Maar dat hadden we niet gedaan. Volgende station: Broers. In het begin van mijn studententijd kwam ik hier nog wel eens om een tussenuurtje te overbruggen. Het café ligt goed in de loop en de bediening en prijzen waren toen heel redelijk. Een van de dingen waar wat op aan te merken viel was de akoestiek en het feit dat er vrij veel jonge kinderen aanwezig waren. Al was het dan een openbaar café en geen bibliotheek, sommige kindjes maakten het bont.
Een belangrijker punt dan de rust was de kleding van de serveersters. Tot een paar jaar geleden droegen zij shirtjes waar ik met alle liefde het label 'op vele fronten verkeerd' op zou willen plakken. Het waren longsleeves, maar omdat het personeel zo hard moest werken, stroopte iedereen zwoegend de mouwen op. Het lijfje was wit, met ergens bovenop de borst het logo van het café. Ik zeg wit, maar u begrijpt dat na vele wasbeurten het wit tot een beige-grijzige waas was verworden. Het logo was oranje-achtig en de mouwen paars, op dezelfde verwassen manier als het witbeige torsostuk. De kleuren stonden niemand en volgens mij was het shirt maar half van katoen, wat het werken ongetwijfeld vervelend maakte.

Eens at ik daar met een vriendin een tosti. Toen mijn serveerster haar arm optilde kreeg ik een jujube in donkerpaars te zien van heb-ik-jou-daar. Daar kon zij natuurlijk niets aan doen, maar onfris was het wel. Dat ze zweet is niet het probleem, als ik er vanuit mag gaan dat ze zich aan de ongeschreven regels van de dagelijkse douche heeft gehouden. Ik kan haar hard werken moeilijk kwalijk nemen en waarschijnlijk genoot zij evenmin van het showen van haar plekken aan mij. Je hebt bedrijfskleding nou eenmaal niet voor het uitkiezen. Meer geschokt was ik door de wetenschap dat dit zichtbare ongemak zo makkelijk verholpen kon worden – bijvoorbeeld door het dragen van zwart, zoals dat in veel horecagelegenheden gebruikelijk is.
Nog meer, lezer? Jawel. Niet alleen waren de shifts onderbezet en de shirtjes de verkeerde kleur, ze waren ook nog eens te kort. Ik durfde niet na te denken over de navelpluis die in mijn eten terecht was gekomen tijdens de deinende gang van mijn tosti van de keuken naar mijn tafel. De laaghangende verwassen-paarse sloof van de serveerster kon niet verhinderen dat ik ongewenst met haar onderrug en de onderkant van haar buik werd geconfronteerd; het stuk tussen navel en venusheuvel. De temperatuur van de tosti was al net zo schamper als mijn eetlust op dat moment.

Nodeloos te zeggen dat ik er sinds die noodlottige middag niet meer kwam. Dat maakte dat de slechte herinnering vervaagde. Bovendien wilde ik gewoon een gezellige middag en een taartje in plaats van eindeloos getwijfel over de locatie. Gezelligheid neem je zelf mee, ook als de accommodatie niet top is. En mijn voeten deden pijn. Dus we streken neer op de groene stoelen, aan de rechterkant van de zaal. Al snel kwam er een ober ons ons af. In de kaart was ons oog op iets lekkers en nostalgisch gevallen: poffertjes! (oh, ja, lekkerrrrrr!) Dat dit bij de kinderopties stond hadden we wel gezien, maar het leek ons niet zo'n probleem. Dat was het wel, zo zei de ober. Toen was er de keus tussen een stuk cheesecake of een cupcake. Bij de cupcakes stond vermeld dat ze van Lily's Cupcakes kwamen. De cheesecake was merk- of prestigeloos, dus toen er een serveerster (in een witte blouse, hoera!) naar onze tafel kwam vroeg ik haar wat er inbegrepen was bij de zes euro vijftig (!!) die ik voor het stukje taart zou betalen. Het kind rolde nog net niet met haar ogen, wel hoorde ik een onderdrukte zucht in haar antwoord. Het was 'een gewoon stukje taart, verder niets', wat ik 'kon gaan bekijken in de vitrine'.
Reader-dear, ik ben geen vrek. Ik vind het niet erg te moeten betalen voor eten buiten de deur. Maar zes euro vijftig voor een stukje taart gaat mijns inziens wel ver. Het moet dan wel een supersonisch goede taart zijn. Maar zelfs bij de Bakkerswinkel – die vermaard is om haar supersonische taarten en grote porties – vragen ze geen €6,50 per punt.
De zin 'in de vitrine' is in dit soort gelegenheden bovendien vaak code voor 'vanmorgen uit de diepvries gehaald' en 'vers' staat dan ook voor 'vers ontdooid'. Dat hoef geen ramp te zijn, maar vaker wel dan niet is de taart zó vers dat je jezelf een brain freeze en tandpijn bezorgt als je er een hap van neemt- als het al lukt om er een brok vanaf te bikken met je vorkje. En als je geluk hebt is de taart drie keer ingevroren geweest, zodat als je er met je bestek tegenaan tikt, hij spontaan uit elkaar valt. Je denkt zogezegd dat je taart hebt besteld, maar na drie dagen in de diepvries heeft alle taart de consistentie van te kort gebakken brownie.
Afijn, we bestelden dus maar met tegenzin ieder een cupcake à €3,25. Ik verwachtte iets met de doorsnede van een flinke koffiekop. Wat er op me afkwam had meer weg van een uit zijn krachten gegroeid waxinelichtje. Ik weet dat een cupcake compacter is dan een muffin. Ik weet ook dat bij muffins de kop expres heel ver naar buiten geplooid wordt, zodat het niet opvalt dat het steeltje van die paddenstoel niets meer voorstelt. Ik verwachtte een plat maar aantrekkelijk stukje gebak. Mijn cupcake zag er echter uit als de biopsie van een levercirroselijder.

Ik zette mijn vork erin; het ding gaf brokkelend de geest. Het binnenste was koud. Het enige wat het baksel nog bij elkaar hield was het papieren vormpje, waar alle cakemoleculen zich aan hadden vastgeklampt alsof hun laatste uur geslagen had. (en terecht, dat moment had al zo'n 72 uur geleden moeten plaatsvinden.) Ik liet mij niet ontmoedigen en zette het schoteltje naast mijn koffiekop, in een poging de boel wat te laten opwarmen. Ik had het heel gezellig met mijn vriendinnetje en wilde al die ongemakken daarom negeren. We spraken over koetjes en kalfjes en lachten heel wat af. Ik kreeg lieve cadeautjes en het was gezellig als vanouds.
Wat ik omwille van de gezelligheid nog meer negeerde was de zweem van volgescheten luiers die mijn neus in drong als de binnendeurse wind verkeerd stond. Ik dacht eerst dat ik het me verbeeldde, maar toen ik het aan mijn gezellin vroeg, gaf ze toe dat zij het ook rook. De geur was onmiskenbaar: geniepige babystront. Eerst ruik je de celstof, lege luier, vertrouwd en vertederend. Dan, als de geur halverwege je neus is, openbaart zich iets anders. Je receptoren vertellen je: something's fishy. Uiteindelijk zit de geur in je achterste trilharen en kun je de gepureerde tuinbonen-uit-pot die door het babylichaam zijn gegaan bijna proeven. Een hele vieze, zurige, doordringende lucht, die je bijna hypnotiseert. Je blijft snuiven, terwijl je je afvraagt: waarom doe ik dit eigenlijk, en wat ruik ik in hemelsnaam?
Als we naast de toiletten waren gaan zitten had ik het nog begrepen, maar die lagen een hele verdieping onder de onze en roken op geen enkele manier naar baby. Waar de geur dan wel vandaan kwam, durfde ik me niet af te vragen.

Ik barstte in lachen uit, dit was te erg voor woorden. De offers die we moesten brengen voor een ontspannen zondagmiddag waren wel heel groot. We dronken de automaatcappucino op en besloten in een ander café neer te strijken, waar we nog een uurtje zonder hinder of geurtjes koffie hebben gedronken.
En de moraal van dit verhaal? Reserveren moet je op tijd doen. Een volgende keer zal ik van tevoren bellen, zodat wij onze vorken en tanden in een zacht zoet taartje van de Bakkerswinkel kunnen laten zinken en thee bijgeschonken krijgen als de pot leeg is. We zullen thee drinken uit romantisch gebloemde kopjes en zo genieten van alle lekkernijen dat de herinnering aan de locatie van vorige keer zal verdrinken in rozenbloesem en frambozenglazuur. Verende muffins, lonkende worteltaart en romige cheesecake. De Broers bakt er niets van, maar een volgende keer zullen we meer krijgen dan duurbetaald windei – of eierwind. De enige gebakken lucht die ik wil proeven moet uit een meringue komen.....

Geen opmerkingen:

Een reactie posten