Een week of wat geleden zond RTL8 weer een van mijn favoriete films uit: Sea of Love (1989).
De reden dat ik zo dol ben op deze film, ondanks het zwakke einde, is de eindeloze romantiek die eruit naar voren komt. De chemie tussen hoofdrolspelers Ellen Barkin en Al Pacino spat bovendien van het scherm.
Pacino vertolkt de rol van politierechercheur Frank Keller. Zijn vrouw heeft hem ingeruild voor zijn werkpartner en de scheiding valt Keller erg zwaar. Hij krijgt de opdracht om een aantal moorden te onderzoeken. De slachtoffers hebben een aantal dingen gemeen: ze zijn van achteren door het hoofd geschoten en hebben allemaal gereageerd op een contactadvertentie in de krant. Samen met een rechercheur uit een ander district vat hij het plan op eveneens te reageren op de advertentie, in de hoop de moordena(a)r(es) te pakken. Hij lijkt beet te hebben bij Helen Kruger. In eerste instantie wijst ze hem af, maar als ze elkaar op een later moment tegenkomen op straat, slaat de vonk toch over. Ondanks dat ze verdachte is in een moordzaak, ontvouwt zich een romance.
Ten tijde van het verschijnen van de film was Ellen Barkin vijfendertig en Al Pacino bijna vijftig. Hij zet de rol van ietwat verlopen, aftandse en doodgoeie detective perfect neer. Bleek, magertjes, met dat kleine lijf en het accent dat zo kenmerkend is voor acteurs van die italianamerican-generatie: een vleugje Bronx, een vleugje straat, een vleugje Staten Island en een vleugje aangedikt. Met zijn grote bruine ogen en zijn recht-door-zee-romantiek steekt hij Helen Kruger zo in zijn zak. En dat begrijp ik volkomen.
Ook voor Ellen Barkin is het een van haar betere rollen. Dat begint al bij haar lijf – bij het zien van haar pilatesdijen werd ik spontaan afgunstig – en ze weet van Helen Kruger een geloofwaardig voorzichtige, hoopvolle vrouw te maken. Haar scheve grijns werkt ontwapenend en haar kittige jaren '80-pakjes zijn chic en stoer tegelijk.
Maar mijn grootste zucht, lieve lezer, mijn ergste zwijmel heb ik bewaard voor de wisselwerking tussen die twee. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze voor hun rollen allebei heel dicht bij zichzelf zijn gebleven. En het is een vreselijk sexy film. Tien tegen één dat de kersverse echtgenoot van Ellen Barkin veel van die scheve grijs heeft gezien voor hun dochter geboren werd. En dat Al Pacino die trouwe hondenblik al vaak heeft ingezet in zijn amoureuze escapades. Al zijn zowel Barkin als Pacino later weer gescheiden, het lijkt alsof je het geluk uit hun privéleven terugziet op het scherm en dat maakt het zo zinderend goed. Op mij zou die blik in ieder geval werken. Woef, woef...
Wat ook sexy is: de aanwezigheid van de single Sea of Love (1959), uitgevoerd door Phil Phillips. Dit one hit wonder schreef deze lome uptempo plaat ( ja, het kan!) voor een geliefde. De royalties gingen echter dezelfde weg als die liefde: ze verdwenen met de noorderzon. Het schijnt dat Philips er ondanks de grote bekendheid maar een schijntje aan verdiend heeft. Ach, lang leve de tijden van het schaamteloze plagiaat. Al heette dat toen nog niet zo.
De lijst met covers die door de jaren heen zijn gemaakt is eindeloos en allemaal hebben ze iets van hun tijdgeest of de stijl van de uitvoerende artiest meegenomen. Tom Waits heeft de plaat ronduit vernacheld, maar hee, zo is Tom Waits. Robert Plant (ja, die van Led Zeppelin) gaf er een eighties-Love Boat-achtige draai aan. Shakin'Stevens bracht de plaat uit in countrystijl, compleet met achtergrondkoortje. Iggy Pop vond dat de plaat wat temeriger moest worden en slaat daarmee in mijn opinie de plank mis. Marty Wilde maakte er een Elvisplaat van. Israel Kamakawiwo'ole heeft voor zijn versie zijn ukelele weggesleurd van Over the Rainbow. Jacob Pearson moet nog doorbreken met zijn versie, met of zonder shirt. De enige vrouwelijke coveraar is Dido's kleine zusje Cat Power
En tenslotte gingen er nog een aantal reggae-artiesten mee aan de haal (Horace Andy, Dennis Brown, The Heptones). Onder hen vind ik de uitvoering van de The Untouchables de beste. Maar dat kan ook komen door dat relaxte sfeertje aan het einde van de maxiversie...
(Voor de liefhebber het origineel: Phil Philips' Sea of Love )
Ongeacht het grote aantal slechte soundtrackversies die er van bestaan vind ik Sea of Love een hele fijne, goede film. Ondanks het afgeraffelde en flinterdunne einde – dat ik hier omwille van het mysterie maar niet verklappen zal – is vooral de band tussen Frank en Helen me bijgebleven. En ik ben bereid, dat einde door de vingers te zien, al kan ik niet ontkennen dat het een haastige nasmaak achterlaat. Alsof je je vergist in je laatste hapje Haagen Dazs en het naar binnen slikt zonder het geproefd te hebben. Je voelt het koud door je slokdarm glijden, maar weet niet meer waar het naar smaakte. Eeuwig zonde. Maar zulke dingen zijn er om vergeven te worden. En om bedekt te worden met (jawel!) de mantel der liefde, want Sea of Love betekende vooral voor Pacino een doorstart van zijn carrière.
Stiekem geloof ik er in dat er ergens nog een rol film moet liggen die er tussen uit is geknipt, een director's paste die een stuk aan de film toevoegt en dat zal maken dat ik me weer kan richten op de rest van mijn Haagen Dasz in plaats van op die verslikking. Dromen wil ik, en denken aan de liefde. Niets ijs. Geen haast. Rust, loomheid, liefde. Come with me, my- hyy love, to the sea, the sea of love...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten