woensdag 21 december 2011

Pupil

Kent u het gevoel, lieve lezer, dat u overvalt wanneer u iets zegt of vindt wat wellicht niet in goede aarde valt, maar waar u evenmin van af wilt wijken? U werkt in de vluchtelingenzorg, en verbiedt uw kind thuis te komen met iemand die anders heet dan Jansen. U hebt niets tegen homoseksuelen, zolang uw buurman er maar geen is. U hebt hart voor het milieu en dierenwelzijn, en eet graag een stukje kipfilet à drie euro per kilo. U hebt een stiekeme zwak voor New Kids on The Block (en dan heb ik het over de muziek.) Uw lievelingsacteur is Chuck Norris.....
En dan die ene, waar wij ons allemaal weleens over buigen: iedereen heeft recht op een mening, zolang er maar geen anderen mee gekwetst worden.

Sommige van deze voorbeelden zijn onschuldig, maar hoe socialer het vlak van de voorkeur, hoe gevaarlijker het is om voor je mening uit te komen. Je kunt niet met goed fatsoen zeggen dat je niet van homoseksuelen (géén van alle, nimmer) houdt. (En inderdaad, zo'n claim is lastig te maken, vol te houden en te verdedigen – ik koos haar niet voor niets.)
Voor sommigen valt dit onder de noemer 'botte hypocrisie'. Ik denk dat het dieper zit. Ondanks en misschien dankzij mijn training in de sociale wetenschap weet ik dat iedereen oordeelt, iedereen vooroordelen heeft, aannames doet, vaak zonder zich hiervan bewust te zijn. Waar ik dankzij die training nog méér van overtuigd ben geraakt, is dat ik vind dat ik recht heb op mijn overtuigingen omtrent sociale en maatschappelijke kwesties als identiteit, seksualiteit of 'maatschappelijke positie'. (Voor de aanhalingstekens mag u mijn professoren danken...) Kort gezegd: ik vind dat er niets mis is met het hebben van (voor)oordelen an sich.

Laat ik dit snel nuanceren, voor u mij van onachtzaamheid beticht of een harde en oordelende natuur toedicht. (Ziet u het? Angst.) Zoals de voorbeelden die ik hierboven gaf illustreren dat men het ene kan vinden en het andere kan doen (bewust of onbewust) vind ik het, als we spreken over hypocrisie, het toppunt van hypocriet om je 'persoonlijke standplaatsgebondenheid' te ontkennen. Het is zeer verleidelijk om een oordeel te geven over de overtuigingen van anderen, zonder daarbij hand in eigen boezem te steken. Is dat steken altijd noodzakelijk? Neen. Vloeit het een uit het ander voort? Vaker niet dan wel. En u weet: een beter (sociaal) milieu begint bij jezelf.
Persoonlijke standplaatsgebondenheid. Daar bedoel ik mee dat je door je omgeving, je ervaringen en je opvoeding in de ruime zin van het woord bent gevormd tot wie je nu bent. Denk hierbij aan gezins-en familietradities, je leefomgeving, de mensen met wie je omgaat en je biologie-, maatschappijleer- en geschiedenisboeken, die zijn geschreven vanuit een bepaalde tijdgeest. Zij bepalen wat jij normaal en/of normatief vindt en dus ook wat je daarbuiten vindt vallen. Je kiest er maar tot op zekere hoogte voor, vandaar dat je je er niet altijd bewust van bent. En daar is niets mis mee, ook niet als sommige van je opvattingen (of oh hell, misschien allemaal) haaks staan op wat anderen denken. (Al is dat laatste onwaarschijnlijk, aangezien de mensen in je omgeving vaak op jou lijken en/of met dezelfde sets zijn gevormd.)

Dat betekent niet dat je alles wat je vindt moet verkondigen. Een eigen (heftige) mening hebben en compassie voor een ander tonen hoeven elkaar niet uit te sluiten. Je bent nou eenmaal niet alleen op de wereld (want anders kon je namelijk wel alles zeggen, maar dan was er weer niemand die luisterde enzovoort enzoverder) en rekening houden met de gevoelens van anderen is wel zo betamelijk.
Dit hele debat is overigens een gebed zonder eind, want hoe harder je roept dat je mag zeggen wat je vindt, hoe meer je laat weten dat je je bedreigd voelt. Anders gezegd: heel hard roepen dat iets je niet kan schelen duidt in deze sociale structuur op geldingsdrang, wat code is voor angst, geuit in een geforceerd-ontspannen en (en, niet maar) zéér defensieve houding. Ergo: angst, geldingsdrang, defensief. En we zijn weer terug bij af. Hoe dat werkt? Lees vooral verder.

De aanleiding voor mijn eigen kleine geforceerd-ontspannen uitbarsting zijn drie ontmoetingen van deze week. Drie mensen in mijn directe omgeving zeiden mij dat ze mijn blog (weer) eens ter hand gingen nemen. De eerste was mijn moeder, die ik niet graag teleurstel of ontrief. De tweede was mijn vriendinnetje Emy, wiens professionele en persoonlijke opinie ik zeer hoog acht. De laatste was een jongen die een tajine bij mij kocht, voor zijn moeder. Hij was onder de indruk van mijn vaardigheden met touw – graag imponeer ik hem ook met mijn teksten.
Deze drie toezeggingen, oh lezer, maakte dat ik plotseling na ging denken over hoe ik overkom in mijn blog. Mijn ouders en Emy kénnen mij, de tajinejongen niet. Het zijn alle vier intelligente mensen, die heus begrijpen dat mijn blog een bewerkte versie van een werkelijkheid is, en dat ik mijn blog niet ben. Dat neemt de angst maar gedeeltelijk weg. Sinds ik met mijn neus op de (blog)feiten ben gedrukt (Bewijslast) ben ik voorzichtiger met het opgeven van mijn blogadres.

Want staat er niet duidelijk op mijn blog dat het een persoonlijk document is? Is de transformatie van mijn gedachten naar tekst en narratief niet al een vorm van censuur- moet dat nog strakker? Als het zo persoonlijk is, waarom staat het dan online? En als ik bang ben voor reputatieschade, waarom dan überhaupt publiceren? Maar wat is het doel van de indekking 'persoonlijk' als ik geen hard standpunt in kan nemen?! Dilemma's, lezer, dilemma's! Ik wil niemand (mijzelf nog het minst) schaden met mijn stukken, en evenmin ontneem ik mijzelf graag het 'recht' op ongedwongen schrift. Gisteren nog zag ik echter een voorbeeld van een verkeerd geplaatst woord met grote gevolgen: de hoofdredacteur van de Jackie trad af na een uit de hand gelopen publicatie omtrent zangeres Rihanna. Ik zal hier het gewraakte woord niet herhalen, maar de hele sneeuwbal rond het woord bevatte een flinke steen voor mevrouw Hoeke. En ik durf te stellen dat als ze had geweten wat dit woord voor gevolgen had gehad, ze het niet geplaatst had, temeer omdat haar intenties niet slecht waren. Maar zoals Roland Barthes al heeft gesteld: in een tekst gaat het niet om de auteursintentie, maar om de lezersinterpretatie. Al heb ik zijn theorie wat opportunistisch gebruikt, ze gaat hier wel degelijk op.

(Voor de liefhebber: Gevolgen van een scheldwoord)

Wel, ik schrijf nu eenmaal graag. En hoewel ik het soms betreur dat mijn lezerspubliek niet zo groot is als dat van de Jackie biedt het andere zekerheden. Eerlijk is eerlijk, ik koester het label 'persoonlijk' als een warme deken. Het geeft me de valse zekerheid dat als ik ooit word aangesproken op mijn woorden, ik de verantwoording kan afschuiven op 'persoonlijke' en daarmee 'onverdedigbare' (want ongenaakbare) gronden. Ergens kan ik me echter voorstellen dat voor iemand die de schrijver niet kent de persoon achter de stukken overkomt als een rancuneuze, behaagzieke quasi-bourgeois met een hoop zelfmedelijden, een rampzalig liefdesleven en teveel tijd. Dat is toch spijtig, en best een hoge prijs voor 'persoonlijke (bestaat er andere?) vrijheid van meningsuiting'.

Om de schade te beperken doe ik dus het enige wat ik kan: ik probeer zoveel mogelijk rekening te houden met mijn eigen standplaatsgebondenheid, en mijn grenzen te erkennen en te bewaken. Ik hoef niet het leed van de wereld op me te nemen, altijd voor ieders standpunt begrip te tonen, alles van alle kanten te analyseren uit angst onevenwichtig te lijken. Ik gun mijzelf het recht op mijn gevoelens van verontwaardiging, verdriet, ongeloof, boosheid, spijt, verliefdheid, hoop. Deze blog is mijn uitlaatklep, niet die van alle anderen die ik er een rol in gun. Als je (ik) geen enkel scherp stijlmiddel meer mag gebruiken en altijd met ieders gevoelens rekening moet houden, wil ook niemand je (mijn) stukken lezen. En als ik mag kiezen ben ik liever te scherp dan een zijden sok.
No guts, no glory, want in tijden van verdediging doet het Engels het altijd beter. Mijn moeder blijft toch wel van me houden, en ik hoop dat ik mijn lezers kan vertrouwen in hun uitgestelde oordeel. Dus grijp ik hier de gelegenheid die Eva Hoeke niet kreeg: een oproep om de geschetste context niet uit het oog te verliezen. Vergeet Roland B. en denk aan mij, want ik denk ook aan u. De cirkel van defensiviteit omringt de mening immers altijd, daartegen verzet bieden is zinloos. Uiteindelijk gaat het allemaal om gezichtspunten en die hoeven niet gedeeld te worden. Voor al het andere zijn er zonnebrillen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten