Sommige voedingsmiddelen zouden niet in het openbaar genuttigd mogen worden. Ik onderscheid twee categorieën; dingen die je thuis eet om anderen niet te ontrieven, en dingen die je thuis eet om jezelf een afgang te besparen.
McDonalds, patatje oorlog en alles met ui en knoflook vallen in categorie één. Moorkoppen, sla, soep, kippenpoten (en voor jullie die niet met een lepel kunnen eten: lintpasta) vallen in categorie twee. Ik heb al heel lang door dat eten heel oncharmant kan worden als je het niet goed doet, maar dat hoeft niet altijd aan jou te liggen. Soms werkt het eten gewoon niet mee.
Ik heb wel eens in de trein gezeten met een man die een broodje rottende eekhoorn zat te eten. Dat moet het wel geweest zijn, want wat er in het bakje zat stonk zo vreselijk dat ik me geen raad wist. De geur drong naar de trilharen in mijn keel en openbaarde zich daar in volle glorie, waar hij aan mijn huig begon te trekken tot ik bijna braakte. Op mijn nauwelijks verholen walging en de kokhalstranen in mijn ogen had die sociale stinker nog het lef mij een hap aan te bieden. Dank je feestelijk, vader.
Ook zat ik ooit met een date in een Italiaans restaurant en had hij voor mij een bord met spaghetti bolognese besteld. Superlekker, maar wel riskant. De maaltijd duurde vier keer zo lang als zou hoeven, omdat ik ervoor wilde waken dat er pasta uit mijn mond zou steken, brokjes gehakt het hazenpad zouden kiezen over mijn kin, ik mijn date mijn gulste lach zou schenken met wat rooiig vet en een stukje groene paprika op mijn tanden of dat ik mijn cremekleurige jurk een make-over zou geven in Carrie-stijl. (Lekker voor later...)
Toen hij eenmaal voor me besteld had, moest ik natuurlijk voor de bijl, excusez le mot. Maar voor mandarijnen bestaat geen excuus. Ja, u leest het goed.
Ik haal mijn neus op voor mensen die het nodig vinden de toch al zo beperkte en bedompte trein- of buslucht verder te vergassen met de sproeisappen van een mandarijn die uit een tas wordt opgediept nadat hij er de hele dag oranje heeft liggen wachten. Ik kan me niet voorstellen dat er geen uitgelezener of beter moment was om een mandarijn te eten dan in de overvolle trein rond vijven. Tijdens de lunch? Neen. Tijdens de koffiepauze van elf of vier? Neen. Op weg naar het station?
Neen.
Neen, lieve lezer, die oranje wanstaltigheid wordt het liefst geopenbaard in het zicht en vooral onder de neus van vermoeide forenzen wier na de lunch leeggebleven maag zich nog eens omdraait op het ruiken van die weeïge, tranentrekkende lucht van halfverrót en zurige pesticide. Er gaat geen treinreis voorbij of ik kom er wel een tegen; zo'n smerige mandarijnenvreter m/v. De oranje schil drukt zich tussen vlees en nagel als de mandarijnvreter zijn vinger in de mandarijn stopt. Met een zacht gekraak maakt de vrucht zich los van de schil als een gevelde bonsaiboom. De bol wordt gebroken met een scheur en het grote schransen kan een aanvang nemen. Partjes verschuiven van wang naar wang tot de smaak en het sap zijn verdwenen. Dan wordt het futloze partje doorgeslikt en kan de cadans opnieuw beginnen.
De tussenstops van de trein maken de kwelling alleen maar groter: er komt genoeg frisse lucht binnen voor één verse ademteug, daarna wordt de atmosfeer opnieuw verpest. Bovendien blijft de mandarijnlucht onder nagels hangen, dus zelfs nadat de vrucht op is, ruik je haar nog. Je reinste marteling.
Waarom zou je voor onderweg überhaupt iets meenemen met een oneetbare schil? Er zijn appels, peren, nectarines, perziken, druiven, kersen, zelfs mango's waar je direct je tanden in kunt zetten, met een kleine pit als einde. Wat is er zo appetijtelijk aan de mandarijn?!
Ik heb ook zelden zulk asensueel fruit gezien: een mandarijn mist de frisheid, de glans en de zest van een appel, de diepgang van een grapefruit, de zachtheid van een perzik en de belofte van de mango. Mandarijnen zijn niet sexy. En dat is al genoeg reden om ze niet te eten – zeker niet in het openbaar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten